Wet · BWBR0044501
Tijdelijke wet COVID-19 SZW en JenV
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de uitbraak van COVID-19 wenselijk is enkele spoedeisende wijzigingen aan te brengen in enkele wetten op het terrein van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de rechter de mogelijkheid te geven om de behandeling van faillissementsverzoeken aan te houden en andere verhaalsacties te schorsen en een tijdelijke betalingsuitstel te verlenen op verzoek van een schuldenaar die een onderneming drijft en als gevolg van de uitbraak van COVID-19 in een situatie is gekomen waarin sprake is van een gebrek aan liquide middelen waardoor hij zijn betalingsverplichtingen tijdelijk niet kan voldoen;
Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage25 november 2020Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,B. van ’tWoutDe Minister voor Rechtsbescherming,S.Dekkerde zestiende december 2020De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.GrapperhausWijzigt de Participatiewet.
Wijzigt de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid.
Artikel 1.1 van deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, waarbij:
- a.
onderdeel A voor zover dat betrekking heeft op artikel 78fa (nieuw) terugwerkt tot en met 1 maart 2020;
- b.
onderdeel A voor zover dat betrekking heeft op artikel 78fb (nieuw) terugwerkt tot en met 1 oktober 2020;
- c.
onderdeel B terugwerkt tot en met 1 november 2020;
- d.
onderdeel C, voor zover dat betrekking heeft op artikel 41b (nieuw), terugwerkt tot en met 1 oktober 2020;
- e.
onderdeel C, voor zover dat betrekking heeft op artikel 41a (nieuw), terugwerkt tot en met 1 november 2020.
Artikel 1.2 van deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 16 maart 2020.
Hoofdstuk 2 van deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld en vervalt op 1 februari 2021. Het tijdstip waarop hoofdstuk 2 van deze wet vervalt kan bij koninklijk besluit worden bepaald op een ander tijdstip, met dien verstande dat dit tijdstip steeds ten hoogste twee maanden na het tijdstip ligt waarop de wet zou vervallen.
De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan een week nadat het ontwerp aan beide Kamers van de Staten-Generaal is overgelegd.
Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke wet COVID-19 SZW en JenV.