Wet · BWBR0044575
Overige fiscale maatregelen 2021
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2021 wenselijk is in een aantal belastingwetten en enige andere wetten wijzigingen aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage9 december 2020Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Financiën,J.A.Vijlbriefde drieëntwintigste december 2020De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.GrapperhausWijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.
Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Wijzigt de Wet bronbelasting 2021.
Wijzigt de Natuurschoonwet 1928.
De artikelen 8 en 9c van de Natuurschoonwet 1928 vinden geen toepassing met betrekking tot een onroerende zaak:
- a.
die op 31 december 2020 was aangemerkt als landgoed als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van die wet, en die enkel doordat de eigenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, of derde lid, van die wet, van die onroerende zaak wijzigt, niet meer voldoet aan de regels, bedoeld in artikel 1, tweede lid, eerste zin, en vierde lid, van die wet; of
- b.
die op 31 december 2030 was aangemerkt als landgoed als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van die wet, maar die als gevolg van de op 1 januari 2021 in werking getreden wijzigingen van de regels, bedoeld in artikel 1, tweede lid, eerste zin, van die wet, op 1 januari 2031 niet meer voldoet aan de regels, bedoeld in artikel 1, tweede lid, eerste zin, van die wet.
Het eerste lid vindt geen toepassing met betrekking tot het deel van een onroerende zaak dat voldoet aan de regels, bedoeld in artikel 1, tweede lid, eerste zin, en vierde lid, van de Natuurschoonwet 1928.
Indien een onroerende zaak als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, niet langer als een landgoed wordt aangemerkt ingevolge artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van de Natuurschoonwet 1928, beslissen Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Financiën bij gezamenlijke beschikking dat de onroerende zaak niet langer als zodanig wordt beschouwd, in afwijking in zoverre van artikel 3, vierde lid, van die wet, met ingang van 1 januari 2031.
Voor de toepassing van artikel 8a van de Natuurschoonwet 1928 wordt onder landgoed mede verstaan de onroerende zaak die op 31 december 2020 was aangemerkt als landgoed als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van die wet en ten aanzien waarvan een in het eerste lid beschreven situatie zich heeft voorgedaan.
Wijzigt de Invorderingswet 1990.
Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.
Wijzigt de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord.
Wijzigt de Overige fiscale maatregelen 2020.
Wijzigt de Overige fiscale maatregelen 2016.
Wijzigt het Belastingplan 2019.
Wijzigt de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord.
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2021, met dien verstande dat:
- a.
artikel IV voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2021;
- b.
artikel VIII toepassing vindt voordat artikel VIII van Overige fiscale maatregelen 2020 wordt toegepast;
- c.
artikel X, onderdeel A, toepassing vindt voordat artikel III, onderdeel D, van het Belastingplan 2019 wordt toegepast;
- d.
artikel XIA toepassing vindt voordat artikel X van de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord wordt toegepast.
Deze wet wordt aangehaald als: Overige fiscale maatregelen 2021.