Ministeriële regeling · BWBR0047536
Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2023
Gelet op artikel 4.20, eerste lid, aanhef en onder a tot en met d en f, van de Comptabiliteitswet 2016;
Besluit:
Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage B, die via de website betreffende de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën (https://rbv.rijksfinancien.nl) openbaar wordt gemaakt
De Minister van Financiën,S.A.M.KaagDe bedragen als aangegeven in bijlage A van deze regeling zijn de door de Minister van Financiën vastgestelde bedragen die betrekking hebben op het schriftelijk ter kennis brengen aan de Kamers der Staten-Generaal van voornemens tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, onder a tot en met d, van de Comptabiliteitswet 2016.
De regels als aangegeven in bijlage B (https://rbv.rijksfinancien.nl) van deze regeling zijn de regels over de begroting en de verantwoording van het Rijk, bedoeld in artikel 4.20, eerste lid, aanhef en onder a tot en met d, van de Comptabiliteitswet 2016.
In bijzondere gevallen kan in overeenstemming met de Minister van Financiën worden afgeweken van de bepalingen van deze regeling.
De Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2022 wordt ingetrokken, met dien verstande dat de bepalingen van deze regeling van toepassing blijven op de voorstellen van wet inzake de suppletoire begrotingsstaten en de slotverschillen inzake het begrotingsjaar 2022 voor zover deze wetsvoorstellen nog niet bij wet zijn vastgesteld.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2023.
Gelet op artikel 1 van de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2023:
Omschrijving regeling en onderwerp | Artikelnummer uit de CW 2016 | Bedragen (inclusief eventuele BTW) |
Comptabiliteitswet 2016 (CW 2016) | ||
Het schriftelijk ter kennis brengen aan het parlement van het voornemen tot het verrichten van een privaatrechtelijke rechtshandeling, bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, aanhef en onder a, van de Comptabiliteitswet 2016: | 4.7, derde lid, onder e, juncto | Meer dan € 0 |
• het oprichten, mede oprichten of het doen oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon. | ||
Het schriftelijk ter kennis brengen aan het parlement van het voornemen tot het verrichten van een privaatrechtelijke rechtshandeling, bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, aanhef en onder b tot en met d, van de Comptabiliteitswet 2016: | 4.7, derde lid, onder e, juncto | Meer dan € 5.000.000 |
• het verstrekken van eigen vermogen, het overnemen van schuldtitels of aandelen of het overnemen van risico’s van financiële activa, indien dat overnemen bedoeld is ter versterking van de solvabiliteit van de privaatrechtelijke rechtspersoon. |
Gepubliceerd op https://rbv.rijksfinancien.nl.