Ministeriële regeling · BWBR0040691

Regeling vaststelling schoolvakanties 2019–2022

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 23 februari 2018, nr. VO/OK/847252, houdende regels voor de vaststelling van de kerstvakantie 2019, 2020 en 2021, de meivakantie in 2020, 2021 en 2022 en de spreiding en vaststelling van de zomervakantie 2020, 2021 en 2022 (Regeling vaststelling schoolvakanties 2019–2022)Regeling vaststelling schoolvakanties 2019–2022De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op artikel 15, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 20, tweede lid van de Wet primair onderwijs BES, artikel 26, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 6g1, vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 12b, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,A.Slob

In deze regeling wordt verstaan onder:

Voor de vaststelling van de perioden van de zomervakantie, genoemd in artikel 6, behoort een school tot één van de regio's. De plaats van vestiging is bepalend voor de regio waartoe een school behoort. Indien een school vestigingen heeft in meer dan één regio, behoort elke vestiging tot de regio waarin ze is gelegen.

De regio's zijn:

Bij samenvoeging van gemeenten na publicatie van deze regeling behoort de nieuw te vormen gemeente tot dezelfde regio als die waartoe de samengevoegde gemeenten behoorden. Als de samen te voegen gemeenten tot verschillende regio’s behoorden, beslist de minister tot welke regio de nieuwe gemeente gaat behoren. Voordat de minister definitief beslist, wordt het college van burgemeester en wethouders van de nieuwe gemeente gehoord.

De perioden voor de kerst- en meivakanties worden voor de jaren 2019 tot en met 2022 voor alle scholen, met uitzondering van de scholen, bedoeld in artikel 1 Wet primair onderwijs BES, en de scholen, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, gelegen op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, en voor alle regio’s als volgt vastgesteld:

De perioden voor de zomervakanties worden voor de jaren 2020, 2021 en 2022 voor alle scholen als volgt vastgesteld:

Het bevoegd gezag van een school kan in geval van bijzondere omstandigheden, bij de minister een verzoek indienen om te mogen afwijken van de perioden, bedoeld in artikel 5 en artikel 6.

In afwijking van artikel 2.39, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt op scholen voor voortgezet onderwijs in de regio waar een schooljaar vanwege de spreiding van de zomervakanties op grond van deze regeling korter duurt dan in de andere regio’s, in dat schooljaar op ten minste 184 dagen onderwijs verzorgd.

Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs kan in bijzondere gevallen en onder voorwaarde dat de centrale examens in het voortgezet onderwijs doorgang vinden op de daarvoor voorgeschreven tijdstippen, dagen die door de minister als examendag zijn aangewezen, voor vakantie bestemmen.

Voor de scholen in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba begint en eindigt de grote vakantie op hetzelfde tijdstip als in de regio in het Europese deel van Nederland waar de zomervakantie op grond van artikel 6 het eerst begint en eindigt.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2019 en vervalt met ingang van 1 oktober 2022.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling schoolvakanties 2019–2022.