Ministeriële regeling · BWBR0041573

Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 16 november 2018, nr. 2018-0000893805, houdende nadere regels inzake de rechtspositie van staten- en commissieleden, gedeputeerden, commissarissen van de Koning, raads- en commissieleden, wethouders, burgemeesters en de leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en de voorzitters van de waterschappen (Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers)Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragersDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op de artikelen 2.1.7, tweede lid, 2.2.7, zesde lid, 2.2.8, derde lid, 2.2.9, tweede lid, 2.2.10, elfde lid, 2.4.3, tweede lid, 3.1.7, tweede lid, 3.2.7, zesde lid, 3.2.8, derde lid, 3.2.9, tweede lid, 3.2.10, elfde lid, 3.4.3, tweede lid, 4.1.7, tweede lid, 4.2.7, tweede lid, 4.2.9, tweede lid, 4.2.10, elfde lid, en 4.4.3, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,K.H.Ollongren

In deze regeling wordt verstaan onder:

Indien op grond van deze regeling of het besluit werkelijk gemaakte kosten worden vergoed, geschiedt het declareren van die kosten onder overlegging van bewijsstukken.

(leeg)

(leeg)

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers.