U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2023.

Beleidsregel · BWBR0047683

Beleidsregel verlagen subsidie GLB

Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregel van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 december 2022, nr. WJZ/ 22259319, houdende beleidsregels omtrent het verlagen van subsidie verleend voor plattelandsinterventies en sectorale interventies in het kader van Verordening (EU) 2021/2115 (Beleidsregel verlagen subsidie GLB)Beleidsregel verlagen subsidie GLBDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op:

  • artikel 59, eerste lid, onderdeel d, van verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PbEU 2021, L 435);

  • artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • artikel 1.6 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021;

  • Besluit:

    Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

    ’s-Gravenhage19 december 2022De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,P.Adema

    In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

    Deze beleidsregel is van toepassing op subsidies voor plattelandsinterventies en sectorale interventies verstrekt op grond van:

    Het bevoegd gezag kan ter uitvoering van artikel 62 van verordening (EU) 2021/2116 een subsidie intrekken of wijzigen indien vast is komen te staan dat de subsidieontvanger kunstmatig de voorwaarden heeft gecreëerd om voor de subsidie in aanmerking te komen.

    Indien een agrarisch collectief in het betaalverzoek oppervlaktes opgeeft die geen bedrijfsperceel zijn, verstrekt het bevoegd gezag voor die oppervlaktes geen subsidie.

    De beschikking tot subsidieverlening wordt met terugwerkende kracht tot de ingangsdatum van -het subsidietijdvak ingetrokken indien het in artikel 3.11, onderdeel h, van de SVNL 2016 bedoelde certificaat van het agrarisch collectief ingetrokken wordt.

    Indien de begunstigde of zijn vertegenwoordiger de uitvoering van een controle verhindert, wordt de betrokken steun- of betalingsaanvraag afgewezen, behalve in gevallen als bedoeld in artikel 1.4.

    Indien een producentenorganisatie, na daartoe een dwingende aanwijzing te hebben ontvangen, naar het oordeel van de minister onvoldoende inspanningen heeft verricht om de projecten op zodanige wijze uit te voeren, dat alles in het werk is gesteld om de verwachte meetbare resultaten te behalen, dan wordt het vast te stellen subsidiebedrag verlaagd met het bedrag dat is gerelateerd aan de betreffende sectorale doelstelling van het betreffende project.

    Voor subsidies die worden verstrekt op grond van hoofdstuk 5, titel 5.5, van de REES 2021 geldt dat:

    De Beleidsregel verlagen subsidie POP wordt ingetrokken maar blijft van toepassing ten aanzien van subsidieverleningen voor plattelandsontwikkeling in het kader van verordening (EU) nr. 1305/2013.

    Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel verlagen subsidie GLB.

    Deze beleidsregel treedt in werking met ingang 1 januari 2023.

    1Het opvoeren van de startdatum van de rustperiode in het kader van activiteit 5 valt hier niet onder. Een eventuele wijziging van de startdatum wél.

    2Melding is niet nodig indien de periode van aanwezigheid van de gewasresten al gedefinieerd is.

    3Melding is niet nodig indien de startdatum van de rustperiode al gedefinieerd is

    4Het snoeien in de periode 16 juli t/m 31 december 2022 telt niet mee voor het beheerjaar 2023