Regeling · BWBR0041907
Verzamelbesluit openbaar bestuur 2019
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 21 december 2018, nr. 2018-0000937063;
Gelet op de artikelen 22, aanhef en onderdeel e, van de Financiële-verhoudingswet, de artikelen 186, 229c en 234, zesde lid, 235, dertiende en vijftiende lid, van de Gemeentewet, artikel 190 van de Provinciewet, artikel 9, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging en artikel 2, eerste lid, van de Wet rechten burgerlijke stand;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 9 januari 2019, nr. W04.18.0412/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 17 januari 2019, nr. 2019-0000020014;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage22 januari 2019Willem-AlexanderDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,K.H.Ollongrende vijftiende februari 2019De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.GrapperhausWijzigt het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Wijzigt het Besluit financiële verhouding 2001.
Wijzigt het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen.
Wijzigt het Besluit op de lijkbezorging.
Wijzigt het Legesbesluit akten burgerlijke stand.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2019, met uitzondering van de artikelen IV en V.
Artikel IV treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.
Artikel V treedt in werking met ingang van 16 februari 2019. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 15 februari 2019, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 16 februari 2019.
Dit besluit wordt aangehaald als: Verzamelbesluit openbaar bestuur 2019.