Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 13 mei 2019, nr. WJZ/7929411(7231), directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 12.24, 12.25 en 12.26 van de Wet studiefinanciering 2000 en 9.4 van de Wet studiefinanciering BES;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage14 mei 2019Willem-AlexanderDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,I.K. vanEngelshovende eenendertigste mei 2019De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.GrapperhausHet tijdstip, bedoeld in de artikelen 12.24 en 12.25 van de Wet studiefinanciering 2000 en 9.4 van de Wet studiefinanciering BES wordt vastgesteld op 1 juni 2019.
Het tijdstip, bedoeld in artikel 12.26 van de Wet studiefinanciering 2000 wordt vastgesteld op 1 september 2019.