Wijzigingen Officiële bron
Onderlinge regeling Nederland en Curaçao ex artikel 38, eerste lid, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (verdeling opbrengsten octrooibestel)Onderlinge regeling Nederland en Curaçao ex artikel 38, eerste lid, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (verdeling opbrengsten octrooibestel)Nederland en Curaçao,

Overwegende dat

  • de Rijksoctrooiwet 1995 bepaalt dat octrooien ook voor het land Curaçao in stand worden gehouden en Nederland en Curaçao afspraken wensen te maken over de verdeling van de opbrengsten van de instandhoudingstaksen;

  • deze onderlinge regeling niet de periode vóór 2007 raakt en onverlet laat dat Nederland en Curaçao over die periode in overleg zullen treden;

  • de voormalige Nederlandse Antillen zijn toegetreden tot het Europees Octrooiverdrag;

  • Europese octrooien vanaf 4 april 2007 van kracht zijn geworden op de voormalige Nederlandse Antillen;

  • het van kracht worden van Europese octrooien op de voormalige Nederlandse Antillen aanleiding heeft gegeven om de opbrengsten van de instandhoudingstaksen van ook die octrooien te verdelen;

  • voor de verdeling van de opbrengsten is besloten geen onderscheid te maken tussen taksen verschuldigd voor Europese en rijksoctrooien;

  • de opbrengsten van de instandhoudingstaksen voor Europese en rijksoctrooien, op grond van de onderlinge regeling tussen Nederland en de Nederlandse Antillen inzake de verdeling van de opbrengsten van het octrooibestel van 17 september 2010, te rekenen vanaf april 2007 werden verdeeld naar rato van het inwonertal van Nederland enerzijds en de voormalige Nederlandse Antillen anderzijds;

  • bij de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen van 7 september 2010 de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010 zijn opgeheven en Curaçao en Sint Maarten op die datum de hoedanigheid van land in het Koninkrijk hebben verkregen;

  • het Europees Octrooiverdrag met ingang van 10 oktober 2010 medegelding heeft verkregen in de landen Curaçao en Sint Maarten;

  • de onderlinge regeling is geëindigd met ingang van 10 oktober 2010;

  • de verdeling van de opbrengsten tussen Nederland, Curaçao en Sint Maarten te rekenen vanaf 10 oktober 2010 opnieuw moet worden vastgesteld;

  • de toenmalige Minister van Economische Zaken van Nederland bij brief van 22 september 2010 aan de voormalige Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen heeft bevestigd dat de wijziging van de inwonertallen als gevolg van de opheffing van de Nederlandse Antillen tot april 2012 geen invloed zal hebben op de bij de onderlinge regeling van 17 september 2010 vastgestelde verdeelsleutel;

  • de toenmalige Minister van Economische Zaken van Nederland in die brief tevens heeft opgemerkt dat de ondertekende onderlinge regeling de verdeling bestrijkt van de opbrengsten sinds de toetreding van de Nederlandse Antillen tot het Europees Octrooiverdrag voor rijksoctrooien en Europese octrooien, en dat over de verdeling van de afdracht van vóór de toetreding tot het Europees Octrooiverdrag Nederland en de Nederlandse Antillen (tegenwoordig de vertegenwoordigers van Curaçao en Sint Maarten) nog verdere discussie dienden te voeren;

  • de Minister van Toerisme, Economische Zaken, Verkeer en Telecommunicatie van Sint Maarten bij brief van 7 maart 2014 heeft medegedeeld dat hij instemt met een ongewijzigde voortzetting van de verdeling van de opbrengsten op basis van een verdeelsleutel van 98,8% voor Nederland en 1,2% voor Curaçao en Sint Maarten gezamenlijk en dat hij met de Minister van Justitie van Curaçao onderling een verdeelsleutel is overeengekomen van 80% voor Curaçao en 20% voor Sint Maarten;

  • de toenmalige Minister van Toerisme, Economische Zaken, Verkeer en Telecommunicatie van Sint Maarten bij brief van 6 mei 2015 heeft medegedeeld dat hij instemt met een bilaterale onderlinge regeling tussen Sint Maarten en Nederland;

  • de toenmalige Staatssecretaris van Economische Zaken per brief d.d. 22 januari 2016 te kennen heeft gegeven akkoord te gaan met een bilaterale regeling tussen Curaçao en Nederland, in welke brief tevens de directeur van het Bureau voor de Intellectuele Eigendom van Curaçao is verzocht de verdeelsleutel die van kracht zal zijn tot en met 31 december 2020 te bevestigen;

  • de toenmalige Minister van Toerisme, Economische Zaken, Verkeer en Telecommunicatie van Sint Maarten per brief d.d. 10 februari 2016 aan de voormalige Staatssecretaris van Economische Zaken en per brief d.d. 17 februari 2016 aan de toenmalige Minister van Justitie van Curaçao de verdeelsleutel heeft bevestigd;

  • het Bureau voor de Intellectuele Eigendom van Curaçao per brief d.d. 23 juni 2016 aan de toenmalige Staatssecretaris van Economische Zaken de verdeelsleutel heeft bevestigd;

  • de toenmalige Minister van Justitie van Curaçao per brief d.d. 23 juni 2016 aan de toenmalige Staatssecretaris van Economische Zaken de verdeelsleutel heeft bevestigd;

  • aldus bij briefwisseling tussen de toenmalige Minister van Toerisme, Economische Zaken, Verkeer en Telecommunicatie van Sint Maarten, de toenmalige Minister van Justitie van Curaçao en de toenmalige Staatssecretaris van Economische Zaken van Nederland een tripartite afspraak tot stand is gekomen, waarin is overeengekomen een verdeelsleutel tussen de drie landen en vastgelegd op 98,8% voor Nederland, 0,96% voor Curaçao en 0,24% voor Sint Maarten.

  • Gelet op artikel 38, eerste lid, van het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden, en de artikelen 61 en 113 van de Rijksoctrooiwet 1995;

    Komen het volgende overeen:

    Den Haag2 december 2021De Minister van Economische Zaken en Klimaat,van Nederland,S.A.BlokWillemstad29 november 2021De Minister van Justitie van Curaçao,G.S.Pisas

    In deze onderlinge regeling wordt verstaan onder:

    Opbrengsten in de zin van deze onderlinge regeling zijn de door Octrooicentrum Nederland op grond van artikel 61 van de wet ontvangen instandhoudingstaksen, verminderd met de afdracht van instandhoudingstaksen aan het Europees Octrooibureau op grond van artikel 39 van het Europees Octrooiverdrag.

    Deze onderlinge regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van ondertekening, en werkt terug tot en met 10 oktober 2010.

    Binnen een maand na ondertekening wordt de tekst van deze onderlinge regeling in de Staatscourant en de Landscourant geplaatst.