Beleidsregel · BWBR0042906
Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2019
Gelet op artikel 10:7, zesde lid, van de Arbeidstijdenwet;
BESLUITEN:
Deze beleidsregel wordt met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant geplaatst.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,C. vanNieuwenhuizen WijbengaDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,T. vanArkDeze beleidsregel is van toepassing op alle overtredingen die als zodanig bij of krachtens de Arbeidstijdenwet zijn aangemerkt en die betrekking hebben op arbeid verricht door personen als bedoeld in artikel 5:12, tweede lid, onder a, van de Arbeidstijdenwet en arbeid in bedrijven of inrichtingen die rechtstreeks betrekking heeft op arbeid verricht in of op motorrijtuigen als bedoeld in artikel 5:12, tweede lid, onder a, van de Arbeidstijdenwet.
Bij de berekening van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 10:5 van de Arbeidstijdenwet wordt voor alle overtredingen als uitgangspunt gehanteerd de normbedragen die gelden voor de onderscheiden onderwerpen in de Tarieflijst normbedragen bestuurlijke boete wegvervoer die als bijlage 1 bij deze beleidsregel is gevoegd.
Bij de toepassing van het tweede lid wordt onderscheid gemaakt tussen:
- a.
overtredingen waarvoor direct bij constatering een bestuurlijke boete wordt opgelegd en die zijn genoemd in de lijst die is opgenomen als bijlage 2 bij deze beleidsregel, en
- b.
overtredingen waarvoor overeenkomstig bijlage 2 eerst een waarschuwing wordt gegeven (preventief handhavingstraject) en pas nadat eenzelfde overtreding nogmaals is geconstateerd, wordt overgegaan tot oplegging van een bestuurlijke boete.
Onverminderd de artikelen 3, 5 en 6 bestaat de bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete, in geval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.
Aan werknemers wordt per boetebeschikking per boetefeit maximaal één boete opgelegd.
Bij een bedrijfsinspectie bedraagt het maximaal in het boeterapport op te nemen aantal personen ter zake waarvan een of meer overtredingen is vastgesteld voor een werkgever met:
- a.
minder dan 25 werknemers: 3,
- b.
25 of meer, maar minder dan 50 werknemers: 6,
- c.
50 of meer, maar minder dan 100 werknemers: 9,
- d.
100 of meer werknemers: 12.
De boete die maximaal per boetebeschikking kan worden opgelegd bij een eerste bedrijfsinspectie voor een bedrijf met 100 of meer werknemers, bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Voor een bedrijf met minder dan 100 werknemers worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- a.
0,25 maal het bedrag, bedoeld in het eerste lid bij minder dan 25 werknemers;
- b.
0,50 maal het bedrag, bedoeld in het eerste lid bij 25 of meer, maar minder dan 50 werknemers;
- c.
0,75 maal het bedrag, bedoeld in het eerste lid bij 50 of meer maar minder dan 100 werknemers.
De boete die maximaal per boetebeschikking kan worden opgelegd bij een eerste bedrijfsinspectie aan een persoon als bedoeld in artikel 2:7 van de Arbeidstijdenwet bedraagt ten hoogste 0,25 maal het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De boete die maximaal per boetebeschikking kan worden opgelegd bij een transportinspectie aan de werkgever en /of aan een persoon als bedoeld in artikel 2:7 van de Arbeidstijdenwet bedraagt ten hoogste 50% van de boete die wordt op gelegd op grond van artikel 5, tweede lid, onder a.
De Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer), zoals die luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze beleidsregel, blijft van toepassing op overtredingen die voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel begaan zijn.
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2019.
Voor de toepassing van deze boetecatalogus wordt verstaan onder:
Atw:Arbeidstijdenwet;
RGBCT:Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten;
Bp 2000:Besluit personenvervoer 2000;
Vo 165/2014: Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PbEU 2014, L 60);
Vo 561/2006:Verordening (EG) nr. 561/2006;
AETR: de op 1 juli 1970 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (AETR) (Trb. 1972, 97).
Editie 2019
KI = Kleine inbreuk € 0,– – € 199,– (direct beboetbaar vanaf 3e bedrijfsinspectie)
BI = Belangrijke inbreuk € 200,– – € 549,–(direct beboetbaar vanaf 2e bedrijfsinspectie)
HBI = Heel belangrijke inbreuk ≥€ 550,– (direct beboetbaar vanaf 1e bedrijfsinspectie)
Feitcode | Overtreden bepaling | Omschrijving overtreding | Normadressaat | Boete € | Direct beboetbaar bij transportinspectie |
1. REGISTRATIE EN BEWAARPLICHT | |||||
A 4.3 (1) | Het niet voeren van een deugdelijke registratie door een werkgever en een persoon als bedoeld in art. 2:7, eerste lid, ter zake van de arbeids- en rusttijden welke het toezicht op de naleving van deze wet en de daarop berustende bepalingen mogelijk maakt | Werkgever / Zelfstandige | 4.400,– | Nee | |
B 2.4:1 (1) | Het niet bewaren van een deugdelijke registratie voor ten minste 104 weken (zoals dienstrooster, data boordcomputer taxi) | Werkgever / Zelfstandige | 4.400,– | Nee | |
B 2.4:1 (1a) | art. 2.4:1, tweede lid, Atbv jo art. 33, tweede lid, Vo 165/2014 | Het niet bewaren van een deugdelijke registratie voor ten minste 1 jaar (zoals registratiebladen, afdrukken en overgebrachte gegevens (zoals C- en M-bestanden) | Werkgever / Zelfstandige | 4.400,– | Nee |
B 2.4:1 (1b) | art. 2.4:1, tweede lid, Atbv jo art. 33, tweede lid, Vo 165/2014 | De registratiebladen, afdrukken en overgebrachte gegevens (zoals C- en M-bestanden) zijn niet op verzoek van de met de controle belaste ambtenaren overgelegd of overhandigd | Werkgever / Zelfstandige | 4.400,– | Nee |
B 2.4:1 (2) | art. 2.4:1, derde lid, Atbv jo art. 6, vijfde lid, Vo 561/2006 / art. 2.5:3 ATBv, jo artikel 6, 5e lid AETR | Andere werkzaamheden en/of beschikbaarheid zijn niet geregistreerd | Werkgever / Zelfstandige | 550,– | Ja |
B 2.4:1 (2a) | art. 2.4:1, vierde lid, Atbv jo art. 10, vijfde lid, Vo 561/2006 | Werkgever / zelfstandige heeft de originele gedownloade gegevens van voertuigunit en/of bestuurderskaart geen 12 maanden bewaard | Werkgever / Zelfstandige | 4.400,– | Nee |
B 2.4:1 (2b) | Werknemer heeft de registratie gegevens en bescheiden (m.b.t. artikel 4:3 Atw) tijdens zijn vervoerswerkzaamheden niet bewaard tot het tijdstip van overdracht aan de werkgever | Werkgever / Zelfstandige | 550,– | Nee | |
B 2.4:1 (4) | art. 2.4:1, zesde lid, Atbv jo art. 11, tweede lid, Regeling tachograafkaarten | Werkgever / zelfstandige heeft de gegevens op de bestuurderskaart niet elke 28 dagen overgebracht naar de vestiging | Werkgever / Zelfstandige | 1.100,– | Nee |
B 2.4:1 (5) | art. 2.4:1, zesde lid, Atbv jo art. 11, eerste lid, Regeling tachograafkaarten | Werkgever / zelfstandige heeft de gegevens van de voertuigunit niet elke 90 dagen overgebracht naar de vestiging | Werkgever / Zelfstandige | 2.200,– | Nee |
2. BOORDCOMPUTER TAXI | |||||
B 2.4:2 (15) | Geen gebruik gemaakt van boordcomputer | Werkgever / Zelfstandige | 4.400,– | Ja | |
B 2.4:2 (16) | Niet voldoen aan registratieverplichtingen vervoerder en bestuurder ingeval van storing dan wel wanneer de boordcomputer buiten gebruik is | Werkgever / Zelfstandige | 550,– | Ja | |
B 2.4:2 (17) | Niet voldoen aan registratieverplichting vervoerder/zelfstandige middels boordcomputer | Werkgever / Zelfstandige | 4.400,– | Ja | |
B 2.4:2 (18) | art. 80, vierde lid, Bp 2000, jo art. 16, achtste lid en 19, eerste, tweede en derde lid RGBCT | Niet overbrengen gegevens door vervoerder, zelfstandige en bestuurder | Werkgever / Zelfstandige | 550,– | Nee |
B 2.4:2 (19) | Onjuist gebruik keuringskaart, i.v.m. art. 10 Regeling erkenning werkplaatsen boordcomputer taxi | Erkenning- houder | 1.100,– | Ja | |
B 2.4:2 (20) | Onjuiste melding artikel 15, tweede lid RGBCT | Erkenning- houder | 200,– | Ja | |
B 2.4:2 (21) | art. 83, achtste lid, onder b, Bp 2000 jo art. 15, vierde lid, RGBCT | Niet terugsturen ingetrokken keuringskaart | Erkenning- houder | 200,– | Ja |
3. DIENSTROOSTER | |||||
B 2.4:3 (1) | art. 2.4:3, eerste lid, Atbv jo art. 4, eerste lid, Regeling dienstrooster i.v.m. art. 16, tweede lid, Vo 561/2006 | Het niet opgesteld hebben van een dienstrooster | Werkgever / Zelfstandige | 4.400,– | Ja |
B 2.4:3 (2) | art. 2.4:3, derde lid, Atbv jo art. 4, eerste lid, Regeling dienstrooster i.v.m. art. 16, tweede lid, Vo 561/2006 | Niet naleven voorschriften dienstrooster (geen naam, standplaats en vastgesteld rooster) | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.4:3 (3) | art. 2.4:3, derde lid, Atbv jo art. 4, eerste lid, Regeling dienstrooster i.v.m. art. 16, derde lid, onder a, Vo 561/2006 | Niet naleven voorschriften dienstrooster (Dienstrooster bevat niet de gegevens als bedoeld in art. 16, derde lid, onder a, van de Vo 561/2006 en de gegevens van de lopende dag) | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.4:3 (4) | art. 2.4:3, derde lid, Atbv jo art. 4, eerste lid, Regeling dienstrooster i.v.m. art. 16, derde lid, onder b, Vo 561/2006 | Niet naleven voorschriften dienstrooster (Dienstrooster niet getekend door hoofd onderneming of diens gevolmachtigde) | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Nee |
B 2.4:3 (6) | art. 2.4:3, derde lid, Atbv jo art. 4, Regeling dienstrooster i.v.m. art. 16, tweede lid, Vo 561/2006 | Niet naleven voorschriften dienstrooster (Niet bij zich hebben dienstrooster / dienstregeling) | Werkgever / Zelfstandige | 550,– | Ja |
B 2.4:3 (7) | art. 2.4:3, derde lid, Atbv jo art. 4, eerste lid, Regeling dienstrooster i.v.m. art. 16, derde lid, onder c, Vo 561/2006 en gelet op art. 4:3 Atw | Het niet bewaren van het dienstrooster na afloop van de betrokken periode van één jaar en/of het niet op verzoek van de met de controle belaste ambtenaar tonen en/of overhandigen | Werkgever / Zelfstandige | 4.400,– | Nee |
4. MISBRUIK CONTROLEMIDDELEN | |||||
B 2.4:4 (1) | In of op controlemiddelen onjuiste gegevens of onjuiste aantekeningen te stellen, te doen stellen, of toe te laten dat zij daarin of daarop gesteld worden | Werkgever / Zelfstandige | 4.400,– | Ja | |
Werknemer | 1.500,– | ||||
B 2.4:4 (2) | In of op controlemiddelen wijziging aan te brengen, te doen aanbrengen of toe te laten dat wijziging wordt aangebracht in vroeger daarin of daarop gestelde gegevens of aantekeningen, deze onleesbaar te maken, te doen maken of toe te laten dat zij onleesbaar gemaakt worden | Werkgever / Zelfstandige | 4.400,– | Ja | |
Werknemer | 1.500,– | ||||
B 2.4:4 (3) | Controlemiddelen geheel of ten dele zoek te maken of te doen zoekmaken, ondeugdelijk te maken of te doen maken, te vernietigen of te doen vernietigen, verborgen te houden of te doen verborgen houden, dan wel toe te laten dat deze zoekgemaakt, ondeugdelijk gemaakt, vernietigd of verborgen gehouden worden | Werkgever / Zelfstandige | 4.400,– | Ja | |
Werknemer | 1.500,– | ||||
B 2.4:4 (4) | Gebruik te maken van een controlemiddel waarop of waarin onjuiste aantekeningen zijn gesteld, waarop of waarin in de aantekeningen wijzigingen zijn aangebracht dan wel waarop of waarin aantekeningen onleesbaar zijn gemaakt | Werkgever / Zelfstandige | 4.400,– | Ja | |
Werknemer | 1.500,– | ||||
B 2.4:4 (9) | Een niet op zijn naam gestelde bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart te gebruiken, met uitzondering van een bedrijfskaart van een werkgever die wordt gebruikt door zijn werknemer | Werkgever / Zelfstandige | 4.400,– | Ja | |
Werknemer | 1.500,– | ||||
B 2.4:4 (11) | In het voertuig een voorziening aanwezig te hebben die voor misbruik als bedoeld in de onderdelen a tot en met e van artikel 2.4:4, eerste lid van het Atbv kan worden aangewend | Werkgever / Zelfstandige | 10.375,– | Ja | |
B 2.4:4 (10b) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 27, tweede lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 11, vierde lid, Bijlage controleapparaten AETR | Bezit van meer dan één geldige op zijn naam gestelde bestuurderskaart. Gebruik defecte of verlopen bestuurderskaart | Bestuurder | 550,– | |
B 2.4:5 (38) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 32, derde lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, achtste lid, Bijlage controleapparaten AETR | Vervalsen, verbergen, uitwissen of vernietigen van gegevens op registratiebladen/tachograaf/Bestuurderskaart, manipulatie tachograaf/registratieblad/bestuurderskaart | Werkgever / Zelfstandige | 4.400,– | Ja |
Werknemer | 1.500,– | ||||
B 2.4:5 (40) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 32, derde lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, achtste lid, Bijlage controleapparaat AETR | In het voertuig een voorziening aanwezig hebben die gebruikt kan worden om de in de tachograaf, het registratieblad, of de op de bestuurderskaart opgeslagen gegevens en/of afdrukken kan vervalsen, uitwissen of vernietigen | Werkgever / Zelfstandige | 10.375,– | Ja |
B 2.4:5 (40a) | Artikel 2.4:13, tweede lid, Atbv jo. artikel 32, vierde lid, Vo 165/2014 | Een voertuig is uitgerust met meer dan één tachograaf | Werkgever / Zelfstandige | 10.375,– | Ja |
5. INSTALLATIE EN GEBRUIK TACHOGRAAF | |||||
B 2.4:5 (1) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 1, eerste lid, tweede alinea jo. 22 lid 5 van Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. Aanhangsel 1 en 1B, AETR | Niet zorg dragen dat het controle- apparaat is voorzien van verzegelingen, danwel na verbreking van de verzegelingen de tachograaf is onderzocht. | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.4:5 (1a) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art 1, eerste lid, tweede alinea jo. 22 lid 4 Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. Aanhangsel 1 en 1B, AETR | Niet zorg dragen dat het controleapparaat is voorzien van een installatieplaatje | Werkgever / Zelfstandige | 50,– | Ja |
B 2.4:5 (2) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 3, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10 AETR | Niet zorg dragen dat een tachograaf/controleapparaat is aangebracht | Werkgever / Zelfstandige | 4.400,– | Ja |
B 2.4:5 (2a) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo. art. 1, eerste lid, tweede alinea, van Vo 165/2014 jo. bijlagen 1 van Vo 165/2014, bijlage 1 B van verordening (EEG) nr. 3821/85 en bijlage 1C van Vo 799/2016; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo. art. 10 AETR | Het aangebrachte controleapparaat/de tachograaf voldoet niet aan de wettelijke eisen | Werkgever / Zelfstandige | 2.200,– | Ja |
B 2.4:5 (3) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo artikel 1, eerst lid, tweede alinea jo. art. 23, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. Aanhangsel 1 en 1B, AETR | Het niet zorg dragen dat het controleapparaat binnen 2 jaar is onderzocht (periodieke controle; routine-inspectie) | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.4:5 (6) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 32, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 10 Bijlage controleapparaten AETR | Vervoersonderneming heeft er niet voor gezorgd dat tachografen, bestuurderskaarten en/of registratiebladen correct werken en correct worden gebruikt | Werkgever / Zelfstandige | 4.400,– | Ja |
B 2.4:5 (7a) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 1, eerste lid tweede alinea, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 10 en aanhangsels 1 en 1b van de bijlage controleapparaten AETR | De instellingen in de tachograaf zijn niet correct. | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.4:5 (7) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 33, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 11, eerste lid, Bijlage controleapparaten AETR | Onvoldoende registratiebladen verstrekt | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.4:5 (8) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 33, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 11, eerste lid, Bijlage controleapparaten AETR | Model van het registratieblad niet goedgekeurd, of niet geschikt voor gebruik in het voertuig geïnstalleerde apparaat | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Nee |
B 2.4:5 (9) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 33, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 11, eerste lid, Bijlage controleapparaten AETR | Onvoldoende papier voor afdrukken | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.4:5 (11) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, tweede lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, eerste lid, Bijlage controleapparaat AETR | Gebruik van vuile of beschadigde registratiebladen of bestuurderskaarten | Bestuurder | 550,– | Ja |
B 2.4:5 (12) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, tweede lid, Bijlage controleapparaat AETR | Het niet gebruik maken van een registratieblad. | Bestuurder | 1.100,– | Ja |
B 2.4:5 (12b) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, tweede lid, Bijlage controleapparaten AETR | Het voortijdig uithalen registratiebladen of bestuurderskaart, voor het einde van zijn dagelijkse werktijd tenzij anderszins is toegestaan | Bestuurder | 200,– | Ja |
B 2.4:5 (12c) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, tweede lid, Bijlage controleapparaten AETR | Registratieblad of bestuurderskaart gebruiken voor langere periode dan waarvoor het blad of de kaart bestemd is | Bestuurder | 200,– | Ja |
B 2.4:5 (12a) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, tweede lid, Bijlage controleapparaten AETR | Het niet gebruik maken van een bestuurderskaart (er is een bestuurderskaart verstrekt) | Bestuurder | 1.100,– | Ja |
B 2.4:5 (13) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo. artikel 34, vierde lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo. artikel 10, tweede lid AETR i.v.m. artikel 12, tweede lid, Bijlage controleapparaten AETR | Bij meervoudige bemanning wordt de bestuurderskaart of het registratieblad niet op de juiste plek in de tachograaf geplaatst | Bestuurder | 1.500,– | Ja |
B 2.4:9 (1) | De houder van een werkplaatskaart handelt niet overeenkomstig art. 22, tweede lid, derde lid eerste volzin, vierde en vijfde lid en art. 23 Vo 165/2014 | houder werkplaatskaart | 1.100,– | Ja | |
B 2.4:10 (1) | Bedrijfskaart is niet conform art. 2.4:10 Atbv gebruikt | Werkgever / Zelfstandige | 550,– | Ja | |
B 2.4:11 (1) | Geen melding van verlies of diefstal van de bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart | Houder | 200,– | Nee | |
B 2.4:5 (18) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, derde lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, tweede lid, Bijlage controleapparaten AETR | Geen handmatige invoer wanneer dit vereist is | Bestuurder | 550,– | Ja |
B 2.4:5 (20) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, vijfde lid, onder a, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, derde lid, Bijlage controleapparaten AETR | De tijdsaanduiding op het blad stemt niet overeen met de wettelijke tijd van het land waar het voertuig is ingeschreven | Bestuurder | 200,– | Ja |
B 2.4:5 (21) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, vijfde lid, onder b, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, derde lid, Bijlage controleapparaat AETR | Incorrect gebruik van de schakelorganen | Bestuurder | 550,– | Ja |
B 2.4:5 (21a) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zesde lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid, Bijlage controleapparaten AETR | Middenveld registratieblad in geheel niet ingevuld | Bestuurder | 1.100,– | Ja |
B 2.4:5 (22) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zesde lid, onder a, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid, Bijlage controleapparaten AETR | Naam en/of voornaam ontbreekt op het registratieblad | Bestuurder | 550,– | Ja |
B 2.4:5 (24) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zesde lid, onder b, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid, Bijlage controleapparaten AETR | Datum bij het begin of einde van het gebruik van het blad ontbreekt | Bestuurder | 200,– | Ja |
B 2.4:5 (25) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zesde lid, onder b, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid, Bijlage controleapparaten AETR | Plaats bij het begin of einde van het gebruik van het blad ontbreekt | Bestuurder | 100,– | Ja |
B 2.4:5 (26) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zesde lid, onder c, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid, Bijlage controleapparaten AETR | Kenteken/registratienummer van het voertuig ontbreekt op het registratieblad | Bestuurder | 100,– | Ja |
B 2.4:5 (27) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zesde lid, onder d, onder i, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid, Bijlage controleapparaten AETR | Kilometerstand (vóór de eerste rit die op het blad is geregistreerd) ontbreekt op het registratieblad | Bestuurder | 200,– | Ja |
B 2.4:5 (28) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zesde lid, onder d, onder ii, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid, Bijlage controleapparaten AETR | Kilometerstand (aan het einde van de laatste rit die op het registratieblad is geregistreerd) ontbreekt op het registratieblad | Bestuurder | 100,– | Ja |
B 2.4:5 (29) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zesde lid, onder e, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid, Bijlage controleapparaten AETR | Het tijdstip waarop van voertuig wordt gewisseld ontbreekt op het registratieblad | Bestuurder | 100,– | Ja |
B 2.4:5 (30) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 34, zevende lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, vijfde lid bis, Bijlage controleapparaten AETR | Het symbool van het land waar de werkperiode van de dag respectievelijk is begonnen/geëindigd is niet in de digitale tachograaf vermeld | Bestuurder | 100,– | Ja |
6. HET VOORLEGGEN VAN INFORMATIE | |||||
B 2.4:5 (32) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 36, eerste of tweede lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 12, zevende lid, Bijlage controleapparaten AETR | Afdrukken, handmatig opgetekende gegevens, bestuurderskaart en registratiebladen van de dag zelf en de voorafgaande 28 dagen niet kunnen overleggen ten tijde van de controle. Indien deze ter plaatse worden gebracht gedurende de controle wordt de boete gematigd naar € 110,– | Bestuurder | 550,– | Ja |
7. DEFECT | |||||
B 2.4:5 (41) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 37, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 13, eerste lid, Bijlage controleapparaten AETR | Defecte tachograaf is niet hersteld door een erkende installateur of werkplaats | Werkgever / Zelfstandige | 2.200,– | Ja |
B 2.4:5 (42) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 37, eerste lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 13, eerste lid, Bijlage controleapparaten AETR | In de situatie waarin het voertuig niet binnen een week nadat het defect is opgetreden naar de vervoersonderneming kan terugkeren, de defecte tachograaf niet onderweg herstellen | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
8. HANDMATIGE INVOER OP AFDRUKKEN | |||||
B 2.4:5 (43) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 37, tweede lid, Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 13, tweede lid, Bijlage controleapparaten AETR | De bestuurder handelt niet overeenkomstig artikel 37, tweede lid, verordening (EU) nr. 165/2014, dan wel art. 13, tweede lid, Bijlage controleapparaat AETR, | Bestuurder | 550,– | Ja |
9. REGELING TACHOGRAAFKAARTEN | |||||
B 2.4:13 (1) | art. 2.4:13, tweede lid, Atbv jo art. 35 Vo 165/2014; art. 2.4:13, vierde lid, Atbv jo art. 10, tweede lid, AETR i.v.m. art. 13, tweede lid, Bijlage controleapparaten AETR | Bestuurder handelt bij beschadiging, defect, verloren of gestolen bestuurderskaart of in geval van een praktijk test als bedoeld in artikel 21, tweede lid, Vo 165/2014 niet overeenkomstig artikel 35 Vo 165/2014 of overeenkomstig art. 13, tweede lid, Bijlage controleapparaat AETR | Bestuurder | 550,– | Ja |
B 2.4:13 (1a) | art. 2.4:13, eerste lid, Atbv jo art. 6 Regeling tachograafkaarten; | Niet voldaan aan inleverplicht ingetrokken, defecte, beschadigde of teruggevonden bestuurderskaart of werkplaatskaart | Houder | 550,– | Ja |
11. RIJ- EN RUSTTIJDEN | |||||
ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 11 UUR, INDIEN EEN VERKORTING VAN DE DAGELIJKSE RUSTTIJD NIET IS TOEGESTAAN | |||||
B 2.5:1 (1) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR | Indien een verkorting van de dagelijkse rusttijd niet is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 11 uur | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Ja |
B 2.5:1 (2) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR | Indien een verkorting van de dagelijkse rusttijd niet is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 10 uur | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.5:1 (3) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR | Indien een verkorting van de dagelijkse rusttijd niet is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 8 uur 30 min | Werkgever / Zelfstandige | 550,– + 100,– per uur te kort | Ja |
ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 9 UUR, INDIEN VERKORTING IS TOEGESTAAN | |||||
B 2.5:1 (4) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR | Indien verkorting is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 9 uur | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Ja |
B 2.5:1 (5) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR | Indien verkorting is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 8 uur | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.5:1 (6) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR | Indien verkorting is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 7 uur | Werkgever / Zelfstandige | 550,– + 100,– per uur te kort | Ja |
ONVOLDOENDE OPGESPLITSTE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN TENMINSTE 3 UUR + 9 UUR | |||||
B 2.5:1 (7) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR | Opgesplitste normale dagelijkse rusttijd. 1e rustperiode bedraagt tenminste 3 uur en tweede rustperiode bedraagt minder dan 9 uren | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Ja |
B 2.5:1 (8) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR | Opgesplitste normale dagelijkse rusttijd. 1e rustperiode bedraagt tenminste 3 uur en tweede rustperiode bedraagt minder dan 8 uren | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.5:1 (9) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, tweede lid, AETR | Opgesplitste normale dagelijkse rusttijd. 1e rustperiode bedraagt tenminste 3 uur en tweede rustperiode bedraagt minder dan 7 uren | Werkgever / Zelfstandige | 550,– + 100,– per uur te kort | Ja |
ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 9 UUR BIJ MEERVOUDIGE BEMANNING | |||||
B 2.5:1 (10) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, vijfde lid, Vo 561/ art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, derde lid, AETR | Dagelijkse rust meervoudige bemanning minder dan 9 uur | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Ja |
B 2.5:1 (11) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, vijfde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, derde lid, AETR | Dagelijkse rust meervoudige bemanning minder dan 8 uur | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.5:1 (12) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, vijfde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, derde lid, AETR | Dagelijkse rust meervoudige bemanning minder dan 7 uur | Werkgever / Zelfstandige | 550,– + 100,– per uur te kort | Ja |
ONVOLDOENDE VERKORTE WEKELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 24 UUR | |||||
B 2.5:1 (13) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR | Verkorte wekelijkse rusttijd minder dan 24 uur | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Ja |
B 2.5:1 (14) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR | Verkorte wekelijkse rusttijd minder dan 22 uur | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.5:1 (15) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR | Verkorte wekelijkse rusttijd minder dan 20 uur | Werkgever / Zelfstandige | 550,– + 100,– per uur te kort met een max van 1.000,– | Ja |
ONVOLDOENDE WEKELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 45 UUR, INDIEN VERKORTING VAN DE WEKELIJKSE RUSTTIJD NIET IS TOEGESTAAN | |||||
B 2.5:1 (16) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR | Indien verkorting van de wekelijkse rusttijd niet is toegestaan; wekelijkse rust minder dan 45 uur | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Ja |
B 2.5:1 (17) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR | Indien verkorting van de wekelijkse rusttijd niet is toegestaan; wekelijkse rust minder dan 42 uur | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.5:1 (18) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR | Indien verkorting van de wekelijkse rusttijd niet is toegestaan; wekelijkse rust minder dan 36 uur | Werkgever / Zelfstandige | 550,– + 100,– per uur te kort met een max van 1.000,– | Ja |
MEER DAN 6 MAAL 24 UUR TUSSEN WEKELIJKSE RUSTTIJDEN | |||||
B 2.5:1 (19) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR | Overschrijden van 6 opeenvolgende perioden van 24 uur na afloop van de vorige wekelijkse rusttijd; met maximaal 3 uur | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Ja |
B 2.5:1 (20) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR | Overschrijden van 6 opeenvolgende perioden van 24 uur na afloop van de vorige wekelijkse rusttijd; met maximaal 12 uur | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.5:1 (21) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid, AETR | Overschrijden van 6 opeenvolgende perioden van 24 uur na afloop van de vorige wekelijkse rusttijd; met 12 uur of meer | Werkgever / Zelfstandige | 550,– + 100,– per uur te lang met een max van 1.000,– | Ja |
AFWIJKING VAN DE 12-DAGENREGEL | |||||
B 2.5:1 (21a) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid bis, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid onder b, AETR | Overschrijden van 12 opeenvolgende perioden van 24 uur na afloop van de vorige normale wekelijkse rusttijd; met maximaal 3 uur | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Ja |
B 2.5:1 (21b) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid bis, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid onder b, AETR | Overschrijden van 12 opeenvolgende perioden van 24 uur na afloop van de vorige normale wekelijkse rusttijd; met maximaal 12 uur | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.5:1 (21c) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid bis, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, zesde lid onder b, AETR | Overschrijding van 12 opeenvolgende perioden van 24 uur na afloop van de vorige normale wekelijkse rusttijd; met 12 uur of meer | Werkgever / Zelfstandige | 550,– + 100,– per uur te lang met een max van 1.000,– | Ja |
NORMALE WEKELIJKSE RUSTTIJD GENIETEN IN VOERTUIG | |||||
B 2.5:1 (22) | art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, achtste lid, Vo 561/2006; art. 2.5:1, tweede lid, Atbv jo art. 8, achtste lid, AETR | Genieten van een normale wekelijkse rusttijd in het voertuig | Werkgever / Zelfstandige | 1.500,– | ja |
TAXI VERVOER ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 10 UUR, INDIEN VERKORTING NIET IS TOEGESTAAN | |||||
B 2.5:1 (1a) | Indien verkorting niet is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 10 uur | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Ja | |
B 2.5:1 (2a) | Indien verkorting niet is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 9 uur | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja | |
B 2.5:1 (3a) | Indien verkorting niet is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 8 uur | Werkgever / Zelfstandige | 550,– + 100,– per uur te kort | Ja | |
TAXI VERVOER ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 8 UUR, INDIEN VERKORTING IS TOEGESTAAN | |||||
B 2.5:1 (4a) | Indien verkorting is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 8 uur | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Ja | |
B 2.5:1 (6a) | Indien verkorting is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 7 uur | Werkgever / Zelfstandige | 550,– + 100,– per uur te kort | Ja | |
TAXI VERVOER ONVOLDOENDE WEKELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 72 UUR | |||||
B 2.5:1 (16a) | Wekelijkse rust minder dan 72 uur | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Ja | |
B 2.5:1 (17) | Wekelijkse rust minder dan 69 uur | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja | |
B 2.5:1 (18) | Wekelijkse rust minder dan 63 uur | Werkgever / Zelfstandige | 550,– + 100,– per uur te kort met een max van 1.000,– | Ja | |
OVERSCHRIJDING VAN DE DAGELIJKSE RIJTIJD VAN 9 UUR, INDIEN VERLENGING TOT 10 UUR NIET IS TOEGESTAAN | |||||
B 2.5:3 (1) | art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, AETR | Indien verlenging tot 10 uur niet is toegestaan; dagelijkse rijtijd meer dan 9 uur | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Ja |
B 2.5:3 (2) | art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, AETR | Indien verlenging tot 10 uur niet is toegestaan; dagelijkse rijtijd meer dan 10 uur | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.5:3 (3) | art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, AETR | Indien verlenging tot 10 uur niet is toegestaan; dagelijkse rijtijd meer dan 11 uur | Werkgever / Zelfstandige | 550,– + 100,– per uur te lang met een max van 1.350,– | Ja |
OVERSCHRIJDING VAN DE DAGELIJKSE RIJTIJD VAN 10 UUR INDIEN VERLENGING IS TOEGESTAAN | |||||
B 2.5:3 (4) | art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, AETR | Indien verlenging is toegestaan; dagelijkse rijtijd meer dan 10 uur | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Ja |
B 2.5:3 (5) | art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, AETR | Indien verlenging is toegestaan; dagelijkse rijtijd meer dan 11 uur | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.5:3 (6) | art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, eerste lid, AETR | Indien verlenging is toegestaan; dagelijkse rijtijd meer dan 12 uur | Werkgever / Zelfstandige | 550,– + 100,– per uur te lang met een max van 1.350,– | Ja |
OVERSCHRIJDING VAN DE WEKELIJKSE RIJTIJD | |||||
B 2.5:3 (7) | art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, tweede lid, AETR | Wekelijkse rijtijd meer dan 56 uur | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Ja |
B 2.5:3 (8) | art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, tweede lid, AETR | Wekelijkse rijtijd meer dan 60 uur | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.5:3 (9) | art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, tweede lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, tweede lid, AETR | Wekelijkse rijtijd meer dan 70 uur | Werkgever / Zelfstandige | 550,– | Ja |
OVERSCHRIJDING VAN DE BIJ ELKAAR OPGETELDE RIJTIJD GEDURENDE TWEE OPEENVOLGENDE WEKEN | |||||
B 2.5:3 (10) | art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, derde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, derde lid, AETR | Bij elkaar opgetelde rijtijd gedurende twee opeenvolgende weken meer dan 90 uur | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Ja |
B 2.5:3 (11) | art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, derde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, derde lid, AETR | Bij elkaar opgetelde rijtijd gedurende twee opeenvolgende weken meer dan 100 uur | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.5:3 (12) | art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, derde lid, Vo 561/2006; art. 2.5:3 Atbv jo art. 6, derde lid, AETR | Bij elkaar opgetelde rijtijd gedurende twee opeenvolgende weken meer dan 112 uur 30 | Werkgever / Zelfstandige | 550,– | Ja |
OVERSCHRIJDING VAN DE AANEENGESLOTEN RIJTIJD | |||||
B 2.5:6 (1) | art. 2.5:6, tweede lid, Atbv jo art. 7 Vo 561/2006; art. 2.5:6, tweede lid, Atbv jo art. 7 AETR | Ononderbroken rijtijd meer dan 4 uur 30 | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Ja |
B 2.5:6 (2) | art. 2.5:6, tweede lid, Atbv jo art. 7 Vo 561/2006; art. 2.5:6, tweede lid, Atbv jo art. 7 AETR | Ononderbroken rijtijd meer dan 5 uur | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Ja |
B 2.5:6 (3) | art. 2.5:6, tweede lid, Atbv jo art. 7 Vo 561/2006; art. 2.5:6, tweede lid, Atbv jo art. 7 AETR | Ononderbroken rijtijd meer dan 6 uur | Werkgever / Zelfstandige | 550,– + 100,– per uur te lang met een max van 1.950,– | Ja |
12. PAUZE | |||||
B 2.5:6 (7) | Bestuurder handelt niet conform artikel 5.4, tweede en derde lid, Atw (Pauze) | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Nee | |
B 2.5:6 (8) | Arbeidstijd langer dan 6 uur zonder pauze | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Nee | |
B 2.5:6 (9) | Geen ½ (of 2x ¼) pauze bij 6 tot en met 9 uur arbeid | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Nee | |
B 2.5:6 (10) | Geen ¾ (of 3 x ¼) pauze bij meer dan 9 uur arbeid | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Nee | |
13. NACHTDIENST EN ARBEID TUSSEN 00.00 UUR EN 06.00 UUR | |||||
B 2.5:4 (1) | Het verrichten van meer dan 43 maal in 16 weken arbeid in nachtdienst of het verrichten van meer dan 20 uren arbeid in nachtdienst in elke periode van 2 weken | Werkgever / Zelfstandige | 100,– per uur te lang met een max van 1.100,– | Nee | |
B 2.5:4a (1) | (Indien Vo 561/2006 van toepassing is) | Het verrichten van meer dan 12 uren dagelijkse arbeidstijd in elke periode van 24 achtereenvolgende uren | Werkgever / Zelfstandige | 100,– per uur te lang met een max van 1.100,– | Nee |
B 2.5:5 (1) | Het verrichten van meer dan 52 maal in 16 weken en 140 maal in 52 weken arbeid in nachtdienst of het verrichten van meer dan 38 uren arbeid in nachtdienst in elke periode van 2 weken. | Werkgever / Zelfstandige | 100,– per uur te lang met een max van 1.100,– | Nee | |
14. ARBEIDSTIJDEN | |||||
B 2.5:7 (1) | (Vo 561/2006 n.v.t.) | Gemiddelde arbeidstijd van meer dan 48 uren per week | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Nee |
B 2.5:8 (1) | (Vo 561/2006 wel van toepassing) | Arbeidstijd van meer dan 60 uur per week | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Nee |
15. SOORTEN BETALING EN INFORMATIEVERSTREKKING | |||||
B 2.7:1 (1) | art. 2.7:1, eerste lid, Atbv jo art. 10, eerste lid, Vo 561/2006; | Koppeling loon aan afgelegde afstand en/of hoeveelheid vervoerde goederen. Indien aangetoond dat betaling van dien aard is dat verkeersveiligheid in gevaar wordt gebracht of inbreuken worden aangemoedigd | Werkgever / Zelfstandige | 1.100,– | Nee |
B 2.7:1 (2) | art. 2.7:1, tweede lid, Atbv jo art. 10, tweede en vijfde lid, Vo 561/2006 | Werkgever handelt niet overeenkomstig art. 10, tweede en vijfde lid, Vo 561/2006 | Werkgever / Zelfstandige | 550,– | Nee |
B 2.7:1 (3) | art. 2.7:1, derde lid, Atbv jo art. 20 Vo 561/2006 | Bestuurder handelt niet overeenkomstig art. 20 Vo 561/2006 (Niet bij zich hebben van bewijzen van vorige sancties of procedure) | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Nee |
B 2.7:1 (4) | art. 2.7:1, derde lid, Atbv jo art. 20, derde lid, Vo 561/ 2006 | De bestuurder verstrekt geen informatie aan onderneming | Werkgever / Zelfstandige | 200,– | Nee |
B 2.7:4 (1) | art. 2.7:4, eerste lid, Atbv, jo art 5 tweede lid Vo 561/2006 | Het verrichten van arbeid als bijrijder door jeugdige werknemer buiten Nederland. | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Nee |
B 2.7:4 (2) | Het niet toezien op het bezit van een verklaring, afgegeven door het bevoegd gezag van de opleiding waaruit blijkt dat een jeugdige werknemer welke als bijrijder arbeid verricht aldaar is ingeschreven als leerling | Werkgever / Zelfstandige | 100,– | Nee |
- –
Alle overtredingen ter zake van arbeids-, rij- en rusttijden.
- –
De overtredingen ten aanzien van registratiemiddelen:
- •
het niet aanwezig zijn van registratie- en controlemiddelen;
- •
het onjuist gebruik van registratie- en controlemiddelen;
- •
het misbruik van registratie- en controlemiddelen;
- •
het niet aangeven van ‘belangrijke gegevens’ op een registratiemiddel, waarmee wordt bedoeld die gegevens die achteraf eenvoudig kunnen worden gewijzigd.
- •
Bij het eerste bedrijfsonderzoek worden alle overtredingen (direct) beboet die vallen in de categorie heel belangrijke inbreuk. Voor de overige overtredingen wordt een waarschuwing gegeven.
Bij een herhalingsonderzoek (tweede bedrijfsonderzoek) worden tevens alle overtredingen beboet die vallen onder categorie heel belangrijke inbreuk en belangrijke inbreuk.
Vanaf het derde bedrijfsonderzoek (herhalingsonderzoek) worden alle overtredingen (HBI, BI en KBI) beboet.
Alle bedrijfsonderzoeken die plaatsvinden binnen drie jaar na de datum waarop het eerste bedrijfsonderzoek is opgestart en waarvoor tevens een bestuurlijke boete is opgelegd wordt als herhalingsonderzoek aangemerkt. Een bedrijfsonderzoek dat wordt opgestart drie jaar nadat een eerder bedrijfsonderzoek heeft plaatsgevonden, wordt voor de nieuwe cyclus van drie jaar weer als een eerste bedrijfsonderzoek aangemerkt. Elke bedrijfsonderzoek dat plaatsvindt binnen drie jaar na de datum waarop dit eerste bedrijfsonderzoek is opgestart wordt wederom als een herhalingsonderzoek aangemerkt.