Wet · BWBR0041758
Wet bedrijfsleven 2019
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enkele fiscale maatregelen te treffen om voor ondernemingen een aantrekkelijk vestigingsland te blijven en gelijktijdig de aanpak van belastingontwijking voortvarend voort te zetten;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Wassenaar19 december 2018Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Financiën,M.Snelde achtentwintigste december 2018De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.Grapperhaus[Vervallen]
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
[Vervallen]
Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
[Vervallen]
Wijzigt de Wet werken aan winst.
Wijzigt de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II.
Met betrekking tot een gebouw in eigen gebruik waarop de belastingplichtige reeds vóór 1 januari 2019 heeft afgeschreven doch nog niet over drie volledige jaren heeft kunnen afschrijven, vindt de in artikel 7.3, onderdeel A, opgenomen wijziging van artikel 8, zesde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 voor het eerst toepassing met ingang van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarin die periode van drie volledige jaren is geëindigd.
Vervallen
[Vervallen]
[Vervallen]
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2019, met dien verstande dat:
- a.
artikel 7.3, onderdelen A, B, C, D, E, F, G, H, J, K, L, M, N, O, P, Q, R, T en U, en de artikelen 7.8 en 8.1 voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2019;
- b.
artikel 7.3, onderdeel Ta, terugwerkt tot en met 1 maart 2018.
In afwijking van het eerste lid treedt artikel 7.4 in werking met ingang van 1 januari 2020, met dien verstande dat artikel 7.4, onderdelen E tot en met H, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2020.
In afwijking van het eerste lid treedt artikel 7.5 in werking met ingang van 1 januari 2021.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet bedrijfsleven 2019.