Regeling · BWBR0044726
Besluit onafhankelijke uitoefening toezicht Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 17 juli 2020, kenmerk 1652649-202330-WJZ;
Gelet op artikel 24, tweede lid van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 23 september 2020, no. W13.20.0282/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 januari 2021, kenmerk 1652643-202330-WJZ;.
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage14 januari 2021Willem-AlexanderDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,H.M. deJongede eenentwintigste januari 2021De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.GrapperhausIn dit besluit wordt verstaan onder:
ondersteunende taak: taak, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, onderdeel e, van de wet;
toezichttaak: taak, bedoeld in artikel 24, eerste lid, eerste volzin, van de wet;
De centrale commissie draagt ervoor zorg dat de ondersteunende taak en de toezichthoudende taak gescheiden van elkaar worden uitgevoerd.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit onafhankelijke uitoefening toezicht Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 22 maart 2017 tot wijziging van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen en de Geneesmiddelenwet in verband met de uitvoering van verordening 536/2014 op het gebied van klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik (Stb. 2017, 147) in werking treedt.