U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 23-07-2022.

Ministeriële regeling · BWBR0042461

Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 12 juli 2019, nr. 9161960, houdende regels voor het verstrekken van subsidie ten behoeve van opleidingsscholen (Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019)Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,I.K. vanEngelshovenDe Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,A.Slob

In deze regeling wordt verstaan onder:

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

De Minister kan subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 4 als tegemoetkoming in de kosten van de begeleiding van studenten en de inrichting en instandhouding van een opleidingsinfrastructuur.

Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Een aspirant-opleidingsschool komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking, indien van de opleidingsplaatsen binnen de aspirant-opleidingsschool:

Aan een aspirant-opleidingsschool wordt voor de eerste twee schooljaren eenmaal een vast subsidiebedrag verstrekt van € 500.000.

DUS-I voert het secretariaat van de commissie beoordelingsgerichte peer review.

Elke opleidingsschool of aspirant-opleidingsschool in het derde en vierde leerjaar die in schooljaar 2021–2022 in aanmerking komt voor subsidie als bedoeld in artikel 9, ontvangt in aanvulling op die subsidie een bedrag van € 30.000,-. Dit aanvullende bedrag is bestemd voor het stimuleren van de groei van de studentaantallen binnen de opleidingsschool, onderscheidenlijk de aspirant-opleidingsschool in het derde en vierde schooljaar.

Opleidingsscholen die vóór het schooljaar 2019–2020 reeds subsidie ontvingen op grond van de Subsidieregeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen, organiseren vóór 31 december 2025 een eerste ontwikkelingsgerichte peer review.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 29 juli 2019 en vervalt met ingang van 29 juli 2024.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019.

Hieronder zijn de criteria opgenomen aan de hand waarvan een opleidingsschool aan het eind van de aspirantfase beoordeeld wordt. Onder een opleidingsschool wordt verstaan, conform de omschrijving in het kwaliteitskader Samen Opleiden & Inductie en in navolging van de eerdere omschrijving van NVAO (2009), een partnerschap tussen één of meer scholen voor po, vo of bve en één of meer lerarenopleidingen die in gezamenlijkheid toekomstige leraren op de werkplek opleiden’. De criteria zijn gebaseerd op de vier waarborgen uit het Kwaliteitskader Samen Opleiden & Inductie van december 2021:

https://www.platformsamenopleiden.nl/wp-content/uploads/2022/01/Kwaliteitskader-Samen-Opleiden-en-Inductie-en-werkwijze-peer-review-2.pdf

Een aspirant opleidingsschool heeft gedurende vier jaar toegewerkt naar de in het kwaliteitskader geformuleerde basiskwaliteit voor Samen Opleiden. Bij de beoordelingsgerichte peer review wordt aan de hand van een kritische reflectie beoordeeld of deze basiskwaliteit gerealiseerd en geborgd is bij de vier waarborgen:

Beoordelingscriteria

Voor de beoordeling van basiskwaliteit kijkt de commissie naar:

Weging:

De commissie adviseert over de basiskwaliteit bij alle waarborgen aan de hand van de bovengenoemde vier criteria. De beoordeling van elk waarborg dient voldoende te zijn. Een nadere uitwerking van de wijze waarop de basiskwaliteit per waarborg wordt beoordeeld, is te vinden op dus-i.nl via https://www.dus-i.nl/subsidies/t/tegemoetkoming-opleidingsscholen.

Rekenregel financieringsmodel 2020

Toelichting

Qt = totaalbedrag van de subsidie naar opleidingsscholen in het schooljaar (t/ t+1), berekend volgens artikel 9 eerste en tweede lid, en artikel 21A. Dit is de som van alle x2,t (voor 2020 en 2021), x1,t (na 2021 en als het subsidieplafond niet wordt overschreden) of XB1,t (na 2021 en als het subsidieplafond wordt overschreden).

ORt: totaalbedrag overgangsregeling. Dit is de som van de individuele bedragen op basis van de overgangsregeling. Voor 2020 is dit de som van de volgende formule: (x0,2020- x1,2020)*0,85. Voor 2021 is dit de som van de volgende formule: (x0,2020- x1,2020)*0,60.

STt = totaal aantal studenten op de opleidingsscholen in het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd en wordt toegekend (studentenaantal totaal in schooljaar t-1/t).

st = studentaantal van de opleidingsschool in het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd en wordt toegekend (studentenaantal in schooljaar t-1/t).

Nt = aantal opleidingsscholen in het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd en wordt toegekend (aantal opleidingsscholen in schooljaar t-1/t).

x0,2020 = bedrag per opleidingsschool op basis van de staffelsystematiek (oude financieringssystematiek) in schooljaar 2020/2021.

XB1,t = bedrag per opleidingsschool op basis van de nieuwe financieringssystematiek in schooljaar (t/ t+1) indien het subsidieplafond wordt overschreden.

x1,t = bedrag per opleidingsschool op basis van de nieuwe financieringssystematiek in schooljaar (t/ t+1).

x2,t = bedrag per opleidingsschool op basis van de nieuwe financieringssystematiek in schooljaar (t/ t+1) + overgangsregeling.

Als Qt≤ Bt

x1 is afhankelijk van:

Als Qt> Bt

XB1 is afhankelijk van:

Oude financieringsmodel

Deze tabel bevat een samenvatting van de criteria. Elk van de criteria wordt uitgewerkt op drie onderdelen:

Weging:

De Minister toetst alle aanvragen aan de bovengenoemde vier criteria. De gemiddelde beoordeling van deze criteria dient voldoende te zijn. Een nadere uitwerking van bovenstaande criteria en de wijze waarop wordt beoordeeld, is te vinden op dus-i.nl via https://www.dus-i.nl/subsidies/t/tegemoetkoming-opleidingsscholen.

Het ontwikkelplan van de aspirant-opleidingsschool bevat in ieder geval:

Bij de beschrijving van punt 4 worden in ieder geval de volgende producten uit het kader, genoemd in bijlage 1 bij deze regeling, benoemd:

Specifiek wordt hierbij aangegeven hoe gewerkt wordt aan de benodigde kwalificatie van het personeel.

Het ontwikkelplan is maximaal 20 A4 groot

* De schoolopleider is de algemeen begeleider van studenten en coördinator van de praktijkopleiding op de school die ook verantwoordelijk is voor de kwaliteit van begeleiding en beoordeling.

De werkplekbegeleider is de begeleider van studenten tijdens het werkplekleren in de praktijk.