ZBO-regeling · BWBR0042866

Tarievenbesluit Ctgb 2020

Wijzigingen Officiële bron
Rectificatie Tarievenbesluit Ctgb 2020Tarievenbesluit Ctgb 2020

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

besluit om de tarieven, verschuldigd in verband met de uitvoering van zijn wettelijke taken en overige diensten, vast te stellen als beschreven in dit besluit:

Met betrekking tot verzoeken tot openbaarmaking past het Ctgb het bepaalde in het Besluit tarieven openbaarheid van bestuur overeenkomstig toe.

De op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit aanhangige aanvragen worden met ingang van dat tijdstip overeenkomstig de bepalingen van dit besluit behandeld.

Het “Tarievenbesluit Ctgb 2019” wordt ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2020, voor zover nodig met terugwerkende kracht, na goedkeuring door Onze Minister en plaatsing van dit besluit in de Staatscourant.

Het Tarievenbesluit kan, indien daar aanleiding toe is, tussentijds worden aangepast.

Dit besluit wordt aangehaald als “Tarievenbesluit Ctgb 2020”.

Vastgesteld door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

d.d. 25 september 2019

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden,

voor deze,

de Voorzitter,

ir. J.F. de Leeuw

De wet bepaalt dat de kosten die het Ctgb maakt bij de uitvoering van de opgedragen taken, moeten worden gedekt uit de door het College vast te stellen en in rekening te brengen tarieven. De tarieven hebben een rechtstreeks verband met de kosten die het Ctgb bij de uitvoering maakt en behoeven de goedkeuring van de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en Infrastructuur en Waterstaat (IenW).

Het Ctgb werkt op basis van de werkelijke kosten. Dat zijn de uren die experts besteden aan het beoordelen van het dossier op veiligheid voor mens, dier en milieu. Aanvragers betalen een tarief dat is samengesteld uit de verschillende beoordelingen die van toepassing zijn op hun aanvraag. Door de omvang en complexiteit van een dossier (zoals gebruik alleen in kassen of juist ook buiten, of het een aanvraag is voor een enkel product of voor een grote biocidefamilie), kunnen de kosten sterk uiteenlopen.

De kosten van een aanvraag zijn opgebouwd uit tarieven voor de verschillende fases en aspecten van de beoordeling, zoals de humane toxicologie, residuen, ecotoxicologie, gedrag en lotgevallen in het milieu, fysisch chemische eigenschappen en werkzaamheid. Die worden als het ware op elkaar gestapeld. De kosten zijn afhankelijk van de benodigde werkzaamheden en dat verschilt per aanvraag.

Ook het type aanvraag is bepalend voor de kosten. Een middel dat bijvoorbeeld in een ander Europees land al is toegelaten, kan in Nederland via een wederzijdse erkenning op de markt komen. Het Ctgb neemt dan het merendeel van de beoordeling uit de andere EU-lidstaat over en kijkt vooral naar voor Nederland specifieke elementen. De kosten hiervoor zijn dan aanmerkelijk lager dan voor een complete beoordeling. Echter mochten er voor toelating op de Nederlandse markt aanvullende beoordelingen nodig zijn dan kunnen die kosten toch oplopen.

Vanwege de grote verschillen tussen de typen aanvragen hanteert het Ctgb twee typen tarieven: Tarieven op basis van een voorschot en nacalculatie, en volgens een vast tarief. De tarieven worden vooraf in rekening gebracht.

Indien het College besluit tot het opvragen van aanvullende gegevens worden daarvoor ook de daaraan verbonden kosten in rekening gebracht.

Voor werkzaamheden waarvoor geen tarief is vastgesteld worden de werkelijke kosten in rekening gebracht.

De tarieven worden met dit besluit vastgelegd en hebben betrekking op:

Voor de registratie van een toegelaten gewasbeschermingsmiddel en biocide wordt jaarlijks een vergoeding in rekening gebracht. De peildatum hiervoor is 1 februari en dat is tevens de datum waarop de registratie voor het volgend jaar een feit is als de registratie niet voortijdig schriftelijk is ingetrokken.

Indien de aanvrager niet of niet volledig binnen de gestelde termijn de jaarlijkse vergoeding betaalt, is de aanvrager van rechtswege in verzuim in de zin van artikel 6:81 Burgerlijk Wetboek.

Bij diverse aanvragen vindt nacalculatie plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten; dit is bij de desbetreffende aanvragen nadrukkelijk vermeld. Voor deze aanvragen wordt eerst een voorschot in rekening gebracht en vindt vervolgens een eindafrekening op basis van werkelijke kosten plaats.

Een aspirant-aanvrager kan voorafgaand aan het doen van een aanvraag het Ctgb verzoeken om op basis van door hem verstrekte onderbouwing een inschatting te maken van de reële kosten van die specifieke aanvraag en om het voorschotbedrag daarop aan te passen. Er kan met reden van het voorschotbedrag worden afgeweken als de ureninschatting daar aanleiding voor geeft.

Werkelijke kosten betreffen de interne kosten gemaakt door het Ctgb (het uurtarief vermenigvuldigd met het aantal door het Ctgb bestede uren) en de werkelijke kosten van ingeschakelde derden (inclusief de aan derden betaalde BTW). Meer informatie over de werkwijze en samenwerkingspartners staat op de website www.ctgb.nl.

Er is tijdig betaald als de betaling voor het einde van de in de factuur genoemde termijn door het Ctgb is ontvangen, dan wel indien wordt aangetoond dat het te betalen bedrag voor het einde van de termijn naar het Ctgb is overgeschreven of gestort.

Tot twee weken na de datum van dagtekening van de factuur kan de aanvrager het College verzoeken om de kosten van de procedure bij het Ctgb in termijnen te mogen betalen.

De eerste termijn dient te zijn betaald binnen 30 dagen na dagtekening van de oorspronkelijke factuur. Bij betaling in termijnen aanvaardt het Ctgb na tijdige betaling van de eerste termijn de aanvraag en deelt de datum van deze aanvaarding mee aan de aanvrager.

Het is mogelijk om facturen automatisch te laten incasseren door het Ctgb. Meer informatie vindt u hierover op de website www.ctgb.nl. Neem hiervoor contact op met het Ctgb via finance@ctgb.nl.

De aanvrager van een toelating onder overgangsrecht van een biocide kan het Ctgb vragen om bij de toelating vast te stellen dat de betreffende biocide als kaderformulering wordt aangemerkt. De vaststelling van een kaderformulering biedt de toelatinghouder de mogelijkheid om gemakkelijker en tegen lagere tarieven sterk vergelijkbare toelatingen (bijv. in andere kleuren) te verkrijgen. De vaststelling van de kaderformulering brengt extra aanvraagkosten met zich mee, die derhalve naast de gewone aanvraagkosten in rekening gebracht worden.

Het Ctgb dient ten aanzien van biociden prioritairs de bepalingen ten aanzien van tarieven uit de Biocidenverordening te volgen. Deze worden hieronder toegelicht.

Per 1 september 2013 is Verordening (EU) 528/2012 in werking getreden. Deze Verordening is van toepassing op alle (aanvragen inzake) biociden en werkzame stoffen in biociden die niet op grond van regels van overgangsrecht onder de werking van de nationale wet of Richtlijn 98/8/EG vallen. De Verordening geeft regels voor de vergoeding die de lidstaten mogen berekenen voor de diensten die zij verrichten met betrekking tot de procedures van de verordening.

De Biocidenverordening verplicht de lidstaten om in de tariefstelling rekening te houden met:

Vanaf het moment dat een aanvraag wordt ingediend, geschiedt alle correspondentie omtrent kosten en betaling via het Register for Biocidal Products (R4BP).

Indien meerdere aanvragen tegelijk worden ingediend waarbij op één of meer aspecten kan worden volstaan met een clusterbeoordeling voor meerdere aanvragen, brengt het Ctgb op verzoek van de aanvrager(s) voor die aspecten van die aanvragen een verlaagd tarief in rekening.

Indien er meerdere aanvragers zijn, is jegens het Ctgb iedere aanvrager hoofdelijk aansprakelijk voor het gehele bedrag. Het Ctgb heeft geen bemoeienis met de onderlinge verrekening tussen aanvragers.

Onder Verordening (EU) 528/2012 is het mogelijk om een toelating aan te vragen voor meerdere producten tegelijk. Voor aanvragen waarbij het Ctgb optreedt als evaluerende lidstaat wordt gewerkt met een voorschottarief. Voor wederzijdse erkenning van een toelating van een biocidenfamilie door een andere lidstaat, wordt gewerkt met vaste tarieven.

Voor de aanvragen van werkzame stoffen, zonale aanvragen met Nederland als zonale Rapporteur Member State (zRMS) én voor de NLKUG-aanvragen (Nationale uitbreiding met kleine toepassingen) is gekozen voor een voorschottarief en nacalculatie.

Bij deze aanvragen is vooraf lastig in te schatten hoeveel uren de beoordeling in beslag gaat nemen en is er een grote spreiding in benodigde beoordelingstijd tussen de aanvragen. Aan het begin van de aanvraag brengt het Ctgb het voorschot in rekening.

* Genoemd voorschot is gebaseerd op een gemiddeld dossier. Er kan met reden van dit voorschot worden afgeweken als de ureninschatting daar aanleiding voor geeft. Indien het voorschot onvoldoende blijkt dan wordt er aanvullend gefactureerd.

* Genoemd voorschot is gebaseerd op een gemiddeld dossier. Er kan met reden van dit voorschot worden afgeweken als de ureninschatting daar aanleiding voor geeft. Indien het voorschot onvoldoende blijkt dan wordt er aanvullend gefactureerd.

* Genoemd voorschot is gebaseerd op een gemiddeld dossier. Er kan met reden van dit voorschot worden afgeweken als de ureninschatting daar aanleiding voor geeft. Indien het voorschot onvoldoende blijkt dan wordt er aanvullend gefactureerd.

Voor het merendeel van de beoordelingen zijn kosten op basis van een vast tarief. Dit betreft aanvragen waarbij Nederland als Concerned Member State (CMS) optreedt, de wederzijdse erkenningen, NLWG’s (aanvragen waarbij alleen het nationaal addendum wordt beoordeeld) en MRL beoordelingen. De kosten starten met een aanvraagtarief voor de intake/commentaarronde. Daarna wordt beoordeeld of het dossier valide is en als er geen informatie ontbreekt kan het dossier door naar de beoordelingsfase.

Op basis van de standaardkosten betalen aanvragers een vast bedrag voor de beoordeling. Daarnaast worden ‘add-ons’ (ofwel additionele tarieven) in rekening gebracht, zoals: toetsing aan specifieke guidances, een extra draft Registration Report, het aantal toepassingen van het middel, de plant-plaag combinatie, beoordeling vanwege een extra werkzame stof of studies die geëvalueerd moeten worden.

Een gemiddeld tarief voor dit type aanvraag is lastig te bepalen, omdat per aanvraag verschillende add-ons kunnen worden toegekend, waardoor de kosten uiteen lopen.

De beoordelingstarieven voor onderstaande aanvraagtypen zijn gebaseerd op aanvragen met 1 werkzame stof, met maximaal 5 toepassingen (= regels in de GAP) en 1 dRR (veld óf kastoepassingen) per zone.

Er worden extra kosten in rekening gebracht wanneer een middel meerdere werkzame stoffen bevat, er meer dan 5 toepassingen zijn, wanneer er sprake is van meer dan 1 dRR of overige aanvullende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd.

Een NLTG is een aanvraag tot nieuwe toelating met Nederland als betrokken lidstaat (Concerned Member State). Een NLRG is een verlenging (renewal) van een toelatingsdossier met Nederland als betrokken lidstaat.

Een NLWTG is een wijzigingsaanvraag waarbij NL als concerned Member State optreedt.

Een NLWG is een wijzigingsaanvraag waarbij alleen het nationaal addendum hoeft te worden beoordeeld.

Dit betreft aanvragen en beoordelingen op basis van een vast tarief.

tevens beoordelingskosten in rekening kunnen worden gebracht

Voor de aanvragen tot goedkeuring van werkzame stoffen, aanvragen tot Unietoelating, aanvragen tot vereenvoudigde toelating én aanvragen tot nationale toelating onder de BPR, waarbij het Ctgb als evaluerende lidstaat optreedt, is gekozen voor een voorschottarief en nacalculatie.

Bij deze aanvragen is vooraf lastig in te schatten hoeveel uren de beoordeling in beslag gaat nemen en is er een grote spreiding in benodigde beoordelingstijd tussen de aanvragen. Aan het begin van de aanvraag brengt het Ctgb het voorschot in rekening. Indien nodig wordt een aanvullend voorschot in rekening gebracht.

Voor aanvullende en of overige werkzaamheden waarvoor geen tarief is vastgesteld, worden de werkelijke kosten in rekening gebracht.

* Genoemd voorschot is gebaseerd op een gemiddeld dossier. Er kan met reden van dit voorschot worden afgeweken als de ureninschatting daar aanleiding voor geeft. Indien het voorschot onvoldoende blijkt dan wordt er aanvullend gefactureerd.

* Genoemd voorschot is gebaseerd op een gemiddeld dossier. Er kan met reden van dit voorschot worden afgeweken als de ureninschatting daar aanleiding voor geeft. Indien het voorschot onvoldoende blijkt dan wordt er aanvullend gefactureerd.

* Indien nodig kunnen beoordelingskosten in rekening worden gebracht

Dit betreft aanvragen en beoordelingen op basis van vaste tarieven. Voor aanvullende en/of overige werkzaamheden waarvoor geen tarief is vastgesteld, worden de werkelijke kosten in rekening gebracht.