Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregel regionale ambulancevoorziening 2023Beleidsregel regionale ambulancevoorziening 2023

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdeel e, van de Wmg, stelt de NZa beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid tot het vaststellen van een vereffeningbedrag als bedoeld in artikel 56b van de Wmg.

Gelet op artikel 59, aanhef en onder c en e van de Wmg, heeft de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) met brieven van 15 juli 2013 en 13 november 2020, met respectievelijk kenmerk 130899-106615-MC en 1776599-213723-PZo, ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een tweetal aanwijzingen op grond van artikel 7 van de Wmg, aan de NZa gegeven. Deze aanwijzingen zijn gepubliceerd in de Staatscourant onder nummer 20624 en 60466.

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

Het doel van deze beleidsregel is het beleid van de NZa vast te leggen met betrekking tot de vaststelling van prestaties en tarieven voor ambulancezorg geleverd door of vanwege de RAV’s. Daarnaast wordt met deze beleidsregel het beleid vastgelegd met betrekking tot de opbrengstverrekening tussen RAV’s en zorgverzekeraars.

Deze beleidsregel is van toepassing op ambulancezorg geleverd door of vanwege een RAV welke in Nederland aanvangt en eindigt of welke bestaat uit spoedeisend grensoverschrijdend vervoer vanaf of naar de Belgische of Duitse grens. Het uitvoeren van de meldkamerfunctie valt ook onder de reikwijdte.

De vergoeding voor ambulancezorg is opgebouwd uit vijf onderdelen: een loonkostenvergoeding, wagenparkvergoeding, productievergoeding, vrije marge en restvergoeding.

De loonkostenvergoeding bestaat uit zes onderdelen: S&B-vergoeding, flexibilisering S&B-vergoeding, vergoeding ouderenbeleid, opleidingsvergoeding, overige loonkosten en vergoeding MICU-chauffeur.

De S&B-vergoeding wordt genormeerd op basis van parameteraantallen (diensten) uit het Referentiekader S&B. De NZa classificeert alle individuele standplaatsen in een regio naar ‘paraatheidsdienst’ of ‘aanwezigheidsdienst’. Hiervoor gebruikt de NZa de inwoneraantallen en gewogen omgevingsadressendichtheid (OAD) 2022 van het RIVM. Bij de classificatie hanteert de NZa een dagindeling gebaseerd op 3 blokken (van 0 tot 8 uur, van 8 tot 16 uur, van 16 tot 24 uur). In het dagdeel 8-16u worden alle standplaatsen gefinancierd op basis van paraatheidsdienst. Voor de overige tijdsblokken geldt:

RAV en representerende zorgverzekeraar(s) kunnen in uitzonderingssituaties gezamenlijk een loonkostenvergoeding overeenkomen voor het oplossen van specifieke knelpunten in de ambulancezorg. De aanvraag voor budgetuitbreiding is tweezijdig. Een eenzijdige aanvraag voor deze vergoeding wordt niet in behandeling genomen.

De vergoeding ouderenbeleid is gelijk aan de vergoeding ouderenbeleid jaar (t-1), tenzij lager overeengekomen in het overleg tussen RAV en representerende zorgverzekeraar(s).

De opleidingsvergoeding wordt berekend als 3,89% van de maximaal berekende S&B-vergoeding (artikel 9, lid 1), tenzij lager overeengekomen in overleg tussen de RAV en representerende zorgverzekeraar(s).

Onder deze component kunnen RAV en representerende zorgverzekeraar(s) voor budgetjaar (t) een bedrag overeenkomen ten behoeve van de overige loonkosten. Voor de capaciteit per dienst (tijdsblok) uit het Referentiekader S&B kan het volgende bedrag overeengekomen worden, tenzij lager overeengekomen in het overleg tussen RAV en representerende zorgverzekeraar(s).

De vergoeding MICU-chauffeur is gelijk aan de vergoeding MICU-chauffeur jaar (t-1), tenzij anders overeengekomen in het overleg tussen RAV en representerende zorgverzekeraar(s).

De wagenparkvergoeding wordt genormeerd op basis van het aantal ambulances. De vergoeding per ambulance bedraagt € 47.361. De wagenparkvergoeding wordt berekend op basis van het aantal ambulances in het jaar (t-1), tenzij anders overeengekomen in het overleg tussen RAV en representerende zorgverzekeraar(s).

De productievergoeding bestaat uit 4 onderdelen: productievergoeding kilometers, productievergoeding inzetten, productievergoeding afhijsingen brandweer, productievergoeding overtocht per (veer)boot.

De productievergoeding inzetten wordt genormeerd op basis van het totaal aantal inzetten. Het totaal aantal inzetten (dat voor de vergoeding ambulancezorg wordt gehanteerd) is gelijk aan de som van het aantal A1/A2 inzetten, B inzetten en mobiele zorgconsult inzetten, exclusief de loze inzetten. De vergoeding per inzet bedraagt € 21,59. De productievergoeding inzetten wordt berekend op basis van het aantal inzetten in het budget ambulancezorg jaar (t-1), tenzij anders overeengekomen in het overleg tussen RAV en representerende zorgverzekeraar(s). Het aantal inzetten wordt overeengekomen in het overleg tussen RAV en de zorgverzekeraar(s). Indien geen overeenkomst tot stand komt, gelden de bepalingen in artikel 5.

De component productievergoeding afhijsingen brandweer bevat de kosten voor in opdracht van de RAV door de brandweer uitgevoerde hijswerkzaamheden van de patiënt. Deze component is gelijk aan de component productievergoeding afhijsingen brandweer van het budget jaar (t-1), tenzij anders overeengekomen in het overleg tussen RAV en representerende zorgverzekeraar(s). Deze component wordt berekend op basis van het aantal overeengekomen afhijsingen en het overeengekomen bedrag per afhijsing. Bij geen overeenkomst gelden de bepalingen van de vaststelling van het definitief budget zoals beschreven in artikel 5.

De vrije marge is bedoeld voor innovatie, verbetering van de zorgkwaliteit en verbetering van de prestaties en wordt door de RAV en de zorgverzekeraars gezamenlijk overeengekomen en bedraagt ten hoogste 4,5% van de S&B-vergoeding.

De restvergoeding bestaat uit de componenten beschreven in deze paragraaf.

Voor de volgende componenten die zijn opgenomen in de restvergoeding zijn de kosten gelijk aan de kosten uit het budget jaar (t-1), tenzij anders overeengekomen in het overleg tussen RAV en representerende zorgverzekeraar(s):

Onder deze component kunnen RAV en representerende zorgverzekeraars(s) voor jaar (t) een bedrag overeenkomen ten behoeve van de initiële scholing voor de instroom van ambulancemedewerkers. Initiële scholingskosten voor verpleegkundig centralisten zijn ook opgenomen in deze post. Voor de capaciteit per dienst (tijdsblok) uit het Referentiekader S&B kan het volgende bedrag overeengekomen worden, tenzij lager overeengekomen in het overleg tussen RAV en representerende zorgverzekeraar(s). Opslag per aanwezigheids- of paraatheidsdienst:

Deze post bevat de vergoeding van de gebruikerskosten van de automatische externe defibrillatoren (AED’s) door AED-eigenaren en een vergoeding voor de administratieve afhandeling hiervan door RAV’s. De nota’s die horen bij de direct aan de inzet gebonden kosten worden door de RAV rechtstreeks uitbetaald aan de AED-eigenaar, niet zijnde een zorgaanbieder in de zin van de Wmg. De RAV en representerende zorgverzekeraar komen een bedrag overeen voor de kosten die de RAV maakt voor het afhandelen van de ontvangen nota’s.

Deze post bevat de financiële middelen voor pilots ten behoeve van coördinatie van de juiste zorg op de juiste plaats. De pilots komen in overleg met RAV, representerende zorgverzekeraar(s), ZN en AZN tot stand. De aanvraag voor deze post is tweezijdig. Een eenzijdige aanvraag voor deze post wordt niet in behandeling genomen.

Onder deze component kunnen RAV en representerende zorgverzekeraar(s) voor jaar (t) een bedrag overeenkomen voor de kosten die direct verband houden met het SARS-CoV-2 virus. De kosten kunnen alleen worden afgesproken onder deze post als er een schriftelijke afspraak is gemaakt tussen de RAV en representerende zorgverzekeraar(s). Opgegeven kosten worden voor definitieve vaststelling door NZa onderworpen aan een plausibiliteitstoets. Deze post kan niet worden gebruikt als compensatie voor de overige budgetparameters in deze beleidsregel.

In sommige gevallen vervoert de Airport Medical Services (AMS) patiënten vanaf Schiphol naar een dichtbij gelegen instelling over de openbare weg. Deze inzetten worden aangemeld bij de RAV Kennemerland. Deze inzetten zijn als zodanig niet opgenomen in het Referentiekader S&B. De financiering van deze inzetten is daardoor niet verwerkt in een budget van een RAV. Voor de ambulance-inzetten vanaf het terrein luchthaven Schiphol gelden de volgende prestaties:

De vergoeding voor de meldkamer is opgebouwd uit de volgende vier onderdelen: loonkostenbedragen meldkamercentralisten, overige loonkosten en materiële kosten meldkamersystemen.

Onder de component overige loonkosten kunnen RAV en representerend(e) zorgverzekeraar(s) voor budget van jaar (t) een bedrag overeenkomen ten behoeve van de overige loonkosten. Voor het aantal meldkamerdiensten wordt uitgegaan van het overeengekomen aantal bezette meldtafels. Dit wordt vermenigvuldigd met onderstaand normbedrag, tenzij lager overeengekomen in het overleg tussen RAV en representerend(e) zorgverzekeraar(s).

Opslag overige loonkosten per dienst van verpleegkundig centralisten (VC) en niet-verpleegkundig centralisten (NVC)

Het aantal beladen kilometers is het aantal kilometers met de patiënt in de ambulance, berekend, aan de hand van een postcodelabel, met een hieraan gekoppelde routeplanner. Bij de berekening wordt uitgegaan van de snelste route tussen de locatie waar de patiënt wordt opgehaald en de locatie waar de patiënt wordt afgeleverd. Het I001-tarief is een tarief per beladen kilometer voor alle spoedeisende en niet-spoedeisende ambulance-inzetten.

Het stand-by houden van een ambulance in verband met de openbare orde dan wel openbare veiligheid wordt gedaan in opdracht van de meldkamer en valt in het reguliere dienstrooster. Het I003-tarief geldt per uur wachttijd en kan niet worden gedeclareerd voor wachttijd bij een instelling voor het ophalen van een patiënt. Voor uurdelen geldt het tarief naar evenredigheid.

MICU-vervoer is het interklinisch vervoer van een IC-patiënt en vindt plaats op verzoek van een MICU-coördinatiecentrum. De patiënt wordt begeleid door een MICU-team bestaande uit een IC-arts of intensivist en een MICU-verpleegkundige, beide aantoonbaar bekwaam in het uitvoeren van MICU-vervoer. Het I006-tarief geldt per inzet van een MICU-ambulance.

Een A1-/A2-inzet is een inzet in opdracht van de meldkamer waarbij sprake is van spoedclassificatie. De meldkamer stelt de classificatie vast. Het I010-tarief is een tarief per declarabele inzet en is inclusief het tarief voor de meldkamer.

Prestatie I020 wordt gebruikt om bij een negatief opbrengstresultaat het tekort aan opbrengsten bij de zorgverzekeraars in rekening te brengen met inachtneming van de tussentijdse verrekeningen die hebben plaatsgevonden met betrekking tot jaar (t).

Prestatie I021 wordt gebruikt om een verwacht negatief opbrengstresultaat maandelijks bij de zorgverzekeraars in rekening te brengen. De hoogte van het tarief maakt onderdeel uit van de aanvraag voor het verrekenbedrag in het najaar van jaar (t-1). De NZa stelt de hoogte van het tarief daarbij vast op aangevraagd tarief gedeeld door 12 en rekent de bedragen toe aan de betrokken zorgverzekeraars op basis van de meest recente beschikbare marktaandelen.

Prestatie I022 wordt gebruikt door de onderaannemer die in opdracht van de RAV, ambulancezorg verleent. Voor deze prestatie geldt een vrij tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel a, van de Wmg. De onderaannemer en de RAV maken hiervoor zelf een tariefafspraak. De RAV blijft bij onderlinge dienstverlening verantwoordelijk voor de ambulancezorg en brengt de door de NZa vastgestelde prestaties die ter dekking van het budget dienen, in rekening bij de zorgverzekeraar of instelling.

Bij de declaratie van de prestaties genoemd onder artikel 35 tot en met 43 zijn de volgende tarieven en prestatiecodes van toepassing:

Alle in deze beleidsregel genoemde bedragen zijn op prijspeil definitief 2022 vastgesteld, tenzij anders vermeld. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd volgens de in de artikel 47, lid 1 tot en met 3 genoemde indices.

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de ‘Beleidsregel regionale ambulancevoorziening 2022’ met kenmerk BR/REG-22152a, ingetrokken.

De ‘Beleidsregel regionale ambulancevoorziening 2022’, met kenmerk BR/REG-22152a, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

Het overzicht met standplaatsen is geactualiseerd met het Referentiekader S&B.