Wet · BWBR0045063
Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de huurprijsverhogingen voor geliberaliseerde huurovereenkomsten te maximeren;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage9 april 2021Willem-AlexanderDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,K.H.OllongrenDe Minister voor Rechtsbescherming,S.Dekkerde tweeëntwintigste april 2021De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.GrapperhausWijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7.
Treedt op een later tijdstip in werking.
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7.
Wijzigt de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek.
Wijzigt de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.
Treedt op een later tijdstip in werking.
Wijzigt de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.
Treedt op een later tijdstip in werking.
Wijzigt de Wet goed verhuurderschap.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt binnen tweeënhalf jaar na inwerkingtreding van de artikelen I en II aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Wijzigt deze wet.
Deze wet treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met uitzondering van de artikelen IA, IIIA en IIIAa die in werking treden met ingang van 1 mei 2029.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten.