U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 04-02-2023.

Ministeriële regeling · BWBR0047719

Regeling tarieven transportsectoren

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 14 december 2022, nr. IENW/BSK-2022/293161, houdende vaststelling van de tarieven transportsectoren (Regeling tarieven transportsectoren)Regeling tarieven transportsectorenDe Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 1.7, tweede lid, 5.5, vijfde lid, 6.55, zesde lid, 6.58, zesde lid, 8.12, vijfde lid, 8a.1, vijfde lid, 8a.4, vierde lid, 10.11, eerste lid, onderdeel b, en 11.2a, derde lid, van de Wet luchtvaart, artikel 34 van de Wet bestrijding maritieme ongevallen, artikel 72, eerste lid, van de Schepenwet, artikel 51, tweede lid, van de Binnenvaartwet, artikel 529j van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, de artikelen 4, tweede lid, 17, eerste lid, en 21, eerste lid, van de Meetbrievenwet 1981, artikel 311a, derde lid, van het Wetboek van Koophandel, artikel 14, derde lid, van de Wet havenstaatcontrole, artikel 23, tweede lid, van de Wet laden en lossen zeeschepen, de artikelen 2, derde lid, en 10 van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting, artikel 40, tweede lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, artikel 41 van de Wet voorkoming van verontreiniging door schepen BES, de artikelen 6, derde lid, en 6a, derde lid, van de Zeebrievenwet, artikel 62, onderdelen a, b, c, d, f en i, van de Wet zeevarenden, artikel 91 van de Spoorwegwet, artikel 42, negende lid, van de Wet lokaal spoor, artikel 49, tweede lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de artikelen 6, tweede lid, en 26, tweede lid, van de Wet kabelbaaninstallaties, artikel 12:2, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet, artikel 4b, tweede lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994, de artikelen 8, vierde lid, 13, tweede lid, 20, derde lid, 30, derde lid, 36a en 36b van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart, artikel 22, tweede en derde lid, van het Besluit luchtvaartuigen 2008, artikel 5 van het Besluit vluchtuitvoering, artikel 2, tweede lid, van het Besluit tariefstelling certificaat verplichte verzekering of andere financiële zekerheid voor zeeschepen, de artikelen 12, tweede lid, 17, tweede lid, 28, vierde lid, 29, tweede lid, en 125 van het Besluit personenvervoer 2000, artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen, artikel 12 van het Besluit lokaal spoor, de artikelen 2.4:1, zesde lid, 2.4:12 en 2.4:13, eerste lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer, de artikelen 159, eerste lid, en 160, tweede lid, van de Regeling toezicht luchtvaart, artikel 37, derde lid, van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992 en artikel 15.05 van het Rijnvaartpolitiereglement 1995;

BESLUIT:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J.Harbers

De in hoofdstuk 6 vermelde tarieven zijn verschuldigd aan andere verstrekkers dan de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Indien de aanvraag ziet op het gebruik zonder commercieel oogmerk van een luchtvaartuig, spoorvoertuig of vaartuig van historische waarde waarbij het mogelijk is gemaakt dat deze op structurele wijze voor het publiek toegankelijk is of te bezichtigen is, is een vergoeding van 10% van het voor de betreffende beschikking bepaalde tarief verschuldigd, met een minimum vergoeding van € 275. Indien het voor de betreffende beschikking bepaalde tarief lager is dan € 275, is dit volledige oorspronkelijke tarief verschuldigd.

De in tabel 1 genoemde tarieven zijn verschuldigd voor:

Voor de behandeling van een aanvraag om certificatie van een AeMC of AME zijn de volgende tarieven verschuldigd:

Voor inspecties uitgevoerd ten behoeve van een onderzoek naar de luchtwaardigheid als bedoeld in artikel 6 van de Regeling Europese bewijzen van luchtwaardigheid en artikel 17 van de Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen of onderzoeken ten behoeve van de afgifte van een ARC, zijn de volgende tarieven verschuldigd:

Voor de behandeling van een aanvraag voor eerste afgifte van producten als bedoeld in verordening (EU) nr. 2018/395 en het Besluit vluchtuitvoering inclusief de documenten die daartoe behoren, zijn de volgende tarieven verschuldigd:

Voor de behandeling van een aanvraag voor de eerste afgifte (tabel 1) en de wijziging (tabel 2) van een vergunning tot luchtvervoer ingevolge artikel 16 van de Luchtvaartwet, betreffende de exploitatievergunning, zijn de volgende tarieven verschuldigd:

Bij een aanvraag voor eerste afgifte of wijziging van de erkenning in verband met splitsing of fusie van erkende rechtspersonen, benoemd in de artikelen 2.4 (AeMC), 2.7 (ATO), 2.8 eerste en tweede lid (MTOA), 2.12, eerste en tweede lid (MOA), 2.12, achtste lid (POA), 2.13 (CAO), 2.14 (AOC), 2.16 (CAMO), of een aanvraag voor eerste afgifte of wijziging na doorstart vanuit surseance of faillissement van een der voornoemde erkende rechtspersonen, is een uurtarief verschuldigd van € 166. Het te betalen tarief voor een erkenning in geval van een doorstart vanuit surseance of faillissement zal het tarief voor de eerste afgifte niet te boven gaan.

Bij een aanvraag voor toestemming voor onderhoud in het buitenland, benoemd in artikel 38, tweede lid, van de Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen, is de eigenaar c.q. houder als aanvrager een tarief verschuldigd van € 365.

Voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing op de beperkingen genoemd in artikel 2 van de Regeling kabelvliegers en kleine ballons is een tarief verschuldigd van € 663.

Indien de werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van een meetbrief buiten toedoen van de Minister of de daartoe door hem aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen, niet leiden tot afgifte van het desbetreffende document is een tarief verschuldigd van € 137 per manuur, indien de werkzaamheden niet volledig zijn uitgevoerd.

Voor werkzaamheden voortvloeiende uit het bepaalde bij of krachtens de Binnenvaartwet, en waarvoor niet op grond van een van de overige artikelen van deze paragraaf een tarief is vastgesteld, is een tarief verschuldigd van € 137 per manuur.

Voor de afgifte van een duplicaat, uittreksel, of gewaarmerkt afschrift van een certificaat van onderzoek, een certificaat van goedkeuring, een communautair certificaat, een communautair aanvullend certificaat of een bijlage bij een certificaat of verklaring is een tarief verschuldigd van € 143.

Aan degene die op grond van artikel 14, eerste lid, van de Binnenvaartwet is aangewezen het onderzoek ten behoeve van de certificering van binnenschepen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Binnenvaartwet, te verrichten, is een vergoeding verschuldigd op basis van een tarief waarvan hijzelf de hoogte en de wijze van betalen vaststelt.

Voor de behandeling van een aanvraag van een ontheffing, als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de Binnenvaartwet, is een tarief verschuldigd van € 242.

Voor de meting ten behoeve van de afgifte van een bijzondere meetbrief van een schip dat speciaal is ingericht voor gebruik bij de vaart door het Suezkanaal is een tarief verschuldigd van € 173 per uur.

Voor onderzoek ten behoeve van de afgifte van een inhoudsverklaring voor gebruik bij de vaart door het Panamakanaal (PC/UMS Documentation of Total Volume) is een tarief verschuldigd van € 489.

Voor controlewerkzaamheden ten behoeve van de afgifte van een Internationale Meetbrief (1969) of een bijzondere meetbrief is, indien bij het omvlaggen van een schip de buitenlandse meetgegevens worden overgenomen of indien een schip door een daartoe bevoegde buitenlandse autoriteit ingevolge artikel 8 van de Meetbrievenwet 1981 of de Regeling metingsvoorschriften is gemeten of hermeten, een tarief verschuldigd van € 1.247.

Indien de eigenaar een verzoek indient voor de meting of hermeting van twee of meer van zijn schepen, niet zijnde zusterschepen, en deze metingen gelijktijdig op één locatie kunnen worden uitgevoerd voor één rekening, is voor het eerste schip een tarief als bedoeld in deze paragraaf verschuldigd en voor de volgende schepen een tarief verschuldigd van € 137 per manuur.

Voor werkzaamheden voortvloeiende uit het bepaalde bij of krachtens de Meetbrievenwet 1981, en waarvoor niet op grond van een van de overige artikelen van deze paragraaf een tarief is vastgesteld, is een tarief verschuldigd van € 137 per manuur.

Voor de werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 311a, eerste lid, van het Wetboek van Koophandel of artikel 37, eerste lid, van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992, is de aanvrager het volgende tarief verschuldigd:

Voor de werkzaamheden ten behoeve van de afgifte van de zeebrief, bedoeld in artikel 6, derde lid, en 6a, derde lid, van de Zeebrievenwet, of een voorlopige zeebrief als bedoeld in de artikelen 4 en 4a van de Zeebrievenwet, is een tarief verschuldigd van € 194.

Voor werkzaamheden voortvloeiende uit het bepaalde bij of krachtens de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting, de Zeebrievenwet of de Maatregel teboekgestelde schepen 1992, en waarvoor niet in een van de overige bepalingen van deze paragraaf een tarief is vastgesteld, is een tarief verschuldigd van € 137 per manuur.

Voor de afgifte of tussentijdse vervanging van een certificaat of een verklaring is een tarief verschuldigd van € 277.

Indien een scheepstype niet is opgenomen in artikel 3.25, wordt voor het onderzoek nodig voor de afgifte van een certificaat of een verklaring door de Minister het tarief gebaseerd op het tarief van het scheepstype dat hiermee het meest overeenkomt.

Voor het onderzoek aan boord nodig voor een tussentijdse aanpassing van een certificaat of verklaring, is een tarief verschuldigd van € 202.

Voor de afgifte, tussentijdse controle of verlenging van het internationaal certificaat van voorkoming van verontreiniging voor vervoer van schadelijke vloeistoffen in bulk, als bedoeld in voorschrift 9 van Bijlage II van het MARPOL-verdrag is een tarief verschuldigd van € 277.

Voor de afgifte of vervanging van een International Energie Efficiency Certificate is een tarief verschuldigd van € 190.

Voor de vergoeding van de kosten die samenhangen met een ontheffing als bedoeld in artikel 9c van het Besluit havenontvangstvoorzieningen is een tarief verschuldigd van:

Voor de behandeling van een aanvraag voor de erkenning van een opleiding als bedoeld in artikel 19a, derde lid, van de Wet zeevarenden is een tarief verschuldigd van € 173 per manuur.

Voor de afgifte van een geneeskundige verklaring betreffende de algemene lichamelijke gesteldheid door een aangewezen geneeskundige is een tarief verschuldigd van ten hoogste € 105, exclusief BTW bij een uitsluitend lichamelijke keuring en ten hoogste € 160, exclusief BTW, bij een volledige keuring.

Voor een ontheffing van een gecertificeerd kwaliteitszorgsysteem voor terminals als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet laden en lossen zeeschepen, is voor de afgifte van een ontheffing een tarief verschuldigd van € 277.

Voor de behandeling van de aanvraag van een verklaring naleving maritieme arbeid, deel I, is een tarief verschuldigd van € 170.

Voor de afgifte of waarmerking van een certificaat als bedoeld in artikel 529c, van Boek 8, van het Burgerlijk Wetboek is een tarief verschuldigd van € 156.

Voor de afgifte van een certificaat als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Wet bestrijding maritieme ongevallen is een tarief verschuldigd van € 319.

Voor de afgifte van een duplicaat van een certificaat of enig ander document als bedoeld in de paragrafen 3.2.2 en 3.2.3 en afdeling 3.3 van deze regeling, is een tarief verschuldigd dat gelijk is aan het tarief voor de afgifte van dat certificaat of enig ander document.

Indien werkzaamheden geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd op werkdagen tussen 18.00 en 08.00 uur, op een zaterdag, op een zondag of op een in artikel 3, eerste lid, van de Algemene termijnenwet genoemde algemeen erkende feestdag, is een aanvullend tarief per uur verschuldigd van € 87 voor de werkzaamheden bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.2 en 3.2.3 en in artikel 3.35.

Voor het onderzoek aan boord nodig voor een tussentijdse aanpassing of een verlenging van een certificaat, verklaring, vergunning of document als bedoeld deze afdeling, is een tarief verschuldigd van € 524.

Voor het onderzoek van de romp aan de buitenzijde van niet-geklasseerde schepen nodig voor het viseren van het certificaat van deugdelijkheid of het veiligheidscertificaat, volgens het geharmoniseerde systeem van onderzoek en certificering, is een tarief verschuldigd van € 1.006.

Voor de afgifte van een vergunning als bedoeld in artikel 2bis, eerste lid, van de Schepenwet is een tarief verschuldigd van:

Voor het behandelen van een verzoek tot samenlading van gevaarlijke stoffen in één laadeenheid is een tarief verschuldigd van € 122.

Voor het behandelen van een verzoek tot goedkeuring op grond van de International Maritime Dangerous Goods Code is een vergoeding verschuldigd van € 558.

In afwijking van artikel 1.2, tweede lid, tweede zin, is voor onderzoeken als bedoeld in paragraaf 3.1.2 geen aanvullend tarief verschuldigd, indien het onderzoek plaatsvindt in België of Duitsland, binnen een afstand van 50 km van de Nederlands-Belgische grens of Nederlands-Duitse grens.

Indien onderzoek ten behoeve van de afgifte van een certificaat, vergunning, verklaring of document als bedoeld in dit hoofdstuk, buiten toedoen van de ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport niet volledig is uitgevoerd en niet leidt tot de afgifte van dat document, is het desbetreffende uurtarief verschuldigd.

Indien een onderzoek als bedoeld in afdelingen 3.4 en 3.5 geheel of gedeeltelijk in het buitenland wordt uitgevoerd en de voor het desbetreffende onderzoek vastgestelde termijn, opgenomen in onderstaande tabel, wordt overschreden, is voor elke dag een aanvullend tarief verschuldigd van € 1.461.

Voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen, hernieuwen of wijzigen van een vergunning als bedoeld in artikel 16f, tweede lid, van de Spoorwegwet is een tarief verschuldigd van € 134 per uur.

Voor de behandeling van een aanvraag tot beoordeling van een informatiedossier als bedoeld in artikel 26i, tweede lid, van de Spoorwegwet is een tarief verschuldigd van € 6.775.

In afwijking van de bedragen, genoemd in de artikelen 4.12 en 4.13, is voor de behandeling van een aanvraag van de in die artikelen bedoelde beschikkingen een tarief verschuldigd van € 1.208, indien daarvoor een documentatiebeoordeling volstaat.

Voor het op verzoek voeren van vooroverleg als bedoeld in artikel 2, onderdeel 9, van Uitvoeringsverordening 2018/545 en artikel 2, onderdeel 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 is een tarief verschuldigd van € 134 per uur.

Voor de kosten die samenhangen met de behandeling van de aanvraag en de afgifte, wijziging of schorsing van een kabelbaanvergunning en de afgifte van duplicaten en gewaarmerkte afschriften van een kabelbaanvergunning, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Wet kabelbaaninstallaties is een tarief verschuldigd van € 134 per uur.

Voor de behandeling van een aanvraag om een aanwijzing van een conformiteitsbeoordelingsinstantie als bedoeld in artikel 5 van de Wet kabelbaaninstallaties en de artikelen 23 tot en met 30 van Verordening (EU) 2016/424 is een tarief verschuldigd van:

Voor het behandelen van een verzoek tot het verlenen of wijzigen van een ontheffing als bedoeld in artikel 49, eerste lid, onder a, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen is een tarief verschuldigd van € 415.

Voor de behandeling van een aanvraag tot erkenning als bedoeld in artikel 10a van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen is een tarief verschuldigd van € 9.046.

Voor het behandelen van een verzoek tot autorisatie, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling aanvraag autorisatie classificatiecode vuurwerk is een tarief verschuldigd van € 313. De aanvraag wordt in behandeling genomen nadat de vergoeding is voldaan.

Voor het behandelen van een aanvraag om verlening van vergunningen als bedoeld in artikel 4 van de Wet personenvervoer 2000, zijn de volgende tarieven verschuldigd:

Voor het behandelen van een aanvraag om wijziging van vergunningen als bedoeld in artikel 4 van de Wet personenvervoer 2000, zijn de volgende tarieven verschuldigd:

Voor het behandelen van een aanvraag om verlening van documenten die samenhangen met de eis van vakbekwaamheid, zijn de volgende tarieven verschuldigd:

Voor het behandelen van een aanvraag om verlening of wijziging van documenten ten behoeve van het verrichten van internationaal vervoer per bus en auto als bedoeld in hoofdstuk 8 van het Besluit personenvervoer 2000, zijn de volgende tarieven verschuldigd:

Voor het behandelen van een aanvraag om verlening van een vergunningbewijs als bedoeld in artikel 17 van het Besluit personenvervoer 2000, zijn de volgende tarieven verschuldigd:

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een Smart tachograafkaart als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Regeling tachograafkaarten, is een tarief verschuldigd van € 104 per Smart tachograafkaart.

Voor het afleggen van praktijkexamens en proeven van bekwaamheid als bedoeld in het Examenreglement voor luchtvarenden 2004 zijn kandidaten die zich een examinator laten toedelen door de Minister een tarief verschuldigd van € 46.

Voor de behandeling van een aanvraag tot ontheffing als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Binnenvaartwet, is een vergoeding verschuldigd van € 99.

Een tarief is verschuldigd van:

Voor de afgifte of vervanging van een monsterboekje als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet zeevarenden is een tarief verschuldigd van € 87.

Voor de afgifte van een certificaat type rating HSC als bedoeld in artikel 8.27 van de Regeling zeevarenden is een tarief verschuldigd van € 134.

Voor de afgifte van een certificaat uitvoering beveiligingstaken of een certificaat bewustwording scheepsbeveiliging als bedoeld in artikel 11.1 van de Regeling zeevarenden is een tarief verschuldigd van € 57.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs ingevolge de op grond van hoofdstuk XIV-1.1 van het SOLAS-verdrag toepasselijke Polar-Code als bedoeld in artikel 36a van het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart, is een tarief verschuldigd van € 137.

Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs ingevolge de op grond van hoofdstuk II-1/2.29 van het SOLAS-verdrag toepasselijke IGF-Code als bedoeld in artikel 39a, tweede en derde lid, van het Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart, is een tarief verschuldigd van € 137.

Voor het afleggen van de schriftelijke theorie-examens ATPL, CPL, IR (A/H), EIR, PPL (A/H), LAPL, OPPL, RT en Military Bridge zijn de volgende tarieven verschuldigd:

Een tarief is verschuldigd van een bedrag dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen voor het afnemen van het schriftelijk examen ter verkrijging van het diploma ‘Ondernemer in de binnenvaart’, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a, onder 1°, van de Binnenvaartregeling.

Voor het gedeeltelijk onderzoek, op basis van een gedeeltelijke vrijstelling van de examenverplichtingen voor het klein vaarbewijs I, als bedoeld in artikel 7.12 van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Voor het examen ter verkrijging van het klein vaarbewijs voor de vaart op de rivieren, kanalen en meren en de vaart op alle binnenwateren, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Voor de behandeling van een aanvraag voor een groot pleziervaartbewijs, als bedoeld in artikel 7.8, derde lid, van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Voor de kosten van de behandeling van een aanvraag van een internationaal certificaat van competentie als bedoeld in artikel 7.25 van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Voor het afnemen van praktijktoets 4 van het praktijkexamen schipper binnenvaart, bedoeld in artikel 7.19a van de Binnenvaartregeling, is aan de exameninstantie een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Voor de afgifte van een verklaring praktijkexamen matroos, bedoeld in artikel 2.9, zevende lid, onderdeel b, onder 2, van de Binnenvaartregeling is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Voor de werkzaamheden die samenhangen met het omwisselen van radardiploma’s als bedoeld in artikel 9.03, tweede lid, van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Voor de afgifte van een duplicaat van de volgende door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen te Rijswijk afgegeven diploma’s is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen:

De kosten van het geneeskundig onderzoek van de individuele aanvrager van een vaarbewijs, bedoeld in artikel 28, eerste en derde lid, van de Binnenvaartwet, of van de individuele aanvrager van een rijnpatent, bedoeld in de artikelen 7.01, derde lid, onderdeel a, 7.02, derde lid, onderdeel a, 7.03, tweede lid, onderdeel a, en artikel 7.17, eerste lid, van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn, bedragen:

Voor het verrichten van de handelingen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Binnenvaartwet is een tarief verschuldigd van ten hoogste € 35, exclusief BTW.

Wijzigt de Tariefregeling vervoer gevaarlijke stoffen.

Wijzigt de Regeling aanvraag autorisatie classificatiecode vuurwerk.

Wijzigt de Regeling tachograafkaarten.

Wijzigt de Regeling olie-afgifteboekje Rijnvaart 1995.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tarieven transportsectoren.