U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 30-10-2020.

Algemene maatregel van bestuur · BWBR0043889

Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 8 juli 2020, houdende herstel van de voorzieningen in het bestuur van het openbaar lichaam Sint Eustatius (Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius)Wet herstel voorzieningen Sint EustatiusWij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is om, in overeenstemming met de artikelen 129, vierde lid, en 132, tweede en vijfde lid, in samenhang met artikel 132a, tweede lid van de Grondwet, alsmede artikel 232 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, de tijdelijke voorziening wegens taakverwaarlozing op Sint Eustatius voor bepaalde tijd te verlengen en regels te stellen voor een geleidelijk herstel van de voorzieningen in het bestuur van het openbaar lichaam Sint Eustatius;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage8 juli 2020De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R.W.Knopsde vijftiende juli 2020De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.Grapperhaus

In deze wet wordt verstaan onder:

In afwijking van artikel 160 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is de eilandsraad niet bevoegd tot het instellen van een onderzoek naar het door het bestuurscollege of de gezaghebber gevoerde bestuur. De artikelen 161 tot en met 165 gelden niet ten aanzien van het openbaar lichaam Sint Eustatius.

Indien de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat mag worden verwacht dat het bestuurscollege de taken op grond van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met uitzondering van de taken die betrekking hebben op de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 168, eerste lid, onderdeel c, van die wet, zelf naar behoren kan vervullen, worden op voordracht van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, de hoofdstukken 2 en 3 van deze wet op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip als volgt gewijzigd:

Indien de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat mag worden verwacht dat de eilandsraad en het bestuurscollege hun taken en bevoegdheden met betrekking tot de griffie onderscheidenlijk de ambtelijke organisatie op grond van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius zelf naar behoren kunnen vervullen, vervalt artikel 7 van deze wet op voordracht van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Indien de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat mag worden verwacht dat de eilandsraad en het bestuurscollege hun taken en bevoegdheden op grond van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius zelf naar behoren kunnen vervullen, wordt op voordracht van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, deze wet op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip als volgt gewijzigd:

Nadat de in de artikelen 13 tot en met 15 genoemde koninklijke besluiten zijn genomen en indien mag worden verwacht dat de gezaghebber zijn taken en bevoegdheden zelf naar behoren kan vervullen, wordt op voordracht van Onze Minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip deze wet als volgt gewijzigd:

De voordracht voor een krachtens de artikelen 13 tot en met 16 vast te stellen koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

De artikelen 3 en 5 van de Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius, zoals die luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, blijven van kracht tot en met de datum waarop overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van deze wet de benoemde leden tot de eilandsraad zijn toegelaten.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met uitzondering van:

Deze wet wordt aangehaald als: Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius.