Ministeriële regeling · BWBR0039979
Regeling subsidie korte scholingstrajecten vo
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,S.Dekkerbekwaamheidseisen vo: bekwaamheidseisen als bedoeld in hoofdstuk 2 van het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel, voor leraren in het voortgezet onderwijs, als bedoeld in artikel 2.1, onder b, van het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel;
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs BES;
certificaat: document waaruit blijkt dat een kort scholingstraject met goed gevolg is afgelegd;
educatieve module: module als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van het Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs;
hbo: hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
initiële opleiding: opleiding in het mbo, hbo of wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in de artikelen 7.1.2, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en 7.3a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
Kaderregeling:Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
kort scholingstraject: traject als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid;
leraar: leraar als bedoeld in artikel 32 van de Wet op de expertisecentra, artikel 32 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 33 van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 34 van de Wet primair onderwijs BES of artikel 80 van de Wet voortgezet onderwijs BES;
lerarenopleiding: opleiding die leidt tot het verkrijgen van een bevoegdheid om les te geven in het voortgezet onderwijs;
mbo: middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of artikel 1.2.1, tweede lid van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES;
minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
pabo: opleiding Pedagogische academie voor leraren in het basisonderwijs of haar wettelijke voorganger;
scholingsactiviteit: activiteit in het kader van een kort scholingstraject, bestaande uit een cursusdag, het inleveren van een opdracht of het afleggen van een examen;
vmbo: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 21 van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 44 van de Wet voortgezet onderwijs BES.
De minister kan in de kalenderjaren 2017 tot en met 2020 aan leraren in het primair en voortgezet onderwijs, of aan personen die zich voornemen als leraar in het voortgezet onderwijs werkzaam te zijn, subsidie verstrekken voor het volgen van een kort scholingstraject dat opleidt tot de bekwaamheid die nodig is om les te geven in het voortgezet onderwijs of onderdelen daarvan. Hiervoor komen in aanmerking korte scholingstrajecten die:
- a.
toegankelijk zijn voor personen die de pabo met goed gevolg hebben afgerond, en die gericht is op het verkrijgen van een bekwaamheid om les te geven in de onderbouw van de basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen van het vmbo;
- b.
genoemd zijn in de kolommen I en II van de Beleidsregel ontheffing benoembaarheidsvereisten en bekwaamheidserkenning vo, voor zover het geen initiële opleiding betreft;
- c.
genoemd zijn in kolom V van de Regeling conversietabel getuigschriften en vakken VO; of
- d.
een educatieve module betreffen.
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in 2018 een bedrag van maximaal € 4,4 miljoen, in 2019 een bedrag van maximaal € 7,4 miljoen en in 2020 een bedrag van maximaal € 2,4 miljoen beschikbaar.
De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Indien het subsidieplafond in enig jaar niet volledig wordt uitgeput, kan de minister het resterende bedrag naar evenredigheid verdelen en toevoegen aan de bedragen, bedoeld in artikel 4, eerste en derde lid, van de Regeling subsidie zij-instroom 2017.
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, weigert de minister een subsidieaanvraag, indien de aanvrager reeds een tegemoetkoming van de minister ontvangt op basis van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en scholingskosten.
In de kalenderjaren 2017 en 2018 wordt de subsidie verleend en ambtshalve vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan de kosten voor een kort scholingstraject, zoals die op de factuur van de aanbieder staan vermeld met een maximum van € 6.000 per aanvraag.
In de kalenderjaren 2019 en 2020 wordt de subsidie verleend en ambtshalve vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan tachtig procent van de kosten voor een kort scholingstraject, zoals die op de factuur van de aanbieder staan vermeld met een maximum van € 6.000 per aanvraag.
In afwijking van het tweede lid wordt de subsidie voor het scholingstraject voor het profielvak produceren, installeren en energie, genoemd in kolom V van de Regeling conversietabel getuigschriften en vakken VO, in de kalenderjaren 2019 en 2020 verleend en ambtshalve vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan de kosten, zoals die op de factuur van de aanbieder staan vermeld met een maximum van € 6.000 per aanvraag.
Voor een subsidieaanvraag wordt het aanvraagformulier gebruikt, dat is bekendgemaakt op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs.
Een aanvraag wordt ingediend binnen acht weken na de datum, vermeld op de factuur van het betreffende scholingstraject.
Artikel 3.2, tweede lid, en artikel 4.3, eerste lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS zijn niet van toepassing.
De subsidieaanvraag bevat een afschrift van de factuur van het betreffende scholingstraject.
Aanvragen ingediend na 15 oktober 2020 worden afgewezen.
De subsidieontvanger legt het scholingstraject met goed gevolg af en maakt hiervan uiterlijk zes maanden na de laatste scholingsactiviteit melding van bij de Dienst Uitvoering Onderwijs door een afschrift van het behaalde certificaat in te dienen.
De subsidieontvanger maakt er bij de minister in ieder geval melding van, indien hij het scholingstraject voortijdig beëindigt, of dat niet met goed gevolg afrondt.
De subsidieontvanger maakt er bij de minister in ieder geval melding van, indien hij het scholingstraject niet kan of vermoedt niet te kunnen afleggen binnen de in de aanvraag opgegeven periode. De subsidieontvanger meldt daarbij in ieder geval op welke datum hij verwacht dat de laatste scholingsactiviteit zal plaatsvinden. De subsidieontvanger kan een melding als hier bedoeld ten hoogste één keer maken.
In afwijking van artikel 7.4, tweede lid, van de Kaderregeling wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld binnen 22 weken na melding dat het scholingstraject is afgerond of voortijdig is beëindigd.
De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.
De minister kan deze regeling in bijzondere gevallen buiten toepassing verklaren of daarvan afwijken, voor zover de toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, tot een onbillijkheid van overwegende aard zal leiden.
Het Besluit vaststelling beleidskader subsidies korte opleidingstrajecten vmbo-leraren 2017 wordt ingetrokken.
Wijzigt de Regeling subsidie zij-instroom 2017.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 september 2017, behoudens artikel 3.2 dat in werking treedt met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte in de Staatscourant.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2021.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidie korte scholingstrajecten vo.