Ministeriële regeling · BWBR0047959

Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024–2027

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 maart 2023, nr. MBO/36996245, houdende regels voor de verstrekking van aanvullende bekostiging voor het verhogen van de kwaliteit van het beroepsonderwijs 2024–2027 (Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024–2027)Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024–2027De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 2.2.3, derde en vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.H.Dijkgraaf

In deze regeling wordt verstaan onder:

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

De minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag van een instelling voor de kalenderjaren 2024 tot en met 2027 aanvullende bekostiging verstrekken ten behoeve van activiteiten die erop zijn gericht:

Voor het verstrekken van de aanvullende bekostiging op grond van deze regeling zijn de volgende bedragen beschikbaar:

De aanvullende middelen kunnen ook worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Indien het bevoegd gezag in strijd handelt met de verplichtingen, bedoeld in artikel 12 of artikel 15, kan de minister een sanctie als bedoeld in artikel 11.1 van de wet of de artikelen 4:49, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht opleggen.

Wijzigt het Instellingsbesluit Commissie Kwaliteitsafspraken mbo.

De Regeling versterking van salarismix leraren middelbaar beroepsonderwijs in de Randstadregio’s komt te vervallen, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de aanvullende bekostiging die voor die datum is verstrekt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2024–2027.

Toelichting: Instellingen dienen een integrale kwaliteitsagenda te maken over alle doelstellingen uit de werkagenda mbo. Per doelstelling uit de werkagenda mbo formuleert de instelling een ambitie in de vorm van concrete beoogde eindresultaten voor eind 2027. De ambities moeten worden onderbouwd met een analyse. Hiervoor dienen in ieder geval de analyseonderdelen en indicatoren uit deze bijlage worden gebruikt1, maar de instelling mag er ook zelf analyseonderdelen en indicatoren aan toevoegen.

Uit de analyse kan blijken dat ambitievorming op een doelstelling nu niet passend of wenselijk is. In dat geval hoeft de instelling geen ambitie te formuleren op deze doelstelling. Bij de doelstellingen over LOB (2.1), beroepspraktijkvorming (2.2), carrièreperspectief (3.3) en practoraten (3.4), zijn instellingen echter wel verplicht om een ambitie te formuleren, omdat voor deze onderwerpen maatregelen in de tabel zijn opgenomen die instellingen verplicht in hun kwaliteitsagenda dienen op te nemen. Voor de overige maatregelen uit de tabel geldt een ‘pas toe of leg uit’-regime. Dat betekent dat de instelling in de kwaliteitsagenda uitlegt hoe zij deze maatregel gaat implementeren of aan de hand van de analyse toelicht dat de maatregel niet passend of wenselijk is en/of welke eventuele alternatieven worden ingezet. De kwaliteitsagenda als geheel dient voldoende onderbouwd, ambitieus en realistisch te zijn.

Let op: De doelstellingen en maatregelen in onderstaande tabel (kolom 1 en kolom 5) zijn afkomstig uit de werkagenda mbo en het stagepact en hier ten behoeve van de leesbaarheid in verkorte vorm opgenomen. Voor meer context of uitleg verwijzen we dan ook naar de werkagenda mbo en het stagepact.

Bij de jaarlijkse verantwoording over goedgekeurde kwaliteitsagenda’s gaan instellingen onder andere in op voortgang van de ambities en maatregelen uit de kwaliteitsagenda. Deze voortgang moet worden gerelateerd aan de beoogde eindresultaten voor eind 2027 en de indicatoren uit de kwaliteitsagenda. Van instellingen wordt verwacht dat zij in de verantwoording reflecteren op de ontwikkeling die de indicatoren laten zien. De eisen aan de verantwoording zijn opgenomen in artikel 15 van de regeling en worden nader toegelicht in de toelichting.

1 Er zijn verschillende niveaus waarop de indicator uitgevraagd kan worden: instellingsniveau, opleidingsniveau (niveau 1 t/m 4), leerweg en beroepsopleiding (BC-code).

2https://www.nuffic.nl/roadmap/internationaliseringskaart-mbo#/student

3 Informatie over de verbeteragenda is hier te vinden: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/05/reactie-op-de-evaluatie-van-passend-onderwijs-en-advies-steeds-inclusiever-van-de-onderwijsraad

4 Na afloop van de Studentenpeiling NP Onderwijs neemt OCW het initiatief om deze indicator via een andere monitor beschikbaar te houden. Instellingen hoeven deze indicator uit een andere monitor pas mee te nemen in de jaarverslagen zodra deze indicator beschikbaar is.

5 In 2024 zijn hier middelen voor toegevoegd aan de aanvullende bekostiging die instellingen ontvangen op grond van deze regeling. Vanaf 2025 zitten deze middelen naar verwachting structureel in de lumpsum.

6 Voor het uitvoeren van deze maatregel zijn extra middelen toegevoegd aan de lumpsum. Het betreft een bedrag van € 14,5 miljoen voor extra begeleiding van school naar werk.

7 Voor het uitvoeren van deze maatregel kunnen instellingen subsidie aanvragen op basis van de Subsidieregeling nazorg mbo 2022/2024. Bekostiging mag niet worden ingezet voor activiteiten na diplomering die niet in de WEB geregeld zijn. Dit geldt ook voor aanvullende bekostiging op grond van deze regeling. Vandaar dat de aanvullende bekostiging die instellingen op grond van deze regeling ontvangen, hier niet voor mag worden gebruikt. Er is een wetsvoorstel in de maak waarmee nazorg wordt verankerd als wettelijke taak voor instellingen. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen en de wetswijziging in werking is getreden, zal niet langer subsidie voor nazorg worden verstrekt maar worden de middelen hiervoor toegevoegd aan de lumpsum.

8 Voor dit doel is de lumpsum in 2022 opgehoogd met € 6,5 miljoen.

9 Hiervoor ontvangen instellingen extra middelen op basis van de Subsidieregeling versterking aansluiting beroepsonderwijskolom. Deze regeling is op dit moment nog niet gepubliceerd. De verwachting is dat dat voor de zomer van 2023 zal gebeuren.

10 Idem.

11 Instellingen mogen hun bekostiging en dus ook de aanvullende bekostiging die zij ontvangen op grond van deze regeling, niet aanwenden voor niet-bekostigde ofwel private activiteiten op het gebied van LLO. Voor het realiseren van deze doelstelling zijn middelen versterkt aan de gemeenten.

12 Het NGF project LLO-collectief is in 2022 gestart met twee pilotregio’s. Bij succes wordt het aantal opgeschaald naar twintig pilots binnen de looptijd van de werkagenda. Instellingen kunnen hieraan deelnemen.

13 Voor deze vier maatregelen zijn gedurende de looptijd van de kwaliteitsafspraken middelen beschikbaar via de Tijdelijke regeling aanvullende bekostiging LOB MBO 2023 die naar verwachting voor de zomer van 2023 verschijnt.

14 Instellingen mogen hun bekostiging en dus ook de aanvullende bekostiging die zij ontvangen op grond van deze regeling, niet aanwenden voor niet-bekostigde ofwel private activiteiten op het gebied van LLO. Voor het realiseren van deze doelstelling zijn middelen versterkt aan de gemeenten.

15 Er is € 30 miljoen toegevoegd aan de lumpsum voor professionalisering van docenten die hiervoor mag worden ingezet.

16 Met examenniveau worden de referentieniveaus voor Nederlands en rekenen en de vanaf 2022/2023 geldende mbo-rekenniveaus bedoeld. Studenten kunnen ook kiezen om examen af te leggen op een hoger examenniveau dan minimaal vereist voor hun opleiding.

17 Instellingen zijn niet verplicht om deze indicator op te nemen indien burgerschapsonderwijs niet als apart vak wordt gegeven, maar is ingebed in andere vakken.

18 Toelichting uit de werkagenda mbo: instellingen stellen docenten aan op basis van het bekwaamheidsprofiel (en scholen hen waar nodig bij). Instellingen betrekken zo goed mogelijk de docenten zelf bij het opstellen van het hieruit voortvloeiende personeelsbeleid. N.B.: door het besluit van de minister in 2023 kan dit veranderen.

19 Er is € 30 miljoen toegevoegd aan de lumpsum voor professionalisering van docenten die hiervoor mag worden ingezet.

20 Voor inzet op deze doelstelling zijn middelen toegevoegd aan het budget voor deze regeling. In totaal is jaarlijks ca. € 142 miljoen specifiek voor deze doelstelling beschikbaar gemaakt.

21 Voor sommige instellingen geldt dat de inschalingsgegevens ook vo-docenten kunnen bevatten. Het is o.b.v. de gegevens van DUO niet mogelijk om vo-docenten uit te filteren.

22 Binnen de aanvullende bekostiging op grond van deze regeling is € 25 miljoen per jaar uitgetrokken voor deze maatregel.

1 Deze staan opgesomd in de toelichting bij de regeling.