U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 09-07-2022.

Ministeriële regeling · BWBR0045685

Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 8 oktober 2021, nr. WJZ/20222966, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen op het terrein van de Ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021)Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021De Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op:

  • verordening (EU) 2021/1058 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds (PbEU 2021, L 231);

  • verordening (EU) 2021/1059 van het Europees Parlement en de Raad betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling ‘Europese territoriale samenwerking’ (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en door externe financieringsinstrumenten (PbEU 2021, L 231);

  • verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231);

  • verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1004 (PbEU 2021, L 247);

  • artikel 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;

  • artikel 6 van de Uitvoeringswet EFRO;

  • Besluiten:

    Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

    ’s-Gravenhage8 oktober 2021De Minister van Economische Zaken en Klimaat,S.A.BlokDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,C.J.Schouten

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    Dit hoofdstuk is niet van toepassing op paragraaf 4.4.

    Onverminderd artikel 63, negende lid, van verordening 2021/1060, wordt, indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat volgens de toepasselijke Europese verordeningen is toegestaan.

    Onverminderd artikel 64, eerste lid, van verordening 2021/1060 komen de volgende kosten niet als subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 1.3, aanhef en onderdeel d, in aanmerking:

    Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 7 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies of in geval van terugvordering op grond van verordening 2021/1060, verordening 2021/1058, verordening 2021/1139 of verordening 2021/1059, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, die wordt berekend over de periode vanaf de datum van het verstrijken van de termijn waarbinnen terugbetaling door de subsidieontvanger moet plaatsvinden en de datum van terugbetaling door de subsidieontvanger.

    De bevoegde autoriteit stelt beleidsregels vast voor de toepassing van financiële correcties als bedoeld in artikel 103, eerste lid, van verordening 2021/1060.

    De subsidieontvanger, of in geval van een samenwerkingsverband de penvoerder, doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de beheerautoriteit van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op de subsidieontvanger, of in geval van een samenwerkingsverband op een deelnemer aan het samenwerkingsverband, van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, of tot verlening van surseance van betaling aan de subsidieontvanger, of in geval van een samenwerkingsverband aan een deelnemer in het samenwerkingsverband, of tot faillietverklaring van de subsidieontvanger, of in geval van een samenwerkingsverband van een deelnemer in het samenwerkingsverband.

    Dit hoofdstuk is van toepassing op hoofdstuk 3.

    De minister kan op aanvraag voor activiteiten op de gebieden, genoemd in artikel 2a van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies, voor zover deze passen binnen de activiteiten, bedoeld in verordening 2021/1139, subsidie verstrekken.

    De minister verdeelt het subsidieplafond:

    Indien per categorie van aanvragers of activiteiten een subsidieplafond is vastgesteld, vindt de verdeling, bedoeld in artikel 2.4, plaats per categorie.

    Onverminderd artikel 1.4 komen in geval van een samenwerkingsverband kosten die een deelnemer van het samenwerkingsverband in rekening brengt bij een andere deelnemer van het samenwerkingsverband niet voor subsidie in aanmerking.

    Indien de subsidie wordt verleend aan deelnemers in een samenwerkingsverband, verzendt de minister de beschikkingen tot subsidieverlening aan de penvoerder.

    Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder namens hen de aanvraag tot subsidievaststelling in.

    In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    Niet voor subsidiëring komen in aanmerking:

    De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie, voor zover:

    Onverminderd artikel 2.9 bevat een aanvraag om subsidie in ieder geval:

    De aanvraag tot deelbetalingverlening bevat, voor zover de subsidieontvanger voor de kosten waarvoor hij een deelbetaling als bedoeld in artikel 2.14 aanvraagt een opdracht heeft verleend als bedoeld in:

    Onverminderd artikel 2.19, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling:

    De overeenstemming van op algemeen aanvaarde gegevensdragers bewaarde documenten met de originele documenten wordt vastgesteld overeenkomstig de procedure opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

    De minister stelt beleidsregels als bedoeld in artikel 1.6 in ieder geval vast voor de toepassing van financiële correcties in verband met de niet-naleving van regels die gelden op grond van:

    In deze paragraaf wordt verstaan onder:

    De subsidie bedraagt 60 procent van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 100.000 per subsidieaanvrager.

    Voor zover zij direct verbonden zijn aan de uitvoering van de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 3.2.2, eerste lid, komen als subsidiabele kosten in aanmerking:

    De minister verdeelt het subsidieplafond evenredig over de ingediende aanvragen.

    De termijn, bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, onderdeel b, is 18 maanden na subsidieverlening.

    Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3 beslist de Minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening, indien de aanvrager geen houder is van een vergunning als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling visserij voor het vissen op mosselzaad in de Waddenzee.

    Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4, gaat een aanvraag tot subsidieverlening vergezeld van de volgende gegevens:

    Onverminderd de artikelen 1.7, 2.15 en 3.1.7, is de subsidieontvanger verplicht:

    Onverminderd de artikelen 2.19 en 3.1.6, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval:

    Onverminderd de artikelen 1.4 en 3.1.2, komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

    Deze paragraaf vervalt met ingang van 1 oktober 2026, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    Dit hoofdstuk vervalt met ingang van 1 juli 2027.

    Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de beheerautoriteit beschikbaar wordt gesteld.

    Behoudens de bijdrage aan een financieringsinstrument als bedoeld in artikel 4.2.2, tweede lid, verdeelt de beheerautoriteit een beschikbaar subsidiebedrag:

    De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip.

    Een wijziging van een project waarvoor subsidie wordt verstrekt, betreffende

    behoeft de goedkeuring van de beheerautoriteit.

    De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk melding aan de beheerautoriteit zodra aannemelijk is dat:

    De subsidieontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle door hem gemaakte en betaalde kosten kunnen worden afgelezen en gespecificeerd, met dien verstande dat ter zake van de kosten, bedoeld in artikel 1.3a, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, en artikel 1.3c, eerste lid, onderdeel a, een door middel van een inzichtelijke tijdschrijving controleerbare urenverantwoording per werknemer aanwezig dient te zijn.

    Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de beheerautoriteit beschikbaar wordt gesteld.

    De beheerautoriteit geeft binnen 26 weken een beschikking op een aanvraag tot subsidievaststelling.

    De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan degene die een project tot stand brengt dat past in een programma en dat bijdraagt aan de realisatie van nationale beleidsdoelen op het gebied van innovatie of de transitie naar een koolstofarme of circulaire economie.

    De Minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening indien het project onvoldoende bijdraagt aan de realisatie van het in artikel 4.3.1 bedoelde Rijksbeleid of de subsidieaanvrager niet in aanmerking komt voor subsidie op grond van paragraaf 4.2.

    De artikelen 4.2.3 tot en met 4.2.17 zijn van overeenkomstige toepassing.

    De Minister verstrekt op aanvraag een programmasubsidie voor de programma’s, bedoeld in artikel 4.4.2, eerste lid.

    Wijzigt de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2021.

    Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van een wijziging van deze regeling, op subsidies die voor dat tijdstip zijn verleend en op subsidies die voor dat tijdstip zijn vastgesteld, blijft deze regeling van toepassing zoals deze luidde voor dat tijdstip tenzij de wijziging met terugwerkende kracht in werking treedt.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021.

    Kopieën of volledig digitale documenten kunnen worden geaccepteerd als bewijsstuk. In deze bijlage worden de procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021 en verantwoording op grond van Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231) en op grond van Verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1004 (PbEU 2021, L 247) kunnen worden gebruikt.

    De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

    De in 1, onderdelen a, b en c, bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

    Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

    Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

    Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen.

    Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt: