Wet · BWBR0042284

Waarborgwet 2019

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 22 mei 2019, houdende regels omtrent het waarborgen van edelmetalen voorwerpen (Waarborgwet 2019)Waarborgwet 2019Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Waarborgwet 1986 inhoudelijk op enkele punten te wijzigen en wetgevingstechnisch in zijn geheel te moderniseren;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage22 mei 2019Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,M.C.G.KeijzerDe Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R.W.Knopsde twaalfde juni 2019De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.Grapperhaus

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Met de waarborging, vereist op grond van artikel 2, eerste lid, wordt gelijkgesteld de waarborging door een onafhankelijke waarborginstelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, mits het desbetreffende gehaltemerk op grond van aldaar geldende wettelijke voorschriften wordt erkend en de waarborging een beschermingsniveau biedt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale waarborging wordt nagestreefd.

Indien een platina, gouden of zilveren voorwerp een gehalte aan platina, goud of zilver heeft dat niet gelijk is aan een krachtens artikel 7, tweede lid, vastgesteld gehalte, wordt het voorwerp gewaarborgd op het naastgelegen lagere gehalte waarop het desbetreffende edelmetaal overeenkomstig artikel 7, eerste lid, of krachtens artikel 7, tweede lid, kan worden gewaarborgd.

Indien het gehalte aan een bepaald edelmetaal niet in het hele voorwerp gelijk is, wordt voor het waarborgen van dat voorwerp uitgegaan van het aangetroffen laagste gehalte.

Een waarborginstelling besluit het uitvoeren van een gehalteproef te weigeren, indien:

Een waarborginstelling kan besluiten het voor de gehalteproef benodigde metaal te ontnemen aan het voorwerp zelf en niet aan het verlengstuk, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onder c.

Voor het borderel, bedoeld in artikel 19, onder b, wordt gebruik gemaakt van een door de betrokken waarborginstelling vastgesteld en tegen kostprijs ter beschikking gesteld formulier.

Na de gehalteproef wordt elk stukje platina, goud of zilver dat voor die proef bestemd was, teruggegeven aan de aanbieder, tenzij de waarde ervan verwaarloosbaar is.

Op verzoek van de aanbieder waarborgt een waarborginstelling palladium voorwerpen, voorwerpen met een gehalte aan goud onder 585 duizendsten en boven of gelijk aan 375 duizendsten en, in afwijking van artikel 2 en de paragrafen 2.3 en 2.4, platina, gouden en zilveren voorwerpen overeenkomstig het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.

Waarborging van de in artikel 26 bedoelde voorwerpen geschiedt op de bij of krachtens onderdeel 2.2 van Bijlage I van het Verdrag bedoelde gehalten.

De artikelen 30, eerste lid, 31, 32 en 33 zijn van overeenkomstige toepassing op degenen die verantwoordelijkheid dragen voor een verkoping, te weten:

Onze Minister kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2 of 40, eerste lid, of van de hoofdstukken 4 of 5, aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.

Een waarborginstelling verstrekt een krachtens artikel 36, eerste lid, aangewezen ambtenaar desgevraagd de gegevens en inlichtingen en verschaft hem desgevraagd inzage in de gegevens en bescheiden die redelijkerwijze nodig zijn voor de uitvoering van het in artikel 36, eerste lid, bedoelde toezicht op de naleving.

Wijzigt de Algemene douanewet.

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Waarborgwet met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.