U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 30-07-2022.

Ministeriële regeling · BWBR0040605

Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 1 februari 2018, nr. WJZ/17203973, houdende regels voor het verstrekken van subsidies door de Ministeries van Economische Zaken en Klimaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de instituten voor toegepast onderzoek (Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek)Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoekDe Minister van Economische Zaken en Klimaat;

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies en artikel 3, derde lid, van de Wet van 31 mei 1937, houdende de omzetting van de Rijksstudiedienst voor de luchtvaart in een stichting (Stb. 1937, 523);

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage1 februari 2018De Minister van Economische Zaken en Klimaat,E.D.Wiebes

In deze regeling wordt verstaan onder:

In aanvulling op artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht bevat het activiteitenplan:

Indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor subsidiabele kosten die gefinancierd kunnen worden uit een instituutssubsidie, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat:

het totale bedrag aan subsidies

De minister verstrekt, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, op aanvraag programmasubsidie aan een instituut voor de uitvoering van

De activiteiten die vanuit een programmasubsidie gesubsidieerd worden, binnen de reikwijdte van de definitie van programmasubsidie in artikel 1, onderdeel a, bestaan uit fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een combinatie daarvan.

Indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten van een activiteit in een programma, waarvoor programmasubsidie wordt aangewend, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies:

De minister wijst een aanvraag om subsidie af indien de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde regels.

De minister wijst een aanvraag om subsidie af voor zover:

Artikel 4:65 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op aanvragen voor financiële bijstand bij de Europese Commissie, de Europese Investeringsbank of het Europees Investeringsfonds.

Indien een instituut inkomsten verwerft uit activiteiten die met instituutssubsidie zijn bekostigd, worden deze uitsluitend ingezet onder dezelfde voorwaarden als instituutssubsidie.

Het instituut vraagt voorafgaand schriftelijk toestemming aan de minister voor de handelingen, bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, onderdelen b, i en j, van de Algemene wet bestuursrecht.

Een instituut dat derivaten aanhoudt, draagt er zorg voor dat:

Een instituut sluit geen overeenkomsten inzake derivaten af waarin:

Een instituut dat derivaten aanhoudt, verantwoordt zich hierover in zijn jaarverslag op een transparante, complete en inzichtelijke wijze.

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De volgende regelingen worden ingetrokken:

Deze regeling vervalt met ingang van 1 april 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2018.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek.

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de instituutssubsidie voor het boekjaar 2022.

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de instituutssubsidie voor het boekjaar 2023.

In het boekjaar 2022 en 2023 richten de instituten zich op de onderzoeksthema’s die omschreven staan in de tabellen 1.1, 1.2, 1.3 en 1.4 van deze bijlage.

Het subsidieplafond voor de programmasubsidie voor het boekjaar 2022 wordt als volgt verdeeld.

Het subsidieplafond voor de programmasubsidie voor het boekjaar 2023 wordt als volgt verdeeld.

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de infrastructuursubsidie voor het boekjaar 2022.

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de infrastructuursubsidie voor het boekjaar 2023.

Dit controleprotocol heeft als doel het geven van aanwijzingen omtrent de reikwijdte en de intensiteit van de controle aan de accountant, belast met de controle van de door de subsidieontvanger bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) of het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in te dienen aanvraag tot subsidievaststelling ingevolge de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek. Het betreft de accountantswerkzaamheden die de accountants van de Toegepaste Onderzoeksorganisaties TNO, Wageningen Research, Deltares, ECN, NLR en Marin (TO2) uitvoeren ten behoeve van de departementen die deze organisaties financieren door middel van de Instituutssubsidie, Programmasubsidie dan wel Infrastructuursubsidie. Daarnaast kunnen subsidies worden verstrekt voor de uitvoering van wettelijke onderzoekstaken (WOT’s) en voor specifieke activiteiten (projectsubsidies). Financiële afrekening vindt plaats op basis van een aanvraag tot subsidievaststelling zoals bedoeld in artikel 41 van de onderhavige subsidieregeling, voorzien van een controleverklaring van de accountant, conform het in dit protocol opgenomen format. Object van het onderzoek van de accountant is het in de aanvraag tot subsidievaststelling opgenomen financieel verslag.

Elk instituut ontvangt jaarlijks een subsidiebeschikking. In deze beschikking kunnen, bovenop de bepalingen zoals die in dit protocol zijn opgenomen, aanvullende eisen worden gesteld met betrekking tot de controle. Die eisen hebben in de betreffende gevallen enkel en alleen betrekking op het desbetreffende instituut. Daarom zijn die eisen niet opgenomen in dit controleprotocol.

Voor de controle van het financieel verslag is de volgende wet- en regelgeving van toepassing:

Bij de uitvoering van de controle stelt de accountant vast dat:

Toelichting:

Artikel 7: met redelijk gemaakte kosten, winst- of continuïteitsopslagen voor zover gebruikelijk en kosten op basis van bedrijfseconomische grondslagen wordt bedoeld dat deze kosten of opslagen gebaseerd dienen te zijn op de reeds bestaande kostprijssystematiek die ook in het kader van de reguliere jaarrekening van de betreffende instelling wordt gebruikt. Kortom, het is niet toegestaan dat voor het financieel verslag andere grondslagen of methodieken worden gehanteerd dan voor de jaarrekening.

Artikel 8: met een voor het instituut gebruikelijke en controleerbare methode, die is gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en die het instituut stelselmatig toepast wordt bedoeld dat deze gebaseerd dient te zijn op de reeds bestaande kostprijssystematiek die ook in het kader van de reguliere jaarrekening van de betreffende instelling wordt gebruikt. Kortom, het is niet toegestaan dat voor het financieel verslag andere grondslagen of methodieken worden gehanteerd dan voor de jaarrekening.

Van de overige artikelen wordt de accountant alleen geacht kennis te hebben genomen, voor zover relevant voor zijn controle.

De controle moet voldoen aan de nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS), die door de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) zijn vastgesteld.

De materialiteit is van toepassing op het oordeel over de financiële rechtmatigheid. Een verklaring met een goedkeurende strekking met betrekking tot de rechtmatigheid impliceert, dat hij met een redelijke mate van zekerheid kan verklaren dat in de verantwoording geen afwijkingen (als gevolg van fouten en fraude, en onzekerheden) voorkomen, die groter zijn dan de percentages in de hieronder opgenomen materialiteitstabel.

In het accountantsprotocol wordt geen materialiteit voorgeschreven voor de getrouwheid. Voor de subsidieregeling is een maximale materialiteit van 2% van het totaal van de baten aanvaardbaar. Het is de verantwoordelijkheid van de accountant om deze te bepalen met inachtneming van hetgeen hierover in de standaarden is opgenomen.

De accountant legt de uitkomsten van de controle vast in een controleverklaring. Hiervoor wordt de meest actuele NBA voorbeeldtekst HRA 3 sectie II hoofdstuk 10.3: ‘Controleverklaring bij een subsidiedeclaratie in de publieke sector’ gehanteerd. Verwezen wordt naar de voorbeeldtekst bij dit controleprotocol.

De Auditdienst Rijk (ADR) kan een review uitvoeren op de uitgevoerde accountantscontrole inzake deze subsidie. De accountant, die de controle uitvoert, verstrekt de ADR desgevraagd alle inlichtingen en bescheiden1. De eventuele extra kosten van deze accountant in verband met de review zijn niet voor rekening van EZK, LNV of VWS.

Afgegeven ten behoeve van ... (naam subsidiegever)

Aan: Opdrachtgever

Wij hebben bijgaand, in de aanvraag tot subsidievaststelling opgenomen financieel verslag 2 ingevolge de beschikking tot subsidieverlening (kenmerk en datum) van .. (naam subsidieontvanger) te .. (vestigingsplaats) over 201X inzake3.. gecontroleerd.

Naar ons oordeel is financieel verslag ingevolge de beschikking tot subsidieverlening (kenmerk en datum) van (naam subsidieontvanger) over 201X inzake .. 4 in alle van materieel belang zijnde aspecten opgesteld in overeenstemming met ..5

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van het financieel verslag’.

Wij zijn onafhankelijk van .. (naam subsidieontvanger) zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

De aanvraag tot subsidievaststelling omvat andere informatie, die bestaat uit een activiteitenverslag.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met het financieel verslag verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de controle of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij het financieel verslag.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie in overeenstemming met ..6].

Het financieel verslag is opgesteld voor het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat / het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit / het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport7 met als doel ... (Naam subsidieontvanger) in staat te stellen te voldoen aan ... (omschrijving vereisten, doel, contract, etc.). Hierdoor is het financieel verslag mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Onze controleverklaring is derhalve uitsluitend bestemd voor ... (naam subsidieontvanger) en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat / het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit / het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport8 en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen. Ons oordeel is niet aangepast als gevolg van deze aangelegenheid.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van financieel verslag in overeenstemming met ..9 Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opstellen van het financieel verslag mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van dit financieel verslag nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Controleprotocol Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

Plaats en datum

... (naam accountantspraktijk)

... (naam accountant)