Ministeriële regeling · BWBR0041334

Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2023

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media Onderwijs, 4 september 2018, nr. VO/1394348, houdende de verstrekking van subsidie voor de versterking van techniekonderwijs in het vmbo en mbo (Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2023)Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op artikel 75a van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 127e van de Wet voortgezet onderwijs BES;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,A.Slob

In deze regeling wordt verstaan onder:

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Voor subsidieverstrekking aan penvoerders in techniekregio’s is beschikbaar voor het kalenderjaar 2020 een bedrag van € 90 miljoen, voor het kalenderjaar 2021 een bedrag van € 92 miljoen, voor het kalenderjaar 2022 een bedrag van € 76,5 miljoen en voor het kalenderjaar 2023 een bedrag van € 77 miljoen.

Indien een aanvraag als voldoende wordt beoordeeld, wordt deze aanvraag gehonoreerd.

Voor subsidieverstrekking aan penvoerders in techniekarme regio’s is beschikbaar voor het kalenderjaar 2020 een bedrag van € 25 miljoen, voor het kalenderjaar 2021 een bedrag van € 25 miljoen, voor het kalenderjaar 2022 een bedrag van € 20 miljoen en voor het kalenderjaar 2023 een bedrag van € 20 miljoen.

De minister kan voor kalenderjaar 2024 subsidie verstrekken aan een penvoerder van een techniekregio of een techniekarme regio die reeds subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 1.3, eerste lid, om een kwalitatief hoogstaand en dekkend aanbod van technisch en technologisch vmbo in die regio te blijven realiseren, uit te bouwen of verder te verbeteren.

De subsidie wordt verleend binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagtermijn door wijziging van de eerdere subsidieverlening op grond van artikel 1.3, en verhoging van het op grond van dat artikel eerder toegekende subsidiebedrag.

Het subsidiebedrag bedraagt maximaal 25% van het bedrag dat aan de desbetreffende penvoerder is verstrekt op grond van artikel 1.3, eerste lid.

De minister kan de regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024.

NB: De kolom ‘Scoring’ speelt alleen een rol bij de aanvragen van techniekarme regio’s, omdat daar sprake kan zijn van overschrijding van het subsidieplafond en dus van de noodzaak tot het rangschikken van de aanvragen.