Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van 12 december 2022, nr. WJZ/ 22493242, houdende regels inzake een subsidie voor leveranciers ter bekostiging van een plafond voor energietarieven voor kleinverbruikers in 2023 (Subsidieregeling bekostiging plafond energietarieven kleinverbruikers 2023)Subsidieregeling bekostiging plafond energietarieven kleinverbruikers 2023De Minister voor Klimaat en Energie, handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën;

Gelet op Verordening (EU) 2022/1854 van de Raad van 6 oktober 2022 betreffende een noodinterventie in verband met de hoge energieprijzen (PbEU 2022 LI 261/1)

Handelende in overeenstemming met de mededeling van de Europese Commissie van 9 oktober 2022 betreffende het Tijdelijk crisiskader voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de economie na de Russische agressie tegen Oekraïne (PbEU 2022, C 426/01);

Gelet op de artikelen 2, eerste en tweede lid, en 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage12 december 2022De Minister voor Klimaat en Energie,R.A.A.Jetten

Indien aan een kleinverbruikaansluiting in 2023 elektriciteit wordt ingevoed op het elektriciteitsnet, vindt voor de toepassing van het volumeplafond bij het verstrekken van de eindfactuur de berekening van de hoeveelheid elektriciteit die in 2023 aan de kleinverbruikaansluiting is geleverd plaats met overeenkomstige toepassing van de wijze van berekening van het verbruik, bedoeld in artikel 31c, eerste of tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998.

Indien voor de levering van elektriciteit of gas een eindfactuur wordt verstrekt die betrekking heeft op een periode in 2023, bedraagt het deel van het volumeplafond over die periode de som van de van de in bijlage II opgenomen standaardvolumefracties per dag in 2023 voor elektriciteit of gas die van toepassing zijn op die periode.

De subsidie wordt verleend onder de volgende opschortende voorwaarden:

Indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit maar niet voor gas, wordt de hoogte van de subsidie berekend volgens de formule:

waarbij kva, THEkva, CLEkva, PTE, TUK en OBE achtereenvolgens staan voor:

kva: kleinverbruikaansluiting;

THEkva: de totale hoeveelheid elektriciteit in kWh die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor elektriciteit en een ondergrens van nul;

CLEkva: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor elektriciteit in € per kWh per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per kWh die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid elektriciteit die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt;

PTE: het plafondtarief voor elektriciteit;

TUK: een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 3.6;

OBE: de overschrijding van de in 2023 gerealiseerde brutomarge voor elektriciteit ten opzichte van de historische referentiewaarde van de brutomarge voor elektriciteit in €, bepaald overeenkomstig bijlage III.

Indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor gas maar niet voor elektriciteit, wordt de hoogte van de subsidie berekend volgens de formule:

waarbij kva, THGkva, CLGkva, PTG, TUK en OBG, achtereenvolgens staan voor:

kva: kleinverbruikaansluiting;

THGkva: de totale hoeveelheid gas in m3(n) die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor gas en een ondergrens van nul;

CLGkva: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor gas in € per m3(n) per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per m3(n) die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid gas die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt;

PTG: het plafondtarief voor gas;

TUK: een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 3.6;

OBG: de overschrijding van de in 2023 gerealiseerde brutomarge voor gas ten opzichte van de historische referentiewaarde van de brutomarge voor gas in €, bepaald overeenkomstig bijlage III.

Indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor zowel elektriciteit als gas, wordt de hoogte van de subsidie berekend volgens de formule:

waarbij kva, THEkva, CLEkva, PTE, TUK, THGkva, CLGkva, PTG en OBEG achtereenvolgens staan voor:

kva: kleinverbruikaansluiting;

THEkva: de totale hoeveelheid elektriciteit in kWh die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor elektriciteit en een ondergrens van nul;

CLEkva: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor elektriciteit in € per kWh per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per kWh die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid elektriciteit die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt;

PTE: het plafondtarief voor elektriciteit;

TUK: een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 3.6;

THGkva: de totale hoeveelheid gas in m3(n) die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor gas en een ondergrens van nul;

CLGkva: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor gas in € per m3(n) per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per m3(n) die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid gas die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt;

PTG: het plafondtarief voor gas;

OBEG: de overschrijdingen van de in 2023 gerealiseerde brutomarge voor elektriciteit en gas ten opzichte van de historische referentiewaardes voor elektriciteit en gas in €, bepaald overeenkomstig bijlage III.

Indien subsidie is verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit of gas aan een subsidieontvanger die deel uitmaakt van een groep, wordt, indien dit door de subsidieontvanger bij de aanvraag is aangegeven, voor het berekenen van de overschrijding van de brutomarge, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2 of 3.3, de over- of onderschrijding van de historische benchmark van de subsidieontvanger overeenkomstig bijlage III verrekend:

Indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor warmte, wordt de hoogte van de subsidie berekend volgens de formule:

waarbij kva, THWkva, CLWkva, PTW TUK en NRW achtereenvolgens staan voor:

kva: kleinverbruikaansluiting;

THWkva: de totale hoeveelheid warmte in GJ die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor warmte en een ondergrens van nul;

CLWkva: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor warmte in € per GJ per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per GJ die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid warmte die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt;

PTW: het plafondtarief voor warmte;

TUK: een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 3.6;

NRW: de overschrijding van het in 2023 gerealiseerde rendement in € ten opzichte van het normrendement voor warmte in €, bepaald overeenkomstig bijlage III.

De hoogte van de tegemoetkoming in de uitvoeringskosten, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2, 3.3 en 3.5, wordt berekend volgens de formule:

waarbij DLOkva, kva en

achtereenvolgens staan voor:

DLOkva: het aantal dagen in 2023 dat er een leveringsovereenkomst voor de levering van elektriciteit, gas of warmte is gesloten met de kleinverbruikaansluiting;

kva: kleinverbruikaansluiting;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.

In de beschikking tot subsidieverlening wordt geen bedrag opgenomen waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.

De Minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie indien:

De Minister maakt zo spoedig mogelijk na een besluit tot subsidieverlening de naam van de subsidieontvanger en het inschrijvingsnummer in het handelsregister bekend.

De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie door de Minister van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

Voor het maandelijks corrigeren van het cumulatieve voorschot, bedoeld in artikel 6.1.2, eerste lid, verstrekt de subsidieontvanger na afloop van een kalendermaand waarvoor hij een voorschot heeft ontvangen, aan de Minister gegevens over:

De subsidieontvanger is aangesloten bij een instantie voor buitengerechtelijke geschilbeslechting die bevoegd is klachten te behandelen van kleinverbruikers tegen leveranciers over de toepassing van deze regeling.

Voor de toepassing van deze regeling dienen de door de subsidieontvanger gehanteerde contractuele leveringstarieven voor elektriciteit, gas of warmte te voldoen aan het bepaalde bij of krachtens artikel 95b van de Elektriciteitswet 1998, artikel 44 van de Gaswet of artikel 5 van de Warmtewet.

De Minister verstrekt in 2023 maandelijks een voorschot voor de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit of gas op maandelijks in te dienen aanvragen.

De hoogte van het maandelijkse voorschot voor de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit wordt berekend volgens de formule:

waarbij TC, kva, VHEtc,kva, VLEtc,kva, PTE, TUKv,

achtereenvolgens staan voor:

TC: tariefcohort, waarbinnen de subsidieontvanger alle kleinverbruikaansluitingen plaatst met een contractueel leveringstarief dat binnen deze bandbreedte valt en waartegen naar verwachting elektriciteit zal worden geleverd in de kalendermaand waarvoor de aanvraag voor een voorschot is ingediend;

kva: kleinverbruikaansluiting;

VHEtc,kva: de verwachte hoeveelheid te leveren elektriciteit in kWh per kleinverbruikaansluiting, op basis van de in het centraal aansluitingenregister geregistreerde standaardjaarafname, bepaald per kleinverbruikaansluiting, verminderd met de in het centraal aansluitingenregister geregistreerde standaardjaarinvoeding voor die kleinverbruikaansluiting. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van 1/12e van het volumeplafond voor elektriciteit en een ondergrens van nul. Voor de standaardjaarafname en standaardjaarinvoeding wordt uitgegaan van de meest recente gegevens uit het centraal aansluitingenregister die de subsidieontvanger van de netbeheerder heeft ontvangen.

VLEtc: het verwachte gemiddelde contractuele leveringstarief voor elektriciteit in € per kleinverbruikaansluiting in de betreffende kalendermaand, gewogen naar de hoeveelheid elektriciteit die naar verwachting aan de betreffende kleinverbruikaansluitingen zal worden geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond zal plaatsvinden;

PTE: het plafondtarief voor elektriciteit;

TUKv: een bedrag als voorschot voor een tegemoetkoming in de te maken uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 6.1.5;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting binnen een tariefcohort voor alle kleinverbruikaansluitingen binnen dat tariefcohort;

: de som van het bedrag per tariefcohort voor alle tariefcohorten.

De hoogte van het maandelijkse voorschot voor de toepassing van het prijsplafond voor gas wordt berekend volgens de formule:

waarbij TC, kva, VHGtc,kva, VLGtc,kva, PTG, TUKv,

achtereenvolgens staan voor:

TC: tariefcohort waarbinnen de subsidieontvanger alle kleinverbruikaansluitingen plaatst met een contractueel leveringstarief dat binnen deze bandbreedte valt en waartegen naar verwachting gas zal worden geleverd in de kalendermaand waarvoor de aanvraag voor een voorschot is ingediend;

kva: kleinverbruikaansluiting;

VHGtc,kva: de verwachte hoeveelheid te leveren gas in m3(n) per kleinverbruiker, op basis van het standaardjaarverbruik, op basis van het in het centraal aansluitingenregister geregistreerde standaardjaarverbruik, bepaald per kleinverbruikaansluiting. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van 1/12e van het volumeplafond voor gas en een ondergrens van nul. Voor het standaardjaarverbruik wordt uitgegaan van de meest recente gegevens uit het centraal aansluitingenregister die de subsidieontvanger van de netbeheerder heeft ontvangen;

VLGtc: het verwachte gemiddelde contractuele leveringstarief voor gas in € per m3(n) per kleinverbruikaansluiting in de kalendermaand waarvoor een voorschot is ingediend, gewogen naar de hoeveelheid gas die naar verwachting aan de betreffende kleinverbruikaansluitingen zal worden geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond zal plaatsvinden;

PTG: het plafondtarief voor gas;

TUKv: een bedrag als voorschot voor een tegemoetkoming in de te maken uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 6.1.5;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting binnen een tariefcohort voor alle kleinverbruikaansluitingen binnen dat tariefcohort.

: de som van het bedrag per tariefcohort voor alle tariefcohorten.

De hoogte van het bedrag als voorschot voor een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten, bedoeld in de artikelen 6.1.3 en 6.1.4, wordt berekend volgens de formule:

waarbij kva en

achtereenvolgens staan voor:

kva: kleinverbruikaansluiting;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.

Indien een contractueel leveringstarief voor de kalendermaand waarvoor een aanvraag voor een voorschot wordt ingediend, niet bekend is op moment van indienen van de aanvraag, wordt het contractuele leveringstarief voor die kleinverbruikaansluiting berekend aan de hand van de op dag, voorafgaand aan indiening van de aanvraag, gepubliceerde:

De Minister verstrekt op aanvraag één keer in 2023 een voorschot voor de toepassing van het prijsplafond voor warmte.

Het jaarlijkse voorschot kan op verzoek van de subsidieontvanger worden gecorrigeerd bij wijzigingen van het aantal kleinverbruikaansluitingen of een contractueel leveringstarief.

De hoogte van het jaarlijkse voorschot wordt berekend volgens de formule:

Waarbij KVA, VHWkva, VLWkva, PTW, TUKv en

achtereenvolgens staan voor:

kva: kleinverbruikaansluiting;

VHWkva: de verwachte hoeveelheid te leveren warmte in GJ per kleinverbruikaansluiting. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor warmte en een ondergrens van nul;

VLWkva: het verwachte gemiddelde contractuele leveringstarief voor warmte in € per GJ per kleinverbruikaansluiting in 2023, gewogen naar de hoeveelheid warmte die naar verwachting aan de betreffende kleinverbruikaansluiting zal worden geleverd in 2023, waarvoor de toepassing van het prijsplafond zal plaatsvinden;

PTW: het plafondtarief voor warmte;

TUKv: een bedrag als voorschot voor een tegemoetkoming in de te maken uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 6.2.4;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.

De hoogte van het bedrag als voorschot voor een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten, bedoeld in artikel 6.2.3, wordt berekend volgens de formule:

waarbij kva en

achtereenvolgens staan voor:

kva: kleinverbruikaansluiting;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.

Een subsidieontvanger dient uiterlijk 30 juni 2025, 17:00 uur, een aanvraag in voor subsidievaststelling voor de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit, gas of warmte.

De Minister beslist op een aanvraag voor subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling bekostiging plafond energietarieven kleinverbruikers 2023.

Eventuele overschrijdingen van de van de in 2023 gerealiseerde brutomarge voor elektriciteit en gas ten opzichte van de historische referentiewaardes voor elektriciteit of gas, moeten worden bepaald op grond van de artikelen 3.1 tot en met 3.4, van deze regeling.

Voor warmte moet de eventuele overschrijding van het in 2023 gerealiseerde rendement ten opzichte van het historische rendement voor warmte worden bepaald op grond van artikel 3.5.

Op grond van artikel 7.2 moeten voor elektriciteit of gas de in 2023 gerealiseerde brutomarge en de historische referentiewaarde worden bepaald, en voor warmte het in 2023 gerealiseerde rendement en het normrendement.

Voor de in deze bijlage gehanteerde begrippen wordt verwezen naar de definities opgenomen tabellen.

In de brutomargetoets wordt gewerkt exclusief BTW en exclusief Energiebelasting (EB) en Opslag Duurzame Energie – en klimaattransitie (ODE). De subsidieontvanger dient zowel historisch als voor 2023, op een consistente wijze de verslaggevings- en waarderingsgrondslagen (bijvoorbeeld IFRS/Dutch GAAP) toe te passen.

De brutomargetoets wordt apart uitgevoerd voor de subsidievaststelling elektriciteit, subsidievaststelling gas. Voor de subsidievaststelling warmte wordt gebruik gemaakt van een rendementstoets (zie B. Rendementstoets Warmte).

Indien subsidie wordt verstrekt voor toepassing van het prijsplafond voor zowel elektriciteit als gas, wordt de hoogte van de subsidie berekend volgens de formule:

Subsidievaststelling elektriciteit en gas = A) Subsidie exclusief brutomargetoets – B) Overschrijding Bruto Winstmarge Elektriciteit en Gas samen

Waarbij BME2023, BMEref, KVAE, THEkva, VEkva, BMG2023, BMGref, KVAG, THGkva VGkva en

achtereenvolgens staan voor:

BME2023: gerealiseerde brutomarge elektriciteit in 2023, overeenkomstig berekening Brutomarge Elektriciteitjaar in Berekening Brutomarge Elektriciteit;

BMEref: referentiewaarde brutomarge elektriciteit, overeenkomstig berekening Brutomarge Elektriciteitreferentiewaarde in Berekening Brutomarge Elektriciteit;

KVAE: het aantal klanten elektriciteit, overeenkomstig Tabel definities brutomargetoets elektriciteit en gas

THEkva: de totale hoeveelheid elektriciteit in kWh die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor elektriciteit en een ondergrens van nul;

VEkva: de totale hoeveelheid elektriciteit in kWh die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor een eindfactuur is verstrekt. Waarbij VEkva groter of gelijk is aan THEkva en een ondergrens van één gehanteerd wordt;

BMG2023: gerealiseerde brutomarge gas in 2023, overeenkomstig berekening Brutomarge Gasjaar in Berekening Brutomarge Gas;

BMGref: referentiewaarde brutomarge gas, overeenkomstig berekening Brutomarge Gasreferentiewaarde in Berekening Brutomarge Gas;

KVAG: het aantal klanten gas, overeenkomstig Tabel definities brutomargetoets elektriciteit en gas

THGkva: de totale hoeveelheid gas in m3(n) die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor gas en een ondergrens van nul;

VGkva: de totale hoeveelheid gas in m3(n) die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor een eindfactuur is verstrekt. Waarbij VGkva groter of gelijk is aan THGkva en een ondergrens van één gehanteerd wordt;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.

Subsidievaststelling indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor elektriciteit maar niet voor gas:

Subsidievaststelling elektriciteit

Waarbij BME2023, BMEref, KVAE, THEkva, VEkva en

achtereenvolgens staan voor:

BME2023: gerealiseerde brutomarge elektriciteit in 2023, overeenkomstig berekening Brutomarge Elektriciteitjaar in Berekening Brutomarge Elektriciteit;

BMEref: referentiewaarde brutomarge elektriciteit, overeenkomstig berekening Brutomarge Elektriciteitreferentiewaarde in Berekening Brutomarge Elektriciteit;

KVAE: het aantal klanten elektriciteit, overeenkomstig Tabel definities brutomargetoets elektriciteit en gas

THEkva: de totale hoeveelheid elektriciteit in kWh die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor elektriciteit en een ondergrens van nul;

VEkva: de totale hoeveelheid elektriciteit in kWh die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor een eindfactuur is verstrekt. Waarbij VEkva groter of gelijk is aan THEkva en een ondergrens van één gehanteerd wordt;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.

Subsidievaststelling indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor gas maar niet voor elektriciteit:

Subsidievastelling gas

Waarbij BMG2023, BMGref, KVAG, THGkva, VGkva en

achtereenvolgens staan voor:

BMG2023: gerealiseerde brutomarge gas in 2023, overeenkomstig berekening Brutomarge Gasjaar in Berekening Brutomarge;

BMGref: referentiewaarde brutomarge gas, overeenkomstig berekening Brutomarge Gasreferentiewaarde in Berekening Brutomarge Gas;

KVAG: het aantal klanten gas, overeenkomstig Tabel definities brutomargetoets elektriciteit en gas

THGkva: de totale hoeveelheid gas in m3(n) die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor gas en een ondergrens van nul;

VGkva: de totale hoeveelheid gas in m3(n) die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor een eindfactuur is verstrekt. Waarbij VGkva groter of gelijk is aan THGkva en een ondergrens van één gehanteerd wordt;

: de som van het bedrag per kleinverbruikaansluiting voor alle kleinverbruikaansluitingen.

De aanvrager berekent de referentiewaarde voor de brutomarge op basis van de gemiddelde gerealiseerde brutomarge in de jaren 2019, 2020, 2021, 2022, waarbij negatieve brutomarges gelijk worden gesteld aan 0 en de aanvrager de mogelijkheid krijgt om één jaar buiten beschouwing te laten. Indien de aanvrager minder dan 4 jaar bestaat en daardoor geen cijfers heeft over 4 jaren, dan wordt de referentiewaarde gebaseerd op de gemiddelde gerealiseerde brutomarge in de beschikbare jaren tussen 2019 en 2022 en vervalt de mogelijk om één jaar buiten beschouwing te laten. Voor aanvragers waar geen gegevens beschikbaar zijn over de jaren 2019, 2020, 2021 of 2022 omdat er gedurende deze periode geen leveringsovereenkomsten zijn gesloten met kleinverbruikaansluitingen wordt een referentiewaarde van 0 euro gehanteerd. Voor aanvragers met uitsluitend gegevens over een deel van boekjaar 2022 mag de referentiewaarde gebaseerd worden op deze resultaten, anders wordt een referentiewaarde van 0 euro gehanteerd.

De brutomarge elektriciteit wordt per jaar berekend volgens de formule:

Brutomarge Elektriciteitjaar = Inflatie indexatiejaar * [(a) Omzet Elektriciteitjaar + b) Omzet vaste leveringskosten Elektriciteitjaarc) Inkoopkosten van het goed Elektriciteitjaard) Overige leveringskosten Elektriciteitjaare) Inkoop premies Elektriciteitjaar)] / Aantal klanten elektriciteitjaar

Waarbij een ondergrens van 0 gehanteerd wordt en de termen gedefinieerd worden bij Inflatie indexatie en Tabel definities brutomargetoets onderstaand.

De referentiewaarde brutomarge elektriciteit op basis van de gemiddelde gerealiseerde brutomarge wordt berekend volgens de formule:

Waarbij Aantal jaren gelijk is aan het aantal jaren waarvoor een brutomarge berekend is in de jaren (indien de Brutomarge Elektriciteit voor 2021 en 2022 gehanteerd worden voor de berekening van de referentiewaarde van de Brutomarge Elektriciteit, dan is Aantal jaren in dit geval gelijk aan twee).

Verrekening overschrijding historische brutomarge referentiewaarde elektriciteit of gas bij aanvraag voor een groep

Indien een aanvrager bij de aanvraag van de subsidie ervoor kiest om de uitkomsten van de brutomargetoets voor gelieerde leden binnen dezelfde groep te combineren voor elektriciteit en gas dan vindt dat plaats zoals beschreven in artikel 3.4 (onderlinge verrekening overschrijding brutomargetoets bij elektriciteit en gas).

Dit houdt in dat er voor ieder lid binnen de groep een aparte brutomargetoets uitgevoerd wordt voor elektriciteit of gas, waarna de per lid berekende Overschrijding Brutomarge Elektriciteit, Overschrijding Brutomarge Gas of Overschrijding Brutomarge Elektriciteit en Gas samen zoals bovenstaand beschreven opgeteld worden voor alle leden om tot de in Hoofdstuk 3 te hanteren overschrijding van de historische referentiewaarde van de brutomarge te komen ten behoeve van de subsidievaststelling.

Indien een subsidieontvanger gedurende 2023 fuseert wordt de margetoets berekend op basis van het gewogen gemiddelde van de marges van de fuserende partijen. Indien een aanvrager in 2023 een (gedeelte) van een klantenportfolio van een andere partij overneemt dan wordt daar op dezelfde manier mee omgegaan in de brutomargetoets als dat een partij nieuwe klanten toevoegt aan zijn eigen portfolio.

Wanneer twee of meerdere subsidieontvangers die op 1-01-2023 nog niet tot dezelfde groep behoorden gedurende de subsidieperiode tot dezelfde groep toetreden, kan door de betreffende subsidieontvangers gekozen worden voor implementatie van de brutomargetoets volgens een van onderstaande opties:

Subsidieontvangers mogen portfolio's welke zowel kleinverbruikaansluitingen als grootverbruikaansluitingen omvat uitsluiten van de margetoets indien het gemiddeld aantal klanten elektriciteit of gas, (zoals gedefinieerd in tabel Definities brutomargetoets) in deze portfolio’s over 2023 gezamenlijk minder dan 5% van het totaal aantal kleinverbruik aansluitingen vertegenwoordigen binnen de reikwijdte van de regeling van de aanvrager.

Indien het gemiddeld aantal kleinverbruikaansluitingen in de gemengde portfolio’s in 2023 gezamenlijk 5% of meer van het totaal aantal kleinverbruikaansluitingen vertegenwoordigen binnen de reikwijdte van de regeling dan zullen subsidieontvangers een de brutomarge berekenen voor dit deel van het portfolio en delen door het aantal kleinverbruikers in dit deel van de portefeuille. In lijn met de formule Brutomarge Elektriciteitjaar. Dit betreft alleen aansluitingen in de reikwijdte van de ACM-vangnetregulering en sluit multisites met zowel kleinverbruikaansluitingen als grootverbruikaansluitingen uit.

Indien het gemiddeld aantal kleinverbruikaansluitingen in de gemengde portfolio’s in 2023 gezamenlijk 5% of meer van het totaal aantal kleinverbruikaansluitingen vertegenwoordigen binnen de reikwijdte van de regeling en het niet uitvoerbaar is voor de subsidieontvanger om op klantniveau een brutomarge te bepalen, dan wordt een brutomarge berekend door de totale inkoopkosten, risicopremies en leveringskosten voor kleinverbruikaansluitingen in het gemengde portfolio te berekenen op basis van het geleverd volume in kWh of m3 aan deze kleinverbruikaansluitingen.

Inflatie-indexatie

Inflatie-indexatie vindt plaats op basis van een samengestelde index van het CPI exclusief energie, motorbrandstoffen en onbewerkte voedingsmiddelen (SA21, 50%) en het cao-loon bedrijven (50%). Voor de definitieve indexatie van de brutolonen in 2023 wordt de brutolonenindex (‘Cao-loon bedrijven’) over 2023 uit de Centraal Economisch Plan (CEP)-raming in het voorjaar van 2024 gebruikt. Voor de SA21 wordt het definitieve cijfer gehanteerd, dat het CBS naar verwachting februari 2024 publiceert. De gerealiseerde brutomarges worden bij de subsidievaststelling gecorrigeerd voor inflatie tot en met 2023, waarbij de inflatie indexatie voor de gerealiseerde brutomarges in de jaren 2019, 2020, 2021 en 2022 achtereenvolgens berekend worden met de formule:

Inflatie indexatie2019 = (1+inflatie2020) * (1+inflatie 2021) * (1+inflatie 2022) * (1+inflatie 2023)

Inflatie indexatie2020 = (1+inflatie 2021) * (1+inflatie 2022) * (1+inflatie 2023)

Inflatie indexatie2021 = (1+inflatie 2022) * (1+inflatie 2023)

Inflatie indexatie2022 = (1+inflatie 2023)

Waarbij de inflatie per jaar in tabel 1 onderstaand gepresenteerd wordt.

De aanvrager berekent de referentiewaarde voor de brutomarge op basis van de gemiddelde gerealiseerde brutomarge in de jaren 2019, 2020, 2021, 2022, waarbij negatieve brutomarges gelijk worden gesteld aan 0 en de aanvrager de mogelijkheid krijgt om één jaar buiten beschouwing te laten. Indien de aanvrager minder dan 4 jaar bestaat en daardoor geen cijfers heeft over 4 jaren, dan wordt de referentiewaarde gebaseerd op de gemiddelde gerealiseerde brutomarge in de beschikbare jaren tussen 2019 en 2022 en vervalt de mogelijk om één jaar buiten beschouwing te laten. Voor aanvragers waar geen gegevens beschikbaar zijn over de jaren 2019, 2021 of 2022 omdat er gedurende deze periode geen leveringsovereenkomsten zijn gesloten met kleinverbruikaansluitingen wordt een referentiewaarde van 0 euro gehanteerd. Voor aanvragers met uitsluitend gegevens over een deel van boekjaar 2022 mag de referentiewaarde gebaseerd worden op deze resultaten, anders wordt een referentiewaarde van 0 euro gehanteerd.

De brutomarge gas wordt per jaar berekend volgens de formule:

Brutomarge Gasjaar = Inflatie indexatiejaar * [(f) Omzet Gasjaar + g) Omzet vaste leveringskosten Gasjaarh) Inkoopkosten van het goed Gasjaari) Overige leveringskosten Gasjaarj) Inkoop premies Gasjaar)] / Aantal klanten gasjaar

Waarbij een ondergrens van 0 gehanteerd wordt en de termen gedefinieerd worden bij Inflatie indexatie en Tabel definities brutomargetoets onderstaand.

De referentiewaarde brutomarge gas op basis van de gemiddelde gerealiseerde brutomarge wordt berekend volgens de formule:

Waarbij Aantal jaren gelijk is aan het aantal jaren waarvoor een brutomarge berekend is in de jaren (indien de Brutomarge Gas voor 2021 en 2022 gehanteerd worden voor de berekening van de referentiewaarde van de Brutomarge Gas, dan is Aantal jaren in dit geval gelijk aan twee).

Verrekening overschrijding historische brutomarge referentiewaarde elektriciteit of gas bij aanvraag voor een groep

Indien een aanvrager bij de aanvraag van de subsidie ervoor kiest om de uitkomsten van de brutomargetoets voor gelieerde leden binnen dezelfde groep te combineren voor elektriciteit en gas dan vindt dat plaats zoals beschreven in artikel 3.4 (onderlinge verrekening overschrijding brutomargetoets bij elektriciteit en gas).

Dit houdt in dat er voor ieder lid binnen de groep een aparte brutomargetoets uitgevoerd wordt voor elektriciteit of gas, waarna de per lid berekende Overschrijding Brutomarge Elektriciteit, Overschrijding Brutomarge Gas of Overschrijding Brutomarge Elektriciteit en Gas samen zoals bovenstaand beschreven opgeteld worden voor alle leden om tot de in Hoofdstuk 3 te hanteren overschrijding van de historische referentiewaarde van de brutomarge te komen ten behoeve van de subsidievaststelling.

Brutomargetoets elektriciteit of gas bij een fusie

Indien een subsidieontvanger gedurende 2023 fuseert wordt de margetoets berekend op basis van het gewogen gemiddelde van de marges van de fuserende partijen. Indien een aanvrager in 2023 een (gedeelte) van een klantenportfolio van een andere partij overneemt dan wordt daar op dezelfde manier mee omgegaan in de brutomargetoets als dat een partij nieuwe klanten toevoegt aan zijn eigen portfolio.

Wanneer twee of meerdere subsidieontvangers die op 1-01-2023 nog niet tot dezelfde groep behoorden gedurende de subsidieperiode tot dezelfde groep toetreden, kan door de betreffende subsidieontvangers gekozen worden voor implementatie van de brutomargetoets volgens een van onderstaande opties:

Subsidieontvangers mogen portfolio's welke zowel kleinverbruikaansluitingen als grootverbruikaansluitingen omvat uitsluiten van de margetoets indien het gemiddeld aantal klanten elektriciteit of gas, (zoals gedefinieerd in tabel Definities brutomargetoets) in deze portfolio’s over 2023 gezamenlijk minder dan 5% van het totaal aantal kleinverbruikaansluitingen vertegenwoordigen binnen de reikwijdte van de regeling van de subsidieontvanger.

Indien het gemiddeld aantal kleinverbruikaansluitingen in de gemengde portfolio’s in 2023 gezamenlijk 5% of meer van het totaal aantal kleinverbruikaansluitingen vertegenwoordigen binnen de reikwijdte van de regeling dan zullen subsidieontvangers een de brutomarge berekenen voor dit deel van het portfolio en delen door het aantal kleinverbruikers in dit deel van de portefeuille. In lijn met de formule Brutomarge Elektriciteitjaar. Dit betreft alleen aansluitingen in de reikwijdte van de ACM-vangnetregulering en sluit multisites met zowel kleinverbruikaansluitingen als grootverbruikaansluitingen uit.

Indien het gemiddeld aantal kleinverbruikaansluitingen in de gemengde portfolio’s in 2023 gezamenlijk 5% of meer van het totaal aantal kleinverbruikaansluitingen vertegenwoordigen binnen de reikwijdte van de regeling en het niet uitvoerbaar is voor de subsidieontvanger om op klantniveau een brutomarge te bepalen, dan wordt een brutomarge berekend door de totale inkoopkosten, risicopremies en leveringskosten voor kleinverbruikaansluitingen in het gemengde portfolio te berekenen op basis van het geleverd volume in kWh of m3 aan deze kleinverbruikaansluitingen.

Inflatie-indexatie

Inflatie-indexatie vindt plaats op basis van een samengestelde index van het CPI exclusief energie, motorbrandstoffen en onbewerkte voedingsmiddelen (SA21, 50%) en het cao-loon bedrijven (50%). Voor de definitieve indexatie van de brutolonen in 2023 wordt de brutolonenindex (‘Cao-loon bedrijven’) over 2023 uit de Centraal Economisch Plan (CEP)-raming in het voorjaar van 2024 gebruikt. Voor de SA21 wordt het definitieve cijfer gehanteerd, dat het CBS naar verwachting februari 2024 publiceert. De gerealiseerde brutomarges worden bij de subsidievaststelling gecorrigeerd voor inflatie tot en met 2023, waarbij de inflatie indexatie voor de gerealiseerde brutomarges in de jaren 2019, 2020, 2021 en 2022 achtereenvolgens berekend worden met de formule:

Inflatie indexatie2019 = (1+inflatie2020) * (1+inflatie 2021) * (1+inflatie 2022) * (1+inflatie 2023)

Inflatie indexatie2020 = (1+inflatie 2021) * (1+inflatie 2022) * (1+inflatie 2023)

Inflatie indexatie2021 = (1+inflatie 2022) * (1+inflatie 2023)

Inflatie indexatie2022 = (1+inflatie 2023)

Waarbij de inflatie per jaar in onderstaande tabel gepresenteerd wordt.

1verrekening at-arms-length (zie ook passage hoe om te gaan met verrekenprijzen)

2verrekening at-arms-length (zie ook passage hoe om te gaan met verrekenprijzen)

Zoals verwezen wordt in artikel 3.5 en artikel 7.2, wordt in deze bijlage uiteengezet hoe de rendementstoets warmte vormgegeven wordt.

Subsidievaststelling warmte

Indien subsidie wordt verstrekt voor de toepassing van het prijsplafond voor warmte, wordt de hoogte van de subsidie berekend volgens de formule:

Waarbij kva, THWkva, CLWkva, PTW en NRW achtereenvolgens staan voor:

kva: kleinverbruikaansluiting;

THWkva: de totale hoeveelheid warmte in GJ die de subsidieontvanger in 2023 per kleinverbruikaansluiting heeft geleverd, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt. Hierbij wordt gerekend met een maximale bovengrens van het volumeplafond voor warmte en een ondergrens van nul;

CLWkva: het gemiddelde contractuele leveringstarief voor warmte in € per GJ per kleinverbruikaansluiting, op basis van de leveringstarieven in € per GJ die in 2023 door de subsidieontvanger in rekening zijn gebracht aan de kleinverbruikaansluiting gewogen naar de hoeveelheid warmte die in 2023 is geleverd aan deze kleinverbruikaansluiting, waarvoor de toepassing van het prijsplafond heeft plaatsgevonden en een eindfactuur is verstrekt;

PTW: het plafondtarief voor warmte;

TUK: een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten voor de toepassing van het prijsplafond, berekend overeenkomstig artikel 3.6;

NRW: de overschrijding van het in 2023 gerealiseerde rendement in € ten opzichte van het normrendement voor warmte in €, bepaald conform deze bijlage.

Overschrijding normrendement warmte

Overschrijding normrendement warmte = (ROIC kleinverbruikers2023 – Normrendement) * Activawaarde * (warmte onder plafond [GJ]/totaal volume warmte [GJ])

De ROIC kleinverbruikers 2023 wordt berekend conform onderstaande definities en met de reikwijdte van de subsidieregeling (alle aansluitingen tot en met 100kW). Daar waar geen onderscheidt of verdeling gemaakt kan worden van de gegevens conform de reikwijdte van de regeling wordt per rato op basis van volumes de kosten en/of opbrengsten verdeeld

Referentiewaarde Normrendement Warmte wordt als volgt berekend

De aanvrager berekent de referentiewaarde als gemiddelde gerealiseerde ROIC in de jaren 2019, 2020, 2021, 2022 waarbij de aanvrager de mogelijkheid krijgt om één jaar buiten beschouwing te laten. Voor deze referentiewaarde geldt een minimumwaarde van 6,5%. Dat wil zeggen dat indien de op de boven beschreven manier berekende historische referentiewaarde lager is dan 6,5%, de referentiewaardewaarde op 6,5% wordt vastgesteld. Indien de ACM in de loop van 2023 het redelijk rendement voor de rendementstoets vaststelt dat hoger ligt dan 6,5%, zal het normrendement verhoogd worden naar het door de ACM vastgestelde redelijke rendement.

Voor de jaren waarvoor de leverancier gegevens bij de ACM heeft aangeleverd voor de rendementsmonitor, berekent de leverancier de historische ROIC voor aansluitingen tot en met 100 kW conform de voor de monitor gehanteerde methodiek en bevestigt met accountantsproduct dat deze methodiek is gebruikt.

Voor de jaren waarvoor de leverancier geen gegevens bij de ACM heeft aangeleverd voor de rendementsmonitor, of als de leverancier niet opgenomen wordt in de monitor, berekent de leverancier de historische ROIC kleinverbruikers zoals gedefinieerd in deze regeling.

Onderstaande systematiek geldt in de context van het vaststellen van de subsidieregeling Compensatie Energiekosten. Met onderstaande systematiek wordt gewaarborgd dat de interne verrekenprijzen, die de bedrijven hanteren ten behoeve van de subsidiebepaling, op zakelijkheid berusten en dat de historische benchmark consistent is qua systematiek waardoor een zuivere vergelijking ontstaat in 2023 ten opzichte van de historische benchmarkperiode. Voor de zakelijke interne verrekenprijssystematiek wordt aangesloten bij OESO Transfer Pricing Guidelines 2022. Dit wordt door een externe onafhankelijke deskundige getoetst.

Onderdeel