Wet · BWBR0044727
Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de Wet op het financieel toezicht, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 aan te passen om in de tweede en derde pijler meer keuzevrijheid te bieden door het introduceren van de mogelijkheid om een deel van de aanspraken op ouderdomspensioen op de ingangsdatum hiervan te laten afkopen of om een deel van de aanspraken op periodieke uitkeringen voortvloeiend uit een lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht op de ingangsdatum hiervan te laten afkopen, de pseudo-eindheffing bij regelingen voor vervroegde uittreding tijdelijk te versoepelen en de fiscale ruimte voor het sparen van bovenwettelijk verlof uit te breiden;
Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage14 januari 2021Willem-AlexanderDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,W.KoolmeesDe Staatssecretaris van Financiën,J.A.Vijlbriefde eenentwintigste januari 2021De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.GrapperhausTreedt op een later tijdstip in werking.
Wijzigt de Pensioenwet.
Treedt op een later tijdstip in werking.
Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
Treedt op een later tijdstip in werking.
Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.
Treedt op een later tijdstip in werking.
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.
Treedt op een later tijdstip in werking.
Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Financiën zenden binnen twee jaar na de inwerkingtreding van artikel I van deze wet, en vervolgens na drie jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van de artikelen I, II, III, IV en V, onderdeel C en F, van deze wet.
Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Financiën zenden binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van artikel I van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van artikel V, onderdeel A, van deze wet.
Treedt op een later tijdstip in werking.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit kan worden bepaald dat artikel V, onderdelen A en D, van deze wet terugwerkt tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip. Bij toepassing van de tweede zin is het in artikel V, onderdeel D, opgenomen artikel 32ba, achtste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 van overeenkomstige toepassing op de datum van inwerkingtreding.
Treedt op een later tijdstip in werking.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen.