Ministeriële regeling · BWBR0041878
Subsidieregeling ERTMS
Gelet op artikel 8, vijfde lid, van de Wet Infrastructuurfonds, de artikelen 3, eerste lid, aanhef en onderdelen a en f, 4, eerste en tweede lid, en 5, van de Kaderwet subsidies I en M en de artikelen 2, eerste lid, 4, eerste lid, 6, eerste lid, 7, derde lid, 8, 10, tweede lid, 13, 15, derde lid, 23, derde en vijfde lid, en 24, eerste tot en met derde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;
BESLUIT:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,S. vanVeldhoven-van der MeerIn deze regeling wordt verstaan onder:
aanvrager: een spoorwegonderneming die activiteiten uitvoert ten behoeve van het programma ERTMS;
ERTMS: ‘European Rail Traffic Management System’;
programma ERTMS: samenhangende projectactiviteiten ter uitwerking en realisatie van het MIRT-project ‘European Rail Traffic Management System’;
kosten derden: op factuur aantoonbare aan derden verschuldigde kosten die direct ten behoeve van de subsidiabele activiteiten zijn gemaakt;
Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
De Minister kan subsidie verstrekken aan een spoorwegonderneming ter financiering van de uitvoering van activiteiten ter uitwerking en realisatie van het programma ERTMS.
Geen subsidie wordt verstrekt voor zover voor een activiteit als bedoeld in het eerste lid een subsidie is of wordt verstrekt door een ander bestuursorgaan dan wel andere inkomsten van derden zonder tegenprestatie zijn of worden verkregen.
Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die worden uitgevoerd in de realisatiefase van het programma ERTMS.
Het subsidieplafond voor het jaar 2018 bedraagt € 15.000.000,–.
Het subsidieplafond voor het jaar 2019 bedraagt € 10.000.000,–.
De Minister stelt met ingang van het jaar 2020 jaarlijks het subsidieplafond vast en doet hiervan mededeling in de Staatscourant in december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor het subsidieplafond wordt vastgesteld.
Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen het aantal uren dat daadwerkelijk aan de uitvoering van de subsidiabele activiteiten is besteed alsmede de noodzakelijke kosten derden.
Als standaardberekeningswijze voor de berekening van uurtarieven wordt gehanteerd berekening op basis van kosten per kostendrager vermeerderd met een forfaitair vastgestelde opslag voor indirecte kosten. Het opslagpercentage voor de indirecte kosten is vijftig procent.
Voor de jaren 2018 en 2019 kunnen als subsidiabele kosten ook in aanmerking worden genomen kosten die voor indiening van de aanvraag tot subsidieverlening zijn gemaakt in 2018 respectievelijk 2019.
De aanvragen tot subsidieverlening voor de jaren 2018 en 2019 worden ingediend uiterlijk op 1 juni 2019.
In afwijking van artikel 10, eerste lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M behoeft de aanvraag niet te worden ingediend met gebruikmaking van een daartoe door de Minister beschikbaar gesteld middel.
De aanvraag gaat in elk geval vergezeld van de gegevens en bescheiden die worden genoemd in artikel 10, vierde lid, onder a tot en met g, van het Kaderbesluit subsidies I en M.
Indien het een aanvraag tot subsidieverlening van € 125.000,– of meer betreft, bevat de aanvraag ten behoeve van de voorschotverlening een liquiditeitsbehoefte als bedoeld in artikel 10, vierde lid, onder e, van het Kaderbesluit subsidies I en M.
De Minister beslist op ontvangen aanvragen op volgorde van binnenkomst.
Een subsidie lager dan € 125.000,– wordt verleend als vast bedrag.
Voor zover de subsidie wordt verleend ten laste van de nog niet door de Staten-Generaal aangenomen rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat, wordt in de beschikking tevens vermeld dat de subsidieverlening plaatsvindt onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld in de desbetreffende wet tot vaststelling van de rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat.
In de beschikking tot subsidieverlening wordt een datum opgenomen waarop de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.
De Minister kan de aanvraag tot subsidieverlening geheel of gedeeltelijk afwijzen indien naar zijn oordeel de daarin omschreven activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstelling van het programma ERTMS.
De Minister kan een voorschot verlenen. De beschikking daartoe wordt ambtshalve gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening gegeven.
Indien de subsidie € 125.000,– of meer bedraagt, wordt het voorschot uitgekeerd in termijnen waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot voorschotverlening worden bepaald.
Voorschotten worden verleend tot 95 procent van het verleende subsidiebedrag.
Indien de subsidie € 125.000,– of meer bedraagt, wordt de aanvraag tot subsidievaststelling ingediend binnen 22 weken na de datum waarop ingevolge de verleningsbeschikking de activiteiten moeten zijn verricht.
In afwijking van artikel 24, derde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M behoeft de aanvraag tot subsidievaststelling niet te worden ingediend met gebruikmaking van een daartoe door de Minister beschikbaar gesteld middel.
De aanvraag gaat in elk geval vergezeld van een verslag omtrent het verloop, de uitvoering, de resultaten van de activiteit, waaruit blijkt dat de subsidieontvanger aan de verplichtingen heeft voldaan en een controleverklaring. Indien de subsidie € 125.000,– of meer bedraagt, gaat de aanvraag ook vergezeld van een financiële verantwoording.
De Minister neemt de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.
De Minister kan de subsidie ambtshalve vaststellen indien de ontvanger van de subsidie niet tijdig de aanvraag tot vaststelling heeft ingediend.
Met het toezicht op de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen zijn belast de directeur en de aangewezen medewerkers van de Auditdienst Rijk van het Ministerie van Financiën en andere bij besluit van de Minister aangewezen personen.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2018.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ERTMS.