Ministeriële regeling · BWBR0041447
Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar
Gelet op artikel 142, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en artikel 17, derde lid, van de Wet op de economische delicten;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage4 oktober 2018De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.GrapperhausDe in de bijlage bij deze regeling opgenomen domeinen zijn de domeinen, bedoeld in artikel 142, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Een verwijzing in een akte van opsporingsbevoegdheid, een aanwijzing als bedoeld in artikel 142, tweede lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering of een akte van beëdiging als bedoeld in artikel 19 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar naar een domein zoals opgenomen in de Beleidsregels buitengewoon opsporingsambtenaar, geldt als een verwijzing naar dat domein zoals opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 19 september 2018.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar.
De boa Openbare ruimte is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet.
- 1.
Artikel 2.13 Activiteitenbesluit milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten;
- 2.
Besluit lozen buiten inrichtingen juncto artikel 10.2 Wet Milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten;
- 3.
- 4.
- 5.
- 6.
Drank en Horecawet juncto artikel 1 Wet op de economische delicten;1
- 7.
- 8.
- 9.
- 10.
Verordeningen en/of keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
- 11.
Artikel 3, tweede lid, van het Reglement houdende voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren juncto artikel 1a Wet op de economische delicten;
- 12.
Tabaks- en rookwarenwet juncto artikel 1 Wet op de economische delicten;
- 13.
Visserijwet 1963 juncto artikel 1a Wet op de economische delicten;
- 14.
Artikelen 2.3.6 Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten;
- 15.
Artikel 6.2 lid 1 Waterwet, juncto artikel 1a Wet op de economische delicten voor zover het overtredingen betreft die een nadelige invloed hebben of kunnen hebben op de leefbaarheid in de publieke ruimte;
- 16.
Alleen voor stilstaand verkeer: artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV).
Voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer: de artikelen 4, 5, 6, 8, 10, 28, 57, 60 en 82 RVV, en artikel 62 RVV juncto bijlage I, hoofdstukken C (geslotenverklaring) en D (rijrichting), RVV. Handhaving op het negeren van een C- of D-bord is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto’s, zoals de zogeheten milieuzones.
Digitaal handhaven is slechts mogelijk voor het negeren van een C-bord of voor de overtreding van artikel 5, 6 of 10 RVV die volgt uit het negeren van een G-bord. De toepasselijke kaders voor digitaal handhaven door gemeenten zijn te vinden op www.om.nl/geslotenverklaring;
- 17.
Artikelen 30 en 34 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
- 18.
Artikel 2.2 lid 1 onder g en h Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 1a Wet op de economische delicten;
- 19.
Artikel 13 Wet bodembescherming juncto artikel 1a Wet op de economische delicten voor zover het gaat om feiten die de leefbaarheid aantasten;
- 20.
Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden;
- 21.
Artikelen 10.1 lid 1, 10.37 en 10.38 Wet milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten voor zover het gaat om feiten die de leefbaarheid aantasten;
- 22.
- 23.
- 24.
- 25.
- 26.
Wet ruimtelijke ordening juncto artikel 1a van de Wet op de economische delicten met uitzondering van de volgende situaties:
- 1)
Het feit is begaan in samenhang met andere economische feiten, of
- 2)
Het feit heeft betrekking op een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer;
- 1)
- 27.
- 28.
Artikelen 175, 177, 179, 180, 181, 182, 184, 184a, 185, 188, 199, 225, 231, tweede lid, 239, 266 juncto 267, onder 2°, 284, 285, 300 juncto 304, onder 3°, 350, 351, 351bis, 352, 416, 417bis, 424 t/m 429, 430a, 435 onder 4°, 437, 437bis en 437ter, 438, 447b, 447c, 447d, 447e, 453 en 458 t/m 461 Wetboek van Strafrecht;
- 28a.
Artikel 443 Wetboek van Strafrecht, ook voor zover het gaat om overtreding van een noodverordening die of een noodbevel dat verband houdt met het COVID-19-virus;
- 29.
- 30.
Woningwet juncto artikel 1a Wet op de economische delicten met uitzondering van de volgende situaties:
- 1)
Het feit is begaan in samenhang met andere economische delicten;
- 2)
Het feit heeft betrekking op een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, of
- 3)
Het feit heeft betrekking op overtreding van het Bouwbesluit 2012 voor zover het de voorschriften inzake het verwijderen van asbest en de aanwezigheid van asbestvezels of formaldehyde betreft.
- 1)
- 31.
Wrakkenwet, voor zover het gaat om feiten die de leefbaarheid aantasten;
- 32.
- 33.
Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van Justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project.
De boa Milieu, welzijn en infrastructuur is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet.
- 1.
- 2.
Herziene Rijnvaartakte;
- 3.
- 4.
- 5.
- 6.
- 7.
- 8.
Verordeningen en/of keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
- 9.
Artikelen 30 en 34 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
- 10.
- 11.
- 12.
- 13.
Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden;
- 14.
- 15.
De in de artikelen 1 en 1a van de Wet op de economische delicten genoemde wettelijke voorschriften, wetten en EU-verordeningen. Ten aanzien van het bepaalde bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) is, met uitzondering van de opsporingsambtenaren, aangewezen in artikel 1, onder b, van het Besluit aanwijzing toezichthouders en opsporingsambtenaren Inspectie Leefomgeving en Transport betreffende vervoerswetgeving, de bevoegdheid van de boa daarbij beperkt tot de volgende artikelen:
- a.
- b.
alleen voor stilstaand verkeer: artikel 5 WVW en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV);
- c.
voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer: de artikelen 4, 5, 6, 8, 10, 28, 57, 60 en 82 RVV, en artikel 62 RVV juncto bijlage I hoofdstuk C (geslotenverklaring) en D (rijrichting) RVV. Handhaving op het negeren van een C- of D-bord is toegestaan voor zover de handhaving betrekking heeft op het tegengaan van overlast of op de bescherming van het milieu of de natuur.
Digitaal handhaven is slechts mogelijk voor het negeren van een C-bord of voor de overtreding van artikel 5, 6 of 10 RVV die volgt uit het negeren van een G-bord. De toepasselijke kaders voor digitaal handhaven door gemeenten zijn te vinden op www.om.nl/geslotenverklaring;
- 16.
Artikelen 141, 157, 160 t/m 163, 172, 173, 173a, 173b, 174, 175, 177, 179, 180, 181, 182, 184, 184a, 185, 198, 199, 216 t/m 225, 227b, 230, 231, tweede lid, 239, 240a, 266 juncto 267, onder 2°, 284, 285, 300 juncto 304, onder 3°, 307, 308, 310, 311, 314, 315, 321, 326, 329, 330, 337, 350, 351, 351bis, 352, 416, 417bis, 424 t/m 429, 430a, 435, onder 4°, 437, 437bis, 437ter, 447b, 447c, 447d, 447e, 453 en 458 t/m 461 Wetboek van Strafrecht;
- 16a.
Artikel 443 Wetboek van Strafrecht, voor zover het gaat om overtreding van een noodverordening die of een noodbevel dat verband houdt met het COVID-19-virus;
- 17.
- 18.
- 19.
Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project.
De boa Onderwijs is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet.
- 1.
- 2.
Verordeningen en/of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen.
- 3.
Artikelen 177, 179, 180, 181, 182, 184, 184a, 185, 266 juncto 267, onder 2°, 284, 285, 300 juncto 304, onder 3°, 435 onder 4°, en 447e Wetboek van Strafrecht;
- 4.
Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project.
De boa Openbaar Vervoer is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet.
- 1.
Algemene plaatselijke verordeningen, voor zover deze verordeningen samenhangen met het vervoer van personen en voor zover de boa is aangewezen door het bevoegd gezag;
- 2.
- 3.
Artikelen 15a lid 1 en lid 2, 23 lid 1 sub a, b en e, 62 juncto bord C1, C11, C12, C13, C14, C15, C16 en C17, 24 lid 1 sub b, 62 juncto 71 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
- 4.
- 5.
- 6.
- 7.
- 8.
Artikelen 141, 157, 177, 179, 180, 181, 182, 184, 184a, 185, 225, 239, 266 juncto 267, onder 2°, 284, 285, 300 juncto 304, onder 3°, 310, 311, 350, 416, 424, 426, 435, onder 4°, 447e en 461 Wetboek van Strafrecht;
- 8a.
Artikel 443 Wetboek van Strafrecht, voor zover het gaat om overtreding van een noodverordening die of een noodbevel dat verband houdt met het COVID-19-virus;
- 9.
Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project.
De boa Werk, inkomen en zorg is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet.
- 1.
Bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990;
- 2.
Verordeningen en/of keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen.
- 3.
- 4.
De Wet op de economische delicten en de in artikel 1 en 1a van deze wet genoemde wetten, voor zover de opsporing van deze wetgeving waaruit deze delicten voortvloeien is opgedragen aan de Inspectie SZW, de Belastingdienst/Bureau Economische Handhaving, de Kansspelautoriteit of anderen;
- 5.
Bij of krachtens de wetten waarvan de uitvoering bij of krachtens de Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet suwi) is opgedragen;
- 6.
Wetboek van Strafrecht: artikelen 161 sexies, 161 septies, 177, 179, 180, 181, 182, 184, 184a, 185, 189, 194, 197, 197a, 197b, 197c, 197d, 198, 225, 226, 227, 227a, 227b, 228, 229, 231, 266 juncto 267, onder 2°, 284, 285, 300 juncto 304, onder 3°,321, 322, 323a, 326, 336, 340, 341, 342, 343, 344, 345, 347, 348, 350a, 350b, 363, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quater.1, 435, onder 4°, 442, 447b, 447c, 447d, 447e, voor zover het feit van belang is voor de toepassing van wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen, met de uitvoering waarvan de organisatie (o.a. UWV, Inspectie SZW, belastingdienst, gemeenten, Kansspelautoriteit) krachtens de wet is belast dan wel voor de uitvoering van andere taken, voor het verrichten waarvan de organisatie krachtens de Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de goedkeuring heeft gekregen;
- 7.
Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project.
De boa generieke opsporing is bevoegd om te handhaven op de volgende artikelen en wetten voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet.
- 1.
Alle strafbare feiten voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de betreffende functie en het daaraan gekoppelde takenpakket;
- 2.
Verordeningen en/of keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
- 3.
Andere strafbare feiten, indien hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek of voor een concreet project door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek of project.