U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 06-04-2018.

Ministeriële regeling · BWBR0040584

Besluit mijnbouwschade Groningen

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, in overeenstemming met de Minister voor Rechtsbescherming van 31 januari 2018, nr. WJZ / 18018309, tot vaststelling van het Protocol mijnbouwschade Groningen en tot instelling van de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen en van de Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen (Besluit mijnbouwschade Groningen)Besluit mijnbouwschade GroningenDe Minister van Economische Zaken en Klimaat, in overeenstemming met de Minister voor Rechtsbescherming;

Gelet op artikel 4:81 en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

’s-Gravenhage31 januari 2018De Minister van Economische Zaken en Klimaat,E.D.Wiebes

In dit besluit en de hierbij behorende bijlagen wordt verstaan onder:

Er is een Protocol mijnbouwschade Groningen voor de afwikkeling van aanvragen tot vergoeding van schade. Dit protocol is opgenomen in bijlage 1.

Geschillen die voor 19 maart 2018 door de Raad van Arbiters Bodembeweging in behandeling zijn genomen en op 19 maart 2018 nog in behandeling zijn, worden door de Raad van Arbiters Bodembeweging afgehandeld, tenzij de geschilbeslechtingsprocedure door de eigenaar wordt beëindigd volgens de procedure van artikel 16 van het Reglement arbiter bodembeweging. In dat geval kan voor hetzelfde geschil een aanvraag worden ingediend bij de Commissie. De Commissie behandelt deze aanvraag met inachtneming van de reeds in de geschilbeslechtingsprocedure gewisselde stukken.

Geschillen over schademeldingen die voor 31 maart 2017, 12:00 uur zijn voorgelegd aan het Centrum Veilig Wonen en op 19 maart 2018 bij het Centrum in behandeling zijn kunnen aan de Raad van Arbiters Bodembeweging worden voorgelegd.

De Commissie kan, vooruitlopend op een volledige werkwijze als bedoeld in artikel 6, een werkwijze vaststellen om aanvragen te behandelen waarvan eenvoudig is vast te stellen dat de schade is veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 19 maart 2018 en werkt terug tot en met 9 maart 2018, met uitzondering van artikelen 3, tweede en derde lid, 9, eerste lid en bijlage 1, behorende bij artikel 2 van het Besluit mijnbouwschade Groningen, die in werking treden met ingang van 19 maart 2018.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mijnbouwschade Groningen.

Protocol houdende regels over de afhandeling van schade als gevolg van bodembeweging door gaswinning uit het Groningerveld (Protocol mijnbouwschade Groningen)

In dit protocol wordt verstaan onder:

Als sprake zou kunnen zijn van een acuut onveilige situatie, laat de Commissie onmiddellijk maar in elk geval binnen 48 uur na indiening van de aanvraag, de situatie inspecteren en treft de Commissie in overleg met de aanvrager de benodigde maatregelen en informeert de Commissie de betreffende burgemeester.

Bij het besluit, bedoeld in artikel 7, biedt de Commissie de aanvrager de mogelijkheid een bouwkundige opname te laten verrichten, tenzij er voor hetzelfde gebouw of werk al eerder een bouwkundige opname is gedaan.

Voor de volgende posten geldt als uitgangspunt een vaste vergoeding, tenzij de kosten aantoonbaar hoger zijn of anderszins worden vergoed:

Voor de volgende schade geldt een vergoeding die afhankelijk is van de werkelijke kosten zoals door de schademelder zijn gemaakt: inboedel- en tuinschade, zorgkosten, inkomstenderving, redelijke juridische of andere begeleidingskosten.

De overlastvergoeding is € 250 tot maximaal € 1.000,–. De omvang van de overlastvergoeding wordt door de Commissie vastgesteld en is afhankelijk van de omvang van de schade en de overlast in de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager.