Wet · BWBR0048075
Voortduringswet artikelen 2c en 4 Wvb
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is ter uitvoering van artikel 2, tweede lid, van de Wet verplaatsing bevolking een regeling te treffen omtrent het voortduren van de werking van de artikelen 2c en 4, van die wet, en in verband daarmee enkele wijzigingen door te voeren in de Wet verplaatsing bevolking;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage5 april 2023Willem-AlexanderDe Minister-President, Minister van Algemene Zaken,M.RutteDe Minister van Justitie en Veiligheid,D.Yeşilgöz-Zegeriusde negentiende april 2023De Minister van Justitie en Veiligheid,D.Yeşilgöz-ZegeriusDe werking van de artikelen 2c en 4 van de Wet verplaatsing bevolking, in werking gesteld bij het Besluit van 31 maart 2022, houdende inwerkingstelling van de artikelen 2c en 4 van de Wet verplaatsing bevolking (Stb. 2022, 133), duurt voort.
Wijzigt de Wet verplaatsing bevolking.
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Deze wet wordt aangehaald als: Voortduringswet artikelen 2c en 4 Wvb.