Ministeriële regeling · BWBR0043022

Mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Financiën van 18 december 2019, tot vaststelling van het mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020Mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020De Minister van Financiën,

Gelet op de artikelen 10:3, 10:9 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 4.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016.

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën,W.B.Hoekstra

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

Indien beslissingsbevoegde functionarissen zoals bedoeld in dit besluit in een organisatieonderdeel niet voorkomen, behoren de bevoegdheden toe aan de naasthogere leidinggevende functionaris.

Instemming van de directeur Financieel-Economische Zaken is vereist:

Aan de DG is voorbehouden te beslissen over het afwijken van de procedures als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012, alsmede over het toepassen van een uitzonderingsgrond als bedoeld in de artikelen 2.24 tot en met 2.24c van de Aanbestedingswet 2012.

Aan de bewindspersonen is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken:

Onverminderd de overige bepalingen van dit besluit waarin aan de SG mandaat wordt verleend, wordt aan de SG mandaat verleend voor:

Met inachtneming van artikel 12 is aan de pSG voorbehouden:

Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is aan de algemene leiding van een DG van het kernministerie ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers voorbehouden het nemen van beslissingen:

Met inachtneming van voorgaande artikelen van dit besluit is aan de algemene leiding van het DGBD, het DGTSL en het DGD, ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers voorbehouden, het nemen van beslissingen:

De pDGBD en de algemeen directeuren van een cluster binnen het DGBD hebben in het kader van de jaarcontracten van de directies van het eigen cluster genoemd in artikel 4 van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021 en binnen eventueel door de staatssecretaris, de algemene leiding of de algemene leiding DGBD gegeven richtlijnen algemeen en beheersmatig mandaat ten aanzien van het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein, tenzij bij wet anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.

Met inachtneming van hetgeen is bepaald in voorgaande artikelen zijn de pDGBD’s en de algemeen directeuren DGBD bevoegd om ten aanzien van hun eigen directie of de directies binnen het eigen cluster als bedoeld in artikel 4 van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021 en voor zover die bevoegdheid niet toekomt aan de algemeen directeur in dat cluster, de navolgende handelingen te verrichten en beslissingen te nemen:

Met inachtneming van hetgeen is bepaald in voorgaande artikelen zijn de algemeen directeuren bevoegd de navolgende handelingen te verrichten en beslissingen te nemen:

Met inachtneming van hetgeen is bepaald in voorgaande artikelen zijn de directeuren van de topstructuur DGBD, DGTSL en DGD en de directie directeuren DGBD bevoegd om ten aanzien van het tot het eigen organisatieonderdeel behorende personeel de navolgende handelingen te verrichten en beslissingen te nemen:

Over vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn, treedt de algemene leiding in contact met de bewindspersoon die het aangaat, voordat van bevoegdheden gebruik wordt gemaakt.

Bij het maken van afspraken, afdoen van stukken en ondertekenen van uitgaande brieven met betrekking tot alle personeelsaangelegenheden, bedoeld in Bijlage 2 bij deze regeling, betreffende het kernministerie is advies van de directeur van de concerndirectie Mens en Organisatie vereist.

In situaties waarin het bevoegd gezag een beloning aan een medewerker wil toekennen, waarbij wordt afgeweken van de reguliere beloningsregels dient vooraf overleg met de pSG plaats te vinden.

Vervallen

Wijzigingen van dit besluit treden in werking per 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober, behoudens spoedeisende gevallen.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand na de datum van uitgifte in de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020.

De aan de pSG voorbehouden redenen als bedoeld in artikel 13, aanhef en onder k, zijn:

De aan de algemene leiding DG van het kernministerie voorbehouden redenen als bedoeld in artikel 14, aanhef en onder e, zijn:

De aan de algemene leiding DGBD, DGTSL en DGD voorbehouden redenen als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder i, zijn:

De aan de directeuren van de topstructuur DGBD, DGTSL en DGD en de directie directeuren DGBD voorbehouden redenen als bedoeld in artikel 15d, aanhef en onder d, zijn:

De personeelsaangelegenheden als bedoeld in artikel 18 zijn: