Ministeriële regeling · BWBR0041056
Regeling informatievoorziening WPO/WEC
Gelet op de artikel 164a, derde lid en 164c, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 178a, derde lid en 178c, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 10b, tweede lid, van het Besluit bekostiging WEC, artikel 11a, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO en de artikelen 4 en 9 van het Besluit informatievoorziening WPO/WEC;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,A.SlobIn deze regeling wordt verstaan onder:
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 WPO dan wel artikel 1 WEC;
inspectie: Inspectie van het onderwijs;
Minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Deze paragraaf berust op artikel 11 van het Besluit bekostiging WPO 2022 en artikel 10 van het Besluit bekostiging WEC 2022.
Vervallen
Vervallen
Vervallen
In geval van een steekproefsgewijze controle door of namens de Minister geeft het bevoegd gezag inzage in de in bijlage 2 genoemde gegevens van leerlingen en hun ouders op basis waarvan de hoogte van de bekostiging is vastgesteld.
Vervallen
Vervallen
Deze paragraaf berust op de artikelen 4 en 9 van het Besluit informatievoorziening WPO/WEC.
Het bevoegd gezag levert de organisatiegegevens, genoemd in bijlage 4, overeenkomstig de beschrijving en op de wijze als vermeld in het programma van eisen in bijlage 4, aan de Minister.
Het bevoegd gezag en het bestuur van een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a WPO leveren de financiële gegevens, genoemd in bijlage 5, overeenkomstig de beschrijving en op de wijze als vermeld in het programma van eisen in bijlage 5, aan de Minister.
Het bevoegd gezag levert de personele gegevens, genoemd in bijlage 6, overeenkomstig de beschrijving en op de wijze als vermeld in het programma van eisen in bijlage 6, aan de Minister.
De gegevens die worden geleverd en verwerkt voor het lerarenregister en het registervoorportaal worden gedefinieerd en geordend volgens de voorschriften vermeld in bijlage 7.
De levering van gegevens voor het lerarenregister en het registervoorportaal en de wijze waarop een leraar die niet is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming ten behoeve van opname in het lerarenregister kan aantonen aan de bekwaamheidseisen te voldoen geschiedt overeenkomstig bijlage 7.
Het bevoegd gezag dat na overleg met de Minister, door de Minister niet in staat wordt geacht de gegevens, bedoeld in artikel 14, eerste, tweede of derde lid, op de in dat lid genoemde wijze te leveren, levert de gegevens op de wijze die door de Minister wordt vastgesteld na overleg met het bevoegd gezag.
Het burgerservicenummer, bedoeld in regel 50 van de tabel in paragraaf 2.3.5 van bijlage 6, hoeft tot 1 januari 2025 niet verplicht te worden aangeleverd. Indien het bevoegd gezag nog niet beschikt over het burgerservicenummer van een personeelslid, dan worden de in de vorige volzin bedoelde gegevens verstrekt met een door het bevoegd gezag toegekend uniek nummer, zodat verschillende personeelsleden te onderscheiden en te volgen zijn.
In afwijking van paragraaf 3 van bijlage 6 levert het bevoegd gezag de gegevens, genoemd in de paragrafen 2.3.5 en 2.4.3 tot en met 2.4.5 over het kalenderjaar 2021 uiterlijk op 1 oktober 2022 aan bij DUO.
Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2025.
Wijzigt de Regeling gebruik gegevens bron.
De Regeling structurele gegevenslevering WPO/WEC wordt ingetrokken.
Vervallen
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2018.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling informatievoorziening WPO/WEC.
Vervallen
De leerlingenadministratie omvat per leerling de volgende gegevens:
- –
persoonsgegevens van de leerling, waaronder het persoonsgebonden nummer, inclusief alle mutaties;
- –
de registratie van het verzuim.
Daartoe zijn vanaf het moment van inschrijving in de leerlingenadministratie de volgende documenten opgenomen:
Voor iedere leerling:
- –
een volledig ingevuld en door de ouder(s) of verzorger(s) ondertekend inschrijfformulier.
Indien van toepassing:
- –
gegevens over de uitschrijving van de leerling;
- –
voor zover dat niet blijkt uit de Basisregistratie Personen, een document waaruit blijkt dat een leerling een niet-Nederlandse culturele achtergrond heeft, als bedoeld in artikel 19 van het Besluit bekostiging WPO 2022 of artikel 14 van het Besluit bekostiging WEC 2022.
- –
De verzuimregistratie per leerling;
- –
kennisgevingen aan burgemeester en wethouders van verzuim zonder geldige reden.
Het verzuim dient per dagdeel geregistreerd te worden en bevat van iedere leerling de volgende gegevens:
- –
de naam en roepnaam;
- –
de groep of klas waarin de leerling is geplaatst;
- –
het ziekteverzuim;
- –
de afwezigheid anders dan vanwege ziekte;
- –
of de afwezigheid anders dan vanwege ziekte al dan niet geoorloofd is.
Bewaartermijn:
Voor alle genoemde basisdocumenten geldt een bewaartermijn van vijf jaar na de datum van uitschrijving van de leerling. De documenten mogen eventueel ook in gedigitaliseerde vorm worden opgeslagen. De documenten worden binnen 8 weken na het verstrijken van de bewaartermijn vernietigd (artikel 12 Besluit bekostiging WPO 2022; artikel 11 Besluit bekostiging WEC 2022).
Vervallen
Voor het bekostigen van scholen en voor het maken en evalueren van beleid zijn gegevens nodig van scholen en het bevoegd gezag van scholen. Een deel van de benodigde gegevens moeten door het bevoegd gezag worden geleverd. Dit PvE gaat over de aanlevering van de organisatiegegevens.
De basis van dit PvE zijn de Wet op het primair onderwijs en het Besluit informatievoorziening WPO/WEC. Voor alle gegevens is in wet- en regelgeving aangegeven waarvoor ze mogen worden gebruikt.
Gegevens over het bevoegd gezag, de instellingen en de samenwerkingsverbanden worden vastgelegd in de BRIN. De registerhouder DUO geeft aan elke organisatie, die in het register wordt vastgelegd, een uniek nummer. Verder legt de registerhouder informatie vast uit beschikkingen en andere voor de werkprocessen van belang zijnde gegevens. Gegevens waarvoor goedkeuring is verleend kunnen niet zonder toetsingsprocedure gewijzigd worden. Andere gegevens, zoals communicatiegegevens kunnen, op aangeven van het bevoegd gezag, wel zonder toetsing worden gemuteerd. Via www.duo.nl kunnen ook andere partijen informatie halen uit deze registratie.
BRIN kent een papieren en een elektronische wijzigingsprocedure voor die gegevens die in BRIN opgenomen organisaties zelf kunnen laten muteren. De papieren wijzigingsprocedure verloopt via het BRIN-mutatieformulier dat elke organisatie in bezit heeft. Vanaf 1 augustus 2007 kan het bevoegd gezag van scholen (en VGK-instellingen) de wijzigingen in de communicatie gegevens, genoemd in de volgende paragraaf van dit PvE, elektronisch aanleveren.
Voor wijzigingen in andere gegevens blijven de huidige procedures gehandhaafd.
Voor instellingen gaat het wijzigen van de naam van de school of vestiging, vastleggen van de datum vrijwillige opheffing, het vastleggen van fusiepartners via het BRIN-mutatieformulier. Voor alle andere gegevens zoals denominatie of vestigingsadres geldt een aanvraagprocedure. De gegevens worden alleen gemuteerd na goedkeuring.
Voor het bevoegd gezag gaat het om de naam, de datum opheffing, het centraal rekeningnummer, de salarisverwerkende instelling, het administratiekantoornummer en fusie met een ander bevoegd gezag. Bij dit soort mutaties wordt de mutatie alleen verwerkt, indien bepaalde (wettelijke) bescheiden zijn meegeleverd en indien daarvoor op grond van een wettelijk voorschrift een positief besluit over is genomen.
Tot slot kennen de WPO en de WEC opheffingsnormen voor scholen en vestigingen. Dit betekent dat in het geval dat het aantal leerlingen van een school of vestiging gedurende drie teldata onder de opheffingsnorm zit, de Minister de betreffende school of vestiging kan opheffen.
Onderscheiden worden de volgende gegevens:
Bevoegd gezag: Vestigingsadres
Nr | Omschrijving | Domein | Definitie/Toelichting |
1. | Organisatienummer bevoegd gezag | Bevoegd gezagnummer | Het door de Minister gehanteerde nummer van het bevoegd gezag. |
2 | Adres | Adres | De straatnaam, gevolgd door huisnummer en eventueel huisnummertoevoeging. |
3 | Postcode | Postcode | De postcode behorende bij het adres. |
4 | Plaats | Plaatsnaam | Naam van de woonplaats, behorende bij het vestigingsadres. |
5 | Ingangsdatum | Datum | Datum waarop de mutatie ingaat of zal ingaan. |
Bevoegd gezag: correspondentieadres
Nr | Omschrijving | Domein | Definitie/Toelichting |
6 | Organisatienummer bevoegd gezag | Bevoegd gezagnummer | Het door de Minister gehanteerde nummer van het bevoegd gezag. |
7 | Adres/postbus | Adres/postbusnummer | De straatnaam, gevolgd door huisnummer en eventueel huisnummertoevoeging/postbus. |
8 | Postcode | Postcode | De postcode behorende bij het adres/postbus. |
9 | Plaats | Plaatsnaam | Naam van de woonplaats, behorende bij de straat en postcode. |
10 | Ingangsdatum | Datum | Datum waarop de mutatie ingaat of zal ingaan. |
Bevoegd gezag: Overige communicatiegegevens (niet verplicht)
Deze informatie kunnen scholen vanaf eind 2018 ook via het DUO-zakelijk portaal aanleveren.
School: correspondentieadres
Nr | Omschrijving | Domein | Definitie/Toelichting |
9 | Organisatienummer school | BRINnummer | Het door de Minister toegekende nummer van de school. |
10 | Adres/postbus | Adres/postbusnummer | De straatnaam, gevolgd door huisnummer en eventueel huisnummertoevoeging/postbus. |
11 | Postcode | Postcode | De postcode behorende bij het adres/postbus. |
12 | Plaats | Plaatsnaam | naam van de woonplaats, behorende bij de straat en postcode. |
13 | Ingangsdatum | Datum | Datum waarop de mutatie ingaat of zal ingaan. |
School: Overige communicatiegegevens (niet verplicht)
Deze informatie kunnen scholen vanaf eind 2018 ook via het DUO-zakelijk portaal aanleveren.
Vestiging: Correspondentieadres
Nr | Omschrijving | Domein | Definitie/Toelichting |
17 | Organisatienummer vestiging | BRINvestiging | Het door de Minister toegekende nummer van de vestiging. |
18 | Adres/Postbus | Adres/Postbusnummer | De straatnaam, gevolgd door huisnummer en eventueel huisnummertoevoeging/postbus. |
18 | Postcode | Postcode | De postcode behorende bij het adres/postbus |
20 | Plaats | Plaatsnaam | naam van de woonplaats, behorende bij de straat en postcode |
21 | Ingangsdatum | Datum | Datum waarop de mutatie ingaat of zal ingaan. |
Vestiging: Overige communicatiegegevens (niet verplicht)
Deze informatie kunnen scholen vanaf eind 2018 ook via het DUO-zakelijk portaal aanleveren.
Het domein geeft de mogelijke waarden van een attribuut aan.
- –
Bevoegd gezagnummer
Het identificerende nummer van een instelling volgens de BRIN in de vorm van 5 cijfers.
- –
BRINnummer
Het identificerende nummer van een instelling volgens de BRIN in de vorm van twee cijfers gevolgd door twee letters.
- –
BRINvestiging
Het identificerende nummer van een instelling volgens de BRIN in de vorm van twee cijfers gevolgd door twee letters, gevolgd door twee cijfers.
Alle wijzigingen worden aangeleverd binnen vier weken na mutatiedatum.
De aanlevering geschiedt via het BRIN-mutatieformulier of elektronisch. U dient hiervoor gebruik te maken van het onderwerp instellingsinformatie onder www.duo.nl.
Het bevoegd gezag levert jaarlijks uiterlijk 30 juni over het voorafgaande kalenderjaar aan DUO:
- a.
in schriftelijke vorm de jaarverslaggeving, het geheel van verslaggevingsdocumenten bestaande uit de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens bedoeld in artikel 392 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
- b.
met gebruikmaking van de methode SBR/XBRL , overeenkomstig de op de internetsite van DUO (https://duo.nl/zakelijk/primair-onderwijs/verantwoording/index.jsp) bekend gemaakte onderwijstaxonomie, de gegevens uit de jaarrekening en de gegevens bedoeld in artikel 3, onderdeel e3 en artikel 4, vierde lid, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
Voor het bekostigen van scholen en voor het maken en evalueren van beleid zijn gegevens nodig van scholen en het bevoegd gezag van scholen. De benodigde gegevens moeten door het bevoegd gezag worden geleverd. Dit PvE gaat over de aanlevering van personele gegevens. Meer informatie voor de salarisverwerkers en softwareleveranciers is beschikbaar via de website van DUO (https://duo.nl/zakelijk/primair-onderwijs/personeel/levering-personeelsgegevens.jsp)’.
De basis van dit PvE zijn de Wet op het primair onderwijs en het Besluit informatievoorziening WPO/WEC. Voor alle gegevens is in wet- en regelgeving aangegeven waarvoor ze mogen worden gebruikt.
Gegevens over personeel worden door DUO verzameld op het niveau van arbeidsrelaties en op het niveau van de instellingen. Voor het beleid van OCW – en in het bijzonder het arbeidsmarktbeleid voor de sector Onderwijs – is het van belang dat landelijke ontwikkelingen kunnen worden gevolgd.
Het bevoegd gezag verplicht voor alle onder het gezag staande bekostigde scholen en instellingen de in dit PvE opgenomen personele gegevens elektronisch aan te leveren. De reikwijdte van dit PvE strekt zich ook uit tot het bovenschoolse personeel dat een arbeidsrelatie heeft met het betreffende bevoegd gezag.
De personele gegevens voor personeel dat benoemd is hebben betrekking op:
- –
de persoon;
- –
de arbeidsrelatie;
- –
de functie en betrekkingsomvang;
- –
de hoogte en samenstelling van het salaris en de loonkosten;
- –
de perioden van verlof.
Daarnaast worden personele gegevens voor personeel niet in loondienst opgevraagd. Voor deze groep gaat het om een sterk beperkte levering ten opzichte van personeel dat in loondienst is.
Het bevoegde gezag levert de in dit PvE vermelde gegevens voor alle personen met wie het bevoegde gezag een arbeidsrelatie heeft, ongeacht of de persoon werkzaam is bij een school of instelling dan wel een bovenschoolse benoeming heeft.
Gegevens over personeel dat is benoemd, te leveren op het niveau van de afzonderlijke arbeidsrelaties
In dit PvE worden de gegevens die geleverd moeten worden genoemd. Net als bij de andere bijlagen in deze Regeling worden in dit PvE alleen de gegevens genoemd zoals de bevoegde gezagsorganen deze moeten aanleveren. Op de site van DUO staan het format, lengte en andere aspecten hoe de gegevens geleverd moeten worden (https://www.duo.nl/zakelijk/primair-onderwijs/personeel/levering-personeelsgegevens.jsp).
Gegevens over personeel niet in loondienst, te leveren op het niveau van de afzonderlijke arbeidsrelaties
Conform de begripsbepalingen van artikel 1 WPO en artikel 1 WEC wordt met personeel ook het personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld bedoeld. Dat betekent dat niet alleen de personen bedoeld worden waarmee een expliciete werknemersrelatie bestaat. Onder personeel niet in loondienst (PNIL) vallen (ingehuurde) personen die tegen betaling reguliere werkzaamheden (t.b.v. de in het onderwijs/de school voorkomende gebruikelijke functies) voor een schoolbestuur uitvoeren zonder dat zij in loondienst zijn van dit bestuur. Hierbij kan het gaan om personeel dat in dienst is van derden (zoals uitzend-, detacherings- en payrollbureaus) en om zelfstandig personeel (zoals zzp’ers). Ook inhuur van personeel van andere schoolbesturen of (inval)pools valt onder PNIL. Vrijwilligers worden niet tot PNIL gerekend. Tot de PNIL-kosten worden ook eventueel bijkomende kosten zoals BTW en bemiddelingskosten gerekend.
Nr | Veld | Domein | Definitie/ toelichting |
1 | Burgerservicenummer | Nummer van 9 cijfers (N9) | Burgerservicenummer bedoeld in de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer. Het burgerservicenummer dient om een persoon uniek te identificeren binnen de totale set van personele gegevens die door de gegevensleverancier wordt aangeleverd. |
2 | Code salarisadministratie | Code salarisadministratie | Een code die aanduidt in welke salarisadministratie het personeelsnummer is opgenomen. |
3 | Peilmaand | Jaar_mnd | Jaar plus de maand in dat jaar waarop de gegevenslevering betrekking heeft. |
4 | Extractiedatum | Datum | Datum waarop de gegevens uit een database van de leverancier zijn gehaald. |
5 | Geslacht | Geslacht | De sekse van het personeelslid, zoals vastgelegd bij de burgerlijke stand: een aanduiding die aangeeft dat de ingeschrevene een man of een vrouw is, of dat het geslacht (nog) onbekend is. |
6 | Geboortedatum | Datum | De datum waarop het personeelslid is geboren. |
Nr | Veld | Domein | Definitie/ toelichting |
7 | Burgerservicenummer | Nummer van 9 cijfers (N9) | Burgerservicenummer bedoeld in de Wet algemene. bepalingen burgerservicenummer. |
8 | Code salarisadministratie | Code salarisadministratie | Koppeling naar de salarisadministratie. |
9 | Peilmaand | Jaar_mnd | Jaar plus de maand in dat jaar waarop de gegevenslevering betrekking heeft. |
10 | Extractiedatum | Datum | Datum waarop de gegevens uit een database van de leverancier zijn gehaald. |
11 | Bovenschoolse functie | Ja_nee | De aanduiding per arbeidsrelatie of de functie wordt vervuld ten behoeve van meerdere BRINnummers. |
12 | Organisatienummer bevoegd gezag | Bevoegd gezagnummer | Het door de Minister toegekende nummer van het bevoegd gezag. |
13 | Organisatienummer school | BRINnummer | Het door de Minister toegekende nummer van de school. |
14 | Volgnummer | Getal | Volgnummer dat samen met het personeelsnummer, de code salarisadministratie en school de arbeidsrelatie uniek identificeert. |
15 | Begindatum arbeidsrelatie | Datum | De begindatum van de arbeidsrelatie. |
16 | Mutatiedatum arbeidsrelatie | Datum | Datum waarop een verandering is opgetreden in een bestaande arbeidsrelatie. Moet worden gebruikt in het jaarbestand als de verandering niet leidt tot een beëindiging van deze arbeidsrelatie en het begin van een nieuwe. |
17 | Aard arbeidsrelatie | Code arbeidsrelatie | De aanduiding of de benoeming voor bepaalde duur of van onbepaalde duur is. |
18 | Einddatum arbeidsrelatie | Datum | De einddatum van de arbeidsrelatie. |
19 | Betrekkingsomvang | Getal met decimalen | De omvang van de arbeidsrelatie uitgedrukt in voltijds equivalenten (fte), met een nauwkeurigheid van vier decimalen, waarbij één fte gelijk is aan de omvang van een normbetrekking. |
20 | BAPO-omvang | Getal met decimalen | Het deel van de betrekkingsomvang van de arbeidsrelatie dat gebruikt wordt voor seniorenverlof uit het bijzondere budget Duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers of op grond van de overgangsregeling BAPO, uitgedrukt in voltijdsequivalenten (fte) met een nauwkeurigheid van vier decimalen. |
21 | Functieschaal | Salarisschaal | Aanduiding van de schaal genoemd in een van de categorieën vermeld in de geldende cao PO waarvoor de betrokkene feitelijk is benoemd. |
22 | Brutosalaris bij normbetrekking | Bedrag | Het salarisbedrag dat geldt bij een betrekkingsomvang van 1 fte (de omvang van een normbetrekking) voor de persoonlijke salarisschaal en salarisnummer, zoals vermeld in de geldende cao PO. |
23 | Salarisschaal | Salarisschaal | De persoonlijke salarisschaal (functie- of garantieschaal) zoals vermeld in de geldende cao PO. Is in combinatie met het salarisnummer de grondslag voor de vaststelling van het brutosalaris bij normbetrekking. |
24 | Salarisnummer | Salarisnummer | Het salarisnummer behorende bij de persoonlijke salarisschaal, zoals vermeld in de geldende cao PO. Is in combinatie met de salarisschaal de grondslag voor de berekening van het brutoloon. |
25 | Eindenummer | Salarisnummer | Het nummer van de salarisschaal dat maximaal bereikt kan worden bij de betrokken instelling. |
26 | Functiecategorie | Functiecategorie | De toedeling van de functie in een van de in paragraaf 2.4 onderscheiden categorieën. |
28 | Financieringsbron | Code BRO | De aanduiding ten laste van welke financieringsbron de kosten van de arbeidsrelatie worden gebracht. |
Nr | Veld | Domein | Definitie/ toelichting |
29 | Burgerservicenummer | Nummer van 9 cijfers (N9) | Burgerservicenummer bedoeld in de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer. |
30 | Code salarisadministratie | Code salarisadministratie | Koppeling naar de salarisadministratie. |
31 | Organisatienummer bevoegd gezag | Bevoegd gezagnummer | Het door de Minister toegekende nummer van het bevoegd gezag. |
32 | Organisatienummer school | BRINnummer | Koppeling naar de school van de arbeidsrelatie. |
33 | Volgnummer | Getal | Koppeling naar het volgnummer van de arbeidsrelatie. |
34 | Peilmaand | Jaar_mnd | Jaar plus de maand in dat jaar waarop de gegevenslevering betrekking heeft. |
35 | Extractiedatum | Datum | Datum waarop de gegevens uit een database van de leverancier zijn gehaald. |
36 | Loon, toelage of korting | Bedrag | Het bedrag dat als salaris of als toelage bij het salaris is uitgekeerd of als korting op het salaris in mindering is gebracht. |
37 | Soort loon, toelage of korting | Soort loon, toelage of korting | De indicatie van het soort loon, toelage of korting. |
38 | Maand waarop betrekking | Jaar_mnd | Jaar en de maand waarop het loon, de toelage of korting betrekking heeft. |
Nr | Veld | Domein | Definitie/ toelichting |
39 | Burgerservicenummer | Nummer van 9 cijfers (N9) | Burgerservicenummer bedoeld in de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer. |
40 | Code salarisadministratie | Code salarisadministratie | Koppeling naar de salarisadministratie. |
41 | Organisatienummer bevoegd gezag | Bevoegd gezagnummer | Het door de Minister toegekende nummer van het bevoegd gezag. |
42 | Organisatienummer school | BRINnummer | Het door de Minister toegekende nummer van de school. |
43 | Volgnummer | Getal | Koppeling naar het volgnummer van de arbeidsrelatie. |
44 | Extractiedatum | Datum | Datum waarop de gegevens uit een database van de leverancier zijn gehaald. |
45 | Peilmaand verlof | Datum (N6) | Jaar plus maand in dat jaar waarop de gegevenslevering betrekking heeft. |
46 | Begindatum verlof | Datum | De begindatum van de verlofperiode. |
47 | Einddatum verlof | Datum | De datum van de laatste kalenderdag voordat het werk is hervat. |
48 | Omvang verlof | Getal met decimale | De omvang van het verlof gedurende de verlofperiode, uitgedrukt in voltijds equivalenten (fte) met een nauwkeurigheid van 2 decimalen. |
49 | Soort verlof | Soort verlof | De aard van het verzuim of verlof. |
nr | veld | Domein | Definitie/toelichting |
50 | burgerservicenummer | nummer van 9 cijfers (N9) | Burgerservicenummer bedoeld in de Wet algemene bepalingen Burgerservicenummer. Het burgerservicenummer dient om een persoon uniek te identificeren binnen de totale set van personele gegevens die door de gegevensleverancier wordt aangeleverd. |
51 | Geboortedatum | DDMMJJJJ | |
52 | Geslacht | m/v/o | Man/vrouw/overig of onbekend |
53 | organisatienummer bevoegd gezag | 5 cijfers (N5) | Het door de Minister toegekende nummer van het bevoegd gezag. |
54 | Indien inhuur niet door bevoegd gezag plaatsvindt: organisatienummer school | 2 cijfers, 2 letters (A4) | Het door de Minister toegekende nummer van de school, voor koppeling naar de school van de arbeidsrelatie. |
55 | soort externe inhuur | code (N2) | De toedeling van de soort externe inhuur in een van de in paragraaf 2.4.4 onderscheiden categorieën. |
56 | doel externe inhuur | code (N2) | De toedeling van het doel van de externe inhuur in een van de in paragraaf 2.4.5 onderscheiden categorieën. |
57 | Totale omvang inhuur meetjaar in uren | getal zonder decimalen (N8) | Het aantal uren dat de persoon werkzaam is geweest in het kalenderjaar (1/1 – 31/12) waarover de gegevens opgevraagd worden. |
58 | functiecategorie | code (N2) | De toedeling van de functie in een van de in paragraaf 2.4.3 onderscheiden categorieën. |
59 | kosten inhuur | bedrag in € met 2 decimalen (N12,2) | Totale kosten in de meetperiode betaald voor de persoon. Inclusief kosten die betaald zijn aan bemiddelaars/ leveranciers en inclusief eventuele BTW. |
Het domein geeft de mogelijke waarden aan.
AKnummer
Het identificerende nummer van een instelling volgens de Basisregistratie Instellingen (BRIN) in de vorm van een reeks van drie cijfers.
Formaat: N3
Bedrag
Hoeveelheid in euro’s in de vorm van een getal met 2 decimalen. Een bedrag kan worden voorafgegaan door een min-teken (indien van toepassing).
Bevoegd gezagnummer
Het identificerende nummer van een instelling volgens de Basisregistratie Instellingen (BRIN) in de vorm van een reeks van 5 cijfers. Dit nummer is te vinden op www.duo.nl.
Formaat: N5
BRINnummer
Het identificerende nummer van een instelling volgens de Basisregistratie Instellingen (BRIN) in de vorm van twee cijfers gevolgd door twee hoofdletters.
Formaat: A4
Code arbeidsrelatie
Code | Betekenis |
1 | Benoeming in vaste dienst. Hieronder vallen ook de benoemingen in vaste dienst waarbij een bepaalde proeftijd is afgesproken. |
2 | Benoeming in tijdelijke dienst, exclusief benoemingen in verband met vervanging. Hieronder vallen onder andere de benoemingen in tijdelijke dienst bij een eerste dienstverband die vooruitzicht hebben op een benoeming in vaste dienst. |
3 | Benoeming in tijdelijke dienst, in verband met vervanging. |
De toedeling van de functie aan een van de volgende categorieën:
Codes 5 t/m 8 heeft betrekking op management, codes 9 t/m 11 op midden management, codes 12 t/m 15 op onderwijsgevend personeel, codes 16 t/m 19 op onderwijsondersteunend personeel, en codes 20 t/m 22 op beheer en administratief personeel.
Code | Betekenis |
5 | Bestuurslid, lid college van bestuur |
6 | (Bovenschoolse) directeur |
7 | Adjunct- of waarnemend directeur |
8 | Overige managementfuncties op het niveau van directie en bestuur |
9 | Staf functionaris (bijvoorbeeld hoofd facilitaire dienstverlening) |
10 | Onderwijscoördinator (bijvoorbeeld teamcoördinator) |
11 | Overige managementfuncties op het niveau van een afdeling of ander onderdeel van de organisatie |
12 | Groepsleerkracht (inclusief remedial teacher) |
13 | Vakleraar |
14 | Leraar in opleiding |
15 | Overig onderwijzend personeel |
16 | Onderwijs assisterende functies (bijvoorbeeld (technisch) onderwijsassistent, docentassistent, lokaalassistent, klassenassistent) |
17 | Therapeutische en zorg functies (bijvoorbeeld psychologisch medewerker, logopedist, orthopedagoog, fysiotherapeut, schoolmaatschappelijk werker) |
18 | Instructeur |
19 | Overig onderwijsondersteunend personeel |
20 | Beheerfuncties (bijvoorbeeld conciërge, schoonmaker, beheerder/ICT) |
21 | Administratieve functies (bijvoorbeeld personeelszaken, leerlingenadministratie) |
22 | Overig beheer- en administratief personeel |
Deze functiecategorieën komen overeen met de functiecategorieën beschreven in paragraaf 2.4.2.
Code | Betekenis |
P1 | Directie |
P2 | Middenmanagement |
P3 | Onderwijsgevend personeel |
P4 | Ondersteunend personeel |
P5 | Administratief en beheerpersoneel |
Code | Betekenis |
1 | Uitzend/detachering via commercieel bureau |
2 | Payroll |
3 | Detachering van (inval)pool externe rechtspersoon |
4 | Detachering van ander schoolbestuur |
5 | Zelfstandige zonder personeel (zzp’er) |
6 | Overige vorm van inhuur |
Code | Betekenis |
1 | Vervanging |
2 | Tijdelijke uitbreiding |
3 | Interim- opdracht |
4 | Moeilijk invulbare vacature |
5 | Expertise |
6 | Overig doel |
Het bevoegd gezag levert de personele gegevens, genoemd in de paragrafen 2.3.1 tot en met 2.3.4, 2.4.1 en 2.4.2, viermaal per jaar aan bij DUO:
- a.
uiterlijk 1 april de gegevens over november, december en januari;
- b.
uiterlijk 1 juli de gegevens over februari, maart en april;
- c.
uiterlijk 1 oktober de gegevens over mei, juni en juli;
- d.
uiterlijk 1 januari de gegevens over augustus, september en oktober.
In de te leveren gegevens zijn alle mutaties verwerkt die van toepassing zijn op de situatie op de peilmaand en die gedurende een kalendermaand na de laatste kalenderdag van de peilmaand administratief zijn verwerkt. Gegevens die na die kalendermaand administratief zijn verwerkt, worden niet in de gegevenslevering verwerkt.
De jaarbestanden bevatten alle gegevens uit de paragrafen 2.3.1 tot en met 2.3.4 over een kalenderjaar. De gegevens zijn gegroepeerd per kalendermaand. Alle mutaties die van toepassing zijn op de gegevens van een bepaalde maand, zijn in de gegevens over die maand doorgevoerd. De jaarbestanden worden eenmaal per jaar aangeleverd, uiterlijk op 1 april van het jaar, volgend op het peiljaar (het jaar waarop de gegevens betrekking hebben).
Het bevoegd gezag levert de gegevens, genoemd in de paragrafen 2.3.5 en 2.4.3 tot en met 2.4.5, eenmaal per jaar aan bij DUO, uiterlijk op 1 april van het jaar, volgend op het kalenderjaar waarop de gegevens betrekking hebben.
In dit hoofdstuk wordt de functionele uitwerking gegeven van de gegevensleveringen. De technische uitwerking is opgenomen in de documentatie op de site van DUO.
Ten behoeve van de gegevensleveringen moet onderscheid gemaakt worden tussen benoemingen enerzijds en arbeidsrelaties anderzijds. In dit PvE is een arbeidsrelatie een unieke combinatie van instelling, persoon, functie en aard dienstverband. In een aantal situaties kan er één akte van benoeming zijn, terwijl er voor de gegevensleveringen meer dan één arbeidsrelatie tussen een bevoegd gezag en een persoon moet worden onderscheiden. Deze paragraaf geldt alleen voor arbeidsrelaties van PIL. Dat betreft de volgende situaties:
Een bevoegd gezag kan een persoon benoemen om bij één instelling of bij meer instellingen werkzaam te zijn. Als er sprake is van een benoeming waarbij de benoemde bij meer dan één instelling van een bevoegd gezag werkzaam is, dan is er in het kader van dit PvE sprake van meer dan één arbeidsrelatie. Dit ongeacht of er voor de werkzaamheden aan de verschillende instellingen één dan wel verschillende aktes van benoeming dan wel arbeidsovereenkomsten zijn opgemaakt. Er moeten ten minste evenveel arbeidsrelaties worden onderscheiden als het aantal instellingen waar een persoon werkzaam is. De gegevens die op basis van het PvE personeel en salarisgegevens geleverd moeten worden, moeten voor elke arbeidsrelatie afzonderlijk worden geregistreerd en geleverd.
Ook als een persoon tegelijk werkzaam is in verschillende functies, moeten verschillende arbeidsrelaties worden onderscheiden. Dit is bijvoorbeeld het geval als iemand tegelijk werkzaam is als leerkracht en als adjunct-directeur. De gegevens moeten voor elk van beide functies apart worden geregistreerd en worden geleverd, ook als de persoon deze functies bij één instelling uitoefent.
Een verandering van functie leidt voor de gegevensleveringen altijd tot beëindiging van de arbeidsrelatie die betrekking heeft op de oude functie en het begin van een nieuwe arbeidsrelatie.
Voor de gegevensleveringen leidt een verandering van de betrekkingsomvang er in de regel niet toe dat een arbeidsrelatie ophoudt te bestaan; er ontstaat bijgevolg ook geen nieuwe arbeidsrelatie. Deze verandering wordt beschouwd als een verandering binnen de bestaande arbeidsrelatie. Hierop is één uitzondering: verandering van de betrekkingsomvang in verband met vervanging. Als de betrekkingsomvang van een bestaande arbeidsrelatie (tijdelijk) wordt vergroot omdat de persoon een afwezige collega vervangt, dan moet deze uitbreiding als een nieuwe arbeidsrelatie geregistreerd worden.
Deze nieuwe arbeidsrelatie eindigt op het moment waarop de tijdelijke uitbreiding van de betrekkingsomvang geheel vervalt. De reden om deze uitbreiding van de betrekkingsomvang apart te registreren is dat inzicht nodig is de omvang van de vervanging en dubbeltellingen bij het bepalen van de werkende formatie te voorkomen.
Als iemand wordt benoemd als tijdelijke vervanging van een personeelslid dat afwezig is, wordt dit aangegeven door bij de aard arbeidsrelatie de code 3 te vermelden.
De in de paragrafen 2.3.1 tot en met 2.3.4, 2.4.1 en 2.4.2 beschreven gegevens moeten worden onderscheiden naar tijdvakken van één kalendermaand: de peilmaand.
Voor de arbeidsrelaties die op de 1e kalenderdag van de peilmaand bestaan, worden de gegevens geleverd naar de stand op de 1e kalenderdag (de peildatum). Voor arbeidsrelaties die in de loop van de peilmaand ontstaan, worden de gegevens geleverd naar de stand van de 1e kalenderdag waarop de arbeidsrelatie is ingegaan.
Voor de werktijdfactor, de bapofactor en de omvang verlof wordt steeds de gewogen gemiddelde omvang over de peilmaand geleverd.
Een deel van de gegevens over een peilmaand wordt in de regel pas enige tijd na het eind van die peilmaand administratief verwerkt. Gegevens die binnen een kalendermaand na afloop van de peilmaand worden verwerkt en van invloed zijn op de situatie in de peilmaand, moeten ook in de gegevenslevering over de peilmaand zijn verwerkt (een maand terugwerkende kracht mutaties). De over de peilmaand januari te leveren gegevens moeten dus de situatie van januari weergegeven zoals die op basis van de op 1 maart beschikbare informatie hoort te zijn. Gegevens die later dan een kalendermaand na het einde van de peilmaand beschikbaar komen, worden niet in deze gegevensleveringen verwerkt.
De manier van verwerken van terugwerkende kracht mutaties is vooral van belang voor de levering van de gegevens over loon, toelagen en kortingen. OCW en DUO hanteren hierbij het loon-over-principe. Alle correcties die na afloop van een peilmaand plaatsvinden op de financiële gegevens van die peilmaand moeten verwerkt worden in de te leveren gegevens over de peilmaand.
De extractiedatum is de datum waarop de gegevens uit de database of databases zijn gehaald. Als gegevens uit verschillende databases moeten worden gehaald, bestaat het risico dat de gegevens uit de verschillende databases niet op elkaar aansluiten (in elke database zullen voortdurend mutaties worden aangebracht). Om dit risico zo klein mogelijk te maken, zullen de eerste en de laatste extractiedatum van de gegevens over de dezelfde peilmaand niet meer dan één week uit elkaar mogen liggen, tenzij de consistentie aantoonbaar op een andere manier gewaarborgd wordt.
Omdat een persoon met hetzelfde bevoegde gezag meer dan één arbeidsrelatie kan hebben (gelijktijdig of volgtijdelijk), wordt er een volgnummer geleverd. Dit volgnummer is nodig om de gegevens uit verschillende leveringen steeds aan de juiste arbeidsrelatie te kunnen verbinden. Dit volgnummer dient over de leveringen heen dezelfde arbeidsrelatie met het bevoegde gezag te identificeren. Indien binnen een administratie per arbeidsrelatie een nieuw personeelsnummer wordt toegekend, mag dit personeelsnummer als volgnummer worden gebruikt. Het burgerservicenummer identificeert iedere persoon uniek binnen de administratie en de levering.
Als begindatum wordt geleverd de eerste kalenderdag waarop de situatie van de regel van toepassing is. De einddatum is de laatste kalenderdag waarvoor de situatie van de regel van toepassing is.
Arbeidsrelaties kunnen vanuit verschillende bronnen worden bekostigd. Belangrijk is het onderscheid tussen:
- –
de reguliere bekostiging van de instelling door OCW;
- –
financiële middelen die een instelling op grond van een (verplichte of vrijwillige) verzekering ontvangt van het Vervangingsfonds in verband met (vervanging bij) ziekte of afwezigheid om andere redenen;
- –
middelen die bedoeld zijn om mensen met een uitkering te re-integreren op de arbeidsmarkt of te voorkomen dat mensen in een uitkeringssituatie terechtkomen.
Indien bij een arbeidsrelatie meer dan één financieringsbron aan de orde is, dan wordt de financieringsbron vermeld, die de grootste bijdrage levert.
In de bestanden die op een peilmaand betrekking hebben, worden de betalingen en inhoudingen opgegeven die op die peilmaand betrekking hebben. Correcties hierop worden met een maand terugwerkende kracht hierin verwerkt.
Betalingen die op een peilmaand, langer dan een maand terug betrekking hebben, worden geleverd in het bestand van de peilmaand waarin deze gedaan zijn met daarbij de vermelding op welke (eerdere) kalendermaand zij betrekking hebben. Als een dergelijke betaling niet aan een bepaalde kalendermaand kan worden toegerekend, dan wordt het kalenderjaar vermeld met twee volgnullen (bijvoorbeeld 201800).
Deze vormen van verlof worden niet geleverd, ook niet als onderdeel van de categorie overig verlof.
Bij een verandering van het soort verlof (zoals onderscheiden in dit PvE) wordt een lopende verlofperiode beëindigd en begint een nieuwe verlofperiode.
Bij een verandering van de omvang van het verlof (bijvoorbeeld bij het gedeeltelijk hervatten van werkzaamheden bij ziekte) wordt de lopende verlofperiode beëindigd en begint een nieuwe verlofperiode.
Voor de sociale zekerheid worden opeenvolgende periodes van ziekteverlof als één ziektegeval gerekend, als de tweede ziekmelding en daarmee de verzuimperiode begint binnen een periode van 4 weken na herstel-melding van de eerste. In de levering worden in dat geval steeds de afzonderlijke perioden geleverd met elk en begin- en einddatum.
De aanlevering van de beleidsgegevens geschiedt elektronisch.
De procedure van aanlevering van personeelsgegevens staat beschreven op de site van DUO (https://duo.nl/zakelijk/primair-onderwijs/personeel/levering-personeelsgegevens.jsp). De beveiligde site faciliteert bij het selecteren van bestanden, die volgens het naamformaat in aanmerking komen om geleverd te worden. Na het versturen toont de beveiligde site de datum plus het tijdstip waarop het bestand is ontvangen.
Als de verwerking is afgerond ontvangt de contactpersoon via e-mail een bericht dat er een terugkoppeling gereed staat op de beveiligde site. In die terugkoppeling staat aangegeven of de levering al dan niet correct verwerkt is en welke signalen zijn opgetreden.
Voor technische specificaties wordt verwezen naar het Memo ‘Standaardlevering personeelsgegevens’ dat via de website van DUO (https://duo.nl/zakelijk/primair-onderwijs/personeel/levering-personeelsgegevens.jsp) beschikbaar is.
De gegevens, bedoeld in artikel 8 van het Besluit informatievoorziening WPO/WEC worden op grond van het onderstaande geleverd aan de Minister:
Nr | Veld | Definitie/toelichting |
1 | Burgerservicenummer | Burgerservicenummer als bedoeld in de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer. Het burgerservicenummer dient om een persoon uniek te identificeren binnen de totale set van personele gegevens die door de gegevensleverancier wordt aangeleverd. |
2 | Code salarisadministratie | Een code die aanduidt uit welke salarisadministratie de gegevens afkomstig zijn. |
3 | Geslacht | De sekse van het personeelslid, zoals vastgelegd bij de burgerlijke stand: een aanduiding die aangeeft dat de ingeschrevene een man of een vrouw is, of dat het geslacht (nog) onbekend is. De codes zijn: M Man; V Vrouw; O Onbekend. |
4 | Geboortedatum | De datum waarop het personeelslid is geboren. |
5 | Organisatienummer bevoegd gezag | Het door de Minister gehanteerde nummer van het bevoegd gezag. |
6 | Organisatienummer school | Het door de Minister toegekende nummer van de school, voor koppeling naar de school van de arbeidsovereenkomst. |
7 | Organisatievolgnummer school | Het door de Minister toegekende volgnummer van de school, voor koppeling van de vestiging van de arbeidsovereenkomst. |
8 | Begindatum arbeidsovereenkomst | De begindatum van de arbeidsovereenkomst |
9 | Einddatum arbeidsovereenkomst | De einddatum van de arbeidsovereenkomst. |
10 | Naam | De achternaam van de leraar en eventueel toevoeging. |
11 | Voornaam | De voornamen van de leraar. |
12 | Adresregelbuitenland1 | Alleen gebruiken bij een buitenlands adres. |
13 | Adresregelbuitenland2 | Alleen gebruiken bij een buitenlands adres. |
14 | Adresregelbuitenland3 | Alleen gebruiken bij een buitenlands adres. |
15 | Landcode | De landcode zoals deze ook door het BRP wordt gebruikt. Alleen nodig bij een buitenlands adres. |
16 | Benoemingsgrondslag | Het artikel(lid) van de WPO of WEC op grond waarvan de leraar is benoemd. |
17 | Onderwijs waarvoor is benoemd | In geval de benoemingsgrondslag leidt tot opname in het registervoorportaal: het soort onderwijs waarvoor de leraar is benoemd maar (nog) niet over het bewijs beschikt dat is voldaan aan de bekwaamheidseisen. |
18 | Begindatum benoeming | De begindatum van de benoeming. |
19 | Einddatum benoeming | De einddatum van de benoeming. |
De gegevens genoemd in de tabel worden maandelijks volledig en correct door het bevoegd gezag aan de Minister geleverd.
Op de wijze van levering van gegevens genoemd in de tabel is hoofdstuk 2 van bijlage 1 bij deze regeling van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat gegevens digitaal worden aangeleverd.
Gegevens die een leraar op grond van artikel 38h, derde lid, WPO dan wel artikel 38h, derde lid, levert, worden door de betreffende leraar via het CIBG aan de Minister geleverd, waarbij hij het bewijsstuk, bedoeld in
- –
artikel 3, eerste lid, onderdeel b, onder 1 en 2, tweede lid, aanhef en onder a, of derde lid, WPO; of
- –
digitaal aanlevert in de vorm van een gewaarmerkte kopie.
Categorieën benoemingsgrondslag
Voor toedeling van de gegevens van leraren in het systeem voor respectievelijk het lerarenregister en registervoorportaal geven schoolbesturen aan wat de benoemingsgrondslag is. Voor elke leraar geeft het bevoegd gezag aan op grond van welk artikellid uit de onderwijswet deze leraar is benoemd.
De categorieën van de benoemingsgrondslag zijn op grond van de WPO:
Formele basis | Aanduiding | |
Lerarenregister | WHW getuigschrift1 | |
Erkende EU kwalificatie | ||
Ministeriële regeling LO2 | ||
Bevoegdheid verstrekt door Minister | ||
Registervoorportaal | Geschiktheidsverklaring | |
In opleiding tot leraar LO | ||
Leraar in opleiding | ||
Overgangsrecht Lerarenregister/Registervoorportaal |
1 Dit is met inbegrip van het overgangsrecht o.b.v. artikel XI van de Wet op de beroepen in het onderwijs.
2De leraar lichamelijke opvoeding met een getuigschrift LO VO valt onder de eerste categorie:
WHW-getuigschrift.
LO = lichamelijke opvoeding
PO = primair onderwijs
VO = voortgezet onderwijs
De categorieën van de benoemingsgrondslag zijn op grond van de WEC:
Formele basis | Aanduiding | |
Lerarenregister | WHW getuigschrift1 | |
Erkende EU kwalificatie | ||
Ministeriële regeling LO2 | ||
Artikel 3, lid 2a, WEC (LO VSO) | Getuigschrift LO | |
Bevoegdheid verstrekt door Minister | ||
Verklaring verstrekt door Minister | ||
Registervoorportaal | Geschiktheidsverklaring | |
In opleiding tot leraar LO | ||
Tijdelijke vervanging | ||
Leraar in opleiding | ||
Overgangsrecht Lerarenregister/Registervoorportaal |
1 Dit is met inbegrip van het overgangsrecht o.b.v. artikel XI van de Wet op de beroepen in het onderwijs.
2 De leraar lichamelijke opvoeding met een getuigschrift LO VO valt onder de eerste categorie:
WHW-getuigschrift.
LO = lichamelijke opvoeding
SO = speciaal onderwijs
VSO = voortgezet speciaal onderwijs
Onderwijs waarvoor benoemd (registervoorportaal)
In het geval dat de benoemingsgrondslag leidt tot opname van de leraar in het registervoorportaal, levert het bevoegd gezag tevens gegevens over het onderwijs waarvoor de leraar is benoemd. Daarbij worden de volgende categorieën onderscheiden:
- –
groepsleerkracht,
- –
leerkracht zintuiglijke en lichamelijke oefening,
- –
vakleerkracht.
Gegevens die op grond van artikel 38o, tweede lid, onderdeel a, of artikel 38t, tweede lid, onderdeel a, WPO en artikel 7, tweede lid van het Besluit informatievoorziening WPO/WEC, aan het bevoegd gezag worden verstrekt, betreffen alleen de gegevens die op grond van artikel 38h, eerste lid, of artikel 38r, eerste lid, WPO en artikel 5, eerste of tweede lid, van het Besluit informatievoorziening WPO/WEC, door het bevoegd gezag zijn geleverd en niet zijn verkregen uit de basisregistratie personen.
Gegevens die op grond van artikel 38o, tweede lid, onderdeel a, of artikel 38t, tweede lid, onderdeel a, WEC en artikel 7, tweede lid van het Besluit informatievoorziening WPO/WEC, aan het bevoegd gezag worden verstrekt, betreffen alleen de gegevens die op grond van artikel 38h, eerste lid, of artikel 38r, eerste lid, WEC en artikel 5, eerste of tweede lid, van het Besluit informatievoorziening WPO/WEC, door het bevoegd gezag zijn geleverd en niet zijn verkregen uit de basisregistratie personen.