U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 16-03-2026.
Wijzigingen Officiële bron
Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen van 14 april 2022 tot de afhandeling van schade die is ontstaan door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg (Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen 2022) Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen 2022Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (hierna: het Instituut),

overweegt het volgende:

  • Het Instituut heeft tot taak om schade af te handelen die is ontstaan door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg.

  • Het Instituut is bij de uitvoering van zijn taak onder meer gebonden aan de kaders van de Tijdelijke wet Groningen.

  • Hieruit volgt dat het Instituut zijn taak op onafhankelijke en rechtvaardige wijze dient uit te voeren. Hierbij dient het Instituut toepassing te geven aan het civiele aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht en het bestuurs(proces)recht.

  • Binnen deze kaders heeft het Instituut ruimte om invulling te geven aan zijn taak. Hiertoe dient het Instituut op grond van artikel 10 van de Tijdelijke wet Groningen zijn eigen procedure en werkwijze vast te stellen, waarbij het een ruimhartige schadeafhandeling als uitgangspunt neemt. Daarnaast streeft het Instituut ernaar om zijn werkwijze zo voortvarend mogelijk en met oog voor de menselijke maat vorm te geven.

  • en stelt, gelet op artikel 10 van de Tijdelijke wet Groningen, de volgende procedure en werkwijze vast:

    Deze werkwijze wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

    Groningen14 april 2022S.C.J.J.KortmannVoorzitter, tevens bestuurslid Instituut Mijnbouwschade GroningenJ.C. dePagterPlaatsvervangend voorzitter, tevens bestuurslid Instituut Mijnbouwschade GroningenP.B.M.J. van derBeek - GillessenBestuurslid Instituut Mijnbouwschade GroningenM.Tj.BouwesBestuurslid Instituut Mijnbouwschade GroningenC.M. vanSchieBestuurslid Instituut Mijnbouwschade Groningen

    Het Instituut beslist op de aanvraag, zonder dat onderzoek is verricht door een deskundige als bedoeld in artikel 1.5 indien:

    Een aanvraag tot schadevergoeding in verband met fysieke schade wordt behandeld met toepassing van de individuele maatwerkbeoordeling, als bedoeld in hoofdstuk 2a, een vaste vergoeding als bedoeld in hoofdstuk 2b, of door toekenning van een recht op daadwerkelijk herstel als bedoeld in hoofdstuk 2c.

    Vervallen

    Als in de nadere advisering van de deskundigen ten aanzien van een bepaalde schade in de procedure van aanvraag tot en met hoger beroep meer dan één keer een andere uitsluitende oorzaak van die schade dan beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 6:177a BW wordt aangewezen die afwijkt van de andere uitsluitende oorzaak die eerder is aangewezen ten aanzien van die schade, dan is, behoudens in geval van nieuwe wetenschappelijke inzichten, het bewijsvermoeden als bedoeld in artikel 6:177a BW niet weerlegd en gaat het Instituut over tot vergoeding van die schade.

    In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    Het Instituut wijst aanvragen voor vergoeding van waardedaling van agrarische cultuurgronden af en verwijst daarbij op de voet van artikel 3:49 Algemene wet bestuursrecht naar het advies Waardevermindering agrarische gronden in Groningen als gevolg van gaswinning van 22 november 2023 van de Adviescommissie waardedaling niet-woningen aardbevingsgebied Groningen.

    Voor wat betreft de omvang van de fysieke schade aan de woning(en) betrekt het Instituut de som van alle uitgekeerde vergoedingen voor fysieke schade op de adressen waarop de aanvrager op enig moment gedurende de procedure tot afhandeling van die fysieke schade woonachtig was. Daarbij onderscheidt het Instituut de volgende vijf situaties en de daarbij behorende aanwijzing voor een persoonsaantasting:

    Een aanvraag tot vergoeding van immateriële schade ten behoeve van een natuurlijk persoon die op de dag van ontvangst van de aanvraag minderjarig is, als bedoeld in artikel 1:233 Burgerlijk Wetboek, wordt gedaan door een wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige.

    De procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen van 1 november 2021 wordt ingetrokken.

    Deze werkwijze wordt aangehaald als: Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen 2022.