Wijzigingen Officiële bron
Besluit vaststellen (gewijzigde) Eindtermen accountantsopleidingen 2016Besluit vaststellen (gewijzigde) Eindtermen accountantsopleidingen 2016

Dit document bevat de eindtermen voor de Nederlandse accountantsopleidingen als bedoeld in artikel 46 van de Wet op het accountantsberoep (hierna Wab). De Commissie Eindtermen Accountantsopleiding (hierna CEA) heeft op grond van artikel 49, tweede lid, onderdeel a, Wab de bevoegdheid eindtermen vast te stellen en maakt deze bekend door plaatsing in de Staatscourant. CEA herziet periodiek de eindtermen, zodat de vakbekwaamheidseisen van accountants blijven aansluiten op de (ontwikkelingen in de) beroepspraktijk, de verwachtingen van gebruikers van diensten van accountants en op de ontwikkelingen in het onderwijs.

De Eindtermen Accountantsopleidingen 2016 zijn in opdracht van CEA ontwikkeld door de Stuurgroep Herziening Eindtermen en van kracht geworden per 1 januari 2016. Voor een uitgebreide beschrijving van de uitgangspunten bij en aanpak van de ontwikkeling van de eindtermen wordt verwezen naar het oorspronkelijke rapport Eindtermen Accountantsopleidingen 2016 (versie 1.0) van december 2015. Deze eindtermen zijn voor het eerst gepubliceerd in de Staatscourant 2015-48003.

Per 1 januari 2017 zijn enkele tekstuele aanpassingen doorgevoerd in de eindtermen, die uitsluitend zagen op correcties en verduidelijkingen van de eindtermen respectievelijk de toelichtende tekst. Het betrof geen inhoudelijke wijzigingen. De aangepaste, integrale versie van de Eindtermen accountantsopleidingen 2016 (versie 1.1) is gepubliceerd in de Staatscourant 2017-3935. Per 9 november 2018 zijn de eindtermen die zien op de opleiding met oriëntatie Accountancy-Finance komen te vervallen (Staatscourant 2018-63242).

Eind 2018 heeft CEA een redactieraad ingesteld die CEA periodiek adviseert over aanpassing van de eindtermen en waar nodig nadere duiding en interpretatie geeft van specifieke eindtermen. In februari 2019 heeft de redactieraad CEA geadviseerd om een beperkt aantal aanpassing in de eindtermen door te voeren. CEA heeft in haar vergadering van 13 februari 2019 de wijzigingen vastgesteld, die in de Staatscourant zijn gepubliceerd. Dit rapport bevat de doorlopende tekst van de Eindtermen Accountantsopleidingen 2016 (versie 1.2), zoals die per 1 september 2019 van kracht zijn.

De opbouw van het rapport is als volgt. Hoofdstuk 2 verwoordt de uitgangspunten en systematiek die ten grondslag liggen aan de eindtermen. Hoofdstuk 3 beschrijft het raamwerk voor de opzet en beschrijving van de eindtermen. In hoofdstuk 4 zijn de eindtermen opgenomen, voorafgegaan door een korte considerans per opleidingsoriëntatie en een considerans per vakgebied. Tot slot zijn enkele bijlagen toegevoegd.

De Wab beschrijft de (minimale) eisen die aan de opleiding tot accountant worden gesteld, welke voortvloeien uit Richtlijn 2014/56/EU. De Wab bepaalt tevens dat bij de inschrijving van een accountant in het accountantsregister een aantekening wordt geplaatst als de opleiding van de accountant voldoet aan de eindtermen voor het uitvoeren van wettelijke controles, zoals bedoeld in de Wet toezicht accountantsorganisaties.

CEA heeft als taak om eindtermen vast te stellen voor de accountantsopleidingen, met inachtneming van de beroepsprofielen van de NBA en de vakgebieden in het Besluit accountantsopleiding 2013, aldus artikel 49, tweede lid, onder a, Wab.

In 2014 hebben CEA en NBA, vanuit een gezamenlijke visie op de accountantsopleiding, een nieuwe kwalificatiestructuur en een daarbij passend opleidingsmodel voor toekomstige accountants vastgesteld. Daarmee wordt de vakbekwaamheid van accountants op een hoog niveau geborgd.

Het opleidingsmodel is afgestemd op de pluriforme beroepspraktijk en op de behoeften vanuit de markt aan diensten van accountants. Er geldt een kwalificatiestructuur, waarin niet elke accountant op grond van zijn opleiding bevoegd is om alle soorten assurance-opdrachten te verrichten waaronder (wettelijke) controles van jaarrekeningen. Het mogen uitvoeren van wettelijke controles vereist in de huidige kwalificatiestructuur een aantekening van de gevolgde opleiding in het accountantsregister.

Het opleidingsmodel bevat een ‘Common body of knowledge’ die voor alle typen accountants gelijk is en een tweetal oriëntaties, die specifiek opleiden voor de (toekomstige) beroepspraktijk. Een student kan kiezen uit: (1) een oriëntatie ‘Assurance’ die vooral gericht is op het verschaffen van assurance en (de wettelijke) controle of (2) een meer algemene oriëntatie ‘Accountancy-MKB’, gericht op bedrijfsvoering en hiermee samenhangende advieswerkzaamheden.

Kenmerkend en onderscheidend voor de opleiding tot accountant is de te verwerven deskundigheid op het gebied van Auditing & Assurance. De opleiding geeft alle studenten een brede, gemeenschappelijke theoretische basis, die wordt aangevuld met één van de hierboven genoemde gerichte oriëntaties. Het model biedt ruimte voor inhoudelijke vernieuwing van het onderwijs, waarbij de theoretische- en de praktische vorming, hand in hand kunnen gaan. De eindtermen zijn gericht op de beginnend beroepsbeoefenaar, die zich na het verwerven van de accountantstitel verder zal ontwikkelen en desgewenst zal specialiseren.

De opleiding bestaat uit een theoretische opleiding en een driejarige praktijkopleiding. Tijdens de praktijkopleiding, die zoveel mogelijk samenloopt met het laatste deel van de theorieopleiding, moeten studenten (trainees) aantonen dat zij de verworven theoretische kennis en vaardigheden ook daadwerkelijk in de beroepspraktijk kunnen toepassen. Evenals de theoretische opleiding kent ook de praktijkopleiding de hiervoor genoemde oriëntaties ‘Assurance’ en ‘Accountancy-MKB’. De inhoud van de oriëntaties verschilt, maar ook in de praktijkopleiding is er een gemeenschappelijke basis met betrekking tot het opdoen van ervaring in assurancewerkzaamheden.

Het opleidingsmodel ziet er schematisch als volgt uit:

Bij het vaststellen van eindtermen heeft CEA de Verordening op de beroepsprofielen1 in acht genomen. Het beroepsprofiel beschrijft beknopt het werkveld, de functies en de werkzaamheden van accountants (AA en RA), een aantal aan de accountantsopleiding te stellen eisen en de belangrijkste competenties waarover accountants na afronding van hun opleiding moeten beschikken. De verordening vormt een uitwerking van het in de vorige paragraaf beschreven opleidingsmodel.

De beroepsprofielen van de NBA gaan uit van het pluriforme accountantsberoep waarin accountants verschillende functies (kunnen) vervullen. Binnen die functies moeten in verschillende rollen beroepstaken kunnen worden uitgevoerd. Aan de kwalificatie accountant zijn derhalve de volgende (in meer of mindere mate) te beheersen generieke rollen verbonden: (ethisch) professional en assurance provider, poortwachter, communicator, onderzoeker, klantregisseur, manager en samenwerker. Van deze rollen zijn kerncompetenties afgeleid waarover elke accountant moet beschikken. Deze kerncompetenties beschrijven zowel de vaktechnische deskundigheid als de professionele vaardigheden en het professionele gedrag dat van accountants verwacht wordt. De eindtermen zijn vervolgens van deze kerncompetenties afgeleid.

De kerncompetenties, die zien op de accountant als beginnend beroepsbeoefenaar, omvatten het:

Zoals gezegd geldt voor alle kerncompetenties dat deze moeten worden bezien in de context van de beginnend beroepsbeoefenaar die zich professioneel verder zal ontwikkelen (zie verder § 3.1).

De nieuwe eindtermen zijn geïnspireerd door het CanMEDS-model (Frank JR, 2005) uit Canada dat door de Nederlandse medische opleidingen als referentiemodel voor de ontwikkeling van eindtermen is gehanteerd. Dit model gaat uit van een indeling in rollen en competenties van de arts in verschillende beroepssituaties en was derhalve goed bruikbaar voor zowel het beroepsprofiel als de eindtermen.

Voor de uitwerking van eindtermen is gekozen voor de Tuning-methodologie2 (hierna Tuning), die inmiddels wereldwijd gebruikt wordt voor het formuleren van eindtermen voor opleidingen in het hoger onderwijs en tevens goed toepasbaar is op beroepsopleidingen. Tuning is vanaf 2000 ontwikkeld met als doel om de Bologna-eisen te implementeren in het hoger onderwijs en de vergelijkbaarheid van opleidingsprogramma’s te bevorderen en daarmee ook de erkenning van andere kwalificaties. Het motto van Tuning is het ontwikkelen van opleidingsprogramma’s op basis van diversiteit en autonomie met als belangrijkste doel de aansluiting tussen beroepspraktijk en opleidingen te bewerkstelligen. Via de Tuning-methodologie worden opleidingsprogramma’s ontwikkeld van een hoog abstractieniveau (het opleidingsprofiel) naar een gedetailleerd niveau (de leerdoelen). Een nadere uiteenzetting van de Tuning-methodologie (in tien stappen) en de wijze waarop hiervan bij de ontwikkeling van de eindtermen gebruik is gemaakt is opgenomen in bijlage 1.

Bij de concrete uitwerking van competenties en eindtermen zijn de eindtermen van andere accountantsopleidingen in de wereld, waaronder die van IFAC, AICPA, CICA en Common Content, als referentiemodel gebruikt en zijn de Nederlandse eindtermen hieraan getoetst.

De eindtermen besteden specifieke aandacht aan de conceptuele vorming van accountants door het centraal stellen van kennis van – en inzicht in – theorieën en conceptuele modellen. Zodoende gaat minder aandacht uit naar de herhaalde toepassing van en oefening met bepaalde regels en standaarden. De eindtermen bieden daardoor ruimte om in de onderwijsprogramma’s vernieuwing in onderwijsmethoden en -technieken door te voeren en zowel integratie tussen vakken als tussen theorie- en praktijkopleiding te effectueren.

De eindtermen zijn, conform het opleidingsmodel, onderscheiden naar de oriëntaties ‘Assurance’ en ‘Accountancy-MKB’ om optimaal invulling te geven aan de diverse beroepsprofielen. De gemeenschappelijkheid van de opleidingen komt tot uitdrukking in de ‘Common body of knowledge’, terwijl in de oriëntaties de gewenste differentiatie is aangebracht. Daarnaast zijn er drie ‘streams’ die als een rode draad door de opleiding lopen. Dit betreffen: de maatschappelijke rol van accountants, IT en corporate governance. De eindtermen van deze ‘streams’ komen in diverse kernvakken en bedrijfseconomische vakken aan de orde en leiden tot een duidelijke accentversterking van de desbetreffende competenties in de opleiding.

De eindtermen vragen specifiek aandacht voor de beroepshouding van accountants waarbij een sterk bewustzijn van de maatschappelijke rol wordt ontwikkeld en reflectie plaatsvindt op maatschappelijke vraagstukken voor het eigen functioneren. De eindtermen vragen dan ook veel aandacht voor ethiek, onafhankelijkheid, professioneel kritische instelling, communicatieve vaardigheden en andere soft skills die onder meer in de generieke eindtermen tot uitdrukking komen. Een deel van deze eindtermen kan een accountant zich eigen maken door cognitieve kennisverwerving. Een ander deel heeft met ervaring te maken of de mogelijkheid zaken op een dieper niveau te overwegen en een eigen ethisch toetsingskader bij zijn werkzaamheden toe te passen. Ook moet een accountant zich goed realiseren aan welke psychologische verschijnselen hij blootstaat als hij met (morele) dilemma’s wordt geconfronteerd. Belangrijk in dit verband zijn de eindtermen voor het vakgebied Gedrag, Ethiek en Besluitvorming die onderdeel zijn van de ‘Common body of knowledge’.

De eindtermen besteden relatief veel aandacht aan IT. Om het belang van een geïntegreerde benadering van IT te benadrukken, is hiervoor geen zelfstandig basisvak opgenomen. Zo richt ICAIS zich op het inrichten van de informatieverzorgende processen en IT in een organisatie teneinde relevante en betrouwbare informatie te kunnen verstrekken. Terwijl bij Audit & Assurance de focus ligt op vraagstukken waar specifieke IT-toepassingen (zoals ERP-omgeving, internetverkopen en -betalingen, cloud-toepassingen) aan de orde komen.

Corporate governance is een thema dat bij alle kernvakgebieden, Management Accounting & Control, Strategie, Leiderschap en Organisatie, Recht en Financiering, aan de orde komt hetgeen niet wegneemt dat de betreffende eindtermen ook in een afzonderlijk vak kunnen worden ondergebracht.

Een student/trainee ontwikkelt zich tot beginnend beroepsbeoefenaar en vervolgens tot ervaren beroepsbeoefenaar en eventueel tot specialist op een deelterrein. De juist afgestudeerde accountant kan zich in het register van de NBA laten inschrijven en is gekwalificeerd om bepaalde, aan accountants voorbehouden, werkzaamheden uit te voeren. Als beginnend beroepsbeoefenaar heeft de accountant de (vak)bekwaamheid om accountantswerkzaamheden te verrichten, maar is hij nog niet uitgeleerd. De primaire opleiding en vorming zijn onderdeel van een opleidingscontinuüm, waarin verschillende fasen worden onderscheiden. De ontwikkeling van een accountant in termen van competenties (kennis/kunde, vaardigheden en houding/gedrag) en de mate van begeleiding/supervisie kan als volgt worden weergegeven.

Bij afronding van de accountantsopleiding moet de accountant kunnen functioneren op het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar. Een beginnend beroepsbeoefenaar dient:

Zoals te verwachten vertoont de definitie van beginnend beroepsbeoefenaar overlap met de kerncompetenties uit het beroepsprofiel.

De uiteenlopende rollen en functies die accountants moeten kunnen vervullen in de professionele omgeving waarin zij functioneren en het kunnen realiseren van de eindtermen, vergen een hierop aansluitend opleidingsniveau. Kortweg kan dit worden samengevat als post-hbo of postacademisch. Het door de beginnend beroepsbeoefenaar te bereiken niveau is verankerd in de Verordening op de beroepsprofielen van de NBA en is mede afhankelijk van de gekozen opleidingsoriëntatie.

Studenten volgen het theoretische gedeelte van de opleiding voor een groot deel binnen het bachelor-master-stelsel voor het hoger onderwijs. Een accountantsopleiding omvat na de bachelor- en/of de masterfase tevens een post-initieel gedeelte en een driejarige praktijkopleiding. In het opleidingsmodel is het in beginsel mogelijk zowel de opleiding met de oriëntatie ‘Assurance’ als de opleiding met de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ via een hbo- of via een universitaire route te doorlopen.

Een theoretische opleiding tot Accountant-Administratieconsulent wordt afgerond aan een hogeschool of vergelijkbare onderwijsinstelling die hoger beroepsonderwijs verzorgt en die beschikt over een aanwijzing van CEA. Een theoretische opleiding tot Registeraccountant wordt afgerond aan een universiteit of vergelijkbare onderwijsinstelling die wetenschappelijk onderwijs verzorgt en die beschikt over een aanwijzing van CEA. Voor een opleiding met de oriëntatie ‘Assurance’ geldt bovendien dat hiervoor een mastergraad moet zijn behaald.

De opleiding tot Registeraccountant met oriëntatie ‘Assurance’ vereist een geaccrediteerde masteropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs. De opleiding tot Accountant-Administratieconsulent met oriëntatie ‘Assurance’ vereist eveneens een geaccrediteerde masteropleiding, dit kan een hbo- of een wo-masterprogramma zijn. Een opleiding tot Accountant-Administratieconsulent met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’, vereist (= uitstroomvereiste) minimaal een geaccrediteerde bacheloropleiding binnen het hoger beroepsonderwijs of het wetenschappelijk onderwijs. Een opleiding tot Registeraccountant met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ vereist (= uitstroomvereiste) ten slotte minimaal een geaccrediteerde bacheloropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs.

Naast een aantal generieke eindtermen, zijn er eindtermen naar vakgebied. Een dergelijke weergave past in de traditie van de accountantsopleidingen en sluit aan op het wettelijk kader. Het opleidingsmodel voorziet ook in een drietal ‘streams’: maatschappelijke rol accountant, IT en corporate governance. Hiervoor zijn geen afzonderlijke eindtermen geformuleerd. Eindtermen die zien op die betreffende streams zijn geïntegreerd in de vakgebieden, zodat deze eindtermen niet geïsoleerd in de opleidingen aan de orde komen.

In de eindtermen worden de volgende vakgebieden onderscheiden:

De eindtermen moeten borgen dat de juist afgestudeerde accountant het vereiste niveau heeft bereikt. Daartoe zijn er beheersingsniveaus gedefinieerd die zijn afgeleid van het Nederlandse Kwalificatieraamwerk NLQF3. Er zijn drie beheersingsniveaus A, B en C, waarbij C het hoogste niveau representeert.

Bij het formuleren van eindtermen is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de volgende “typerende” werkwoorden die refereren aan de drie onderscheiden beheersingsniveaus.

In hoofdstuk 4 zijn zowel de generieke eindtermen beschreven als de eindtermen per oriëntatie. De eindtermen zijn tevens beschikbaar in een afzonderlijke Excel-toepassing, zodat opleiders eenvoudig bewerkingen en sorteringen kunnen maken. Uitsluitend de eindtermen zoals die zijn gepubliceerd in de Staatscourant, gelden als eindtermen in de zin van de Wab.

De eindtermen in dit rapport worden als volgt gepresenteerd.

De eindtermen zien op de beginnend beroepsbeoefenaar. Iedere eindterm begint dan ook met de aanhef: “De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat om...”

Van alle eindtermen is aangegeven of en op welk niveau deze in het theorie- of praktijkdeel van de opleiding of in beide delen aan de orde moeten komen. Voor bepaalde eindtermen is door een letteraanduiding expliciet onderscheid gemaakt in de formulering van de betreffende eindterm voor het theoriedeel (a) respectievelijk het praktijkdeel (b) van de opleiding.

Als een eindterm betrekking heeft op de theorie dan dient die eindterm in het curriculum van de theoretische opleiding aan bod te komen. Van alle eindtermen in de theorieopleiding dient vastgesteld te worden, door middel van beoordeling en/of toetsing, dat een student aan die eindterm heeft voldaan. Voor de meeste eindtermen van de theorieopleiding geldt dat deze ook in de (beroeps)praktijk aan bod kunnen komen, maar niet al deze eindtermen hoeven in de praktijkopleiding getoetst te worden. Voor die eindtermen die van toepassing zijn voor de praktijkopleiding, dient wel vastgesteld te worden dat door studenten in de praktijk op het vereiste niveau aan deze eindtermen wordt voldaan. Voor een aantal eindtermen van de praktijkopleiding bestaat een aantal keuzemogelijkheden voor te selecteren eindtermen. Deze keuzemogelijkheden bestaan vanwege de grote diversiteit in de werkomgeving van trainees, waardoor niet elke trainee in staat is om alle gedefinieerde eindtermen van bepaalde vakgebieden te realiseren. Voor nadere uitleg wordt verwezen naar § 4.4 van dit rapport.

Conform het opleidingsmodel is ook aangegeven of de eindtermen behoren tot de ‘Common body of knowledge’ (CBoK) respectievelijk ‘Common body of practice’ (CBoP) en/of tot één of beide oriëntaties. Indien een eindterm tot de ‘Common body’ van de accountantsopleiding behoort dan is dit aangegeven door het vermelden van het gewenste beheersingsniveau (A, B of C) in die kolom. Op dezelfde wijze is aangegeven of en zo ja, op welk niveau een eindterm tot één of beide oriëntaties behoort. Indien het beheersingsniveau van een eindterm tussen haakjes is geplaatst, bijvoorbeeld (C) dan is de toepassing van die eindterm facultatief.

De ‘Common body’ vormt het gemeenschappelijke fundament van de accountantsopleidingen en omvat die eindtermen die relevant zijn voor alle accountants, ongeacht de opleidingsoriëntatie die wordt gekozen. Het concept van een voor de accountantsopleidingen kenmerkende gemeenschappelijke basis, vormt het uitgangspunt van het vigerende opleidingsmodel. Voor de eindtermen in de ‘Common body’ geldt dat deze dienstbaar zijn aan zowel de accountant die assurance-opdrachten uitvoert als de accountant die non-assurance-opdrachten uitvoert. Zo is bijvoorbeeld eindterm ICAIS-4 (beoordeling bestuurlijke informatieverzorging en administratieve processen) zowel relevant voor het kunnen inschatten van interne beheersingsrisico’s ten behoeve van het opstellen van een controleplan, als voor het kunnen adviseren over de inrichting van een adequaat systeem van interne beheersing.

Het is dus mogelijk dat:

De onderverdeling naar ‘Common body’ en oriëntaties ziet nadrukkelijk niet op het onderscheid naar opleidingsfase (bachelor, master of post-initiële opleiding). Het is aan de opleiders zelf om te bepalen waar in de opleiding de eindtermen behandeld zullen worden.

Voor alle eindtermen geldt dat deze beschrijven wat een beginnend beroepsbeoefenaar moet weten en kunnen (outputgericht). Ze zijn dan ook op een hoog abstractieniveau gedefinieerd, zodat opleiders de ruimte hebben om, binnen de opleidingsoriëntatie, een eigen profilering aan te brengen. Dat geldt ook voor de eindtermen die behoren tot de ‘Common body’ van de opleiding. Deze benadering betekent ook dat bij opleidingen de verantwoordelijkheid berust om eindtermen op een adequate wijze in het curriculum vorm te geven.

Voor de drie kernvakken zijn eindtermen geformuleerd die zien op de conceptuele vorming van accountants waarbij de nadruk ligt op kennis van en inzicht in theorieën en conceptuele modellen. Hierbij wordt veelvuldig voortgebouwd op kennis en vaardigheden die zijn verkregen in zowel de basis- als bedrijfseconomische vakgebieden.

Zoals in §2.4.2 aangegeven, lopen een drietal ‘streams’ (maatschappelijke rol accountant, IT en corporate governance), als een rode draad door de opleiding heen en zijn deze niet beperkt tot een vakgebied. Eindtermen die zien op deze ‘streams’ zijn bij de relevante vakgebieden opgenomen. In dit rapport is voor de overzichtelijkheid niet aangegeven welke eindtermen specifiek betrekking hebben op de ‘streams’. In het Exceloverzicht van de eindtermen is dit wel aangegeven en kan via een filter een overzicht worden gegenereerd van alle eindtermen die zien op de betreffende ‘streams’.

De eindtermen kennen geen (onderlinge) rangorde. De plaats van een eindterm zegt derhalve niets over het (relatieve) belang van de eindterm voor de opleiding. Het belang van een eindterm voor de opleiding is slechts af te leiden uit de formulering en het bijbehorende beheersingsniveau. Eindtermen verschillen onderling van karakter waardoor het bereiken van de ene eindterm meer studie-inspanning en/of werkervaring vraagt dan de andere, ook al is het beoogde beheersingsniveau hetzelfde. Zo is eindterm A&A-11.3 die ziet op de invloed van IT op de uitvoering van een jaarrekeningcontrole een veelomvattende eindterm, waarvoor de IT-kennis uit het vakgebied ICAIS uiterst relevant is.

Als een eindterm bij een bepaald vakgebied is opgenomen, betekent dit niet automatisch dat die eindterm in het curriculum bij dat vakgebied moet worden ondergebracht. Opleiders hebben dus de nodige vrijheid bij het inrichten van het curriculum, mits alle eindtermen op het beschreven niveau worden afgedekt.

Dit hoofdstuk wordt ingeleid met een considerans waarin een toelichting wordt gegeven op de structuur van de eindtermen en de specifieke invulling van de oriëntaties: ‘Assurance’ en ‘Accountancy-MKB’. Tevens wordt een korte toelichting gegeven op de eindtermen per vakgebied. Vervolgens worden in §4.3 de generieke eindtermen beschreven en in §4.4 de eindtermen per oriëntatie, ingedeeld naar vakgebied. In §4.4 wordt voor elke oriëntatie ook de normering van de studiebelasting aangegeven in termen van ECTS voor de eindtermen van de theorieopleiding en aantal uren per type werkzaamheid voor de eindtermen van de praktijkopleiding. Hoewel de eindtermen zijn beschreven per vakgebied en ingedeeld naar theorie en praktijk, moet worden gestreefd naar zoveel mogelijk integratie tussen enerzijds de verschillende vakken en anderzijds tussen de theorie- en praktijkopleiding.

De opleiding met oriëntatie ‘Assurance’

De accountantsopleiding gericht op de oriëntatie ‘Assurance’ leidt op voor de assurance functie in de ruimste zin van het woord, waaronder ook de wettelijke controle van jaarrekeningen (ex art. 2:393 BW) wordt begrepen. Dit betekent dat in de opleiding veel aandacht moet worden besteed aan verschillende soorten assurance werkzaamheden die accountants kunnen verrichten. Daarnaast is kennis en begrip van het verrichten van aan assurance verwante en overige opdrachten van belang. Het accent in het theoriedeel van de opleiding ligt echter op het kunnen uitvoeren van (wettelijke) controleopdrachten van financiële verantwoordingen. Kennis, begrip en toepassing van de controlestandaarden die zien op de jaarrekeningcontrole is eveneens van belang voor het uitvoeren van andere assurance-opdrachten en aan assurance verwante opdrachten. De eindtermen die zien op het praktijkdeel van de opleiding omvatten het brede terrein van assurance met een nadruk op de jaarrekeningcontrole. De opleiding met oriëntatie ‘Assurance’ richt zich op toekomstige openbaar accountants, intern accountants en overheidsaccountants die assurance in brede zin verschaffen. Vanzelfsprekend staat bij het uitvoeren van assurance-opdrachten het belang van het maatschappelijk verkeer (publiek belang) centraal.

De opleiding met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’

De accountantsopleiding met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ leidt op voor de in het MKB werkzame accountant die zowel bepaalde assurance werkzaamheden als andersoortige werkzaamheden op het gebied van accountancy verricht. Naast een aantal specifieke assurance werkzaamheden betreft dit in het bijzonder opdrachten tot het samenstellen van financiële verantwoordingen (inclusief fiscale aangiften) en advieswerkzaamheden op een breed terrein.

In dit segment is er behoefte aan specifieke assurance bij verantwoordingen die niet zijn afgeleid van een gecontroleerde jaarrekening of van een andere financiële verantwoording. Het moet voorts gaan om opdrachten ten behoeve van een beperkte kring van gebruikers (besloten verkeer) die niet complex zijn (zie bijlage 2 voor nadere toelichting en uitwerking).

Voorbeelden van dergelijke assurance-opdrachten zijn: beoordelingsopdrachten van financiële (jaarrekeningen) en niet-financiële (Tax Control Framework) verantwoordingen en toekomstgerichte informatie (prognoses, prospectussen) en bijzondere controle-opdrachten, zoals subsidieverklaringen, oplageverklaringen en brand- en bedrijfsschade-onderzoeken.

Wat betreft de advieswerkzaamheden kan worden gedacht aan vraagstukken op het gebied van (zie eindterm A&A-14):

Met name dit type vraagstukken en de hiervoor vereiste (advies)vaardigheden staan in deze oriëntatie centraal. De eindtermen van zowel de ‘Common body’ als de oriëntatie zien op specifieke diensten van de MKB-accountant. In zijn adviesrol opereert de accountant als vertrouwensman van de MKB-ondernemer en dient daarbij altijd het belang van het maatschappelijk verkeer (publiek belang) in het oog te houden.

Audit & Assurance (A&A)

De eindtermen voor dit vak, dat de gemeenschappelijke kern vormt van het accountantsberoep, betreffen zowel de grondslagen voor de beroepsuitoefening als de invulling van te verrichten werkzaamheden. De grondslagen zijn van belang voor beide oriëntaties terwijl de te verrichten werkzaamheden zijn verdeeld naar de controle van de jaarrekening, overige assurance-opdrachten, aan assurance verwante opdrachten en overige (incl. advies)opdrachten, die leiden tot concrete beroepsproducten. Deze verdeling naar soorten werkzaamheden sluit aan bij de structuur van de regelgeving voor de accountant, zoals opgenomen in de Handleiding Regelgeving Accountancy van de NBA.

Voor het kernvak Audit & Assurance geldt een ‘Common body of knowledge’ van 20 ECTS. Dit biedt voldoende theoretische basis om niet-complexe assurance-opdrachten uit te kunnen voeren.

De oriëntatie ‘Assurance’ geeft vervolgens nadere invulling aan de opleidingsvereisten voor de wettelijke jaarrekeningcontrole en overige assurance-opdrachten, wat tot uitdrukking komt in het relatief hoge aantal ECTS (10). De oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ richt zich met name op het verstrekken van assurance bij bepaalde financiële overzichten (zie bijlage 2), het uitvoeren van samenstelopdrachten en het verschaffen van (bedrijfseconomische en fiscale) adviezen (totaal 5 ECTS).

Nadrukkelijk wordt aandacht gevraagd voor het feit dat de beginnend beroepsbeoefenaar in staat moet zijn om de verwachtingen van opdrachtgevers te onderkennen alsmede de spanningsvelden die kunnen ontstaan en het publiek belang bij de overwegingen en besluitvorming te betrekken. Zowel de noodzaak om ethische vraagstukken en dilemma’s gemotiveerd op te lossen, als de eis om professioneel kritisch op te treden zijn in de eindtermen verwoord. Daarbij spelen de toepassing ’morele oordeelsvorming’ en het betrekken van het publieke belang, de beroepswaarden en de relevante wet- en regelgeving een onmisbare rol. De nieuwe eindtermen van het vakgebied Gedrag, Ethiek en Besluitvorming bieden hiervoor een goede basis. De nieuwe eindtermen Audit & Assurance vragen expliciet aandacht voor de ontwikkelingen op het terrein van IT en de gevolgen daarvan voor de aard en omvang van te verrichten werkzaamheden. Voorbeelden van relevante ontwikkelingen zijn de enorme groei van social media en de hiermee samenhangende informatiestromen, de toegenomen risico’s van grootschalige cyber crime en de verbeterde mogelijkheden van statistische analyses als gevolg van big data (data analytics).

De eindtermen voor de praktijk zijn toegesneden op de verschillende werkvelden. Dat verklaart ook het verschil in de urennorm voor de eindtermen van de praktijkopleiding die per oriëntatie geldt.

Financial Accounting (FA)

Het kernvakgebied Financial Accounting of Externe Verslaggeving houdt zich primair bezig met de verschaffing van financiële informatie aan stakeholders. De accountant speelt een belangrijke rol bij de controle of het samenstellen van de jaarrekening dan wel bij de advisering daarover. De eindtermen zijn vooral gericht op de externe financiële informatieverschaffing en daarnaast op de informatieverschaffing in het bestuursverslag en/of het geïntegreerde verslag, onder andere door middel van niet-financiële prestatiemaatstaven.

Iedere beginnend beroepsbeoefenaar dient kennis en inzicht te hebben in de functies van externe verslaggeving in het maatschappelijk verkeer, de oordeelsvorming van stakeholders, het institutionele kader, de uitgangspunten die aan de jaarrekening ten grondslag liggen, de relevante waardebegrippen en het jaarrekeningenbeleid en de jaarrekeninganalyse. De beginnend beroepsbeoefenaar dient voorts in staat te zijn te evalueren in hoeverre jaarrekeningen zijn opgemaakt overeenkomstig de daarvoor geldende normen, met specifieke aandacht voor de meer complexe bijzondere situaties en de toelichting als onderdeel van de jaarrekening. De eindtermen gaan in de ‘Common body of knowledge’ ook in op de verantwoording van organisaties zonder winstoogmerk. Bij de toepassing van of toetsing aan normen refereren de eindtermen zowel aan de Nederlandse wetgeving en de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, als aan de International Financial Reporting Standards (IFRS).

In de oriëntatie ‘Assurance’ wordt ruime aandacht besteed aan IFRS, het jaarrekeningenbeleid, het bestuursverslag en geïntegreerde verslaggeving. Ook is in deze oriëntatie kennis van de hoofdlijnen van de financiële verantwoording van bijzondere bedrijfstakken noodzakelijk. In de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ wordt meer aandacht besteed aan de Richtlijnen voor kleine rechtspersonen en de fiscale grondslagen voor de jaarrekening. In de oriëntatie ‘Assurance’ zal de nadruk liggen op de controle van de jaarrekening, in de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ op het samenstellen van de jaarrekening en het adviseren daarover.

Enkele van de eindtermen passen ook bij andere vakgebieden en kunnen ook (al dan niet gedeeltelijk) aldaar een plaats krijgen. Dit geldt in het bijzonder voor waarde begrippen (vakgebied Financiering), toepassing van fiscale grondslagen (vakgebied Fiscaliteit) en regels van kapitaalbescherming, opmaken en openbaar maken (vakgebied Recht). Voorts is er een nauw verband met het vakgebied Boekhouden.

Internal Control & Accounting Information Systems (ICAIS)

De eindtermen van het kernvak Internal Control & Accounting Information Systems besteden veel aandacht aan de conceptuele vorming door het centraal stellen van kennis van – en inzicht in – theorieën en conceptuele modellen. De eindtermen hebben een duidelijke structuur en een verdergaande focus op de werkzaamheden van de accountant. De kern hierbij is dat, voortbouwend op een gedegen kennis van de grondslagen, theorieën en geëigende modellen binnen het vakgebied ICAIS, studenten in staat moeten zijn om op basis van een risico-georiënteerde aanpak een systeem van interne beheersing in te richten en te evalueren. De eindtermen voor het vakgebied ICAIS omvatten derhalve de volgende bouwstenen: risicoanalyse, informatiebehoefte en -analyse, inrichten processen, inrichten controls, inrichten systemen en IT.

Gegeven de snelle ontwikkelingen op het terrein van IT wordt voor beide oriëntaties nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de IT-verschijningsvormen van de infrastructuur, applicaties en controls en voor moderne data-analyse. Ook de gevolgen van veranderingen hierin voor de interne beheersing worden expliciet aan de orde gesteld. Daarnaast is een eindterm geformuleerd die van de beginnend beroepsbeoefenaar verlangt om een sluitend geheel van IT-controls te ontwerpen om risico’s te mitigeren. Ook richten de eindtermen zich op informele beheersingsmechanismen (soft controls) waarbij rekening moet worden gehouden met kenmerken van de controle-omgeving zoals cultuur en ethiek. Ook de eindtermen ICAIS bevatten zodoende aandacht voor gedragsaspecten.

In de oriëntatie ‘Assurance’ ligt de nadruk op het gebied van risicomanagement en interne beheersing, met name van belang voor het bepalen van het interne beheersingsrisico in het kader van de jaarrekeningcontrole. In de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ wordt – naast de ‘Common body of knowledge’ – verdergaande aandacht gevraagd voor het ontwerpen van een informatiesysteem, de toepassing van analyse- en rapportagetools en de advisering daarover. Voor zowel de oriëntatie ‘Assurance’ als ‘Accountancy-MKB’ zijn voor de praktijkopleiding ICAIS eindtermen geformuleerd.

Financiering (FIN)

Financieringsvraagstukken spelen bij diverse soorten werkzaamheden van de accountant een belangrijke rol. De eindtermen voor het vakgebied Financiering zien met name op financiële rekenkunde, investeringsanalyse, waardebepaling van een bedrijf of bedrijfsonderdeel, financiële planning, werkkapitaalbeheer, beoordeling van financiële prestaties, beheersing van financiële risico’s en de werking van financiële markten. Daarnaast dient de beginnend beroepsbeoefenaar de governance structuur vanuit financieringsperspectief te kunnen analyseren en kennis te hebben van het risico en rendement van beleggingsproducten. Ook dient de beginnend beroepsbeoefenaar aan te kunnen geven hoe irrationeel gedrag van invloed kan zijn op prijzen en financiële beslissingen. Deze eindterm sluit aan op de kennis verkregen in het vakgebied Gedrag, Ethiek en Besluitvorming.

In de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ voorzien de eindtermen in een verdieping op enkele geselecteerde onderdelen en maakt Financiering nadrukkelijk deel uit van de praktijkopleiding.

Management Accounting & Control (MAC)

Dit vakgebied omvat de deelgebieden Management Accounting en Management Control. Management accounting beschrijft de patronen waarlangs beslissingscalculaties worden vormgegeven. Management control beschrijft de patronen op basis waarvan wordt toegezien op de uitvoering van managementbeslissingen.

De beginnend beroepsbeoefenaar dient in staat te zijn een systeem van Management Accounting & Control (hierna MAC) te kunnen beoordelen op het functioneren. De eindtermen gaan met name in op de relatie tussen MAC en strategie, financiële en niet-financiële accountingmaatstaven, identificatie van kostenobjecten en toepassing van kostenmodellen, prestatiemeting en budgettering.

Een specifieke eindterm in de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ is de bekwaamheid om met behulp van moderne data-analysetechnieken beslisinformatie uit verschillende bronnen samen te stellen.

Strategie, Leiderschap en Organisatie (SLO)

De eindtermen voor het vakgebied Strategie, Leiderschap en Organisatie zijn er met name op gericht de beginnend beroepsbeoefenaar in staat te stellen om situaties te onderkennen waarin strategie, leiderschap of de organisatie van een onderneming zodanige tekortkomingen bevat, dat het risico bestaat dat de ondernemingsdoelstellingen niet worden gerealiseerd. De accountant moet in staat zijn om dergelijke tekortkomingen te signaleren, te rapporteren aan bestuur en toezichthoudend orgaan en te adviseren over nodige aanpassingen in strategie, leiderschap of organisatie, inclusief de corporate governance. Ook moet de beginnend beroepsbeoefenaar in staat zijn om zich op basis van kennis van de economische organisatietheorie, conventionele organisatievormen en nieuwe organisatievormen, een oordeel te vormen of het ontwerp en de uitvoering van de interne en externe organisatie van de onderneming effectief en efficiënt zijn en hierover aan bestuur en toezichthoudend orgaan te rapporteren.

Als het gaat om leiderschap wordt van de beginnend beroepsbeoefenaar verwacht dat wordt onderkend of de condities in de organisatie bijdragen aan de motivatie en ontwikkeling van de medewerkers en of de persoonlijkheid van bestuurders, de stijl van leidinggeven en besluitvorming passen bij de aard en cultuur van de onderneming. Daar hoort in het voorkomende geval bij het onderkennen dat het bestuur het ondernemingsbelang niet dient.

In de oriëntatie ‘Assurance’ wordt nadrukkelijk ingegaan op het onderkennen van bedrijfsrisico’s, terwijl in de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ meer aandacht wordt gevraagd voor het beoordelen van de realiteitswaarde van de strategie en het adviseren over strategieformulering. De eindtermen in de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ gaan nader in op ondernemerschapstheorieën en ondernemersvaardigheden, organisatieverandering en innovatie.

Boekhouden (BKH)

Iedere accountant dient een goede kennis van en vaardigheid in het boekhouden te hebben, in het bijzonder dient hij de comptabele aspecten van transacties en gebeurtenissen te kunnen begrijpen en vertalen in journaalposten. Voorts zien de eindtermen op de comptabele verwerking van begroting/budget, op geautomatiseerde comptabele verwerking met behulp van taxonomieën en op de inrichting en structuur van het comptabele systeem, waaronder die inzake consolidatie en verschillen tussen commerciële en fiscale jaarrekeningen. Het vakgebied Boekhouden staat in nauw verband met het vakgebied Financial Accounting en Internal Control & Accounting Information Systems.

In de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ zijn additionele eindtermen opgenomen inzake het adviseren over de comptabele verwerking van bijzondere transacties en gebeurtenissen en het samenstellen van een jaarrekening met behulp van een rapportgenerator. Voorts is in deze oriëntatie een verdieping van de eindtermen opgenomen inzake de comptabele verwerking van begroting/budget en advisering over inrichting en structuur van het comptabele systeem.

Economie (EC)

Het is belangrijk dat een beginnend beroepsbeoefenaar in staat is om de hoofdlijnen van de invloed van de economische groei en het conjunctuurbeleid van de overheid op de bedrijfsomgeving van een onderneming te beschrijven. Hierbij moet worden onderkend dat economische groei ook wordt bepaald door zaken als innovatie, onderwijs en ondernemerschap. Centraal in de eindtermen van Economie staat het identificeren van de invloed en gevolgen van macro-economische variabelen, landenrisico’s en risico’s die samenhangen met de marktvorm op de strategie en bedrijfsvoering van een onderneming. In een steeds verdergaande globalisering van de economie is het ook van belang de invloed van internationaal economische en politieke ontwikkelingen te kunnen duiden. Alle eindtermen Economie zijn op inleidend niveau en betreffen de ‘Common body of knowledge’ van het theoriedeel van de opleiding.

Fiscaliteit (FISC)

Fiscaliteit speelt een belangrijke rol bij veel werkzaamheden van de accountant. De beginnend beroepsbeoefenaar dient kennis te hebben van de belangrijkste elementen van de vennootschapsbelasting, omzetbelasting, inkomstenbelasting, loonheffing en het formeel belastingrecht, gericht op de mogelijke fiscale gevolgen en risico’s. Hij dient fiscale berekeningen te kunnen maken en aangiften te kunnen opstellen respectievelijk analyseren. De eindtermen geven ook het belang van de fiscale strategie aan alsmede de rol van het toezicht. Daarbij dient de beginnend beroepsbeoefenaar de functie van het Tax Control Framework te kunnen uitleggen. Naast nationaal belastingrecht is ook kennis op hoofdlijnen van het internationale en Europese belastingrecht nodig, waaronder het vraagstuk van transfer pricing. Een bijzondere eindterm ziet op de ethische en juridische kwesties van fiscaliteit.

Fiscaliteit is een profielvak in de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ omdat ondernemers bij fiscale vraagstukken vaak een beroep doen op de kennis en ervaring van de MKB-accountant. Diverse eindtermen zijn daarom in deze oriëntatie op verdiepend niveau geformuleerd. Daarnaast is een specifieke eindterm in deze oriëntatie het kunnen adviseren over fiscale strategie en fiscale vraagstukken. Ook in de praktijkopleiding van de MKB-accountant is een wezenlijke plaats ingeruimd voor Fiscaliteit.

Hoewel Fiscaliteit, of Belastingrecht, in de opleiding vaak als een afzonderlijk vak is ingericht, zijn er diverse dwarsverbanden met andere vakken. In het bijzonder noemen we tax assurance, tax audit, tax accounting, tax control en tax governance. Het is wenselijk dat waar mogelijk vraagstukken geïntegreerd worden behandeld.

Gedrag, Ethiek en Besluitvorming (GEB)

Naast systemen en processen wordt het belang van gedrag in het kader van de beroepsuitoefening steeds belangrijker. Zowel als het gaat om (professioneel) gedrag van de beroepsbeoefenaar als het verkrijgen van inzicht in het gedrag van de klant/opdrachtgever. Het doel van dit voor de accountantsopleiding relatief nieuwe vakgebied Gedrag, Ethiek en Besluitvorming is vooral inzicht te verschaffen in de beginselen en theorieën met betrekking tot (professioneel) gedrag.

De eindtermen GEB richten zich zodoende op relevante delen van de persoonlijkheidspsychologie en de invloed van de situatie en omgeving op zowel eigen gedrag als besluitvorming. Dat maakt dat de beginnend beroepsbeoefenaar in staat is om te gaan met moeilijke situaties zoals voet bij stuk houden, stellen van grenzen en communiceren over moeilijke kwesties. Ook zijn eindtermen geformuleerd die samenhangen met het begrijpen van teamprocessen en leiderschap en heeft het voor accountants zo belangrijke proces van professionele oordeels- en besluitvorming (inclusief morele oordeelsvorming) een belangrijke plaats in de eindtermen.

De eindtermen GEB zijn niet gedifferentieerd naar oriëntaties en vinden hun praktische toepassing deels in andere vakgebieden. Opgemerkt wordt dat de eindtermen GEB desgewenst in andere vakgebieden aan de orde kunnen komen in plaats van in een afzonderlijk vak.

Recht (RE)

In zijn beroepsuitoefening heeft de accountant te maken met juridische vraagstukken. Kennis en inzicht in de hoofdlijnen van het recht zijn daarom onontbeerlijk. De eindtermen hebben in algemene zin betrekking op de hoofdlijnen van het Nederlands rechtssysteem en het EU-recht en van de verschillen tussen de belangrijkste internationale juridische systemen. De onderdelen van het recht waarvan iedere beginnend beroepsbeoefenaar specifieke kennis dient te hebben zijn vooral het vermogens-, goederen- en verbintenissenrecht en het ondernemingsrecht en daarnaast het faillissementsrecht en het arbeids- en sociaal zekerheidsrecht. Bij de beide eerstgenoemde rechtsgebieden is het vooral van belang de juridische gevolgen en risico’s van feiten en gebeurtenissen te kunnen interpreteren. De eindtermen voor ondernemingsrecht omvatten onder meer de juridische aspecten van corporate governance.

In de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ schrijven de eindtermen vanwege de adviserende rol van de MKB-accountant een verdieping voor van het faillissementsrecht en het arbeids- en sociaal zekerheidsrecht, alsmede kennis inzake het personen- en familierecht, huwelijksvermogensrecht en erfrecht.

Statistiek (STA)

Van oudsher wordt statistiek toegepast bij de risicoanalyse, controls testing en detailcontroles. Het belang voor het accountantsberoep om meer gebruik te maken van statistiek neemt toe. De beroepspraktijk investeert fors om grote hoeveelheden data geavanceerder te kunnen analyseren ten behoeve van een efficiënte en effectieve accountantscontrole. Een geïntegreerde benadering van statistiek in de accountantscontrole is vereist. Daarom dient een beginnend beroepsbeoefenaar in staat te zijn om statistische methodieken toe te passen en tot een oordeel te komen op basis van relevante statistische analyses. Alle eindtermen betreffen de ‘Common body of knowledge’ van het theoriedeel van de opleiding. De praktische toepassing heeft onder andere een plek gekregen in het vakgebied Audit & Assurance.

De opleiding tot beginnend beroepsbeoefenaar omvat ook het ontwikkelen en beheersen van meerdere zogenaamde generieke eindtermen. Deze eindtermen beschrijven een aantal algemene capaciteiten en vaardigheden die essentieel zijn voor de persoonlijkheidsvorming en het adequaat kunnen toepassen van de overige (vaktechnische) eindtermen, inclusief het professionele gedrag.

De gekozen generieke eindtermen zijn afgeleid van de kerncompetenties en mede gebaseerd op de door IFAC, Common Content, Tuning, respectievelijk voor CPA (Canada en USA) en CA (UK) gehanteerde generieke competenties. Voor de generieke eindtermen is aangegeven of deze met name van toepassing zijn voor het theoretische- en/of het praktijkgedeelte van de accountantsopleiding.

Voor de generieke eindtermen is geen beheersingsniveau aangegeven. Voor het vereiste niveau wordt aangesloten op de kwalificatieniveaus van de Dublin descriptoren voor het hoger onderwijs. Voor de generieke eindtermen van de praktijkopleiding moet expliciet worden aangetoond dat de trainee deze heeft behaald.

Hieronder zijn de generieke eindtermen opgenomen die gelden voor alle oriëntaties. Daarbij is aan- gegeven of de eindtermen van toepassing zijn voor de theorieopleiding (T), de praktijkopleiding (P) of beide (T+P).

Grenzen/beperkingen deskundigheid

Veranderingen en ontwikkelingen in het vakgebied

Onderzoeksvaardigheden

Analytische vaardigheden

Conflictbeheersings- en onderhandelingsvaardigheden

Organisatiesensitiviteit

Mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheden

Projectmanagement

Relatiemanagement/-beheer

Coaching en leiderschap

Prioriteiten stellen

Teamwork

Diversiteit

Lerend vermogen

Legenda:

1. Het gebruik van de term ‘respectievelijk’ in de beschrijving van een eindterm duidt op het verschil in beheersingsniveau tussen CBoK en/of oriëntatie(s).

2. De nummering van de eindtermen per vakgebied is niet altijd opeenvolgend, omdat niet alle eindtermen voor beide oriëntaties relevant zijn.

3. Indien het beheersingsniveau van een eindterm tussen haakjes is geplaatst, bijvoorbeeld (C) dan is de toepassing van die eindterm facultatief.

Normering eindtermen theorieopleiding

Voor de theoretische eindtermen per vakgebied is een schatting gemaakt van het aantal studiebelastingsuren (volgens de ECTS-systematiek) dat tenminste nodig is om de betreffende eindtermen op het gewenste niveau te kunnen realiseren. Eindtermen en studiebelastingsuren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De studiebelastingsuren geven de omvang van de leeractiviteiten aan, terwijl de eindtermen de inhoud van die leeractiviteiten weergeven. De ECTS-credits geven richting aan opleiders en studenten van de noodzakelijke respectievelijk gewenste hoeveelheid leeractiviteiten die nodig is om de eindtermen te kunnen behalen. Daarmee vormt de ECTS-norm ook een begrenzing voor de te behalen leerdoelen. Met andere woorden: de eindtermen en studiebelastingsuren dienen met elkaar in balans te zijn.

De minimale studiebelasting voor de eindtermen van het theoriedeel van de opleiding met de oriëntatie ‘Assurance’, is als volgt.

Het is van belang dat de curriculumontwikkelaars van de theoretische opleiding de gemiddelde studiebelasting per studie-eenheid (vak, module, leereenheid) per periode bepalen en vastleggen aan de hand van gebruikelijke normen per leeractiviteit en deze toetsen aan de hiervoor vermelde ECTS-norm. Mede vanwege de mogelijkheid kleuring in het onderwijsprogramma aan te brengen, kan de werkelijke studiebelasting bij sommige vakgebieden iets lager en bij andere vakgebieden iets hoger uitvallen dan de gepresenteerde norm. Het is uiteindelijk aan CEA, om te beoordelen of de curricula van de opleiders met bijbehorende ECTS-onderbouwing, borgen dat de eindtermen op het gewenste niveau worden gerealiseerd.

Normering eindtermen praktijkopleiding

Ook voor de eindtermen van de praktijkopleiding is een norm geformuleerd waarmee richting wordt gegeven aan de invulling van de activiteiten door stagebureaus en trainees. Gegeven de aard van de praktijkopleiding, bevat deze norm, naast een aantal kwalitatieve eisen, een minimum aantal uren dat door trainees aan bepaalde eindtermen moet worden besteed om zich te ontwikkelen tot een beginnend beroepsbeoefenaar.

De normering van de eindtermen van het praktijkdeel van de opleiding met de oriëntatie ‘Assurance’ is als volgt.

Het minimum aantal uren dat in de praktijkopleiding besteed moet worden aan de eindtermen van het vakgebied Audit & Assurance bedraagt voor deze oriëntatie 1.500 uren, waarbij de trainee tenminste 1.125 uren (75% van 1.500) moet besteden aan jaarrekeningcontroles en tenminste 150 uren (10% van 1.500) aan overige assurance-opdrachten, waarbij sprake is van variatie in typen opdrachten en complexiteit van de opdrachten.

Eindterm FA-8.3b, die ziet op het beoordelen in hoeverre een jaarrekening van een (beursgenoteerde) vennootschap is opgemaakt in overeenstemming met de van toepassing zijnde IFRS, is alleen van toepassing wanneer een trainee in de praktijk betrokken is bij de controle van een dergelijke jaarrekening. Voor trainees die in hun praktijk niet betrokken zijn bij de controle van een jaarrekening op basis van IFRS, geldt dat zij door te voldoen aan eindterm FA-8.1 ervaring opdoen met het beoordelen in hoeverre een jaarrekening van een N.V. of B.V. is opgemaakt in overeenstemming met de normen zoals deze zijn begrepen in Nederlandse wetgeving en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving voor grote en middelgrote rechtspersonen. Deze laatste eindterm is overigens ook verplicht voor trainees die in de praktijk ook betrokken zijn bij de controle van jaarrekeningen op basis van IFRS.

De bovenstaande urennorm is door de Raad voor de Praktijkopleidingen nader uitgewerkt. Deze heeft tevens kwalitatieve eisen geformuleerd waar de praktijkopleidingsplaats, de praktijkbegeleiders en de werkzaamheden aan moeten voldoen.

Legenda:

1. Het gebruik van de term ‘respectievelijk’ in de beschrijving van een eindterm duidt op het verschil in beheersingsniveau tussen CBoK en/of oriëntatie(s).

2. De nummering van de eindtermen per vakgebied is niet altijd opeenvolgend, omdat niet alle eindtermen voor beide oriëntaties relevant zijn.

3. Indien het beheersingsniveau van een eindterm tussen haakjes is geplaatst, bijvoorbeeld (C) dan is de toepassing van die eindterm facultatief.

Normering eindtermen theorieopleiding

Voor de theoretische eindtermen per vakgebied is een schatting gemaakt van het aantal studiebelastingsuren (volgens de ECTS-systematiek) dat tenminste nodig is om de betreffende eindtermen op het gewenste niveau te kunnen realiseren. Eindtermen en studiebelastingsuren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De studiebelastingsuren geven de omvang van de leeractiviteiten aan, terwijl de eindtermen de inhoud van die leeractiviteiten weergeven. De ECTS-credits geven richting aan opleiders en studenten van de noodzakelijke respectievelijk gewenste hoeveelheid leeractiviteiten die nodig is om de eindtermen te kunnen behalen. Daarmee vormt de ECTS-norm ook een begrenzing voor de te behalen leerdoelen. Met andere woorden: de eindtermen en studiebelastingsuren dienen met elkaar in balans te zijn.

De minimale studiebelasting voor de eindtermen van het theoriedeel van de opleiding met de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’, is als volgt.

Het is van belang dat de curriculumontwikkelaars van de theoretische opleiding de gemiddelde studiebelasting per studie-eenheid (vak, module, leereenheid) per periode bepalen en vastleggen aan de hand van gebruikelijke normen per leeractiviteit en deze toetsen aan de hiervoor vermelde ECTS-norm. Mede vanwege de mogelijkheid kleuring in het onderwijsprogramma aan te brengen, kan de werkelijke studiebelasting bij sommige vakgebieden iets lager en bij andere vakgebieden iets hoger uitvallen dan de gepresenteerde norm. Het is uiteindelijk aan CEA, om te beoordelen of de curricula van de opleiders met bijbehorende ECTS-onderbouwing, borgen dat de eindtermen op het gewenste niveau worden gerealiseerd.

Normering eindtermen praktijkopleiding

Ook voor de eindtermen van de praktijkopleiding is een norm geformuleerd waarmee richting wordt gegeven aan de invulling van de activiteiten door stagebureaus en trainees. Gegeven de aard van de praktijkopleiding, bevat deze norm, naast een aantal kwalitatieve eisen, een minimum aantal uren dat door trainees aan bepaalde eindtermen moet worden besteed om zich te ontwikkelen tot een beginnend beroepsbeoefenaar.

De normering van de eindtermen van het praktijkdeel van de opleiding met de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ is als volgt.

Het minimum aantal uren dat in de praktijkopleiding besteed moet worden aan de eindtermen van het vakgebied Audit & Assurance bedraagt voor deze oriëntatie 250 uren, waarbij de trainee betrokken moet zijn bij minimaal tien assurance-opdrachten met een zekere mate van variatie in typen en complexiteit van opdrachten. Indien het minimum van 250 uren praktijkervaring gedurende de praktijkopleiding niet te realiseren is binnen de werkomgeving van de trainee, kan als alternatief worden gekozen voor een traject waarin minimaal 150 klanturen worden gecombineerd met begeleidingsdagen.

De eisen hiervoor zijn als volgt:

Voor de eindtermen van de vakgebieden Audit & Assurance, Financial Accounting, Internal Control & Accounting Information Systems, Gedrag, Ethiek en Besluitvorming, Fiscaliteit en Boekhouden bestaat geen keuzemogelijkheid. De betreffende eindtermen dienen door alle trainees in de praktijk te worden behaald. Voor de eindtermen van andere vakgebieden, te weten: Financiering, Management Accounting & Control, Strategie, Leiderschap en Organisatie en Recht geldt dat de trainee, afhankelijk van zijn werkomgeving, een evenwichtige keuze moet maken uit de desbetreffende eindtermen. Het totaal aantal uren dat minimaal besteed moet worden aan de eindtermen van het vakgebied Assurance bedraagt 250 (of 150 plus begeleidingsdagen). Het totaal aantal uren dat minimaal besteed moet worden aan de eindtermen van de andere vakgebieden bedraagt 1.250.

De bovenstaande urennorm en keuzemogelijkheden zijn door de Raad voor de Praktijkopleidingen nader uitgewerkt. Deze heeft tevens kwalitatieve eisen geformuleerd waar de praktijkopleidingsplaats, de praktijkbegeleiders en de werkzaamheden aan moeten voldoen.

De eindtermen omvatten zowel eindtermen voor de theorie als de praktijk, waardoor een verdergaande integratie van theorie en praktijk wordt gefaciliteerd. De uitwerking zal moeten plaatsvinden door theorie- en praktijkopleiders gezamenlijk. Een dergelijke integratie wordt bevorderd door het geïntegreerd (theorie en praktijk) slotexamen, waarmee de praktijkopleiding wordt afgerond. Daarnaast zijn de ‘streams’ maatschappelijke rol van de accountant, IT en corporate governance opgenomen in de eindtermen van verschillende vakgebieden waardoor de samenhang tussen de vakgebieden wordt versterkt. Daar komt bij dat de eindtermen niet per sé binnen een bepaald vakgebied behoeven te worden behaald zodat ook hierdoor ruimte bestaat voor verdergaande integratie tussen vakgebieden. Hiertoe is afstemming van de onderwijsprogramma’s tussen de vakgebieden noodzakelijk. Flexibiliteit wordt ook geboden doordat geen voorschriften zijn geformuleerd met betrekking tot de opleidingsfase (bachelor-master-post-initieel) waarin eindtermen aan bod dienen te komen.

Deze bijlage bevat een toelichting op de afbakening van assurance werkzaamheden binnen het nieuwe opleidingsmodel met twee oriëntaties zoals ook opgenomen in de nieuwe Verordening op de beroepsprofielen van de NBA (Stcrt-2015-31706). Hierbij is gekozen voor een principle-based benadering en niet voor een (uitputtende) opsomming van assurance werkzaamheden waarop studenten worden voorbereid in de beide oriëntaties.

Uitgangspunt voor elke accountant is het fundamentele beginsel dat hij professionele diensten vakbekwaam en zorgvuldig uitvoert. Dit betekent o.m. dat een accountant een deugdelijke grondslag moet hebben voor de mededelingen die hij doet. Een minimumvereiste voor deugdelijke grondslag is dat de accountant door opleiding en ervaring in staat moet zijn om een opdracht volgens het vereiste kwaliteitsniveau en op basis van actuele ontwikkelingen in de praktijk, wet- en regelgeving en technieken uit te voeren. Een accountant zal bij opdrachtaanvaarding derhalve altijd moeten nagaan of hij in staat is de betreffende opdracht vakbekwaam en zorgvuldig uit te voeren. In het nieuwe opleidingsmodel wordt het curriculum van de accountantsopleiding zodanig ingericht dat accountants die een bepaalde oriëntatie hebben gevolgd, in beginsel geëquipeerd zijn om bepaalde typen van assurance werkzaamheden te verrichten.

De accountantsopleiding met de oriëntatie ‘Assurance’ leidt op voor de assurance functie in de ruimste zin van het woord, waaronder de wettelijke controle van jaarrekeningen (ex art. 2:393 BW). Dit betekent dat in de opleiding veel aandacht moet worden besteed aan alle soorten assurance werkzaamheden die accountants kunnen verrichten. Het accent zal hierbij liggen op de uitvoering van (wettelijke) controleopdrachten van financiële verantwoordingen. Het maakt daarbij niet uit of sprake is van wettelijk verplichte of vrijwillige controleopdrachten. De toepassing van de controlestandaarden verschilt hierbij immers niet. Ook alle assurance-opdrachten die afgeleid zijn of worden van de gecontroleerde jaarrekening vallen binnen deze oriëntatie. Accountants die de opleiding met de oriëntatie ‘Assurance’ hebben voltooid, kwalificeren om als externe accountant in de zin van de Wet toezicht accountantsorganisaties bij de AFM ingeschreven te worden.

De accountantsopleiding met de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ leidt op voor de in het MKB-werkzame accountant die zowel bepaalde assurance werkzaamheden als andersoortige werkzaamheden op het gebied van accountancy verricht. De opleiding met de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ wordt zodanig ingericht dat afgestudeerde accountants in beginsel in staat zijn beoordelingsopdrachten en andere assurance-opdrachten uit te voeren. Voor andere assurance-opdrachten geldt de aanvullende eis dat het opdrachten betreft: