Regeling · BWBR0045209
Uitvoeringsbesluit Wet straffen en beschermen
Op de voordracht van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 3 december 2020, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 3116255;
Gelet op de artikelen 4, zesde lid, en 18a van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 6:2:14 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 5.3 van de Wet forensische zorg;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, advies van 24 maart 2021, nummer W16.20.0450/II;
Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 27 mei 2021, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 3313235;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage31 mei 2021Willem-AlexanderDe Minister voor Rechtsbescherming,S.Dekkerde tiende juni 2021De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.GrapperhausWijzigt de Penitentiaire maatregel.
Wijzigt het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen.
Wijzigt het Besluit forensische zorg.
Artikel I, onderdelen D tot en met I, van dit besluit is niet van toepassing op vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen waarop artikel IV, onderdelen 1 en 2, van de Wet straffen en beschermen van toepassing is. De artikelen 6, 7, 7a en 9 van de Penitentiaire maatregel, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen D tot en met I, van dit besluit blijven in deze gevallen van toepassing.
Artikel I, onderdelen A tot en met C en de onderdelen J tot en met L, en de artikelen II tot en met V treden in werking op 1 juli 2021.
Artikel I, onderdelen D tot en met I treedt in werking op 1 december 2021.
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Wet straffen en beschermen.