U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 03-02-2021.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 oktober 2020, 2020 000119847, tot vaststelling van de derde, vierde en vijfde tranche van een tijdelijke subsidieregeling tot tegemoetkoming in de loonkosten teneinde de werkgelegenheid onder buitengewone omstandigheden te behouden en voorbereidingen op de nieuwe economische situatie te laten plaatsvinden (Derde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid)Derde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheidDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel de artikelen 3, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies en artikel 32d, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag5 oktober 2020De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,W.Koolmees

Het doel van deze regeling is om werkgevers tegemoet te komen in de betaling van de loonkosten, indien sprake is van een acute terugval in de omzet met ten minste een per tranche verschillend minimumpercentage, gedurende een periode van drie maanden, vanwege een vermindering in bedrijvigheid door buitengewone omstandigheden die in redelijkheid niet tot het normale ondernemersrisico kunnen worden gerekend, voor zover geen winst of bonussen worden uitgekeerd of eigen aandelen worden aangekocht, zodat werkgevers zoveel mogelijk werknemers in dienst kunnen houden en werkgevers zich samen met de werknemers kunnen voorbereiden op en aanpassen aan de nieuwe economische situatie.

Onverminderd artikel 4:35, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt de subsidieverlening geweigerd, indien of voor zover:

Onverminderd artikel 4:56 van de Algemene wet bestuursrecht, schort de Minister de betaling van een voorschot als bedoeld in artikel 9 op, indien:

Aan de werkgever aan wie subsidie wordt verleend, worden de volgende verplichtingen opgelegd:

De Minister kan op grond van dit hoofdstuk aan een werkgever, die gedurende een aaneengesloten periode van drie kalendermaanden in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 28 februari 2021 verwacht te worden geconfronteerd met een daling van de omzet van ten minste 20%, per loonheffingennummer een subsidie verlenen over de loonsom in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020.

De hoogte van het bedrag van de subsidieverlening is de uitkomst van:

A* x B x 3 x 1,4 x 0,8

Hierbij staat:

A* voor het percentage van de door de werkgever verwachte omzetdaling;

B voor de loonsom, zoals berekend op grond van artikel 16, eerste tot en met vierde lid.

De Minister kan op grond van dit hoofdstuk aan een werkgever, die gedurende een aaneengesloten periode van drie kalendermaanden in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 mei 2021 verwacht te worden geconfronteerd met een daling van de omzet van ten minste 20%, per loonheffingennummer een subsidie verlenen over de loonsom in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021.

De hoogte van het bedrag van de subsidieverlening is de uitkomst van:

A* x B x 3 x 1,4 x 0,85

Hierbij staat:

A* voor het percentage van de door de werkgever verwachte omzetdaling;

B voor de loonsom, zoals berekend op grond van artikel 19, eerste tot en met vierde lid.

De Minister kan op grond van dit hoofdstuk aan een werkgever, die gedurende een aaneengesloten periode van drie kalendermaanden in de periode van 1 april 2021 tot en met 31 augustus 2021 verwacht te worden geconfronteerd met een daling van de omzet van ten minste 30%, per loonheffingennummer een subsidie verlenen over de loonsom in de periode van 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021.

De hoogte van het bedrag van de subsidieverlening is de uitkomst van:

A* x B x 3 x 1,4 x 0,6

Hierbij staat:

A* voor het percentage van de door de werkgever verwachte omzetdaling;

B voor de loonsom, zoals berekend op grond van artikel 22, eerste tot en met vierde lid.

Onverminderd artikel 4:95, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het verstrekte voorschot geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van de subsidieontvanger, indien dit ten onrechte of voor een te hoog bedrag is verstrekt of indien niet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 12, 13 of 14, is voldaan.

Onverminderd artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht kan de Minister de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de werkgever wijzigen, indien de werkgever door zijn handelen of nalaten tijdens of na de periode waarover hij subsidie heeft ontvangen geacht wordt niet te hebben voldaan aan het doel van deze regeling, bedoeld in artikel 3.

Deze regeling wordt aangehaald als: Derde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid