U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 10-07-2025.

Regeling · BWBR0045555

Besluit inburgering 2021

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 27 augustus 2021 tot uitvoering van de Wet inburgering 2021 (Besluit inburgering 2021)Besluit inburgering 2021Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 maart 2021, nr. 2021000492

Gelet op de artikelen 3, vierde en vijfde lid, 4, tweede lid, 5, vierde en vijfde lid, 6, zevende en achtste lid, 7, vierde en vijfde lid, 9, tweede lid, 10, 12, tweede lid, onderdeel a en b, 13, vierde lid, 14, vierde lid, 15, vijfde en zesde lid, 17, tweede en vierde lid, 20, eerste lid, derde tot en met vijfde lid, 21, eerste en vijfde lid, 23, tweede lid, 26, tweede lid, 32, tweede lid, 36, 38, 39, eerste lid, 40, vierde en zevende lid, 41, derde lid, 42, vierde lid, van de Wet inburgering 2021, artikel 38, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, en artikel 107, negende lid, van de Vreemdelingenwet 2000;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 2 juni 2021, nr. W12.21.0078/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 augustus 2021, nr. 2021-0000133440,

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage27 augustus 2021Willem-AlexanderDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,W.Koolmeesde eerste september 2021De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.Grapperhaus

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onze Minister verleent de vrijstelling, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van de wet, indien:

De advisering met betrekking tot voor de inburgeringsplicht vrijstellende buitenlandse diploma’s, certificaten of andere documenten, wordt uitgevoerd door een of meer bij ministeriële regeling aangewezen organisaties.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de procedure voor een aanvraag tot vrijstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet.

De duur van de periode dat een persoon leerplichtig of kwalificatieplichtig is geweest op grond van de Leerplichtwet 1969, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de wet, blijkt uit inschrijving als ingezetene in de basisregistratie personen.

Het inburgeringsexamen bestaat wat betreft de examinering van de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal, uit de volgende examenonderdelen:

Op verzoek van degene die de examens, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, afneemt of daarop toezicht houdt, identificeert de kandidaat zich met een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

Bij ministeriële regeling worden normen voor de kwaliteit van de examinering van de examens, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, vastgesteld die in ieder geval betrekking hebben op:

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de procedure tot een aanvraag van een gedeeltelijke vrijstelling van het inburgeringsexamen als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet.

De advisering met betrekking tot voor onderdelen van het inburgeringsexamen vrijstellende buitenlandse diploma’s, certificaten of andere documenten, wordt uitgevoerd door een of meer bij ministeriële regeling aangewezen organisaties.

Op verzoek van de inburgeringsplichtige zullen de door Onze Minister aangewezen organisaties kosteloos het door de inburgeringsplichtige behaalde internationale diploma of de behaalde opleidingsjaren waarderen dan wel een indicatie geven van het door de inburgeringsplichtige behaalde onderwijsniveau.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder termijn de termijn, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet, de op grond van artikel 12 van de wet verlengde termijn, of de vastgestelde nieuwe termijn, bedoeld in de artikelen 24, tweede en derde lid, en 25, tweede lid, van de wet, tenzij anders is bepaald.

De termijn wordt verlengd met de duur van de periode, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid.

De maatschappelijke begeleiding, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de wet, bevat in ieder geval de volgende componenten:

Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, zijn de bepalingen in dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing op de persoon, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet, die rechtmatig verblijf verkrijgt als bedoeld in artikel 8, onderdeel e, van de Vreemdelingenwet 2000 en die:

Onze Minister geeft binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking.

Indien de debiteur niet in staat is het overeenkomstig artikel 6.9 vastgestelde termijnbedrag te voldoen, kan hij bij Onze Minister een aanvraag indienen om zijn draagkracht vast te stellen voor de resterende terugbetalingsperiode.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent verzuim, aanmaning en de invordering van de schuld.

De termijnen, bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, worden verlengd met de duur van de periode, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid.

Ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 33, onderdeel b, van de wet, verstrekt Onze Minister aan Onze Minister van Justitie en Veiligheid gegevens over:

Ten behoeve van de uitvoering van artikel 1.6, eerste lid, onderdeel g, van de Wet kinderopvang, verstrekt Onze Minister aan de Dienst Toeslagen, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Algemene Wet inkomensafhankelijke regelingen, gegevens over:

Cursusinstellingen, het College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2 van de Wet College voor toetsen en examens, de op grond van artikel 10 van de wet aangewezen instelling, en de aangewezen organisaties die belast zijn met internationale diplomawaardering gebruiken het nummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer bij het verwerken van gegevens op grond dit hoofdstuk.

Bij de verwerking van bijzondere persoonsgegevens, bedoeld in artikel 37 van de wet, wordt de toegang tot deze gegevens beveiligd tegen ongeautoriseerd gebruik door:

De instanties, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de wet, die aan Onze Minister gegevens en inlichtingen verstrekken ten behoeve van statistiek, monitoring en evaluatie, betreffen:

Voor de variabelen in de formules, bedoeld in de artikelen 10.1 en 10.2, geldt dat:

Indien in een kalenderjaar de uitkering, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet, niet volledig is besteed aan inburgeringsvoorzieningen, kan het college het niet bestede bedrag tot maximaal 100% van de voor dat jaar toegekende uitkering reserveren voor besteding aan inburgeringsvoorzieningen in het daaropvolgende kalenderjaar.

Indien in een kalenderjaar de netto lasten van gemeenten ten behoeve van inburgeringsvoorzieningen, de uitkering, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet overstijgt, dan worden de lasten administratief door Onze Minister toegerekend aan het volgende kalenderjaar.

Wijzigt het Besluit inburgering.

Wijzigt het Besluit SUWI.

Het Besluit inburgering wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op degene op wie de Wet inburgering van toepassing was op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit inburgering met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin het zal worden geplaatst.