U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2025.

Ministeriële regeling · BWBR0044637

Regeling CO2-heffing industrie

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 15 december 2020, nr. WJZ/ 20169624, tot uitvoering van de CO2-heffing industrieRegeling CO2-heffing industrieDe Minister van Economische Zaken en Klimaat;

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën;

Gelet op artikelen 16b.3, derde lid, 16b.5, tweede lid, 16b.7, vierde en vijfde lid, 16b.8, tweede lid, 16b.10, derde lid, 16b.12, tweede lid, 16b.13, tweede lid, 16b.14, tweede lid, 16b.17, 16b.19, vierde lid, van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage15 december 2020De Minister van Economische Zaken en Klimaat,E.D.Wiebes

In deze regeling wordt verstaan onder:

Deze regeling heeft het toepassingsbereik van artikel 16b.2 van de wet.

Onverminderd artikel 1, onderdeel a, wordt voor de toepassing van deze regeling een exploitant van een startende broeikasgasinstallatie niet langer als zodanig beschouwd vanaf vijf jaar na het moment waarop de vergunning, bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, van de wet, is verleend.

Voor zover in deze regeling artikelen uit de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel van overeenkomstige toepassing zijn verklaard, geldt het volgende:

Voor zover in deze regeling artikelen uit de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel van overeenkomstige toepassing zijn verklaard die verwijzen naar een bijlage bij die Verordening is die bijlage van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor lachgasinstallaties in ieder geval het volgende geldt:

Artikel 3 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in deze regeling wordt verstaan onder:

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

De artikelen 5, 6, 7, 8 en 69 en de hoofdstukken II, III, V en VII van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel zijn van overeenkomstige toepassing op de monitoring van lachgasinstallaties met dien verstande dat:

Het opstellen en indienen van een industrieel monitoringsmethodiekplan is voor een exploitant van een startende broeikasgasinstallatie niet noodzakelijk.

De industriële jaarvracht voor broeikasgasinstallaties wordt berekend volgens de formule:

industriële jaarvracht = EMinstallatieEMelektriciteitEMstadsverwarming

Waarbij:

EMinstallatie staat voor: de totale emissie uitgedrukt in tCO2(e) per jaar als vermeld in het emissieverslag;

EMelektriciteit staat voor de som van (a), (b) en (c):

EMstadsverwarming staat voor: emissie uitgedrukt in tCO2(e) ten gevolge van de productie van warmte voor stadsverwarming als bedoeld in artikel 2, vierde lid, in samenhang met Bijlage IV, onderdeel 2.2 van de Verordening kosteloze toewijzing emissierechten als vermeld in het verslag over het activiteitsniveau of het industrieel emissieverslag. Indien driekwart of minder dan driekwart van de totaal geproduceerde meetbare warmte in dat kalenderjaar is uitgevoerd ten behoeve van stadsverwarming dan staat EMstadsverwarming gelijk aan nul;

EMstadsverwarming en EMelektriciteit voor broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval gelijk aan nul zijn.

De bepaling van de industriële jaarvracht bij warmtekrachtkoppelingen in broeikasgasinstallaties gebeurt met in achtneming van het volgende:

Bij de inzet van restgassen voor de opwekking van elektriciteit wordt voor de bepaling van de gewogen gemiddelde emissiefactor voor brandstoffen die zijn ingezet voor de opwekking van elektriciteit de emissiefactor van de restgassen als volgt bepaald: 56,1 wordt vermenigvuldigd met de factor die het rendementsverschil tussen het verbruik van restgassen en het verbruik van de referentiebrandstof aardgas tot uitdrukking brengt. De standaardwaarde van deze factor is gelijk aan 0,667.

De industriële jaarvracht voor lachgasinstallaties is gelijk aan de totale jaarvracht in tCO2(e) per jaar van de industriële installatie als vermeld in het industrieel emissieverslag overeenkomstig artikel 68, eerste lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel. EMstadsverwarming en EMelektriciteit zijn gelijk aan nul.

Artikel 2 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten is voor de toepassing van deze afdeling en afdeling 3.3. van overeenkomstige toepassing.

Het actueel productgerelateerd activiteitsniveau is gelijk aan de jaarlijkse productie van het corresponderende product in de betrokken subinstallatie in dat jaar als bedoeld in bijlage IV, onderdeel 2.7, onder a), van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten, zoals gerapporteerd in het verslag over het activiteitsniveau in sectie F onder I 1(a) tot en met F onder I 10(a).

Indien een subinstallatie voor warmte, brandstof of procesemissies of de installatie voor de opwekking van warmte uit elektriciteit tijdens de referentieperiode minder dan twee kalenderjaren in bedrijf is geweest, wordt bij het bepalen van het historisch activiteitsniveau, bedoeld in de artikelen 25, tweede lid, 26, tweede lid en 27, tweede lid, tot en met verslagperiode 2024 het rekenkundig gemiddelde vervangen voor de waarde uit het eerste kalenderjaar na aanvang van de normale werking, en vanaf verslagperiode 2025 de mediaan vervangen voor de waarde uit het eerste kalenderjaar na aanvang van de normale werking.

Het aantal dispensatierechten bij productbenchmark-subinstallaties wordt berekend volgens de formule: DRS,K=BMNL,P x AANP,S,K x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

BMNL,P staat voor: productbenchmark van de CO2-heffing industrie voor product p vervaardigd in subinstallatie s (uitgedrukt in dispensatierechten per eenheid product) zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2

AANP,S,K staat voor: productgerelateerd actueel activiteitsniveau voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in eenheid product)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

Het aantal dispensatierechten bij productbenchmark-subinstallaties voor productbenchmarks die zijn opgenomen in bijlage I, onderdeel 2, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten waarvoor de uitwisselbaarheid van elektriciteit en brandstof in aanmerking wordt genomen, wordt berekend volgens de formule: DRS,K=CFS,14–18 x BMNL,P x AANP,S,K x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

BMNL,P staat voor: productbenchmark van de CO2-heffing industrie voor product p vervaardigd in subinstallatie s (uitgedrukt in dispensatierechten per eenheid product) zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2

AANP,S,K staat voor: productgerelateerd actueel activiteitsniveau voor productbenchmark-subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in eenheid product)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

CFS,14–18 staat voor: correctiefactor voor productbenchmarks met uitwisselbaarheid van elektriciteit en brandstof voor subinstallatie s voor de periode 2014–2018 zoals opgenomen in het verslag met referentiegegevens

Het aantal dispensatierechten bij warmtebenchmark-subinstallaties wordt berekend volgens de formule: DRS,K=BMNL,H x HANH,S x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

BMNL,H staat voor: warmtebenchmark van de CO2-heffing industrie zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2 (uitgedrukt in dispensatierechten per TJ)

HANH,S staat voor: warmtegerelateerd historisch activiteitsniveau CO2-heffing industrie voor subinstallatie s (uitgedrukt in TJ per jaar)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

Het aantal dispensatierechten bij brandstofbenchmark-subinstallaties wordt berekend volgens de formule: DRS,K=BMNL,F x HANF,S x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat: dispensatierechten voor brandstofsubinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

BMNL,F staat voor: brandstofbenchmark van de CO2-heffing industrie zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2 (uitgedrukt in dispensatierechten per TJ)

HANF,S staat voor: brandstofgerelateerd historisch activiteitsniveau voor subinstallatie s (uitgedrukt in TJ per jaar)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

Het aantal dispensatierechten bij procesemissie-subinstallaties wordt berekend volgens de formule: DRS,K= PF x HANPE,S x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

PF staat voor: procesemissiefactor

HANPE,S staat voor: procesemissiegerelateerd historisch activiteitsniveau voor subinstallatie s (uitgedrukt in ton CO2(e) per jaar)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

Het aantal dispensatierechten voor broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval wordt berekend volgens de formule: DRS,K = PF x HANAVI,S x NRFK x CFAVI,K

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor broeikasgasinstallatie voor de verbranding van stedelijk afval s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

PF staat voor: procesemissiefactor

HANAVI,S staat voor: historisch activiteitsniveau broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval voor broeikasgasinstallatie voor de verbranding van stedelijk afval s (uitgedrukt in ton CO2 per jaar), waarbij artikel 16, zesde lid, van overeenkomstige toepassing is op het historisch activiteitsniveau

NRFK staat voor: nationale reductiefactor als bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

CFAVI,K staat voor: correctiefactor voor broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval als bedoeld in artikel 16b.17, vierde lid, van de wet, in jaar k.

Het aantal dispensatierechten voor lachgasinstallaties wordt berekend volgens de formule: DRS,K=PF x HANLG,S x NRFK

Waarbij:

DRS,K staat voor: dispensatierechten voor subinstallatie s in jaar k (uitgedrukt in dispensatierechten per jaar)

PF staat voor: procesemissiefactor

HANLG,S staat voor: historisch activiteitsniveau lachgasinstallaties voor lachgasinstallatie s (uitgedrukt in ton CO2-equivalent per jaar)

NRFK staat voor: nationale reductiefactor, bedoeld in artikel 16b.17, derde lid, van de wet, in jaar k

Voor broeikasgasinstallaties, niet zijnde broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval, die uit een fusie of splitsing zijn ontstaan wordt het historisch activiteitenniveau, bedoeld in de artikelen 25, 26 en 27, bepaald met de gegevens uit het verslag, bedoeld in artikel 25 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling CO2-heffing industrie.

Minimale inhoud van het jaarlijkse industrieel emissieverslag voor broeikasgasinstallaties, waarbij onderdelen 4 en 5 niet van toepassing zijn op broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval

Minimale inhoud van het verslag over het aantal dispensatierechten voor alle industriële installaties