U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 25-08-2021.

Ministeriële regeling · BWBR0041140

Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2018

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 3 juli 2018, nr. WJZ/18055124, houdende regels ten aanzien van de uitvoering van de gemeenschappelijke marktordening groenten en fruit (Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2018)Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2018De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 32 tot en met 34, 36, 152 tot en met 156, 159, 160, 164 en 165 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013 L 347);

Gelet op gedelegeerde verordening (EU) 2017/891 van de Commissie van 13 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de in deze sectoren toe te passen sancties en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie;

Gelet op uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 van de Commissie van 13 maart 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit;

Gelet op de artikelen 15 en 19, eerste lid, van de Landbouwwet;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage3 juli 2018De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,C.J.Schouten

Deze regeling is van toepassing op de producten van de sector groenten en fruit, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel i, van verordening 1308/2013 en op dergelijke producten die uitsluitend zijn bestemd om te worden verwerkt.

De rechtspersoonlijkheid van een producentenorganisatie als bedoeld in artikel 154, eerste lid, van verordening 1308/2013 blijkt uit:

Van een producentenorganisatie kunnen lid zijn:

Een producentenorganisatie kan niet-producerende leden hebben, indien in de statuten van de producentenorganisatie wordt bepaald dat deze leden:

Een lid van het bestuur of de Raad van Commissarissen van een producentenorganisatie of een functionaris van een producentenorganisatie die betrokken is bij het verkoopbeleid, is geen afnemer of functionaris van een afnemer van producten waarvoor de producentenorganisatie is erkend ingevolge artikel 152, eerste lid, van verordening 1308/2013.

Producentenorganisaties bepalen op grond van artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder ii, van verordening 1308/2013 op welk moment leden hun product aan de producentenorganisatie ter verkoop aanbieden.

Producentenorganisaties verplichten in hun statuten hun leden op grond van artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder ii, van verordening 1308/2013 om aan de producentenorganisatie:

Producentenorganisaties beschikken op grond van artikel 7, onderdeel a, van verordening 2017/891 tenminste over een deugdelijk en accuraat systeem van areaalenquêtes en aanvoerprognoses.

Producentenorganisaties, en voor zover van toepassing unies van producentenorganisaties, beschikken op grond van artikel 154, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1308/2013 tenminste over een volledige beschrijving van de interne organisatie en van de administratieve en interne beheersing van:

Producentenorganisaties nemen in hun statuten op dat zij alle in artikel 152, eerste lid, onderdeel c, onder i, ii en iii, van verordening 1308/2013 genoemde doelstellingen nastreven en tonen aan dat zij uitvoering geven aan deze doelstellingen.

Een erkenning als bedoeld in artikel 154, eerste lid, van verordening 1308/2013 wordt verleend indien de aanvrager kan aantonen dat hij voldoet aan de op grond van de artikelen 152, 153, 154, 155 en 160 van verordening 1308/2013 en titel 1 van deze afdeling gestelde eisen.

Indien de minister op grond van artikel 27, vierde lid, aanvullende bewijsstukken opvraagt wordt de in artikel 154, vierde lid, van verordening 1308/2013 bedoelde termijn opgeschort tot de verzochte aanvullende bewijsstukken door de producentenorganisatie aan de minister zijn overgelegd.

Een erkenning als bedoeld in artikel 156 van verordening 1308/2013 wordt slechts verleend indien wordt voldaan aan artikel 156, eerste lid, van verordening 1308/2013 en titel I, hoofdstuk I, afdeling 3, van verordening 2017/891 alsmede aan artikel 32 en de in artikel 33 genoemde artikelen.

De erkenning van een producentenorganisatie wordt met ingang van het tijdstip van verstrijken van de termijn zoals vastgelegd in het aanmaningsbesluit bedoeld in artikel 59, eerste lid, van verordening 2017/891 van rechtswege opgeschort, tenzij de minister voor het verstrijken van deze termijn schriftelijk aan de producentenorganisatie heeft medegedeeld dat de niet-naleving van de erkenningscriteria tijdig is gecorrigeerd.

De referentieperiode voor het bepalen van de waarde van de afgezette productie, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van verordening 2017/891, is het kalenderjaar twee jaar voorafgaande aan het uitvoeringsjaar waarvoor de waarde afgezette productie wordt vastgesteld.

De waarde van de afgezette productie van leden die zijn toegetreden tot de producentenorganisatie gedurende de referentieperiode, bedoeld in artikel 36, wordt in aanmerking genomen voor de bepaling van de waarde afgezette productie van de producentenorganisatie vanaf de datum die door het bestuur van de producentenorganisatie in haar schriftelijke bevestiging als bedoeld in artikel 7, vierde lid, is aangewezen als de datum waarop het lidmaatschap in werking treedt.

De waarde van de afgezette productie die is gerealiseerd door verkoop van producten van leden die op 1 januari van het uitvoeringsjaar waarvoor de waarde van de afgezette productie wordt berekend niet meer bij de producentenorganisatie zijn aangesloten, wordt aantoonbaar uit de waarde van de afgezette productie van de producentenorganisatie verwijderd voor het betreffende jaar.

De beschrijving van de uitgangssituatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2017/892 bevat een SWOT analyse waarin tenminste:

Ter uitvoering van artikel 27, vijfde lid, van verordening 2017/891 mag een project als bedoeld in artikel 51, eerste lid, onderdeel d niet meer dan 75 procent en een activiteit niet meer dan 50 procent van de uitgaven van de uitvoering van het operationeel programma betreffen.

Wijzigingen van de begroting voor uitgavenposten voor activiteiten opgenomen in een goedgekeurd operationeel programma met minder dan 20 procent en het vervallen van uitgavenposten of activiteiten opgenomen in een goedgekeurd operationeel programma worden door de producentenorganisatie gemotiveerd gemeld gelijktijdig met de aanvragen zoals bedoeld in artikel 192 of 194 of bij de steunaanvraag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van verordening 2017/892, voor het betreffende uitvoeringsjaar met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld model.

Indien een producentenorganisatie of unie van producentenorganisaties de uitvoering van haar operationele programma voor het einde van de geplande looptijd ervan stopzet, meldt zij dit onverwijld aan de minister.

Een verzoek om bij fusie operationele programma’s parallel uit te voeren tot het einde van de looptijd, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van verordening 2017/891, wordt ingediend voor 15 juli van het jaar van de fusie.

Indien subsidiabele uitgaven worden onderbouwd met een factuur:

Bij het bepalen van de factuurdatum van de laatste factuur voor een duurzaam productiemiddel worden facturen voor eventueel onvoorzien meerwerk niet meegerekend.

Onder personeelskosten als bedoeld in punt twee van bijlage III van verordening 2017/891 worden verstaan:

Producentenorganisaties houden voor alle duurzame productiemiddelen die zijn opgenomen in een lopend operationeel programma, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel, een actueel register bij.

De activiteiten die zijn opgenomen in titel 2 tot en met 4 kunnen worden ingezet in het kader van projecten ter realisatie van een ieder van de strategische doelen bedoeld in artikel 47, eerste en tweede lid.

Voor het voldoen aan de eisen in artikel 33, vijfde lid, van verordening 1308/2013 moeten de activiteiten die zijn opgenomen in titel 2 deel uitmaken van een project in het kader van het strategisch doel verduurzaming.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ter realisatie van een strategisch doel, bedoeld in artikel 47, eerste en tweede lid, en ter uitvoering van een maatregel, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, van verordening 2017/891, zijn subsidiabel, indien wordt voldaan aan deel 4, hoofdstukken 3 en 4 van deze regeling.

Investeringen in duurzame productiemiddelen die op grond van deze afdeling subsidiabel zijn kunnen gedurende de bedrijfseconomische levensduur vervangen worden, indien er significante milieuvoordelen zijn.

Biologische certificeringsystemen, zoals Skal, en lidmaatschapskosten van Skal zijn subsidiabel.

Uitgaven voor investeringen in duurzame productiemiddelen die benodigd zijn voor de toepassing van artikel 117a zijn subsidiabel.

Subsidiabel zijn uitgaven voor:

Uitgaven voor de verwerking van restproducten van groenten en fruit door de producentenorganisatie zijn subsidiabel, inclusief personeelskosten, indien het gaat om uitgaven voor verwerking tot:

Indien dit noodzakelijk is voor het functioneren van de belichtingsinstallatie, bedoeld in artikel 118, eerste lid, zijn uitgaven van de producentenorganisatie voor de aansluiting van een extern trafostation van het energiebedrijf of de verzwaring van de netkoppeling op de warmte-krachtkoppelingsinstallatie, inclusief personeelskosten, subsidiabel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor koeling van producten ten behoeve van lange bewaring zijn subsidiabel, indien het gaat om:

In geval van uitgaven voor het huren van koelsystemen als bedoeld in artikel 142 of conditioneringssystemen als bedoeld in artikel 143, eerste lid, overlegt de producentenorganisatie ter uitvoering van artikel 31, eerste lid, en punt 10 van bijlage III van verordening 2017/891 jaarlijks bij het indienen van de subsidieaanvraag aan de minister een bewijs van die uitgaven, bestaande uit een registratie van de in- en uitslag.

Uitgaven voor licenties voor aanvoermodules voor systemen voor aanvoerprognoses en areaalenquêtes als bedoeld in artikel 140, inclusief personeelskosten, gedaan voor het einde van het kwartaal dat de factuurdatum van de laatste factuur voor de aanvoermodule omvat, zijn eenmalig subsidiabel.

Uitgaven van producentenorganisaties voor ICT systemen voor markt en afzet, bedoeld in artikel 148, eerste lid, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel indien het gaat om de kosten van de benodigde aanpassingen van het systeem en de interface, inclusief de benodigde aanpassingen ten behoeve van de werking van de interface, met:

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ten behoeve van versterking van de interne structuur van de producentenorganisatie door professionalisering van de producentenorganisatie richting de markt, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel, indien het gaat om de kosten voor:

Uitgaven voor activiteiten ten behoeve van versterking van de interne structuur van de producentenorganisatie door professionalisering richting de markt zijn subsidiabel, indien het gaat om de kosten van inhuur van externe deskundigen voor activiteiten van de producentenorganisatie op het gebied van:

Bij de indiening van de subsidieaanvraag verstrekt de producentenorganisatie in geval van uitgaven voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelttechniek, bedoeld in artikel 158, onderdeel e, en ten behoeve van de teelt, bedoeld in de artikelen 161 tot en met 163a informatie daarover aan de minister per lid per gewas, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor advies en begeleiding ten behoeve van de teelt in geval van biologische productie, inclusief personeelskosten, zijn subsidiabel indien:

Bij de indiening van het operationeel programma legt de producentenorganisatie een plan inhoudende de concrete invulling van de acties op het gebied van crisispreventie en risicobeheer en een begroting daarvan voor aan de minister.

Ter uitvoering van artikel 37 van verordening 2017/891 zijn de maatregelen van artikel 33, derde lid, onderdelen a, b, en e van verordening 1308/2013 niet opengesteld.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor onderzoek in het kader van crisispreventie of crisisbeheer kunnen voor subsidie in aanmerking komen.

Uitgaven van de producentenorganisatie, inclusief personeelskosten, voor collectieve generieke promotie-uitingen op het gebied van crisis zijn subsidiabel.

De minister stelt de door de lidstaten vast te stellen maximale subsidiebedragen, bedoeld in artikel 45, eerste lid, tweede alinea, van verordening 2017/891 vast.

Uit de bewijsstukken, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van verordening 2017/892, blijkt:

De minister stelt de voor groen oogsten en niet oogsten te betalen vergoedingen vast overeenkomstig artikel 49, onderdeel a, van verordening 2017/891.

Uitgaven van de producentenorganisatie voor activiteiten ten behoeve van versterking van de interne structuur van de producentenorganisatie door fusies en overnames zijn subsidiabel, indien het gaat om:

Indien een uitgave afwijkt van de in het operationele programma opgenomen begroting voor een uitgavenpost, wordt deze afwijking in de subsidieaanvraag voldoende gemotiveerd.

Producentenorganisaties overleggen ter uitvoering van artikel 27 van verordening 2017/892 jaarlijks tegelijk met de indiening van de subsidieaanvraag:

Bij een verzoek om vrijgave van de zekerheid, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van verordening 2017/891, worden, voor het kwartaal waarop de gestelde zekerheid betrekking heeft, de bewijsstukken, bedoeld in artikel 192, vierde tot en met zesde lid, ingediend.

Indien een producentenorganisatie werkt met een administratie van dertien perioden wordt, voor de toepassing van de artikelen 192, 193 en 194, onder kwartaal verstaan één keer een tijdvak van vier perioden en drie keer een tijdvak van drie perioden.

Ter uitvoering van artikel 54, onderdeel b, van verordening 2017/891 overleggen producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties jaarlijks, uiterlijk op 1 september, aan de minister de informatie, bedoeld in bijlage V van verordening 2017/891, met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

Het jaarverslag over de uitvoering van operationele programma’s dat samen met de subsidieaanvraag wordt ingediend ingevolge artikel 21, tweede lid, van verordening 2017/892, bevat ten aanzien van de tijdens het vorig jaar uitgevoerde operationele programma:

Paragraaf 5 van de Regeling producenten- en brancheorganisaties is van overeenkomstige toepassing op producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties.

Een verzoek als bedoeld in de artikelen 164, eerste lid of 165 van verordening 1308/2013, of een zienswijze als bedoeld in artikel 165, van verordening 1308/2013, wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

Vervallen

Dit deel strekt ter uitvoering van artikel 76 van verordening 2017/891.

Indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van verordening 2017/891 blijkt dat sprake is van fraude, worden de kosten van dit onderzoek ten laste van de producentenorganisaties gebracht.

Bij samenloop van diverse subsidieverlagende factoren als bedoeld in de artikelen 205 tot en met 209 bedraagt de totale subsidieverlaging, indien er geen sprake is van opzet of grove nalatigheid, niet meer dan 50 procent.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering GMO groenten en fruit 2018.