U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2025.

Ministeriële regeling · BWBR0040509

Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister voor Medische Zorg van 9 januari 2018, nr. IENM/BSK-2017/291098, houdende vaststelling van nadere regels ter bescherming van personen tegen de gevaren van blootstelling aan ioniserende straling (Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming)Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbeschermingDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister voor Medische Zorg,

Gelet op Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad van 5 december 2013 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming tegen de gevaren verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling, en houdende intrekking van de Richtlijnen 89/618/Euratom, 90/641/Euratom, 96/29/Euratom, 97/43/Euratom en 2003/122/Euratom (PbEG L 13/1) en Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (PbEU 2011, L 199);

Gelet op de artikelen 2.3, eerste lid, 3.2, eerste en vierde lid, 3.4, vierde lid, 3.6, derde lid, onder e, 3.17, vijfde lid, 3.20, vierde lid, 3.22, derde lid, 4.7, eerste lid, 4.15, derde lid, 5.4, derde en vierde lid, 5.5, derde lid, 5.7, zesde lid, 6.2, zesde lid, 6.7, eerste lid, 6.21, eerste en derde lid, 9.8, eerste lid, 9.10, eerste en tweede lid, 10.4, derde lid, en 10.8, eerste lid, van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming en artikel 76, derde lid, van de Kernenergiewet;

Gelet op de artikelen 1, 18, eerste lid, 19, 41, 41a en 42 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen en de artikelen 1b, 1c, 2, 4c, 23, 27 en 32 van het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen;

Gelet op artikel 33 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties;

BESLUITEN:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,S. vanVeldhoven-van der MeerDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,T. vanArkDe Minister voor Medische Zorg,B.J.Bruins

In deze regeling wordt verstaan onder:

Een complexvergunning is vereist:

In gevallen, waarin krachtens artikel 4.2, 6.2 of 10.1 een beveiligingsplan, bedrijfsnoodplan of beëindigingsplan is vereist, worden bij een aanvraag om een vergunning gegevens met betrekking tot die plannen verstrekt als bedoeld in artikel 3.6, derde lid, aanhef en onderdeel e, van het besluit.

Vrijgavewaarden voor radionucliden op basis van de activiteitsconcentratie voor handelingen met onbeperkte hoeveelheden radioactieve materialen als bedoeld in artikel 3.20, vierde lid, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 3.2, tabel A.

De verplichting tot het zorgen voor een beveiligingsplan krachtens artikel 4.7, eerste lid, van het besluit, berust op de ondernemer die houder is van een vergunning voor het verrichten van handelingen met categorie 1-, 2-, of 3-stoffen.

Het minimumbedrag waarvoor per volume-eenheid af te voeren hoogactieve bron, de daarbij behorende bronhouder en de vaste afscherming financiële zekerheid als bedoeld in artikel 4.15, derde lid, van het besluit, wordt gesteld, bedraagt € 175 per dm3, of gedeelte daarvan, af te voeren materiaal.

Deskundigheid van een stralingsbeschermingsdeskundige als bedoeld in artikel 5.4, derde lid, van het besluit, voor een handeling waarvoor een vergunning, registratie of kennisgeving is vereist of voor een maatregel of blootstellingsituatie waarvoor een kennisgeving is vereist, is ten minste van het niveau:

Een opleiding bij een erkende instelling tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige:

Een opleiding bij een erkende instelling tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige:

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Indien de aanvrager voor een aanpassingsstage in aanmerking wenst te komen, stelt de Autoriteit vast:

Indien de aanvrager voor een proeve van bekwaamheid in aanmerking wenst te komen, stelt de Autoriteit vast:

De kosten die samengaan met de aanvraag, zoals het in behandeling nemen van de aanvraag, de afgifte van de beslissing op de aanvraag en het organiseren van een proeve van bekwaamheid en van een aanpassingsstage, kunnen, met inachtneming van artikel 33, derde lid, van de algemene wet, ten laste van de aanvrager komen.

De aanvraag wordt afgewezen, indien de aanvrager de aanpassingsstage of de proeve van bekwaamheid niet met goed gevolg heeft volbracht of de daaraan verbonden kosten niet heeft voldaan.

Indien na afgifte van de erkenning van de EU-beroepskwalificaties is gebleken, dat de bij de aanvraag overgelegde documenten niet geldig, vals of vervalst waren, wordt de erkenning ingetrokken en vervangen door een afwijzing van de aanvraag.

Een opleiding bij een erkende instelling voor opleidingen voor medisch-radiologische handelingen:

Een opleiding aan een erkende instelling beschikt over adequate procedures ten behoeve van de kwaliteitsborging van de examens indien:

Een opleiding aan een erkende instelling beschikt over adequate procedures ten behoeve van de kwaliteitsborging van de diploma’s, hetgeen in ieder geval omvat dat:

Indien de aanwezigheid van een stralingsbeschermingseenheid wordt vereist, beschikt de ondernemer over een interne regeling stralingsbescherming, waarin in ieder geval is vastgelegd:

De stralingsbeschermingsdeskundige, bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a, in de stralingsbeschermingseenheid heeft tot taak:

De verplichting tot het invoeren en in werking houden van een systeem voor het registreren en analyseren van stralingsincidenten, ongevallen of radiologische noodsituaties, bedoeld in artikel 6.2, zesde lid, van het besluit, berust op de in artikel 4.2, aangewezen vergunninghouders.

De verplichting tot het zorgen voor een bedrijfsnoodplan als bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, van het besluit, berust op de in artikel 4.2 aangewezen ondernemer.

(gereserveerd).

De ondernemer zorgt ervoor dat:

In gevallen behorend tot de volgende categorieën handelingen zorgt de ondernemer voor een beëindigingsplan als bedoeld in artikel 10.8, eerste lid, van het besluit:

Wijzigt de Regeling nucleaire drukapparatuur.

Wijzigt de Regeling beveiliging nucleaire inrichtingen en splijtstoffen.

Wijzigt de Regeling detectie radioactief besmet schroot.

Wijzigt de Regeling indicatieve vaststelling reikwijdte Dienstenwet.

Wijzigt de Regeling vaststelling lijst gereglementeerde beroepen.

Wijzigt de Regeling nucleaire veiligheid kerninstallaties.

Indien in een vergunning, ontheffing of andere beschikking, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling is verleend op grond van de wet of een daarop gebaseerde algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling, wordt verwezen naar een bepaling of bijlage van het Besluit stralingsbescherming of van een op dat besluit gebaseerde ministeriële regeling, geldt die verwijzing met ingang van dat tijdstip als een verwijzing naar de volgens de concordantietabel, opgenomen in de nota van toelichting bij het besluit, overeenkomstige bepaling van het besluit of van de op die bepaling gebaseerde bepaling van een ministeriële regeling of verordening.

Indien een vergunning die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling is verleend krachtens het Besluit stralingsbescherming, krachtens artikel 12.5, derde of zesde lid, van het besluit wordt aangemerkt als een registratie, blijven de aan die vergunning verbonden voorschriften, voorwaarden en beperkingen met ingang van dat tijdstip van kracht, tenzij strijdig met de bij of krachtens het besluit voor de desbetreffende handeling of bron gestelde algemene regels.

Indien in een vergunning, ontheffing of andere beschikking, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling is verleend op grond van de wet of een daarop gebaseerde algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling, wordt verwezen naar een in de Uitvoeringsregeling stralingsbescherming opgenomen sommatiemethode, geldt die verwijzing met ingang van dat tijdstip als een verwijzing naar de overeenkomstige methode, bedoeld in artikel 3.4, vijfde lid, van het besluit, met inachtneming van artikel 3.17, tweede en derde lid, van het besluit.

In gevallen waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling op grond van het Besluit stralingsbescherming een verplichting tot financiële zekerheidstelling voor een hoogactieve bron gold, wordt binnen drie maanden na dat tijdstip aan artikel 4.3 voldaan.

Artikel 11.2, eerste lid, aanhef en onder a, van het besluit is van overeenkomstige toepassing op de voorbereiding van een beschikking op een aanvraag om vergunning voor handelingen met van nature voorkomende radionucliden, met dien verstande dat in deze gevallen voor ‘handelingen met open bronnen’ wordt gelezen ‘handelingen met van nature voorkomende radionucliden’ en dat bij de sommatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, van dat artikel, wordt getoetst aan de vrijstellingswaarden voor de totale activiteit, bedoeld in bijlage 3, onderdeel B, tabel B, kolom 3, van het besluit of bijlage 3.2, tabel B, kolom 3, van deze regeling.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.

Bijlage 2.1, behorend bij artikel 2.1 (aanwijzing van categorieën of soorten gerechtvaardigde of niet-gerechtvaardigde handelingen en maatregelen).

Bijlage 3.1, behorend bij artikel 3.1 (aanwijzing van handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal).

Bijlage 3.2, behorend bij de artikelen 3.4 en 3.5 (vrijstellings- en vrijgavewaarden).

Bijlage 4.1, behorend bij de artikelen 1.1 en 4.2 (begrippen en indeling van radioactieve stoffen in categorieën met het oog op het beveiligingsplan).

Bijlage 5.1, behorend bij afdeling 5.1, de paragrafen 5.1.1 en 5.1.2 (eisen deskundigheid en opleiding stralingsbeschermingsdeskundigen).

Bijlage 5.2, behorend bij afdeling 5.2 (eisen deskundigheid en opleiding toezichthoudend medewerker stralingsbescherming).

Bijlage 5.3, behorend bij afdeling 5.3 (eisen opleidingen medisch-radiologische handelingen).

Bijlage 6.1, behorend bij artikel 6.3, eerste lid (lijst van grondstoffen en bouwmaterialen die gezien de uitgezonden gammastraling in aanmerking moeten worden genomen, omdat ze kunnen leiden tot een overschrijding van het desbetreffende referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar en om die reden aandacht vragen vanuit het oogpunt van de stralingsbescherming).

Bijlage 2.1, onderdeel A. Categorieën of soorten gerechtvaardigde handelingen en maatregelen.

1 Voor alle toepassingen gelden in meer of mindere mate de argumenten ‘werkgelegenheid’, ‘de verhoging van gemak’ en ‘economische of sociale voordelen voor de maatschappij’.

2 Bepaalde aanwijsinstrumenten waaraan voor verlichtingsdoeleinden radionucliden zijn toegevoegd, zijn voor ‘civiel’ gebruik niet te rechtvaardigen en daarom ingevolge het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming verboden.

3 Voor zover het de blootstelling van het personeel of leden van de bevolking ten gevolge van onderzoek of therapie van anderen of dieren betreft en niet de blootstelling van personen of dieren die zelf een onderzoek of therapie ondergaan.

1 Er is slechts sprake van opslag in verband met vervoer, indien deze opslag in het kader van het vervoer noodzakelijk is en in beginsel niet langer duurt dan twee werkdagen. Indien een langere periode noodzakelijk is, dient dit te worden gemotiveerd.

Bijlage 2.1, onderdeel B. Categorieën of soorten niet-gerechtvaardigde handelingen en maatregelen.

Bijlage 3.1, onderdeel A, behorend bij artikel 3.1, eerste lid.

Lijst van handelingen waarbij van nature voorkomend radioactief materiaal is betrokken en werknemers of leden van de bevolking daardoor een blootstelling ondergaan of kunnen ondergaan die vanuit het oogpunt van stralingsbescherming niet kan worden verwaarloosd.

Bijlage 3.1, onderdeel B, behorend bij artikel 3.1, tweede lid.

Lijst van handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal, waarvoor vanuit het oogpunt van stralingsbescherming bezorgdheid bestaat dat een handeling kan leiden tot de aanwezigheid van in de natuur voorkomende radionucliden in het water, waardoor de kwaliteit van het drinkwater of andere blootstellingsroutes wordt of worden beïnvloed.

Bijlage 3.2, tabel A.

Waarden voor de activiteitsconcentratie voor de vrijstelling of vrijgave van materialen die standaard op elke hoeveelheid en op elk type vaste materialen kunnen worden toegepast.

Vrijstellings- en vrijgavewaarden voor radionucliden op basis van de activiteitsconcentratie voor onbeperkte hoeveelheden als bedoeld in artikel 3.17, vijfde lid, onderdeel a, van het besluit, respectievelijk artikel 3.20, vierde lid, van het besluit.

Deel 1: kunstmatige radionucliden;

Deel 2: van nature voorkomende radionucliden.

Tabel A, deel 1

1 Moeder-radionucliden en hun dochternucliden waarvan de dosisbijdragen in de dosisberekening worden opgenomen (zodat enkel het vrijstellingsniveau van de moeder-radionuclide moet worden beschouwd), worden in Aanhangsel A bij tabel A gegeven.

Aanhangsel A bij tabel A.

Tabel A, deel 2

Van nature voorkomende radionucliden.

Waarden voor de activiteitsconcentratie voor de vrijstelling of vrijgave van materialen die standaard op elke hoeveelheid en op elk type vaste materialen kunnen worden toegepast.

Bijlage 3.2, tabel b

Tabel B. Vrijstellingswaarden voor de totale activiteit (kolom 3) en vrijstellingswaarden voor de activiteitsconcentratie in matige hoeveelheden van elk type materiaal (kolom 2).

Vrijstellingswaarden voor radionucliden op basis van de totale activiteit als bedoeld in artikel 3.17, vijfde lid, onderdeel a, van het besluit, (kolom 3) en vrijstellingswaarden voor handelingen met matige hoeveelheden van elk type materiaal als bedoeld in artikel 3.17, vijfde lid, onderdeel b, van het besluit (kolom 2).

1 OBT = organisch gebonden tritium.

2 Moeder-radionucliden en hun dochternucliden waarvan de dosisbijdrage in de dosisberekening worden opgenomen (zodat enkel het vrijstellingsniveau van het moeder-nuclide moet worden beschouwd), worden hierna in Aanhangsel A bij tabel B vermeld: Moeder-radionuclide-sec: Moeder-radionucliden in evenwicht met hun dochternucliden waarvan de dosisbijdrage in de dosisberekening worden opgenomen (zodat enkel het vrijstellingsniveau van het moeder-nuclide moet worden beschouwd), worden hierna in Aanhangsel A bij tabel B vermeld.

3 Radionucliden, waarvoor dosisberekening de activiteit, respectievelijk activiteitsconcentratie van de kortlevende dochternucliden opgeteld moeten worden bij die van de moeder, worden hierna in Aanhangsel B bij tabel B vermeld.

Aanhangsel A bij tabel B.

Lijst van de in tabel B bedoelde radionucliden in seculair evenwicht met hun dochters

Aanhangsel B bij tabel B.

Radionucliden, waarvan voor dosisberekening de activiteit, resp. activiteitsconcentratie van de kortlevende dochternucliden opgeteld moeten worden bij die van de moeder.

De in Aanhangsel B bij tabel B genoemde radionucliden hebben dochters met halveringstijden van 10 dagen of minder, die voor 10% of meer bijdragen aan de dosis.

Deze dochters zijn ook niet meegenomen bij de evenwichten als opgenomen in aanhangsel A van tabel B. Zij dienen derhalve bij dosisberekeningen in de sommatie meegenomen te worden. Voorts is de ratio tussen de moeder en dochter bij evenwicht gegeven.

Bijlage 3.2, tabel C

Hoeveelheidsgrenzen als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, onderdeel c, laatste volzin, van het besluit.

(gereserveerd)

In deze bijlage wordt verstaan onder:

A: activiteit van een radionuclide als gedefinieerd in bijlage 2 van het besluit;

D: D-waarde van een radionuclide, bepaald overeenkomstig tabel 1 van het document ‘Dangerous Quantities of Radioactive Material (D-Values)’, EPR-D-Values 2006, van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA1), waarbij de laagste waarde wordt genomen.

Voor de toepassing van deze tabel wordt de indeling in een categorie bepaald op basis van de expliciete aanwijzing in de tabel of, indien deze er niet, is door de A/D waarde.

Indien verschillende radioactieve stoffen worden gebruikt of opgeslagen in één ruimte, maar er per stof afzonderlijk beveiligingsmaatregelen zijn getroffen, wordt de categorie indeling per stof bepaald als hierboven aangegeven. Indien geen afzonderlijke beveiligingsmaatregelen getroffen zijn, dan wordt de categorie-indeling bepaald door de categorie met de laagste cijferaanduiding, door voor de afzonderlijke stoffen te vergelijken:

De gesommeerde A/D-waarde wordt daarbij bepaald volgens de formule:

Waar

Ai,n = activiteit van iedere radioactieve stof i met radionuclide n,

Dn = D waarde voor radionucliden.

Bijlage 5.1, onderdeel A: Puntensysteem t.b.v. bij- en nascholing stralingsbeschermingsdeskundigen op het niveau van (algemeen) coördinerend deskundige

Bijlage 5.1, onderdeel B: Kerncompetenties stralingsbeschermings-deskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige.

Om te voldoen aan de kerncompetenties om te worden ingeschreven als stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige dient deze persoon aan te tonen over de volgende kerncompetenties te beschikken:

In deze context gaat het erom dat de stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige:

Daarvoor is het nodig dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau algemeen coördinerend deskundige):

In deze context gaat het erom dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau van algemeen coördinerend deskundige):

Daarvoor is het nodig dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau algemeen coördinerend deskundige):

In deze context gaat het erom dat de stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige:

Daarvoor is het nodig dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau algemeen coördinerend deskundige):

Bijlage 5.1, onderdeel C: Kerncompetenties stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige.

In deze context gaat het erom dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau van coördinerend deskundige):

Daarvoor is het nodig dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau coördinerend deskundige):

In deze context gaat het erom dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau coördinerend deskundige):

Daarvoor is het nodig dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau coördinerend deskundige):

In deze context gaat het erom dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau coördinerend deskundige):

Daarvoor is het nodig dat de stralingsbeschermingsdeskundige (niveau coördinerend deskundige):

Bijlage 5.2, onderdeel A: kerncompetenties toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor medische toepassingen.

De eindtermen voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen zijn primair bedoeld voor de medewerker die toezicht houdt op toepassingen met medisch-beeldvormende röntgenapparatuur ten einde werknemer en omgeving tegen de nadelige gevolgen van ioniserende straling bij radiologische toepassingen te beschermen en daarmee – indirect – ook de patiënt beschermt. De medisch professional is primair verantwoordelijk voor zijn/haar medisch handelen en is daarmee verantwoordelijk voor de bescherming van de patiënt met inachtneming van de bescherming van werknemer en omgeving.

Nadere typering van de context

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen heeft wettelijke taken met betrekking tot het verzorgen van opleiding en bij- en nascholing van werknemers en het voorlichten van werknemers over toepasselijk vastgestelde procedures en ter plekke geldende regelgeving.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen in staat is:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen:

Nadere typering van de context

De rol van de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen is altijd dezelfde: lokaal toezicht houden op de handelingen met straling teneinde de stralingsbescherming van werknemers en leden van de bevolking te waarborgen. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen werkt binnen de kaders en verantwoordelijkheid van de stralingsbeschermingsdeskundige.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen in staat is:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen:

Nadere typering van de context

Kennis, met betrekking tot regelgeving, werkmethoden en toepassingen, kan snel verouderen en moet daarom continu worden bijgehouden en uitgebreid. Dit geldt niet alleen voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen zelf, maar ook voor de werknemers, die binnen het betreffende toepassingsgebied, onder zijn toezicht staan.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen in staat is:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming medische toepassingen:

Bijlage 5.2, onderdeel B-1: kerncompetenties toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor tandheelkunde (basisniveau).

1 European Qualifications Framework for Lifelong Learning. Het betreft een voorstel tot harmonisatie van de verschillende opleidingsniveaus in de landen van de Europese Unie, waarbij niveau 1 het laagste niveau is en niveau 8 het hoogste.

Bijlage 5.2, onderdeel B-2: kerncompetenties toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor tandheelkunde (Conebeam CT)

Bijlage 5.2, onderdeel C: kerncompetenties toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur.

De eindtermen zijn verdeeld in drie categorieën met de aanduidingen K (kennis), V (vaardigheden) en C (competenties). Deze zijn in de genoemde volgorde hiërarchisch gerangschikt en een hogere categorie-aanduiding impliceert dat ook aan de voorgaande categorie of categorieën moet zijn voldaan (K < V < C).

Nadere typering van de context

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur zal toezien op een verantwoord gebruik van röntgenstraling en wanneer mogelijk gebruik maken van alternatieven. Hij dient een actieve rol te vervullen in de toepassing van het ALARA-principe als het gaat om afstand nemen en afscherming. Ook de opnametechniek is van belang: wanneer röntgenopnamen gemaakt worden met een goede opnametechniek en een correcte diagnostische beeldkwaliteit, kan voorkomen worden dat er opnamen moeten worden overgemaakt. Dit is een belangrijke vorm van stralenreductie. Het is dan ook essentieel voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur om praktische vaardigheden op te doen tijdens de opleiding.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur kennis heeft over:

Nadere typering van de context

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur is ervoor verantwoordelijk dat met een röntgenapparaat gewerkt wordt binnen een veilige werkomgeving (inclusief beschermingsmiddelen) volgens de huidige wet- en regelgeving en dient te zorgen voor schriftelijke en mondelinge instructies voor medewerkers. Hij ziet erop toe dat een correcte administratie wordt gevoerd en weet wanneer hij experts moet raadplegen, bijvoorbeeld voor het opstellen of laten goedkeuren van de risicoanalyse. Bij de controle van de administratie wordt ook de blootstelling van de medewerkers en derden (inclusief dosislimieten) in ogenschouw genomen.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur kennis heeft over:

Nadere typering van de context

Omdat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur verantwoordelijk is voor het gebruik van röntgenstraling bij een dier, moet hij de risico’s hiervan kennen en kunnen uitleggen. Om de risico’s goed te begrijpen is kennis over algemene fysische onderwerpen, dosimetrie en de biologische effecten van straling essentieel. Om de risico’s op een proactieve en heldere manier te kunnen overdragen, dient de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming over een professionele houding en communicatieve vaardigheden te beschikken. Naast de communicatie met medewerkers en eigenaren van dieren betreft dit ook de communicatie met deskundigen en de inspectiedienst.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de veterinaire toepassing van röntgenapparatuur kennis heeft over:

Bijlage 5.2, onderdeel D: kerncompetenties toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de splijtstofcyclus.

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de splijtstofcyclus kent twee niveaus:

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de splijtstofcyclus niveau B is in de nabijheid van een handeling of is oproepbaar. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de splijtstofcyclus niveau C zal lokaal aanwezig zijn of in de nabijheid zijn van een handeling en zal altijd onder een geconsigneerd toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de splijtstofcyclus niveau B werkzaam zijn.

De kerncompetenties voor deze twee niveaus worden in bijlage 5.2 onderdelen D-1 en D-2 verder uitgewerkt.

Bijlage 5.2 onderdeel D-1. Kerncompetenties toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de splijtstofcyclus (niveau C)

Nadere typering van de context

Deze werkzaamheden worden voor een groot deel ter plaatse of in de nabijheid van de handeling uitgevoerd. Daarnaast omvatten de werkzaamheden administratieve taken en het deelnemen aan regulier overleg. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-C schakelt de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-B in voor de aan toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-B voorbehouden taken en handelt verder binnen de door de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-B aangegeven kaders. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-C stemt waar nodig met de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-B op professionele wijze af ter waarborging van de kwaliteit van de stralingsbescherming bij de toepassing waarvoor hij verantwoordelijk is.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de nucleaire industrie:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend toezichthoudend medewerker stralingsbescherming:

Nadere typering van de context

Adequate preventie en voorzorgsmaatregelen sluiten niet uit dat op zeker moment een incident, waarbij stralingsrisico’s een rol spelen, dreigt of zich daadwerkelijk voordoet. In een dergelijke situatie wordt van de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-C verwacht dat deze eerstelijnsacties onderneemt, de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-B of stralingsbeschermingsdeskundige (waarschuwt en zich vervolgens aan diens aanwijzingen houdt.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming:

Nadere typering van de context

Met de juiste houding, overtuiging en communicatieve vaardigheden zal de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-C effectief zijn werk kunnen uitvoeren. Daarnaast is het van belang dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-C op de hoogte is van de meest recente ontwikkelingen. Kennis, zoals met betrekking tot regelgeving en werkmethoden/toepassingen, veroudert soms snel en moet daarom continu worden bijgehouden en uitgebreid. Dit geldt niet alleen voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming zelf, maar ook voor de werkers die in de organisatie onder zijn toezicht staan. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-C heeft taken met betrekking tot de voorlichting aan en instructie van (blootgestelde) werkers (al dan niet zwanger). Verder zal de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-C betrokken zijn bij calamiteitenoefeningen.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming:

Bijlage 5.2 onderdeel D-2. Kerncompetenties toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de splijtstofcyclus (niveau B)

De eindtermen voor de opleiding tot toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus op B-niveau bestaan uit twee modules. De eerste module is gelijk aan de opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige. De tweede module, de module splijtstofcyclus, bestaat uit twee delen:

Deel twee van de module splijtstofcyclus kan ook gebruikt worden voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus op C-niveau in navolging op een opleiding verspreidbare stoffen op C-niveau.

Deel een: Toezichthoudende taken

Nadere typering van de context

Deze werkzaamheden worden voor een groot deel ter plaatse of in de nabijheid van de handeling uitgevoerd. Daarnaast omvatten de werkzaamheden administratieve taken en het deelnemen aan regulier overleg. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-B schakelt de stralingsbeschermingsdeskundige in voor de aan stralingsbeschermings-deskundige voorbehouden taken en handelt verder binnen de door de stralingsbeschermingsdeskundige aangegeven kaders. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-B stemt waar nodig met de stralingsbeschermingsdeskundige op professionele wijze af ter waarborging van de kwaliteit van de stralingsbescherming bij de toepassing waarvoor hij verantwoordelijk is.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de nucleaire industrie:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming:

Alle overige kennis en vaardigheden om deze competentie uit te voeren zijn aan bod gekomen in de opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige (niveau coördinerend deskundige).

Nadere typering van de context

Adequate preventie en voorzorgsmaatregelen sluiten niet uit dat op zeker moment een incident, waarbij stralingsrisico’s of kriticiteitsrisico’s een rol spelen, dreigt of zich daadwerkelijk voordoet. In een dergelijke situatie wordt van de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus-B verwacht dat deze eerstelijnsacties onderneemt en de stralingsbeschermingsdeskundige waarschuwt.

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming:

Alle overige kennis en vaardigheden om deze competentie uit te voeren zijn aan bod gekomen in de opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige (niveau coördinerend deskundige).

Nadere typering van de context

Met de juiste houding, overtuiging en communicatieve vaardigheden zal de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming-splijtstofcyclus effectief zijn werk kunnen uitvoeren. Daarnaast is het van belang dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming-splijtstofcyclus op de hoogte is van de meest recente ontwikkelingen. Kennis, zoals met betrekking tot regelgeving en werkmethoden/toepassingen, veroudert soms snel en moet daarom continu worden bijgehouden en uitgebreid. Dit geldt niet alleen voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming zelf, maar ook voor de werkers die in de organisatie onder zijn toezicht staan. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming-splijtstofcyclus heeft taken met betrekking tot de voorlichting aan en instructie van (blootgestelde) werkers (al dan niet zwanger). Verder zal de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming-splijtstofcyclus betrokken zijn bij calamiteitenoefeningen.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus op niveau B naast de opgedane vaardigheden in de stralingsbeschermingsdeskundige opleiding (niveau coördinerend deskundige) ook:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming:

Overige kennis en vaardigheden nodig om kerncompetentie 3 uit te voeren

zijn aan bod gekomen in de opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige (niveau coördinerend deskundige).

Deel 2 specifieke nucleaire kennis

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming splijtstofcyclus:

Bijlage 5.2, onderdeel E: kerncompetenties toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen.

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen kent drie niveaus, waarbij om pragmatische redenen is aangesloten bij de grenzen van de Richtlijn Radionuclidenlaboratoria2, die in elk geval voor reguliere handelingen aansluiten bij de graduele aanpak:

De kerncompetenties voor deze drie niveaus worden in bijlage 5.2, onderdelen E-1, E-2 en E-3 nader uitgewerkt.

Bijlage 5.2, onderdeel E-1. Kerncompetenties toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau B).

Voor een toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau B) zijn geen aparte eindtermen geformuleerd – deze persoon dient de opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van een (algemeen) coördinerend deskundige succesvol te hebben afgerond.

Bijlage 5.2, onderdeel E-2. Kerncompetenties toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C).

Nadere typering van de context

Deze werkzaamheden worden voor een groot deel op of in de nabijheid van het laboratorium uitgevoerd. Daarnaast omvatten de werkzaamheden administratieve taken en het deelnemen aan regulier overleg. Voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C) is dit doorgaans een belangrijk nevenbestanddeel van zijn overige werkzaamheden. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C) schakelt de stralingsbeschermings-deskundige in voor de aan de stralingsbeschermingsdeskundige voorbehouden taken en handelt verder binnen de door de stralingsbeschermingsdeskundige aangegeven kaders. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C) stemt waar nodig met hem op professionele wijze af ter waarborging van de kwaliteit van de stralingsbescherming bij de toepassing waarvoor hij verantwoordelijk is.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C):

Nadere typering van de context

Adequate preventie en voorzorgsmaatregelen sluiten niet uit dat op zeker moment een incident, waarbij stralingsrisico’s een rol spelen, dreigt of zich daadwerkelijk voordoet. In een dergelijke situatie wordt van de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C) verwacht dat deze eerstelijnsacties onderneemt, de stralingsbeschermingsdeskundige waarschuwt en zich vervolgens aan diens aanwijzingen houdt.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C):

Nadere typering van de context

Kennis veroudert soms snel, zoals met betrekking tot regelgeving en werkmethoden/toepassingen en moet daarom continu worden bijgehouden en uitgebreid. Dit geldt niet alleen voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming zelf, maar ook voor de werknemers die in de organisatie onder zijn toezicht staan. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C) heeft wettelijke taken met betrekking tot het verzorgen van opleiding en bij- en nascholing van werknemers en het voorlichten van werknemers over toepasselijk vastgestelde procedures en ter plekke geldende regelgeving, zoals beschreven in artikel 7.2 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming. Verder zal de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C) betrokken zijn bij calamiteitenoefeningen en op aanwijzing van de stralingsbeschermingsdeskundige bijdragen aan de voorbereiding en begeleiding van overheidsinspecties.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C):

Nadere typering van de context

In de kerncompetenties 1 tot en met 3 zijn in generieke zin de basiscompetenties weergegeven waarover een toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C) dient te beschikken. De uitwerking van deze competenties is in de meeste – maar niet alle – gevallen nog algemeen van aard. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C) dient met betrekking tot het verspreidbare karakter van radioactieve stoffen specifieke kennis te hebben.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C):

Bijlage 5.2, onderdeel E-3: kerncompetenties toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D).

Nadere typering van de context

Dit preventieve werk wordt voor een groot deel op of in de nabijheid van het laboratorium uitgevoerd. Daarnaast omvatten de werkzaamheden administratieve taken en het deelnemen aan regulier overleg. Voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D) is dit doorgaans een belangrijk nevenbestanddeel van zijn overige werkzaamheden. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D) schakelt de stralingsbeschermingsdeskundige in voor de aan stralingsbeschermings-deskundige voorbehouden taken en handelt verder binnen de door de stralingsbeschermingsdeskundige aangegeven kaders. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D) stemt waar nodig met hem op professionele wijze af ter waarborging van de kwaliteit van de stralingsbescherming bij de toepassing waarvoor hij verantwoordelijk is.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D):

Nadere typering van de context

Adequate preventie en voorzorgsmaatregelen sluiten niet uit dat op zeker moment een incident, waarbij stralingsrisico’s een rol spelen, dreigt of zich daadwerkelijk voltrekt. In een dergelijke situatie wordt van de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D) verwacht dat deze eerstelijnsactie onderneemt, de stralingsbeschermings-deskundige waarschuwt en zich vervolgens aan diens aanwijzingen houdt.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D):

Nadere typering van de context

Kennis veroudert soms snel, zoals met betrekking tot regelgeving en werkmethoden/toepassingen en moet daarom continu worden bijgehouden en uitgebreid. Dit geldt niet alleen voor toezichthoudend medewerker stralingsbescherming zelf, maar ook voor de werknemers die in de organisatie onder zijn toezicht staan. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D) heeft wettelijke taken met betrekking tot het verzorgen van opleiding en bij- en nascholing van werknemers en het voorlichten van werknemers over toepasselijk vastgestelde procedures en ter plekke geldende regelgeving, zoals beschreven in artikel 7.2 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming. Verder zal de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D) betrokken zijn bij calamiteitenoefeningen en op aanwijzing van de stralingsbeschermingsdeskundige bijdragen aan de voorbereiding en begeleiding van overheidsinspecties.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D):

Nadere typering van de context

In de kerncompetenties 1 tot en met 3 zijn in generieke zin de basiscompetenties weergegeven waarover een toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D) dient te beschikken. De uitwerking van deze competenties is in de meeste – maar niet alle – gevallen nog algemeen van aard. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D) dient met betrekking tot het verspreidbare karakter van radioactieve stoffen specifieke kennis te hebben.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau D):

Bijlage 5.2, onderdeel F: kerncompetenties toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal.

Nadere typering van de context

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal houdt toezicht op handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal waarbij normaal gesproken de blootstelling kleiner is dan 1 mSv/jaar. Deze handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal worden veelal uitgevoerd in een omgeving met andere (overheersende) veiligheid- en gezondheidsrisico’s. Om tot een juiste risico inschatting te komen en de juiste afwegingen te kunnen maken met betrekking tot de voor te schrijven beschermingsmaatregelen, is het van belang dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voldoende bekend is met de industrie waarin de handelingen uitgevoerd worden, en dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming zich voldoende op de hoogte stelt van de in deze industrie, en tijdens de specifieke handelingen aanwezige veiligheids-, gezondheids- en milieurisico’s. De toezichthoudende taken van de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming worden uitgevoerd binnen de taken en verantwoordelijkheden zoals deze zijn vastgelegd in de voorschriften en procedures van de organisatie waarbinnen de handelingen worden uitgevoerd. In deze organisatie werkt de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming onder verantwoording van de stralingsbeschermingsdeskundige en legt aan hem zo nodig verantwoording af.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal:

Nadere typering van de context

Handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal kunnen in een omgeving met een complexe verantwoordelijkheidsstructuur worden uitgevoerd. Daarnaast kunnen andere werkzaamheden van invloed zijn op handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal en zijn vaak meerdere werknemers direct bij de handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal betrokken. Het is daarom van belang dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming zich hiervan bewust is en met alle relevante betrokkenen effectief communiceert.

In deze context gaat het er om dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor handelingen met natuurlijke bronnen:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal:

Bijlage 5.2, onderdeel G: kerncompetenties toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor versnellers.

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor versnellers kent drie niveaus, welke aansluiten bij de drie niveaus voor de toezichthoudend medewerker voor verspreidbare radioactieve stoffen (zie bijlage 5.2, onderdeel E):

De kerncompetenties voor de drie niveaus toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor versnellers zijn in onderstaande tabel samengevat.

Specifieke kerncompetentie voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor versnellers:

Nadere typering van de context:

Kerncompetentie 5 is een doornummering van de kerncompetenties 1 t/m 4 genoemd in de leerdoelen van de opleiding voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen, zoals beschreven in de bijlage 5.2, onderdeel E-2 (voor niveau C) en onderdeel E-3 (voor niveau D). Hierin geven kerncompetenties 1 tot en met 3 in generieke zin de basiscompetenties weer waarover een toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen dient te beschikken. De uitwerking van deze competenties is in de meeste – maar niet alle – gevallen nog algemeen van aard. Kerncompetentie 4 van bijlage 5.2, onderdelen E-2 en E-3, beschrijft de specifieke leerdoelen voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C en D) met betrekking tot het verspreidbare karakter van radioactieve stoffen.

In kerncompetentie 5 komen de specifieke leerdoelen aan de orde die de toezichthoudend medewerker versnellers niveau C of toezichthoudend medewerker versnellers niveau D moet beheersen met betrekking tot het veilig kunnen werken met en rondom een versneller.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor versnellers:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor versnellers:

Bijlage 5.2, onderdeel H: kerncompetenties toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie.

In de beschrijvingen van de kerncompetenties wordt specifiek onderscheid gemaakt tussen kennis (K), vaardigheden (V) en competenties (C).

Nadere typering van de context

De handelingen worden binnen de terreingrenzen van het eigen bedrijf of op wisselende plaatsen in geheel Nederland uitgevoerd. De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie zal ter plaatse zelfstandig of met collega(’s) moeten handelen. Er wordt gewerkt met zeer sterke bronnen van ioniserende straling. Door de relatief hoge risico’s zijn verantwoordelijkheidsgevoel en veiligheidsgevoel van groot belang.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie:

Nadere typering van de context

De administratieve taken zijn een klein maar belangrijk deel van de werkzaamheden. Het gaat hier vooral om het voorkómen van het verlies van radioactieve bronnen.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie:

Nadere typering van de context

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie zal voldoende communicatieve vaardigheden moeten bezitten om de werksituatie te beschrijven. Ook moet hij voldoende vaardig zijn om omstanders op veilige afstand te houden en hen een gerust gevoel te geven. Tot slot moet hij zijn ervaring kunnen delen met zijn collega.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie:

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie:

Leerdoelen stralingspracticum voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie:

Vanwege het belang dat aan het practicum in de opleiding wordt gehecht, worden op basis van de genoemde eindtermen de specifieke en minimale practicumleerdoelen hieronder samengevat. De intentie van het practicum is vaardigheden te verwerven die relevant zijn voor de werkomgeving.

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming binnen de industriële radiografie:

Bijlage 5.2, onderdeel I: kerncompetenties toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen.

Bijlage 5.2, onderdeel I-1: kerncompetenties toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (toestellen en versnellers).

De eindtermen voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (toestellen en versnellers) zijn primair bedoeld voor de medewerker die toezicht houdt op toestellen en versnellers, voor zover hiermee handelingen met een gering stralingsrisico worden uitgevoerd. Voor versnellers wordt daarbij de grens gehanteerd van een versnelspanning kleiner dan 20 mega-elektronvolt, voor zover deze normaal gebruikt worden, dus exclusief het toezicht op onderdelen van de versneller die geactiveerd kunnen zijn.

Kerncompetentie 1

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (toestellen en versnellers) verricht handelingen of houdt toezicht op de uitvoering van handelingen, zodanig dat de werkzaamheden verantwoord en veilig uitgevoerd worden om onnodige blootstelling van zichzelf en anderen te voorkomen. Hierbij worden de gestelde voorschriften en richtlijnen, rechtvaardiging, optimalisatie (ALARA-principe) en de dosislimieten in acht genomen.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (toestellen en versnellers):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (toestellen en versnellers):

Kerncompetentie 2

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (toestellen en versnellers) zorgt ervoor dat de administratie voor het beheer en gebruik van de toepassing volgens de geldende wetgeving op orde is. Hij weet wanneer het nodig is experts te consulteren en volgt na- en bijscholing om de kennis op peil te houden.

Nadere typering van de context:

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (toestellen en versnellers) is er verantwoordelijk voor dat er veilig wordt gewerkt volgens de wet- en regelgeving. Hij dient te zorgen voor schriftelijke en mondelinge instructies voor medewerkers. Hij draagt zorg voor het gebruik van de juiste meetapparatuur en beschermingsmiddelen. Hij ziet erop toe dat een correcte administratie wordt gevoerd en weet wanneer hij de stralingsbeschermingsdeskundige moet raadplegen, bijvoorbeeld voor het opstellen of laten goedkeuren van de risico-inventarisatie en -evaluatie (hierna: de risicoanalyse). Hij zorgt voor een gedegen administratie zoals bijv. ten aanzien van de blootstelling van medewerkers en derden. Hij is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het beheerssysteem op het gebied van stralingsbescherming.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (toestellen en versnellers):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (toestellen en versnellers):

Kerncompetentie 3

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (toestellen en versnellers) beschikt over communicatieve vaardigheden om zowel gevraagd en ongevraagd, op overtuigende wijze inhoudelijk adequate adviezen en aanwijzingen te geven over het veilig werken met ioniserende straling, als om advies of hulp te vragen in voorkomende situaties.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (toestellen en versnellers):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (toestellen en versnellers):

Bijlage 5.2, onderdeel I-2: kerncompetenties toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (ingekapselde radioactieve bronnen)

De eindtermen voor de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (ingekapselde radioactieve bronnen) zijn primair bedoeld voor de medewerker die toezicht houdt op ingekapselde radioactieve bronnen die een gering stralingsrisico met zich brengen. Het toezicht op handelingen met vergunningplichtige ingekapselde radioactieve bronnen is beperkt tot bronnen in vaste meetopstellingen waarbij de blootstelling voor de werknemer onder reguliere omstandigheden kleiner is dan 1 mSv/jaar.

Kerncompetentie 1

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (ingekapselde radioactieve bronnen) verricht handelingen of houdt toezicht op de uitvoering van handelingen, zodanig dat de werkzaamheden verantwoord en veilig uitgevoerd worden om onnodige blootstelling van zichzelf en anderen te voorkomen. Hierbij worden de gestelde voorschriften en richtlijnen, rechtvaardiging, optimalisatie (ALARA-principe) en de dosislimieten in acht genomen.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (ingekapselde radioactieve bronnen):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (ingekapselde radioactieve bronnen):

Kerncompetentie 2

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (ingekapselde radioactieve bronnen) zorgt ervoor dat de administratie voor het beheer en gebruik van de toepassing volgens de geldende wetgeving op orde is. Hij weet wanneer nodig experts te consulteren en volgt na- en bijscholing om de kennis op peil te houden.

Nadere typering van de context:

De toezichthouder stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (ingekapselde radioactieve bronnen) is er verantwoordelijk voor dat er veilig wordt gewerkt volgens de wet- en regelgeving. Hij dient te zorgen voor schriftelijke en mondelinge instructies voor medewerkers. Hij draagt zorg voor het gebruik van de juiste meetapparatuur en beschermingsmiddelen. Hij ziet erop toe dat een correcte administratie wordt gevoerd en weet wanneer hij de stralingsbeschermingsdeskundige moet raadplegen, bijvoorbeeld voor het opstellen of laten goedkeuren van de risico-inventarisatie en – evaluatie (hierna: risicoanalyse). Hij zorgt voor een gedegen administratie zoals bijv. ten aanzien van de blootstelling van medewerkers en derden. Hij is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het beheerssysteem op gebied van stralingsbescherming.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (ingekapselde radioactieve bronnen):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (ingekapselde radioactieve bronnen):

Kerncompetentie 3

De toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (ingekapselde radioactieve bronnen) beschikt over communicatieve vaardigheden om zowel gevraagd en ongevraagd, op overtuigende wijze inhoudelijk adequate adviezen en aanwijzingen te geven over het veilig werken met ioniserende straling, als om advies of hulp te vragen in voorkomende situaties.

In deze context gaat het erom dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (ingekapselde radioactieve bronnen):

Daarvoor is het nodig dat de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor meet- en regeltoepassingen (ingekapselde radioactieve bronnen):

Bijlage 5.3, onderdeel A: Opleiding Stralingshygiëne voor Medisch Specialisten die gebruik maken van röntgenapparatuur

De eindtermen zijn voorzien van de aanduidingen K = kennis (knowledge); V = vaardigheden (skills) en C = competenties (competences). Deze drie categorieën zijn in de genoemde volgorde hiërarchisch ondergeschikt: een hogere categorie-aanduiding impliceert dat ook aan de voorgaande moet zijn voldaan (K < V < C).

Nadere typering van de context

De procedures onder doorlichting zullen doorgaans worden uitgevoerd in daartoe geschikte ruimtes (bewaakte of gecontroleerde zones), zoals operatiekamers, katheterisatiekamers of angioruimtes. Vaak – maar niet altijd en overal, afhankelijk van de lokale afspraken – wordt de doorlichting uitgevoerd of ondersteund door een MBB’er, een verpleegkundige of een OK-assistent. Gedurende de procedure is de aanwezige medisch specialist (de opdrachtgever conform de Wet BIG) verantwoordelijk voor (optimalisatie van) zowel de dosis die de patiënt ontvangt als die van de in de onderzoeks- of behandelruimte aanwezige medewerkers.

In deze context gaat het erom dat de medisch specialist:

Daarvoor is het nodig dat de medisch specialist8:

Nadere typering van de context

In het algemeen zal het werken volgens gebruikelijke protocollen (Good Medical Practice) leiden tot geoptimaliseerde patiëntendoses en relatief lage doses voor de medewerkers, met andere woorden: dosisreductie voor de patiënt is meestal congruent met een lagere dosis voor de arts en de omloopmedewerker. Desondanks moet er – zeker bij een hoog werkaanbod en bij bepaalde procedures – extra aandacht worden gegeven aan beschermende maatregelen voor de medewerkers. De dosislimieten voor de medisch specialist en de medewerkers mogen niet worden overschreden.

In deze context gaat het erom dat de medisch specialist:

Daarvoor is het nodig dat de medisch specialist:

Nadere typering van de context

Aangezien de medisch specialist verantwoordelijk is voor de toegediende stralingsdosis aan de patiënt, moet hij de risico’s hiervan kennen en kunnen uitleggen. Omdat een deel van de kennis een beperkte houdbaarheid heeft, is het van belang dat de medisch specialist de funderende principes uit de stralings-hygiëne en aanverwante vakgebieden begrijpt, zodat hij in staat is zijn kennis bij te houden.

In deze context gaat het erom dat de medisch specialist:

Daarvoor is het nodig dat de medisch specialist:

Bijlage 5.3, onderdeel B: opleiding stralingshygiëne voor radiotherapeuten-oncoloog

Onderstaande eindtermen hebben als algemeen leerdoel kennis en inzicht te verwerven aangaande de basisprincipes van stralingsfysica, radiotherapeutisch toegepaste fysica, radiobiologie en stralingshygiëne. De eindtermen zijn voorzien van de aanduidingen K = kennis (knowledge): feiten, principes, theorieën, praktijken; V = vaardigheden (skills): cognitief en praktisch en C = competenties (competences): verantwoordelijkheid en autonomie. Deze drie categorieën zijn in de genoemde volgorde hiërarchisch ondergeschikt: een hogere categorie-aanduiding impliceert dat ook aan de voorgaande moet zijn voldaan (K < V < C). Dus een competentie vereist beheersing van de daaronder behorende vaardigheden en kennis.

B. Eindtermen stralingshygiëne voor radiotherapeuten-oncoloog.

B.1. Radiobiologie

Kennis

Vaardigheden

Competenties

geen

B.2. Basis van stralingsfysica

Kennis

Vaardigheden

Competenties

geen

B.3. Toegepaste stralingsfysica voor radiotherapie

Kennis

Vaardigheden

Competenties

B.4. Concepten en uitgangspunten van stralingsbescherming

Kennis

Vaardigheden

Competenties

Bijlage 5.3, onderdeel C: opleiding stralingshygiëne voor radiologen

De opbouw van de hierna volgende eindtermen is een directe vertaling van de tabellen van het Europese MEDRAPET-rapport waarbij de originele nummering en systematiek zijn gehandhaafd met betrekking tot de onderdelen radiologie, nucleaire geneeskunde voor radiologen, nucleair geneeskundigen en interventieradiologie. Hierin zijn de leerdoelen op het gebied van de stralingshygiëne gedefinieerd waarbij de termen kennis (K), vaardigheden (V) en competenties (C) worden gehanteerd in oplopende hiërarchische volgorde. Ten behoeve van de herkenbaarheid in dit document zijn de eindtermen voor de verschillende doelgroepen aangegeven met de toevoeging ‘r’ voor alle radiologen, ‘i’ voor interventieradiologen en ‘n’ voor nucleair radiologen (bijv. Kr.1 of Cn.7). Als voorwoord voor ieder deel is een corresponderend stuk uit het MEDRAPET-rapport vrij vertaald en op de Nederlandse situatie geijkt en verwoord.

Aangezien alle volgens de nieuwe opleiding opgeleide radiologen in Nederland enkele van oudsher nucleair-geneeskundige verrichtingen gaan uitvoeren zijn enkele eindtermen voor nucleair radiologen overgeheveld naar de eindtermen voor alle radiologen, conform de suggestie in het MEDRAPET-rapport. Sommige hiervan zijn aangepast met betrekking tot het vereiste kennisniveau en hebben een achtervoegsel ‘a’ gekregen (bijv. Kn.2a). Om zo veel mogelijk het Europese brondocument te volgen zijn deze leerdoelen in originele vorm blijven staan bij de aanvullende leerdoelen voor nucleair radiologen. Enkele specifieke toevoegingen zijn aangeduid met nl.

C.1. Eindtermen stralingshygiëne voor radiologen

C.1.1 Stralingsfysica

Kennis

Vaardigheden

C.1.2 Apparatuur

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.1.3 Radiobiologie

Kennis

Vaardigheden

C.1.4 Stralingshygiëne algemeen

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.1.5 Stralingshygiëne in de radiologie (röntgenstraling)

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.1.6 Kwaliteit

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.1.7 Wet- en regelgeving

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.1.8 Aanvullende leerdoelen voor aios radiologie in het begin van de opleiding

Deze leerdoelen zijn een naar voren gehaalde selectie uit die voor Nucleair Radiologen ten behoeve van het onderwijs in het begin van de opleiding vanwege het (beperkte) gebruik door alle radiologen van open en ingekapselde bronnen voor diagnostische doeleinden (zie verderop in dit document; de oorspronkelijke nummering is aangehouden). Deze naar voren gehaalde leerdoelen zijn uitsluitend van toepassing op de door de radioloog protocollair uitgevoerde nucleair geneeskundige verrichtingen. Sommige leerdoelen (aangevuld met ‘a’) zijn aangepast voor de doelgroep, waarbij het uitgangspunt is dat een nucleair radioloog/nucleair geneeskundige op de afdeling primair verantwoordelijk is voor het geheel van de stralingshygiënische aspecten. De radioloog voert bepaalde verrichtingen protocollair uit.

C.1.9 Stralingshygiëne patiënt in de nucleaire geneeskunde

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.1.10 Stralingsbescherming voor medewerkers en omgeving in de nucleaire geneeskunde

C.2. Aanvullende eindtermen stralingshygiëne voor interventieradiologen

C.2.1 Stralingsfysica

Kennis

Vaardigheden

C.2.2 Apparatuur

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.2.3 Radiobiologie

Kennis

C.2.4 Stralingshygiëne in de interventieradiologie (röntgenstraling)

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.2.5 Kwaliteit

Kennis

Vaardigheden

C.2.6 Wet- en regelgeving

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.3 Aanvullende eindtermen stralingshygiëne voor nucleair radiologen

C.3.1 Stralingshygiëne patiënt in de nucleaire geneeskunde

Kennis

Vaardigheden

Competenties

C.3.2 Stralingsbescherming voor medewerkers en omgeving in de nucleaire geneeskunde

Kennis

Vaardigheden

Competenties

Lijst van grondstoffen en bouwmaterialen die gezien de uitgezonden gammastraling in aanmerking moeten worden genomen, omdat ze kunnen leiden tot een overschrijding van het betreffende referentieniveau van 1 millisievert in een kalenderjaar en om die reden aandacht vragen vanuit het oogpunt van de stralingsbescherming.