U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2024.

Ministeriële regeling · BWBR0043696

Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 16 juni 2020 nr. IENW/BSK-2020/88503, houdende regels met betrekking tot de luchtwaardigheid en het gebruik van luchtvaartuigen (Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen)Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigenDe Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 3.13, vierde lid, 3.24, en 7.1, tweede lid, van de Wet luchtvaart, de artikelen 2, vierde lid, 6, 8, derde lid, 9, 12, tweede lid, en 13, van het Besluit luchtvaartuigen 2008, de artikelen 11, derde lid, en 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014, artikel 7 van het Besluit ongeregeld luchtvervoer, en artikel 7 van het Besluit vluchtuitvoering;

BESLUIT:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,C. vanNieuwenhuizen Wijbenga

In deze regeling wordt verstaan onder:

Bij een aanvraag voor een ICAO-standaard-BvL worden in ieder geval de volgende gegevens ingediend:

Bij een aanvraag voor een speciaal-BvL voor een door de aanvrager gebouwd amateurbouwluchtvaartuig, waarvan het ontwerp reeds als acceptabel is beoordeeld conform artikel 4, worden de volgende gegevens ingediend:

Voor een luchtvaartuig van een geaccepteerd type luchtvaartuig als bedoeld in artikel 1, dat is ontworpen, gebouwd, beproefd en uitgerust in een verdragsland en dat wordt geïmporteerd uit de Verenigde Staten van Amerika, Canada of een van de bij EASA aangesloten landen, worden ten behoeve van de afgifte van een speciaal-BvL, de volgende gegevens en documenten ingediend:

Bij een aanvraag voor een export-BvL worden de volgende gegevens ingediend:

Bij de overdracht van een luchtvaartuig wordt een BvL door de voormalige eigenaar of houder van dat luchtvaartuig overgedragen aan de nieuwe eigenaar of houder van dat luchtvaartuig.

Indien is gebleken dat de gegevens, zoals door de minister zijn vermeld op een BvL, onjuist zijn, wordt een BvL dat de juiste gegevens vermeldt, aan de eigenaar of houder van het luchtvaartuig gezonden.

Het onderhoudsprogramma van een luchtvaartuig als bedoeld in:

en wijzigingen daarop, worden goedgekeurd door de minister of door een daartoe erkende CAMO die tevens de uitvoering van het onderhoud aanstuurt.

De houder van een luchtvaartuig of de uitvoerder van onderhoud aan een luchtvaartuig meldt de bekende en vermoede gebreken van het luchtvaartuig alsmede defecten en beschadigingen, die zijn opgetreden of ontdekt in installaties of onderdelen van het luchtvaartuig en de luchtwaardigheid of het voldoen aan de geluidseisen nadelig beïnvloeden, schriftelijk of op digitale wijze en zo snel mogelijk maar tenminste binnen 72 uur na de waarneming aan de minister.

Deze regeling wordt vijf jaren na haar inwerkingtreding geëvalueerd.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen.

Om aan te tonen dat aan de eisen gesteld in artikel 3 wordt voldaan, worden de volgende gegevens bij de minister ingediend:

De eerste foto is van het gehele, opgebouwde toestel; het op de MLA, MLH, lichte gyrokopter en paramotortrikemet een leeggewicht, inclusief reddingsmiddelen, van meer dan 120 kg aangebrachte kenmerk moet duidelijk te zien zijn.

De tweede foto is van de propeller; de foto is gemaakt van recht voor of recht achter, al naar gelang een trek- of duwschroef, de MLA, MLH, lichte gyrokopter en paramotortrikemet een leeggewicht, inclusief reddingsmiddelen, van meer dan 120 kg, in het verlengde van de lengteas.

De derde foto is van het inlaatsysteem, waarbij de aanwezige cowlings geheel zijn verwijderd; hierop moet de carburateur dan wel één van de carburateurs en het eventueel aanwezige inlaatfilter te zien zijn.

De vierde foto is van het uitlaatsysteem, waarbij de aanwezige cowlings geheel zijn verwijderd; de uitlaatdemper met eventuele nademper en uitlaatpijp dienen op de foto duidelijk zichtbaar te zijn.

Op alle foto’s worden de datum waarop de foto is gemaakt en het kenmerk mee gefotografeerd. De foto’s worden gemaakt van zo dicht bij de betreffende MLA, MLH, lichte gyrokopter en paramotortrike met een leeggewicht, inclusief reddingsmiddelen, van meer dan 120 kg als mogelijk is.

Alle wijzigingen die aan één van onderstaande criteria voldoen hebben invloed op de geluidsproductie of de toegestane geluidsproductie van het luchtvaartuig en moeten voor de uitvoering goedgekeurd zijn door de minister.

Alle wijzigingen die aan één van onderstaande criteria voldoen hebben invloed op de gegevens van het luchtvaartuigregister en moeten gemeld worden aan de minister.

1 Noot: de kwalificatie van uitrusting kan alle bovenstaande middelen van bewijsvoering omvatten.