Wet · BWBR0044860

Wet Mobiliteitsfonds

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 16 december 2020, houdende regels inzake instelling van een Mobiliteitsfonds (Wet Mobiliteitsfonds) (Wet Mobiliteitsfonds)Wet MobiliteitsfondsWij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is het Infrastructuurfonds ter verruiming van de reikwijdte om te vormen tot een Mobiliteitsfonds en daartoe de Wet Infrastructuurfonds te vervangen door de Wet Mobiliteitsfonds;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage16 december 2020Willem-AlexanderDe Minister van Infrastructuur en Waterstaat,C. vanNieuwenhuizen WijbengaDe Minister van Financiën,W.B.Hoekstrade zesentwintigste februari 2021De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.Grapperhaus

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De ontvangsten van het fonds zijn:

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet Mobiliteitsfonds.