Ministeriële regeling · BWBR0044090
Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19
Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,H.M. deJongeIn deze regeling wordt verstaan onder:
accountant: accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
bonus: uitkering van € 1.000 netto aan een zorgprofessional;
COVID-19 uitbraak: periode van 1 maart 2020 tot 1 september 2020 waarin een uitbraak van het COVID-19 virus heeft plaatsgevonden;
derde: persoon, anders dan een werknemer, die bij een zorgaanbieder werkzaamheden verricht of heeft verricht op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek gesloten met een ander dan de zorgaanbieder, een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 400 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, of overeenkomst van aanneming van werk als bedoeld in artikel 750 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
eindheffingsbestanddeel: eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964;
GGD: gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid;
handelsregister: handelsregister als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;
jaarrekening: jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
minister: de Minister voor Medische Zorg;
SBI-code: code van de Standaard Bedrijfsindeling zoals gehanteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek waarmee de economische hoofd- of nevenactiviteit van een bedrijf wordt weergegeven in het handelsregister;
verklaring inzake werkelijke kosten: verklaring, ondertekend door ten minste één bestuurslid van de zorgaanbieder, waarin de zorgaanbieder aantoont:
- a.
dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht, voorzien van een korte toelichting;
- b.
dat aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen is voldaan; en
- c.
wat het totale bedrag van de gerealiseerde kosten van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend en die werkelijk verricht zijn is;
- a.
werknemer: persoon die bij een zorgaanbieder werkzaam is of is geweest op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, gesloten met de zorgaanbieder;
zorgaanbieder:
- a.
een privaatrechtelijke rechtspersoon die, een organisatorisch verband van natuurlijke personen dat of een natuurlijk persoon die:
- 1°.
bedrijfsmatig zorg verleent die wordt bekostigd op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;
- 2°.
een zorgaanbieder is als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg;
- 3°.
publieke gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet publieke gezondheid verleent of doet verlenen;
- 4°.
bedrijfsmatig jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet doet verlenen;
- 5°.
een aanbieder is als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
- 6°.
een ADL-aanbieder is als bedoeld in artikel 1.1 van de Subsidieregeling ADL-assistentie;
- 7°.
ten laste van een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ondersteuning verleent; of
- 8°.
door middel van opdracht van een aanbieder als bedoeld onder 5° onmiddellijk of middellijk een voorziening in de zin van artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 levert;
- 1°.
- b.
de Stichting SBOH;
- c.
de Stichting Beroepsopleiding tot Sportarts;
- d.
de GezondheidsZorg Asielzoekers Nederland B.V.;
- e.
een GGD;
- f.
een academisch ziekenhuis als bedoel in artikel 1.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- a.
zorgprofessional: een werknemer of derde die werkzaamheden heeft verricht tijdens de COVID-19 uitbraak bij de zorgaanbieder.
Op deze regeling is de Kaderregeling OCW, SZW en VWS niet van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5.1 en 5.4.
De minister kan subsidie verstrekken aan zorgaanbieders voor het uitkeren van een bonus aan een zorgprofessional.
De subsidie bedraagt maximaal € 1.800 per zorgprofessional en bestaat uit de volgende berekeningsbestanddelen:
- a.
de aan de zorgprofessional netto uitgekeerde bonus van € 1.000; en
- b.
voor zover de bonus is uitgekeerd aan een werknemer: een bedrag van ten hoogste € 800 ten behoeve van de verschuldigde belasting als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, indien deze daadwerkelijke is afgedragen; of
- c.
voor zover de bonus is uitgekeerd aan een derde: een bedrag van € 750 ten behoeve van de op grond van artikel XXIII van het Belastingplan 2021 verschuldigde belasting.
Subsidie wordt enkel verstrekt aan zorgaanbieders die op 1 september 2020 in het handelsregister stonden ingeschreven, met ten minste twee werkzame personen en met een hoofd- of nevenactiviteit met een SBI-code die in de Bijlage is opgenomen.
In afwijking van het eerste lid, kan subsidie worden verstrekt aan een zorgaanbieder indien uit de aanduiding waarmee de zorgaanbieder op 1 september 2020 is ingeschreven in het handelsregister, naar het oordeel van de minister blijkt dat de zorgaanbieder een hoofd- of nevenactiviteit uitvoert die in de Bijlage is opgenomen.
Dit artikel is niet van toepassing op de Stichting SBOH en de Stichting Beroepsopleiding tot Sportarts.
De minister verstrekt:
- a.
indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, een subsidie die ambtshalve wordt vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd;
- b.
indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, doch minder dan € 125.000, een subsidie waarbij op basis van een verklaring inzake werkelijke kosten wordt aangetoond dat de te subsidiëren activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen;
- c.
indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, een subsidie waarbij wordt aangetoond dat de te subsidiëren activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen en waarbij tevens rekening en verantwoording wordt afgelegd in de jaarrekening omtrent de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende kosten.
De subsidieaanvraag wordt uiterlijk 10 november 2020 om 23.59 uur door de minister ontvangen, tenzij naar het oordeel van de minister sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard.
Voor een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:
- a.
een opgave van het aantal zorgprofessionals die werkzaamheden hebben verricht bij de zorgaanbieder tijdens de COVID-19 uitbraak;
- b.
een opgave van het aantal zorgprofessionals waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de werknemers en de derden;
- c.
een opgave van het nummer waarmee de zorgaanbieder geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel;
- d.
een volmacht ingeval door een ander dan een tekenbevoegde bestuurder subsidie wordt aangevraagd; en
- e.
een bankafschrift op naam van de aanvrager, dat niet ouder is dan drie maanden.
De minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening.
Het besluit tot subsidieverlening vermeldt in ieder geval:
- a.
het aantal uit te keren bonussen waarvoor subsidie wordt verleend;
- b.
de hoogte van het subsidiebedrag;
- c.
de wijze van verantwoording;
- d.
de wijze waarop kan worden aangetoond dat de activiteiten zijn verricht; en
- e.
de termijn waarbinnen de vaststelling van de subsidie moet worden aangevraagd.
Bij het besluit tot subsidieverlening, verstrekt de minister een voorschot ter hoogte van 100%.
De zorgaanbieder is verplicht de uitkering van de bonus aan te wijzen:
- a.
als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 ten aanzien van uitkeringen aan een werknemer; of
- b.
als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel XXIII van het Belastingplan 2021 ten aanzien van uitkeringen aan derden.
De zorgaanbieder deelt schriftelijk mede aan derden die een uitkering van de bonus ontvangen dat de over de bonus verschuldigde eindheffing is afgedragen.
De zorgaanbieder zorgt ervoor dat een ordentelijke administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de gerealiseerde prestatie-eenheden en betalingen kunnen worden nagegaan.
De zorgaanbieder houdt voor uitkeringen van de bonus aan derden een afzonderlijke administratie bij waaruit blijkt aan wie de bonus is uitgekeerd.
De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende 10 jaren na vaststelling bewaard.
De bonus wordt uitgekeerd aan:
- a.
een werknemer die op 1 maart 2020, of bij latere indiensttreding op de datum van indiensttreding, is ingeschaald in een salarisschaal die lager is dan de salarisschaal waarvoor geldt dat het salaris in de eerste reguliere periodiek tezamen met de eindejaarsuitkering en de vakantietoeslag, bij een voltijds dienstverband, leidt tot een bruto jaarsalaris van € 73.000 of meer;
- b.
een derde voor wiens werkzaamheden in het kader van een arbeidsovereenkomst gesloten met een ander dan de zorgaanbieder, een bruto uurloon is gehanteerd dat niet hoger is dan € 39;
- c.
een derde die voor zijn werkzaamheden in het kader van een overeenkomst tot opdracht of overeenkomst van aanneming van werk een bruto uurtarief heeft gehanteerd dat niet hoger is dan € 88,90 inclusief btw.
De bonus wordt zo spoedig mogelijk door de zorgaanbieder uitgekeerd aan de zorgprofessional, doch in ieder geval binnen 5 maanden na de dagtekening van de subsidieverlening.
Indien niet aan de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, wordt voldaan doet de subsidieontvanger daarvan onverwijld melding aan de minister.
Bij subsidies bedoeld in artikel 6, onderdeel a, doet de subsidieontvanger onverwijld melding aan de minister indien de daadwerkelijk verschuldigde belasting, bedoeld in artikel 4, onderdelen b en c, lager uitvalt dan het daarvoor verleende bedrag.
De minister besluit over de meldingen, bedoeld in het derde en vierde lid, ten tijde van de subsidievaststelling.
De minister kan bij de verstrekking van de subsidie verplichtingen opleggen als bedoeld in de artikelen 4:38 en 4:39 en van de Algemene wet bestuursrecht.
Bij subsidies, bedoeld in artikel 6, onderdeel a, toont de zorgaanbieder op verzoek van de minister op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.
De minister neemt binnen 22 weken na afloop van het kalenderjaar 2021 ambtshalve een besluit over de vaststelling van de subsidie.
De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
Bij subsidies, bedoeld in artikel 6, onderdeel b, dient de zorgaanbieder een aanvraag in voor de vaststelling van de subsidie binnen 22 weken na afloop van het kalenderjaar waarin de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.
Voor een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
De zorgaanbieder toont aan de hand van een verklaring inzake werkelijke kosten aan dat de activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.
De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.
Bij subsidies, bedoeld in artikel 6, onderdeel c, dient de zorgaanbieder een aanvraag in voor de vaststelling van de subsidie binnen 22 weken na afloop van het kalenderjaar waarin de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.
Voor een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
De zorgaanbieder legt rekening en verantwoording af aan de hand van een bijlage bij jaarrekening die vergezeld gaat van een verklaring en het verslag van feitelijke bevindingen van een accountant, overeenkomstig een door de minister vastgesteld en bekendgemaakt accountantsprotocol.
De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.
In afwijking van artikel 6, onderdeel c, vraagt de GGD bij subsidies vanaf € 125.000 jaarlijks uiterlijk op 15 juli na afloop van het kalenderjaar waarin de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht, de vaststelling van de subsidie aan door verantwoordingsinformatie aan de minister te verstrekken op de wijze bedoeld in artikel 27 van het Besluit financiële verhouding 2001.
Artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is van overeenkomstige toepassing op de verantwoordingsinformatie.
De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.
De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020 en vervalt met ingang van 1 oktober 2025.
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19.
Als bedoeld in artikel 5 van de onderhavige regeling, wordt subsidie enkel verstrekt aan zorgaanbieders die op 1 september 2020 in het handelsregister stonden ingeschreven, met een hoofd- of nevenactiviteit met de daarbij horende SBI-code die voorkomt op de onderstaande lijst.
Omschrijving activiteit | SBI-code |
Ziekenhuizen en geestelijke gezondheids- en verslavingszorg met overnachting | 86.10 |
Universitair medisch centra | 86.10.1 |
Algemene ziekenhuizen | 86.10.2 |
Categorale ziekenhuizen | 86.10.3 |
Geestelijke gezondheids- en verslavingszorg met overnachting | 86.10.4 |
Praktijken van huisartsen | 86.21 |
Praktijken van medisch specialisten en medische dagbehandelcentra (geen tandheelkunde) | 86.22 |
Praktijken van medisch specialisten en medische dagbehandelcentra (geen tandheelkunde en psychiatrie) | 86.22.1 |
Praktijken van psychiaters en dagbehandelcentra voor geestelijke gezondheids- en verslavingszorg | 86.22.2 |
Gezondheidscentra | 86.92.1 |
Preventieve gezondheidszorg (geen arbo begeleiding) | 86.92.3 |
Medisch laboratoria, trombosediensten en overig behandeling ondersteunend onderzoek | 86.92.4 |
Ambulancediensten en centrale posten | 86.92.5 |
Verpleeghuizen | 87.10 |
Huizen en dagverblijven voor verstandelijke gehandicapten | 87.20 |
Huizen en dagverblijven voor niet-verstandelijk gehandicapten en verzorgingshuizen | 87.30 |
Huizen en dagverblijven voor niet-verstandelijk gehandicapten | 87.30.1 |
Verzorgingshuizen | 87.30.2 |
Jeugdzorg en maatschappelijke opvang met overnachting | 87.90 |
Jeugdzorg met overnachting en dagverblijven voor jeugdzorg | 87.90.1 |
Maatschappelijke opvang met overnachting | 87.90.2 |
Maatschappelijke dienstverlening zonder overnachting gericht op ouderen en gehandicapten | 88.10 |
Thuiszorg | 88.10.1 |
Welzijnswerk voor ouderen | 88.10.2 |
Ondersteuning en begeleiding van gehandicapten | 88.10.3 |
Ambulante jeugdzorg, maatschappelijk werk en advies en lokaal welzijnswerk | 88.99 |
Ambulante jeugdzorg | 88.99.1 |
Maatschappelijk werk | 88.99.2 |
Lokaal welzijnswerk | 88.99.3 |
Apotheken | 47.73 |