U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 25-08-2018.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 september 2017, nr. VO 1238651, houdende de vaststelling van de bekostiging voor de exploitatiekosten voortgezet onderwijs voor het kalenderjaar 2017 en 2018 (Regeling bekostiging exploitatiekosten voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2017 en 2018)Regeling bekostiging exploitatiekosten voDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;

Gelet op de artikelen 86, vijfde en zesde lid, 89, eerste lid, en 89a1, tweede, derde en vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,S.Dekker

In deze regeling wordt verstaan onder:

De bedragen, genoemd in de artikelen 3 tot en met 9 van de Regeling bekostiging exploitatiekosten voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2016 en 2017 worden verhoogd in verband met de kabinetsbijdrage voor de prijsontwikkeling 2017. De verhoogde bedragen zijn opgenomen in bijlage 1.

Het bedrag per school, bedoeld in artikel 86, derde lid, onderdeel a, van de wet wordt vastgesteld op € 19.112,17.

Het bedrag, bedoeld in artikel 86, derde lid, onderdeel b, van de wet bestaat uit een vast bedrag per school en een bedrag per leerling. Het vaste bedrag per school wordt vastgesteld op € 17.447,90 en het bedrag per leerling is opgenomen in artikel 5, eerste lid.

In afwijking van artikel 5 worden de bedragen voor de bekostiging van de exploitatiekosten per leerling van de categoriale vbo-school voor landbouw, afdelingen en profielen als volgt vastgesteld:

Indien de minister op grond van artikel 85a van de wet aan het bevoegd gezag van een school met een nevenvestiging in verband met spreidingsnoodzaak een aanvullende bekostiging voor personeelskosten toekent, wordt aanvullende bekostiging voor de exploitatiekosten verstrekt ten bedrage van € 17.447,90 per nevenvestiging.

In geval de minister ten aanzien van een school artikel 108, vierde lid, van de wet toepast, wordt aan het bevoegd gezag aanvullende bekostiging voor de exploitatiekosten verstrekt ten bedrage van € 12.284,58 per school.

De maandelijkse betaling van de bekostiging voor exploitatiekosten, bedoeld in de artikelen 3, 4, 5, 6, 8 en 9 geschiedt in twaalf gelijke termijnen.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging exploitatiekosten vo.

Onderstaand zijn de verhoogde bekostigingsbedragen voor de exploitatiekosten voor het kalenderjaar 2017 opgenomen; de verhoging met € 17,2 mln. is het gevolg van het beschikbaar stellen van de kabinetsbijdrage voor de prijsontwikkeling 2017.

De bedragen uit de Regeling bekostiging exploitatiekosten voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2016 en 2017, zijn als volgt gewijzigd:

Het bedrag, genoemd in artikel 3 (bedrag per school), wordt € 19.112,17.

Het bedrag, genoemd in artikel 4 (bedrag per school afhankelijk van de normatieve ruimtebehoefte), wordt € 17.447,90.

Het bedrag, genoemd in artikel 5, vijfde lid (bedrag per leerling regionale ondersteuning), wordt € 14.

De bedragen, genoemd in Tabel 1, behorende bij artikel 5, en in artikel 6 (bedragen per leerling), komen als volgt te luiden:

* de theoretische leerweg valt onder de schoolsoort mavo en de beroepsgerichte leerwegen vallen onder de schoolsoort vbo

Het bedrag, genoemd in artikel 7 (lesmateriaal), wordt € 311,39.

Het bedrag, genoemd in artikel 8 (aanvullende bekostiging voor een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak), wordt € 17.447,90.

Het bedrag, genoemd in artikel 9 (aanvullende bekostiging voor een school onder de opheffingsnorm), wordt € 12.284,58.

De onderwijsinhoudcodes van de schoolsoort vbo hebben betrekking op de beroepsgerichte leerwegen (de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg), inclusief de leer-werktrajecten en entreeopleidingen.

De onderwijsinhoudcodes van de schoolsoort mavo hebben betrekking op de theoretische leerweg.