Ministeriële regeling · BWBR0043557

Regeling Woningbouwimpuls 2020

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 mei 2020, nr. 2020-0000027462, houdende nadere regels met betrekking tot verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van het versnellen van de bouw van betaalbare woningen in een kwalitatief goede leefomgeving (Regeling Woningbouwimpuls 2020)Regeling Woningbouwimpuls 2020De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op de artikelen 2, vierde lid, 3, eerste lid, 4, vijfde lid, 5, derde lid, 6, derde lid, 7, zesde lid, en artikel 10, derde lid, van het Besluit Woningbouwimpuls 2020;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,K.H.Ollongren

In deze regeling wordt verstaan onder:

De uitkering wordt slechts toegekend ten behoeve van bijdragen in een project dat is gericht op het uitvoeren van activiteiten die zijn gericht op:

De scores en de weging van de criteria, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder 1° tot en met 4°, van het besluit, worden bepaald conform bijlage I. De totaalscore van een aanvraag is het gewogen gemiddelde van de scores op die criteria.

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit woningbouwimpuls 2020 in werking treedt. Indien aan het besluit terugwerkende kracht wordt verleend, werkt deze regeling terug tot het tijdstip waarop het besluit terugwerkt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Woningbouwimpuls 2020.

De totaalscore van een aanvraag wordt als volgt bepaald: elk hoofdcriterium krijgt een deelscore op een schaal van 1 tot 10. De totaalscore van een aanvraag is: deelscore noodzaak*0,30 + deelscore effectiviteit*0,30 + deelscore efficiëntie*0,15 + deelscore urgentie*0,25.

In dit criterium staat de beoordeling van de noodzaak van de aangevraagde specifieke uitkering centraal. Daarvoor wordt gekeken of er sprake is van een realistisch en marktconform publiek tekort en de gevraagde bijdrage die daaruit voortkomt. De beoordeling van dit onderdeel omvat in ieder geval een toetsing op in hoeverre er daadwerkelijk sprake is van een tekort, hoe goed dit tekort is onderbouwd, of de gehanteerde uitgangspunten passen bij het beleid en in welke mate het tekort kwalitatief, programmatisch en financieel is geoptimaliseerd.

Aan de hand van het tweede subcriterium wordt bepaald in hoeverre het project bijdraagt aan de betaalbaarheidsprogrammering in de regionale woningbouwopgave (indicator 1) en de nationale woningbouwopgave (indicator 2).

Aan de hand van eerste subcriterium wordt bepaald in hoeverre het realistisch is dat het project start met de bouw binnen de gestelde termijnen van drie jaar (eerste woning) en 10 jaar (laatste woning). Daarbij wordt gekeken naar de hardheid van de plannen, zoals de huidige status van het proces, de nog te doorlopen planologische procedures en de mate van zekerheid dat het project bij een positief besluit doorgaat, tijdig van start gaat en voortvarend wordt gerealiseerd. Ook de mate waarin relevante stakeholders de inschrijving steunen wordt meegewogen in de beoordeling. Daarnaast wordt gekeken of de inzet van instrumenten als parallel plannen of een (regionale) versnellingstafel kunnen bijdragen aan de haalbaarheid van het project.

Op basis van dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre sprake is van een gerichte en doelmatige inzet van financiële middelen. De beoordeling richt zich op de proportionaliteit van de aangevraagde specifieke uitkering ten opzichte van het aantal te realiseren woningen. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de gemiddelde bijdrage per woning en de verhouding tussen de aangevraagde uitkering en de gemeentelijke bijdrage.

Bij de beoordeling moet ook rekening worden gehouden met het belang van bedrijven en ruimte voor werk. Om te voorkomen dat rijksmiddelen ongewild bijdraagt aan het verplaatsen van vitale en/of kritische bedrijven ten behoeve van woningbouw wordt een doelmatigheidstoets uitgevoerd op dit type ingediende gebiedsmaatregelen. Bij deze toets is de desbetreffende verplaatsing beoordeeld op de prijs per m² kavel waarbij een bandbreedte is gehanteerd van € 1.300 – 1.400 aan maximale kosten. Daarnaast is beoordeeld of er (voldoende) compensatieruimte beschikbaar is gesteld om bedrijven een geschikt alternatief te kunnen bieden

Dit hoofdcriterium onderscheidt zich van de andere drie hoofdcriteria omdat de score op dit criterium vaststaat en niet afzonderlijk beoordeeld hoeft te worden door de commissie. De score wordt wel meegenomen bij het bepalen van de totaalscore door de toetsingscommissie. Het hoofdcriterium urgentie betreft: