U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 22-07-2023.

Ministeriële regeling · BWBR0048431

Mandaatbesluit Inspectie Justitie en Veiligheid 2023

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de inspecteur-generaal van de Inspectie Justitie en Veiligheid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid van 11 juli 2023, houdende verlening van ondermandaat en het doorgeven van volmacht en machtiging aan onder de inspecteur-generaal ressorterende ambtenaren (Mandaatbesluit Inspectie Justitie en Veiligheid 2023)Mandaatbesluit Inspectie Justitie en Veiligheid 2023De inspecteur-generaal van de Inspectie Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 3, tweede lid, van het Mandaatbesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid, artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden clusters Ministerie van Justitie en Veiligheid en artikel 6 van het Besluit aanwijzing toezichthouders naleving Wet experiment gesloten coffeeshopketen en het verlenen van mandaat en machtiging voor de uitvoering en handhaving van die wet;

Besluit:

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage11 juli 2023Inspecteur-generaal Inspectie Justitie en Veiligheid,E.E. deKleuver

Van het ingevolge artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden clusters Ministerie van Justitie en Veiligheid aan de inspecteur-generaal van de Inspectie Justitie en Veiligheid verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden die hun dienstonderdeel betreffen ondermandaat verleend aan:

Als bevoegd om te beschikken over bedragen voor het aangaan van financiële verplichtingen en voor het verrichten van uitgaven, worden aangewezen de functionarissen, genoemd in kolom 1 van bijlage 2 bij dit besluit voor zover het betreft de bedragen, genoemd in kolom 2 van die bijlage.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 maart 2023.

Dit besluit wordt aangehaald als Mandaatbesluit Inspectie Justitie en Veiligheid 2023.

De functionarissen bij wie in kolom 2 de letter A is geplaatst zijn, onverminderd artikel 2 van dit besluit, bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens de CAO Rijk aan de leidinggevende zijn toegekend.

De functionarissen bij wie in kolom 2 de letter B is geplaatst zijn, onverminderd artikel 2 van dit besluit bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens de CAO Rijk aan de leidinggevende zijn toegekend, met uitzondering van het opleggen van disciplinaire straffen en ordemaatregelen, alsmede het nemen van beslissingen over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto.

De functionarissen genoemd in kolom 1 zijn bevoegd in overeenstemming met artikel 3.3 van de Comptabiliteitswet 2016 tot het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven.

Indien in kolom 2 een bedrag is opgenomen geldt daarbij dat dit bedrag het maximumbedrag is waarvoor de functionaris telkens een verplichting of uitgave mag doen. Indien in kolom 2 geen bedrag is opgenomen, geldt geen maximumbedrag.