Beleidsregel · BWBR0046062

Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoeringsvoorschriften bronbelastingUitvoeringsvoorschriften bronbelasting

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit bevat de regeling waarin de (universele) Nederlandse uitvoeringsvoorschriften inzake belastingverdragen zijn vastgesteld ten behoeve van het interestartikel en het royaltyartikel.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag7 december 2021De Staatssecretaris van Financiënnamens deze,H.G.Roodbeenhoofddirecteur Fiscale en Juridische Zaken

Met ingang van 1 januari 2021 is de Wet bronbelasting 20211 (met betrekking tot interest en royalty’s) in werking getreden. In de navolgende regeling stel ik in verband met de heffing van belasting op basis van de Wet bronbelasting 2021 de volgende uitvoeringsvoorschriften vast ter uitvoering van het interestartikel en het royaltyartikel in de verdragen tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen (en naar het vermogen) en het voorkomen van het ontgaan (en ontwijken) van belasting, (met Protocol), die Nederland heeft gesloten en in regelingen tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen die Nederland heeft getroffen voor een land of openbaar lichaam binnen het Koninkrijk.

Het Multilaterale Instrument (MLI)2 is voor Nederland in werking getreden met ingang van 1 juli 2019. Daarmee is per 1 januari 2020 het MLI van toepassing geworden op verschillende Nederlandse bilaterale belastingverdragen. Als gevolg van het MLI is een aantal bepalingen, veelal gericht op het voorkomen van verdragsmisbruik, van toepassing geworden, waardoor (de werking van) het betreffende belastingverdrag wijzigt. Een van deze bepalingen betreft een algemene antimisbruiktoets, de principal purposes test (PPT). Op basis van de PPT worden verdragsvoordelen niet toegekend indien een constructie is opgezet of een transactie is aangegaan met als een van de voornaamste doelen om toegang tot een voordeel van het belastingverdrag te verkrijgen, tenzij de toekenning van dat voordeel in de gegeven omstandigheden in overeenstemming zou zijn met het voorwerp en doel van de relevante verdragsbepaling(en).

De inhoudingsplichtige die of het buitenlandse lichaam dat een in deze regeling bedoeld verzoek indient, respectievelijk inlevert, is verplicht het verzoek en de gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud in te dienen en te verstrekken. Indien naar aanleiding van een ingevolge deze regeling gedaan verzoek, ten onrechte of tot een te hoog bedrag, vrijstelling of vermindering van inhouding van bronbelasting dan wel teruggaaf van bronbelasting is verleend, zal op grond van de bepalingen van artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 6.1 van de Wet bronbelasting 2021 de verschuldigde bronbelasting worden nageheven.

Verzoeken om teruggaaf van belasting moeten bij de bevoegde inspecteur zijn ingediend binnen de in het Verdrag gestelde termijn. Voor een Verdrag waarin geen termijn is gesteld, geldt een termijn van vijf jaren na het verstrijken van het tijdvak waarin de belasting is ingehouden en afgedragen.

De Minister van Financiën kan binnen de kaders van de in onderdeel 1 bedoelde verdragen, in afwijking van deze regeling, onder nadere voorwaarden bijzondere regelingen treffen of binnen de door hem gestelde kaders de Belastingdienst machtigen bijzondere regelingen te treffen.

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting.