U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-09-2022.

Ministeriële regeling · BWBR0047071

Subsidieregeling veerkracht en zeggenschap

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport van 17 augustus 2022, kenmerk 3389377-1031688-MEVA, houdende regels voor het subsidiëren van zorgaanbieders voor een lokaal actieplan veerkracht en zeggenschap (Subsidieregeling veerkracht en zeggenschap)Subsidieregeling veerkracht en zeggenschapDe Minister voor Langdurige Zorg en Sport,

Gelet op artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Deze Subsidieregeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport,C.Helder

In deze Subsidieregeling wordt verstaan onder:

Op deze Subsidieregeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van toepassing, met uitzondering van artikel 10.1.

Subsidie wordt op grond van deze Subsidieregeling voor een periode van ten hoogste 12 maanden verleend.

De minister verstrekt en betaalt bij het besluit tot verlening van de subsidie een voorschot van 80% van de subsidie.

De minister kan een of meer bepalingen van deze Subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Deze Subsidieregeling treedt in werking met ingang van 1 september 2022 en vervalt met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend.

Deze Subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling veerkracht en zeggenschap.

De volgende lotingssystematiek wordt gebruikt indien er meer dan 255 aanvragen worden ingediend. Indien er minder aanvragen worden ingediend, vindt er geen loting plaats. Subsidie wordt dan verleend aan aanvragers waarvan de aanvraag aan de criteria uit deze Subsidieregeling voldoet.

Stap 1

De aanvragen die worden ingediend binnen de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 7, eerste lid, worden in drie lotingsgroepen ingedeeld. Deze groepen zijn representatief voor de branches:

Stap 2

Binnen de bovengenoemde categorieën vindt een loting plaats. De loting vindt plaats door een notaris en de daaruit resulterende rangschikking wordt schriftelijk vastgelegd. Dit resulteert in een lootlijst. De lootlijst bepaalt de behandelvolgorde van de aanvragen.

Stap 3

Stap 4

Voorbeeld van de lotingssystematiek

Er worden 300 aanvragen ingediend. Na stap 1 blijkt dat de verdeling als volgt is: in groep 1 zijn 105 aanvragen ingediend, in groep 2 zijn 70 aanvragen ingediend en in groep 3 zijn 145 aanvragen ingediend. Na stap 2 is de lootlijst opgesteld.

Na stap 3 blijkt dat een aantal aanvragen onvolledig is of niet aan de criteria voldoet. Deze aanvragen worden van de lootlijst geschrapt. Op de lootlijst blijven in groep 1 95 aanvragen over, in groep 2 66 aanvragen en in groep 3 120 aanvragen.

Vervolgens vindt de toekenning plaatst. De aanvragen in groep 2 worden allemaal toegekend indien voldaan aan de subsidievoorwaarden. De eerste 85 aanvragen (vastgesteld via de lootlijst) in groep 1 en groep 3 worden toegekend. Het resterende bedrag € 950.000 wordt verdeeld over de overige aanvragen. Het bedrag van € 950.000 wordt verdeeld over 19 aanvragen: de eerstvolgende 10 aanvragen op de lootlijst van groep 1 worden toegekend en de eerstvolgende 9 aanvragen op de lootlijst van groep 3 worden toegekend.

De aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria. Alleen aanvragen waarbij op ieder criterium ‘ja’ wordt gescoord, komen voor subsidie in aanmerking. Aanvragen waarbij op één of meerdere criteria ‘nee’ wordt gescoord, worden afgewezen.