Wijzigingen Officiële bron
Regeling van het College voor toetsen en examens van 28 november 2022, nummer CvTE-22.00977, houdende vaststelling van de regeling voor de procedure om te komen tot de beoordelingsnormen van de doorstroomtoetsen (Regeling beoordelingsnormen doorstroomtoetsen PO)Regeling beoordelingsnormen doorstroomtoetsen POHet College voor toetsen en examens,

Gelet op artikel 3a, eerste lid, onderdeel f, van de Wet College voor toetsen en examens;

Gezien de goedkeuring van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, gegeven op 4 november 2022, nummer 1303595,

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Het College voor toetsen en examens, de voorzitter,J.H. van derVegt

De regeling voor de procedure om te komen tot de beoordelingsnormen van de doorstroomtoetsen als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel f van de Wet College voor toetsen en examens wordt vastgesteld als opgenomen in de bijlage van deze regeling.

De technische specificaties voor de levering van de gegevens voor de beoordeling van de doorstroomtoetsen, als bedoeld in artikel 1, worden beschreven in het handboek doorstroomtoets en het handboek normering of aanvullingen daarop, zoals gepubliceerd op de website van het College voor toetsen en examens (cvte.nl/onderwerpen/toetsen-primair-onderwijs).

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beoordelingsnormen doorstroomtoetsen PO.

Bijlage behorende bij artikel 1 van de Regeling beoordelingsnormen doorstroomtoetsen PO

De Regeling beoordelingsnormen doorstroomtoetsen po bevat algemeen verbindende voorschriften voor toetsaanbieders van een tot het stelsel toegelaten doorstroomtoets po. De Regeling beoordelingskader doorstroomtoetsen po schrijft voor dat een toets alleen zal worden erkend als de procedure om te komen tot de beoordelingsnormen van de doorstroomtoets wordt gevolgd.

De Regeling Beoordelingsnormen Doorstroomtoetsen po beschrijft de inhoud en de processtappen van de volgende sleutelonderdelen, met verwijzing naar de paragrafen met kwaliteitseisen zoals opgenomen in de Regeling beoordelingskader doorstroomtoetsen po:

Ter voorbereiding op de landelijke (toetsoverstijgende) normering:

De landelijke (toetsoverstijgende) normering (conform deze onderhavige Regeling beoordelingsnormen doorstroomtoetsen po).

Na afronding van de landelijke (toetsoverstijgende) normering:

Een doorstroomtoets wordt erkend door het CvTE voor een periode van vier jaar, mits deze voldoet aan de voorwaarden voor erkenning en de regeling beoordelingskader doorstroomtoetsen po.

Jaarlijks zal het CvTE vaststellen of de in dat schooljaar aan te bieden erkende doorstroomtoets voldoet aan de criteria op basis waarvan de erkenning is verleend. De erkende doorstroomtoets is onderdeel van de jaarlijks door een adviseur uit te voeren landelijke normeringsprocedure zoals beschreven in deze Regeling Beoordelingsnormen. Als een doorstroomtoets niet (langer) aan de voorschriften van deze Regeling Beoordelingsnormen voldoet, kan de erkenning door het CvTE worden ingetrokken op grond van artikel 3a, vierde lid, van de Wet College voor toetsen en examens.

De functionaliteit van de software dient passend en toereikend te zijn voor het uitvoeren van de landelijke (toetsoverstijgende) normeringsprocedure, voor gebruik van een twee parameter logistisch itemresponsemodel (2PL) – dat wil zeggen een model waarin de moeilijkheidsgraad en het onderscheidend vermogen van de toetsopgaven worden meegenomen.

Het CvTE laat periodiek de software, die door de adviseur wordt gebruikt voor de landelijke toetsoverstijgende normering, extern valideren op bovenstaande criteria.

Het gezamenlijk anker is een verzameling van opgaven die in alle doorstroomtoetsen wordt opgenomen om verschillen in de moeilijkheidsgraad tussen de betreffende doorstroomtoetsen vast te kunnen stellen en daarmee zowel de vergelijkbaarheid tussen doorstroomtoetsen als over jaren heen te waarborgen. Het ankerbankbeheer is belegd bij de adviseur.

Deze paragraaf beschrijft de levenscyclus van een ankeropgave. Per stap wordt beschreven wat de te nemen acties zijn, wie wat oplevert, en hoe de verantwoordelijkheden zijn belegd.

Er wordt een inventarisatie gemaakt van de hoeveelheid beschikbaar materiaal in de huidige ankerbank in relatie tot de toetsmatrijs (zie paragraaf 2.4) en de verversingsstrategie (zie stap F). Op basis hiervan wordt door het CvTE aan de ankerbankbeheerder de opdracht gegeven tot het opleveren van een nieuwe jaarset, waar afhankelijk van de inventarisatie een constructieopdracht aan verbonden is. Wanneer er een constructieopdracht nodig blijkt om de jaarset te kunnen leveren, dan zal deze met de toetsaanbieders gedeeld worden.

De constructieopdracht geeft aan wat voor opgaven opgeleverd moeten worden aan de ankerbankbeheerder en aan welke eisen deze moeten voldoen.

De aspirant-ankeropgaven doorlopen in principe hetzelfde traject als normale opgaven voor doorstroomtoetsen: ze moeten voldoen aan dezelfde eisen als reguliere opgaven zoals beschreven in het beoordelingskader.

Opgaven dienen daarom ook gepretest te worden voordat ze opgenomen kunnen worden in de ankerbank. Hier zijn twee routes voor:

Voordat opgaven gepretest worden in optie A of na een voorgestelde wijziging in route B, dienen de opgaven te zijn voorgelegd en als goed te zijn beoordeeld door de onderwijskundige beoordeling van het CvTE.

Naast de inhoudelijke eisen zoals gespecificeerd in de constructieopdracht moeten de opgaven aan psychometrische eisen voldoen (zie paragraaf 2.3.2).

Uit de ankerbank wordt een selectie gemaakt voor een jaarset met daarin de gezamenlijk ankeropgaven die worden afgenomen in een bepaald afnamejaar. Deze wordt vastgesteld door het CvTE. De in de bank opgenomen moederopgaven worden vervolgens door de toetsaanbieders overgenomen en eventueel aangepast zodat ze geschikt zijn voor hun doorstroomtoets. Hierbij worden de richtlijnen uit paragraaf 2.3.4 in acht genomen om mogelijke bias te voorkomen. Aangepaste opgaven of kindopgaven worden ter goedkeuring schriftelijk voorgelegd aan het CvTE. Goedgekeurde kindopgaven kunnen worden opgenomen in de doorstroomtoetsen.

Nadat de doorstroomtoetsen afgenomen zijn, wordt tijdens de kalibratie ten behoeve van de landelijke normering gecontroleerd of de ankeropgaven voldoen aan de psychometrische eisen van een goed anker. Als dit het geval is, worden ze ook daadwerkelijk gebruikt voor de equivalering van de verschillende doorstroomtoetsen en afnamejaren. Indien een ankeropgave psychometrisch voldoet, zal deze ook meetellen in de totaalscore van de leerling. Wanneer een ankeropgave in de afname niet blijkt te voldoen, kan dit afhankelijk van de details verschillende gevolgen hebben. Als een opgave niet blijkt te functioneren afname in alle toetsen of toetsvarianten kan de ankeropgave compleet verworpen worden, waardoor de opgave niet meer meewerkt in de equivalering en ook niet meer meetelt in de score van de leerlingen. In het geval van toets-DIF kan er bijvoorbeeld ook gekozen worden om de ankeropgave bij één toets(variant) of bij een deel van de toetsen los te koppelen, waardoor deze opgave voor deze toets(variant) geen rol speelt in de equivalering, maar de opgave wel gebruikt kan worden in de vaardigheidsschattingen en scoring van de leerlingen.

Afhankelijk van de analyse kan een opgave vervolgens aangepast worden voor een volgende afname, of wordt de opgave compleet verwijderd uit de ankerbank. Naast toets-DIF kan er tussen afnamejaren ook parameterdrift plaatsvinden bij een ankeropgave. In dit geval kunnen soortgelijke maatregelen getroffen worden.

Er wordt een verversingsstrategie van 50% nagestreefd. Dit betekent dat iedere jaarset idealiter voor ieder vaardigheidsdomein voor de helft uit opgaven bestaat die voor het eerst ingezet worden. Een kwart van de jaarset bestaat uit opgaven die een jaar eerder in de jaarset opgenomen waren, en een kwart uit opgaven die voor het laatst meer dan een jaar geleden geselecteerd zijn.

Nadat een opgave in 3 jaarsets is opgenomen, wordt de opgave niet meer geselecteerd. Een opgave mag maximaal 5 jaar na de eerste opname in een jaarset nog geselecteerd worden.

Deze richtlijnen betreffen de selectie van de moederopgaven waarvoor in een pretest gegevens zijn verzameld. Wanneer deze opgaven geselecteerd worden, kan iedere toetsaanbieder een eigen kindopgave van deze opgave maken dat zo min mogelijk afwijkt van de moederopgave, maar past bij de eigen vormgeving. Ingediende opgaven hebben niet eerder in een doorstroomtoets van een aanbieder gezeten, tenzij dit in een zaaisteekproef was zoals omschreven in 5.2 van de Regeling beoordelingskader doorstroomtoets PO.

Als de steekproefpopulatie van de pretest sterk afwijkt van de toetspopulatie kan een schatting van de p-waarde en rir gemaakt worden door middel van een simulatie.

Het is niet toegestaan vastgestelde ankeropgaven zonder overleg met CvTE elders te gebruiken. Toetsaanbieders zullen aan derden geen informatie, kennis of gegevens openbaren of doen openbaren, op welke wijze dan ook, met betrekking tot de ankerbank, het gezamenlijk anker en alle andere informatie die aan hen bekend is geworden en waarvan zij redelijkerwijs moeten begrijpen dat deze informatie van vertrouwelijke aard is.

Deze geheimhoudingsplicht blijft van kracht op het moment dat een toetsaanbieder niet langer een doorstroomtoets aanbiedt.

Tijdens de selectie van de jaarsets van het gezamenlijk anker worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

De toetsmatrijs geldt als richtlijn voor de vaststelling van iedere jaarset, hier kan van jaar tot jaar in beperkte mate van afgeweken worden, bijvoorbeeld als de vulling van de bank niet toereikend is:

Er zijn minstens twee zakelijke teksten en één fictionele/narratieve/literaire tekst. Van de zakelijke teksten is er minstens één informatief en één instructief of betogend.

1 Onder overige regels worden spelambigue woorden (logografische spelling), schrijfwijze van tussenklanken en gebruik van trema en koppelteken bedoeld (Meijerink, 2009).

Na afname van de varianten van de doorstroomtoetsen van het vigerende kalenderjaar, start de landelijke (toetsoverstijgende) normering. In deze Regeling Beoordelingsnormen Doorstroomtoetsen po worden normeringsstappen beschreven. Het CvTE stelt vervolgens voor ieder van de afgenomen doorstroomtoetsen de normering vast.

Om recht te doen aan een betrouwbare en valide inschatting van het vaardigheidsniveau van leerlingen, het vergroten van de vergelijkbaarheid, in het geval van een calamiteit of anderszins gewichtige reden, kan het CvTE besluiten om van de in deze Regeling Beoordelingsnormen Doorstroomtoetsen po beschreven wijze van normering af te wijken.

In het geval van ingrijpen door het CvTE omdat de normering bij een specifieke doorstroomtoets niet kan worden uitgevoerd, kan dat consequenties hebben voor de erkenning of toelating van de betreffende doorstroomtoets voor het erop volgende jaar.

In onderstaande tabel staat de planning van de normeringsfasen beschreven. Een gedetailleerde beschrijving van de werkzaamheden is beschreven in de volgende paragrafen. Het is uiteraard mogelijk dat een stap eerder is afgerond dan de deadline. Het CvTE kan in bijzondere gevallen genoodzaakt zijn de genoemde data aan te passen en zal in dat geval de nieuwe planning met de toetsaanbieders delen.

De toetsaanbieder is verantwoordelijk voor het correct, tijdig, volledig en veilig aan het CvTE beschikbaar stellen van consistente data uit de operationele afname van de varianten die zijn afgenomen in het betreffende jaar.

De toetsaanbieder levert voor de landelijke normering de voorgeschreven gegevens over de afgenomen doorstroomtoets op de terminal-server van het CvTE. Iedere toetsaanbieder heeft een map campagne van het betreffende jaar waarin de data geplaatst wordt.

De data (1.) dient op de in de tabel opgenomen datum aangeleverd te zijn. Pas wanneer de data gecontroleerd is, kan de kalibratie van de gezamenlijk ankeropgaven gestart worden. Daarna wordt eventueel nieuwe, aangevulde data (Re 1.) aangeleverd. Voorafgaand aan de campagne zal aan iedere toetsaanbieder gevraagd worden of zij de intentie hebben van deze gelegenheid gebruik te maken. Het format en de controle van deze optionele levering zijn gelijk aan die bij de initiële aanlevering.

Wanneer de controles van de data interne inconsistenties uitwijzen, wordt de toetsaanbieder hiervan op de hoogte gesteld. Het CvTE en de adviseur zullen de data niet bewerken anders dan voorzien en beschreven is in deze regeling. Wanneer er vertragingen in aanlevering van de data optreden kan het normeringsproces vertraging oplopen.

De toetsaanbieder levert een zo compleet mogelijke dataset, die bestaat uit ruwe scores en andere kenmerken van leerlingen van zowel het regulier basisonderwijs als speciaal (basis)onderwijs, maar exclusief NOB-scholen en particuliere scholen. Minimaal moet de dataset bij de uiteindelijke datalevering resultaten van 50% van het totale aantal inschrijvingen van een doorstroomtoets bevatten. Alle dataleveringen bevatten minstens 1.000 observaties uit het regulier basisonderwijs per gezamenlijk ankeropgave uit de verplicht op te nemen jaarset van het gezamenlijk anker. Leerlingen die speciale toetsversies maken, zoals bijvoorbeeld bij de toets voor blinden of slechthorenden of gebruik maken van de rekenkaart, worden niet geleverd en tellen niet mee in de hiervoor genoemde eisen. Leerlingen die een reguliere variant maken maar bijvoorbeeld van een verklanking gebruikmaken dienen wel geleverd te worden. Afgebroken en ongeldige afnames vormen geen deel van de datalevering door de toetsaanbieder.

Voordat de ruwe scores worden geleverd door de toetsaanbieder, heeft de toetsaanbieder een itemanalyse uitgevoerd om eventuele sleutelfouten en -uitbreidingen te signaleren. In de dataset die op de terminal-server wordt aangeleverd zijn deze fouten reeds gecorrigeerd door middel van sleutelwijzigingen of neutralisaties. Als de populatie van een toetsaanbieder een voor de itemkalibratie significant aandeel s(b)o leerlingen bevat, voert de toetsaanbieder een DIF-analyse uit op onderwijstype (bo versus s(b)o) en voert eventuele ingrepen om deze te remediëren (bijvoorbeeld door middel van herlabeling) uit alvorens de data aan te leveren.

De gegevens die geleverd zijn ten behoeve van de landelijke normering kunnen ook gebruikt worden voor nadere analyses door CvTE of de adviseur als daar behoefte aan is.

Indien de aan het CvTE tijdens de normeringscampagne geleverde data nog niet het volledige leerlingaantal bevat levert de aanbieder uiterlijk de eerste maandag van de landelijk vastgestelde rapportageperiode de volledige data aan.

De toetsaanbieder levert voor de normering:

Optioneel: een lijst met items die niet meetellen in de scoring.

De data worden aangeleverd in csv (uitgaande van de Nederlandse situatie, dus puntkomma-gescheiden en komma als decimaalscheidingsteken). De teruggeleverde databestanden gebruiken ditzelfde format. De toetsaanbieders leveren geen aparte toetsbeschrijving.

In het bestand met leerlinggegevens dienen de volgende variabelen opgenomen te worden:

Als naamgeving van dit bestand wordt verwacht:

TOETS_leerlingen.csv

Voor de scoringsgegevens worden zowel wide-format als long-format data verwerkt. Indien data in wide-format worden aangeleverd dienen per onderdeel de volgende scoringsgegevens opgenomen te worden:

In wide-format data staat het complete resultaat van een leerling op één regel.

Indien data in long-format worden aangeleverd dienen per onderdeel de volgende scoringsgegevens opgenomen te worden:

In long-format data vormt ieder leerling-item-paar een aparte regel.

Als naamgeving van het bestand met scoringsgegevens wordt verwacht:

TOETS_[naam onderdeel in hoofdletters].csv

Voor de verplichte onderdelen worden de namen LEZEN, REKENEN en TAAL verwacht.

Naast een controle op de representativiteit van de geleverde dataset, worden deze gegevens gebruikt om de landelijke prestaties op de doorstroomtoetsen te vergelijken met voorgaande jaren. De totale leerlingaantallen worden gevalideerd met behulp van inschrijfgegevens van DUO. In het bestand met representativiteitsgegevens dienen de volgende variabelen opgenomen te worden:

Als naamgeving van het bestand met representativiteitsgegevens wordt verwacht:

TOETS_representativiteit.csv

In het controlebestand met p-waarden dienen tot slot de volgende gegevens te worden aangeleverd:

Als bestandnaam voor het controlebestand met p-waarden wordt verwacht:

TOETS_controle.csv

Als er opgaven zijn die niet meetellen in de scoring van de toets, zoals zaai-opgaven, kunnen deze meegeleverd worden in een opgavenlijst. Deze opgaven kunnen mogelijk als extra ankering dienen tussen afnamejaren. Ook kunnen gezaaide opgaven ten behoeve van de samenstelling van het gezamenlijk anker geëvalueerd worden. Deze opgaven zullen niet gebruik worden in de kalibratie en normering ten behoeve van de doorrekening door de adviseur (stap 2 in het normeringsproces). De opgaven worden aangeleverd in een plat tekstbestand waarbij ieder label op een nieuwe regel staat. Als er geen lijst wordt aangeleverd, wordt er vanuit gegaan dat alle opgaven meetellen voor de scoring.

Als naamgeving van het bestand met no score-items wordt verwacht:

TOETS_noscore.dat

de adviseur voert de volgende controles uit op de aangeleverde data:

Nadat de gescoorde data door de adviseur zijn gecontroleerd en geanalyseerd volgt de landelijke (toetsoverstijgende) normeringsprocedure.

De normering wordt door de adviseur uitgevoerd met behulp van het gezamenlijke anker. De berekeningen worden uitgevoerd in daarvoor voorgeschreven gevalideerde software. De normeringsprocedure bestaat uit de volgende stappen:

Periodiek worden de onderdeelgewichten en de cesuren voor de referentieniveaus en de toetsadviescategorieën geanalyseerd en zo nodig geactualiseerd. Hiervoor worden onder andere gegevens uit het meest recente toelatings- en doorstroomonderzoek gebruikt.

Voor ieder van de wettelijk verplichte onderdelen Lezen, Rekenen en Taalverzorging wordt de afnamedata van alle toetsaanbieders samengenomen. Deze data worden gekalibreerd in het 2PL-itemresponsmodel, waarbij iedere toets als afzonderlijke populatie in de MML5-kalibratie wordt behandeld. Alleen leerlingen van regulier basisonderwijs worden hierin meegenomen. Verder worden opgaven niet gebruikt wanneer:

In deze kalibratie worden gegevens uit alle afnamejaren van de eind- en doorstroomtoetsen vanaf 2018 gebruikt om een koppeling te maken naar de referentiesets.

Alle opgaven die een koppeling vormen tussen eind- en doorstroomtoetsen in de verschillende afnamejaren worden gecontroleerd op mogelijk differentieel functioneren (DIF) tussen toetsen onderling. Dit gebeurt door middel van een statistische analyse naar hand van modelpassingsmaten en een visuele inspectie van de responscurves. Bij het constateren van differentieel functioneren wordt hiervoor gecompenseerd met de ingrepen zoals besproken in 2.2.1E. De bevindingen worden teruggerapporteerd aan de toetsaanbieders.

Cesuurpunten referentieniveaus

De cesuurpunten voor de referentieniveaus op de vaardigheidsschaal die verkregen is in de hierboven genoemde kalibratie worden gebaseerd op een equipercentiel-equivalering met de gerealiseerde behaalde percentages referentieniveaus van de Centrale Eindtoets (papier en digitaal) van 2018

Cesuurpunten toetsadviezen

De toetsadviezen worden gebaseerd op de gemiddelde latente vaardigheid (glv). Dit is een samenvoeging van de vaardigheden van de onderdelen die meetellen voor het toetsadvies. De wegingsfactoren van de verschillende onderdelen in de glv zijn:

De cesuurpunten voor de toetsadviescategorieën op de glv-schaal worden gebaseerd op een equipercentiel-equivalering met de gerealiseerde percentages toetsadviezen van de papieren Centrale Eindtoets van 2019, waarbij rekening gehouden wordt met een verschuiving van de grenswaarde tussen pro/vmbo bb en vmbo bb/kb die in 2021 heeft plaatsgevonden.

Na het uitvoeren van de kalibratieprocedure worden de parameters van de gezamenlijk ankeropgaven en de cesuren voor de toetsadviezen en referentieniveaus geaccordeerd door het CvTE en gedeeld met de toetsaanbieders.

Teruglevering itemparameters gezamenlijk anker

de adviseur levert de toetsaanbieders een csv-bestand met gekalibreerde itemparameters, zowel van de bestaande als de nieuwe opgaven van het gezamenlijk anker. Hierin staan de volgende kolommen:

Als bestandsnaam wordt gebruikt:

ankerparameters_JAAR.csv

Teruglevering ingrepen kalibratie gezamenlijk anker

de adviseur levert een csv-bestand met een overzicht van alle ingrepen die zijn uitgevoerd in de opgaven die voor een koppeling zorgen tussen de verschillende eind- en doorstroomtoetsen in alle afnamejaren ten behoeve van de kalibratie van het gezamenlijk anker.

Als bestandsnaam wordt gebruikt:

dif_ingrepen_JAAR.csv

Teruglevering uitgeschakelde items kalibratie gezamenlijk anker

Tevens levert de adviseur dan aan de toetsaanbieders een bestand met uitgeschakelde items die een te lage of te hoge discriminatieparameter kregen in de initiële 2PL-kalibratie.

Als bestandsnaam wordt gebruikt:

TOETS_uitgeschakeld_ankerkalibratie.csv

De toetseigen opgaven van de verplichte onderdelen van iedere toetsaanbieder worden apart gekalibreerd in het 2PL-itemresponsmodel, waarbij het gezamenlijk anker wordt gefixeerd op de in stap 1 (kalibratie anker) verkregen parameters. Hierdoor worden de opgaven van iedere toets op dezelfde, vergelijkbare schaal gebracht. In deze procedure worden dezelfde eisen gesteld aan opgaven als in stap 1. In deze kalibratie worden leerlingen uit alle onderwijstypen meegenomen. De leerlingen uit de verschillende onderwijstypen worden als verschillende groepen behandeld in de MML-schatter. Met de parameters voor alle opgaven in de toets worden vervolgens vaardigheidsschattingen uitgevoerd met behulp van Warm’s gewogen waarschijnlijkheidsschatter (wml) voor alle leerlingen voor ieder verplicht toetsonderdeel. De vaardigheidsschattingen worden vergeleken met de in stap 1 berekende cesuurpunten voor de referentieniveaus 1F en 2F/1S voor de drie wettelijk verplichte onderdelen. Voor iedere leerling van wie de gegevens zijn aangeleverd door de toetsaanbieder worden de vaardigheden op alle onderdelen die meetellen voor het toetsadvies samengevoegd tot de glv. De glv’s worden vervolgens vergeleken met de in stap 1 berekende cesuurpunten voor de toetsadviescategorieën om op basis hiervan een toetsadvies toe te kennen.

Teruglevering uitgeschakelde items

Dit bestand bevat de items die uitgeschakeld zijn in de IRT-kalibratie omdat ze een discriminatieparameter met een waarde lager dan 0.1 of hoger dan 10 hebben gekregen in de initiële 2PL-kalibratie of te weinig observaties hadden. Als er geen items uitgeschakeld zijn wordt een leeg bestand opgeleverd. De volgende kolommen zijn opgenomen:

Als bestandsnaam wordt gebruikt:

TOETS_uitgeschakeld.csv

Teruglevering itemparameters

Dit bestand bevat de itemparameters zoals geschat in de IRT-normering volgens het 2PL-model. De volgende kolommen zijn opgenomen:

Als bestandsnaam wordt gebruikt:

TOETS_itemparameters.csv

Teruglevering populatieparameters

Bevat de MML-populatieparameters zoals geschat in de IRT-normering in het 2PL-model voor alle onderdelen. De volgende kolommen zijn opgenomen:

Als bestandsnaam wordt gebruikt:

TOETS_populatieparameters.csv

Teruglevering vaardigheidsschattingen

Bevat voor iedere leerling de vaardigheid op ieder onderdeel in het 2PL-model geschat via de wml-methode. Tevens zijn de berekende GLV’s en de via de cesuren daaraan gerelateerde toetsadviezen hieraan toegevoegd. De volgende kolommen zijn opgenomen:

Als bestandsnaam wordt gebruikt:

TOETS_vaardigheden.csv

Teruglevering referentieniveaus

Bevat een overzicht van de behaalde referentieniveaus in de IRT-normering in het 2PL-model, waarbij alleen leerlingen uit regulier BO zijn meegenomen. De volgende kolommen zijn opgenomen:

Als bestandsnaam wordt gebruikt:

TOETS_referentieniveaus.csv

Teruglevering toetsadviezen

Bevat een overzicht met behaalde toetsadviezen in de IRT-normering. Alleen leerlingen uit regulier BO worden meegenomen. De volgende kolommen zijn opgenomen:

Als bestandsnaam wordt gebruikt:

TOETS_toetsadviezen.csv

Controle

Met behulp van een populatieschatting op basis van de voorlopige schooladviezen wordt een vergelijking tussen de toetsaanbieders gemaakt van de prestaties op de referentieniveaus en de verdeling van toetsadviezen. Hiervoor zal conditioneel op voorlopig schooladvies een trekking worden uitgevoerd uit de behaalde referentieniveaus en toetsadviezen van de volledige landelijke populatie (voor zover de schooladviezen bekend zijn).

De in stap 2 (doorrekening normering doorstroomtoetsen) doorgerekende resultaten op de normeringssteekproef dienen slechts ter controle. Iedere toetsaanbieder past de vastgestelde normering, in de vorm van de in stap 1 (kalibratie gezamenlijk anker) vastgestelde parameterfixaties voor het gezamenlijk anker en vastgestelde cesuren voor toetsadviezen en referentieniveaus, zelf toe voor iedere deelnemende leerling ten behoeve van de rapportages. Indien een toets gebruikmaakt van een opgavebank of de steekproef te beperkt was, kunnen hierbij ook opgaven meegenomen worden die in de operationele afname van de doorstroomtoets minder dan 200 observaties hadden, mits voor die opgaven voldaan wordt aan de eisen voor itemparameterschattingen zoals genoemd in 5.2.1 doel B in het Beoordelingskader.

Nadat de toetsadviezen en referentieniveaus zijn uitgerekend voor de leerlingen in de met het CvTE en de adviseur gedeelde normeringssteekproef wordt de normering, inclusief de cesuren voor de referentieniveaus en de toetsadviescategorieën en de onderdeelgewichten, door het CvTE definitief vastgesteld.

Naast de wettelijk verplichte onderdelen worden ook de optionele onderdelen die meetellen in het toetsadvies van iedere toetsaanbieder door de adviseur gekalibreerd door middel van een voorgeschreven kalibratiewijze met bijbehorende schattingsmethode, uit te voeren in de extern gevalideerde software, waarbij per toetsaanbieder dezelfde populaties als bij de wettelijk verplichte onderdelen worden gebruikt.

Omdat een mogelijk inzetscenario van de OCW Doorstroomtoets het uitlekken van gezamenlijk ankeropgaven is, bevat de OCW Doorstroomtoets geen gezamenlijk ankeropgaven. In plaats van een parameterfixatie op het gezamenlijk anker, worden de vaardigheidsschalen in de normering van de OCW Doorstroomtoets gefixeerd door middel van een koppeling naar de Centrale Eindtoets en/of DOE. De OCW Doorstroomtoets bestaat namelijk uit opgaven die via pretestafnames zijn gekoppeld aan afnames van de Centrale Eindtoets. Omdat de Centrale Eindtoets wel het gezamenlijk anker bevatte, kan via deze route de OCW Doorstroomtoets op dezelfde schaal gebracht worden als het gezamenlijk anker. Hiertoe zal een kalibratie met het 2PL-model gebruikt worden. Als deze schalen zijn overgezet, kunnen de cesuurpunten voor de referentieniveaus en toetsadviezen zoals beschreven in deze regeling toegepast worden om tot de waarden voor leerlingrapportages te komen.

Ruwweg worden twee scenario’s voor de inzet van de OCW Doorstroomtoets voorzien:

Bij een kleinschalige inzet zijn er te weinig observaties van de opgaven uit de OCW Doorstroomtoets voor een betrouwbare kalibratie. In dat geval zal de OCW Doorstroomtoets vooraf gekalibreerd worden op basis van pretestgegevens, en worden de normeringen voor de (leerling)rapportages op deze kalibraties gebaseerd. Bij een grootschalige inzet zal wel een nieuwe kalibratie uitgevoerd worden op basis van de operationele afname. Voorwaarde hiervoor is echter wel dat er voldoende tijd is voor de rapportagedeadline van 15 maart. Of dit haalbaar is wordt beoordeeld en besloten in het calamiteitenteam

Omdat het gezamenlijk anker niet wordt afgenomen in de OCW Doorstroomtoets, zal de toets niet gecontroleerd worden in de reguliere landelijke toetsoverstijgende normering. Indien schooladviezen beschikbaar zijn van de deelnemende leerlingen kunnen de resultaten van de OCW Doorstroomtoets wel meegenomen worden om inzicht te krijgen in de landelijke relatie tussen schooladviezen en toetsadviezen. Hiertoe levert Stichting Cito team DOE/ OCW Doorstroomtoets een csv-bestand met voor iedere leerling het onderwijstype, het schooladvies, en de geschatte latente vaardigheden voor ieder onderdeel (zie voor de dataomschrijving de tabellen in paragraaf 3.3 en 5.7).

Voor de normering moet o.a. toelatings- en doorstroomonderzoek (hierna: doorstroomonderzoek) verricht worden. Dit houdt in dat gekeken wordt hoe de resultaten die leerlingen behalen op een doorstroomtoets in groep 8 zich verhouden tot de schoolsoort waarop zij zich de eerste drie jaar van het voortgezet onderwijs (vo) bevinden. De voorspellende waarde van de toetsrsultaten wordt hiermee bepaald. Om dit te kunnen doen is een koppeling nodig tussen twee typen data: toetsresultaten van individuele leerlingen op de doorstroomtoets in groep 8 en (doorstroom)gegevens van de plaatsing van deze leerling in het eerste, tweede en derde jaar van het vo.

Het doorstroomonderzoek voert de adviseur uit in opdracht van het CvTE. De databronnen hiervoor zijn toetsresultaten op leerlingniveau van de toetsaanbieders, en plaatsingsgegevens van het vo uit het Register Onderwijsdeelnemers (ROD) van DUO. Om de koppeling tussen deze twee databronnen te kunnen maken, moeten de gegevens terug te voeren zijn op individuele leerlingen en moeten er dus persoonsgegevens verwerkt worden.

Om de uitwisseling van persoonsgegevens tot een minimum te beperken zal voor de koppeling per individuele leerling een pseudoniem gebruikt worden. Door middel van het toepassen van een reeds bestaand pseudonimiseringsalgoritme kunnen toetsaanbieders en DUO zelf dit pseudoniem genereren. Doordat DUO en de toetsaanbieders vier dezelfde gegevens van een individuele leerling in dit pseudonimiseringsalgoritme stoppen, komt hetzelfde pseudoniem voor een individuele leerling eruit bij de twee verschillende bronnen. Op basis van dit pseudoniem kan de adviseur de gegevens koppelen. Er is bij gebruik van dit algoritme geen sleutel waarmee het pseudoniem weer teruggezet kan worden door een ander dan degene die ook beschikt over de persoonsgegevens zelf. Alleen DUO en de individuele toetsaanbieders die de gegevens hebben geleverd kunnen het pseudoniem weer koppelen aan de persoonsgegevens waarmee het pseudoniem is gegenereerd. Op die manier beschikt de adviseur onder verantwoordelijkheid van het CvTE over zo min mogelijk gevoelige gegevens om deze wettelijke taak goed uit te kunnen voeren.

De pseudoniemen worden met het hashingalgoritme SHA-256 gegenereerd. Om de pseudoniemen later te kunnen matchen is het van belang dat alle partijen exact dezelfde set aan persoonsgegevens gebruiken om tot hetzelfde pseudoniem te komen. De invoer bestaat uit de instellingscode, achternaam, toetsscore en geboortedatum van de leerling Indien bij een leerling één van deze gegevens mist, dient de data van deze leerling niet gepseudonimiseerd te worden en wordt deze data niet geleverd aan de adviseur. Ditzelfde is het geval bij leerlingen voor wie bovenstaande gegevens identiek zijn, bijvoorbeeld bij tweelingen op dezelfde school met dezelfde toetsscore. Data van leerlingen die een doorstroomtoets maken in het buitenland of op private scholen worden niet geleverd. Leerlingen van SO, SBO en VSO worden wel gepseudonimiseerd en geleverd aan de adviseur.

De specificatie voor de vier invoergegevens van het pseudoniem is als volgt:

Deze gegevens worden gescheiden door komma’s samengevoegd tot een gegevenssleutel, waarna het hashingsalgoritme wordt toegepast. Bijvoorbeeld:

Gegevenssleutel: “99CV,Test,2021-01-01,500”

Pseudoniem: “9fc18ccca231fa1951282b4a53ba6b71d3901122eff663c95758ac207cae8903”

De gegevenssleutel heeft als tekencodering UTF-8, bij gebruik van een andere codering kan een ander pseudoniem ontstaan (met name bij diakrieten).

Datalevering als csv volgens Nederlandse conventies:

Zowel de kolomnamen als de waarden zijn hoofdlettergevoelig.

Naamgeving “DUO-dso-“ + [YYYYMMDD] + “.csv”

Naamgeving [Toetssoort]-dso-“ + [YYYYMMDD] + “.csv”