Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 3 oktober 2019, nr. 2019-0000486975;
Gelet op artikel 43, eerste lid, van de Ambtenarenwet BES en artikel 21, tweede lid, onderdeel a, van de Veiligheidswet BES;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 1 november 2019, no. W04.19.0312/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 18 november 2019, nr. 2019-0000593422;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage28 november 2019Willem-AlexanderDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R.W.Knopsde elfde december 2019De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.GrapperhausWijzigt het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES.
Wijzigt het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES.
Wijzigt het Besluit rechtspositie korps politie BES.
De ambtenaar, op wie hoofdstuk II van het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES van toepassing is, kan, onverminderd artikel 8a, eerste, tweede en derde lid, van het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES, in 2020 eenmalig ten hoogste 184 vakantie-uren sparen ten behoeve van levensfaseverlof, mits de aanspraak op die vakantie-uren is ontstaan vóór 1 januari 2020.
De ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, bedoeld in artikel 1, onderdeel e onderscheidenlijk f, van het Besluit rechtspositie korps politie BES, kan, onverminderd artikel 37c, eerste, tweede en derde lid, van het Besluit rechtspositie korps politie BES, in 2020 eenmalig ten hoogste 184 vakantie-uren sparen ten behoeve van levensfaseverlof, mits de aanspraak op die vakantie-uren is ontstaan vóór 1 januari 2020.
De artikelen I, onderdelen A tot en met O, II, III en IV treden in werking met ingang van 1 januari 2020.
Artikel I, onderdeel P, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2017.